Brief regering : Reactie op verzoek commissie over de stand van zaken en het voorgenomen beleid inzake ongewenste buitenlandse inmenging en beïnvloeding in Nederland
30 821 Nationale Veiligheid
Nr. 337
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 juni 2026
Tijdens de procedurevergadering van 16 april jl. heeft uw Kamer verzocht om een brief
over de stand van zaken en het voorgenomen beleid inzake ongewenste buitenlandse inmenging
(OBI) en beïnvloeding in Nederland, inclusief de voortgang van het OBI-meldpunt. Middels
deze brief kom ik, mede namens de Ministers van Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties en Werk en Participatie tegemoet aan dit verzoek. Deze brief
bevat de meest relevante ontwikkelingen inzake de aanpak van ongewenste buitenlandse
inmenging en het tegengaan van ongewenste buitenlandse financiering.1 Over relevante ontwikkelingen in het tegengaan van ongewenste buitenlandse beïnvloeding
gericht op de democratie en het informeel onderwijs, wordt uw Kamer in het najaar
separaat door mijn collega’s van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap geïnformeerd.
Recente ontwikkelingen
Ongewenste buitenlandse inmenging
Ongewenste buitenlandse inmenging (of: statelijke inmenging) is een verzamelnaam voor
allerlei grensoverschrijdende manieren waarop buitenlandse overheden zich proberen
te mengen in de samenleving en democratische rechtsorde van Nederland.2 Laat ik vooropstellen: het kabinet vindt alle vormen van ongewenste buitenlandse
inmenging volstrekt onacceptabel. Iedereen in Nederland moeten in vrijheid kunnen
leven en eigen keuzes kunnen maken, zonder door autoriteiten van derde landen in die
keuzes te worden beperkt. Net als uw Kamer is het kabinet zeer alert op dit fenomeen.
Middels de Rijksbrede aanpak worden inmengingsactiviteiten van statelijke actoren
sinds 2018 gecoördineerd tegengegaan. Op 17 oktober 2024 is uw Kamer over de voortgang
van de verschillende maatregelen binnen deze aanpak geïnformeerd. In lijn met een
eerdere toezegging, wordt de aanpak van ongewenste buitenlandse inmenging momenteel
geëvalueerd.3 Deze beleidsevaluatie valt samen met de doorontwikkeling van de bredere aanpak van
statelijke dreigingen. In het najaar wordt uw Kamer over de opvolging van de evaluatie
in het kader van de ontwikkeling aanpak statelijke en hybride dreigingen geïnformeerd.
Vertrouwenslijn Buitenlandse Inmenging
Sinds de zomer van 2023 kunnen burgers via verschillende ingangen bij de rijksoverheid
terecht om meldingen en signalen te delen over ongewenste buitenlandse inmenging.
Op deze manier wordt de drempel voor burgers om meldingen te doen bij de rijksoverheid
zo laag mogelijk gehouden en krijgt het kabinet meer zicht op dit fenomeen. In lijn
met eerdere toezeggingen aan en moties van uw Kamer, werkt het kabinet aanvullend
aan de totstandkoming van een centraal meldpunt buiten de rijksoverheid.4 Daar moeten slachtoffers van ongewenste buitenlandse inmenging terecht kunnen voor
een luisterend oor en handelingsperspectief. Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer op
12 december 2025 over de stand van zaken van deze zogenaamde Vertrouwenslijn geïnformeerd.5
Het opzetten van een dergelijk centraal punt buiten de rijksoverheid vraagt om een
aantal randvoorwaarden voor functionaliteit en veiligheid, onder andere op het gebied
van privacy en cybersecurity.6 Hoewel de voorbereidingen in een vergevorderd stadium verkeren, moet ik uw Kamer
mededelen dat de beoogde operationalisering voor de zomerperiode niet langer realistisch
is. Zeer recent is uit een informeel gesprek met de Autoriteit Persoonsgegevens gebleken
dat de opzet van het meldpunt op dit moment niet voldoet aan de vereisten van de AVG.
Dit noopt tot overleg en nader onderzoek. Met spoed worden de alternatieve mogelijkheden
momenteel onderzocht, bijvoorbeeld in de vorm van een eigenstandig wetsvoorstel. Daarnaast
worden de resultaten en (eventuele) aanbevelingen van de laatste technische risicoanalyse
van de digitale infrastructuur voorafgaand aan de zomer verwacht. Gezien de gevoeligheid
van de informatie die binnenkomt bij de Vertrouwenslijn, vind ik het van groot belang
om deze eventuele technische aanbevelingen secuur te implementeren.
Ik hecht eraan te benadrukken dat de realisatie van de Vertrouwenslijn niet ter discussie
staat. Zoals ook beschreven in het coalitieakkoord, ziet de ambitie van het kabinet
op dit thema voor een zo spoedig mogelijke start van een functioneel, maar bovenal
veilig, meldpunt waar slachtoffers van ongewenste buitenlandse inmenging zo nodig
anoniem terecht kunnen voor een melding van transnationale repressie.7 Tegelijkertijd heb ik recht te doen aan de daartoe noodzakelijke waarborgen op het
gebied van privacy en (digitale) veiligheid. Ik zeg uw Kamer toe uiterlijk in het
najaar te informeren over een aangepast tijdspad voor de start van de Vertrouwenslijn.
Ongewenste buitenlandse financiering
Om effectief op te kunnen treden tegen ongewenste buitenlandse financiering dient
de overheid zich te richten op specifieke vormen van financiering. Nederland kent
daarom een systeem waarbij in de eerste plaats de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
onderzoek kunnen doen in de gevallen waarin er ernstige vermoedens zijn van financiering
vanuit het buitenland die een gevaar opleveren voor de democratische rechtsorde of
waardoor risico’s ontstaan voor de nationale veiligheid. Indien het Ministerie van
Buitenlandse Zaken notes verbales over financieringsstromen van derde landen ontvangt,
kan BZ deze doorsturen naar de AIVD. Ook kent Nederland verschillende instrumenten
om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan. Zo analyseert de Financial Intelligence
Unit Nederland (FIU) ongebruikelijke en verdachte transacties en kan de FIU deze delen
met de opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten om hierop te acteren.
Daarnaast blijft Europese samenwerking in de aanpak van ongewenste buitenlandse financiering
van belang. Binnen het Radicalisation Awareness Netwerk (RAN) en diens opvolger de
EU Knowledge Hub on Prevention of Radicalisation, wordt gewerkt aan bewustwording
over het onderwerp binnen de lidstaten. Dit onder andere in de vorm van het delen
van best practices en het komen tot mogelijke maatregelen.
Uit het eindverslag van de Parlementaire Ondervragingscommissie Ongewenste Beïnvloeding
(POCOB) in 2020 bleek dat sprake was van beïnvloeding van maatschappelijke organisaties
in Nederland, door of vanuit onvrije landen.8 De Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties
(Wtmo) moest de overheid onder andere helpen bij het tegengaan van financiering van
activiteiten die de democratische rechtsstaat ondermijnen. Met dit voorstel werd onwenselijke
buitenlandse beïnvloeding door middel van ontvangen donaties bij maatschappelijke
organisaties in Nederland tegengegaan. Het verdient aandacht dat de Wtmo op 24 maart
jl. door de Eerste Kamer is verworpen. Het kabinet beziet momenteel welke aanvullende
instrumenten – eventueel via lopende en/of voorgenomen wetsvoorstellen – kunnen worden
ingebouwd om ongewenste buitenlandse financiering te voorkomen.
Tot slot
Met deze brief heb ik de meest relevante ontwikkelingen ten aanzien van het actuele
beleid inzake ongewenste buitenlandse inmenging en beïnvloeding beschreven. Ik hecht
eraan te benadrukken dat de ambitie van het kabinet, net als uw Kamer, ziet op een
veilig Nederland, dat vrij is van ongewenste buitenlandse inmenging en beïnvloeding.
De maatschappelijke urgentie en elkaar snel opvolgende geopolitieke ontwikkelingen
nopen daartoe. Tegelijkertijd acht ik het van wezenlijk belang dat maatregelen op
het meest actuele dreigingsbeeld worden gebaseerd en voldoen aan de vereiste randvoorwaarden.
In het bijzonder daar waar het de veiligheid en zorgvuldige behandeling van slachtoffers
betreft.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid