Brief regering : Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad van 11 en 12 juni 2026
21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken
Nr. 2196
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 juni 2026
Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda van de vergaderingen van de Eurogroep en
Ecofinraad van 11 en 12 juni a.s. Ik ben voornemens deel te nemen aan deze vergaderingen.
De agenda’s van de Eurogroep en Ecofinraad worden bepaald op basis van het Eurogroep-werkprogramma
en een vooruitblik van het voorzitterschap van de Raad. De agenda’s worden kort voor
de start van de Eurogroep en Ecofinraad vastgesteld. Op 27 mei hebben we de laatste
indicatie van de agenda’s ontvangen en op basis daarvan is deze geannoteerde agenda
samengesteld. Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat
bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot de volgende vergadering.
Tevens informeer ik uw Kamer hierbij over een brief van de Ministers van Financiën
van Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Nederland en Polen aan het Cypriotische
Raadsvoorzitterschap over een gezamenlijke inbreng voor de Raadsonderhandelingen over
het kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket, waarover ik op 28 mei
jl. in Berlijn met deze vijf landen sprak.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad 11 en 12 juni 2026
Eurogroep
Agendaonderwerp: Macro-economische en begrotingsontwikkelingen in de Eurozone
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
De Eurogroep zal van gedachten wisselen over recente macro-economische ontwikkelingen.
Naar verwachting zal de Eurogroep dieper ingaan op de uitkomsten van de Lenteraming
die op 21 mei jl. door de Commissie is gepubliceerd.1 Tijdens de Eurogroep van 22 mei jl. is deze raming al kort gepresenteerd.
In de Lenteraming voorziet de Commissie een economische groei in de EU van 1,1% bbp
in 2026 en 1,4% bbp in 2027. Daarmee is de verwachting voor 2026 met 0,3%-punt naar
beneden bijgesteld. Voor de eurozone verwacht de Commissie in 2026 en 2027 respectievelijke
groei van 0,9% en 1,2% bbp. Wat betreft inflatie raamt de Commissie 3,1% in 2026 en
2,5% in 2027. De Commissie verwacht een gemiddeld begrotingstekort in de EU van 3,5%
in 2026 en 3,6% in 2027.
De Commissie wijst in haar raming ook op neerwaartse risico’s door geopolitieke onzekerheid
en scenario’s waardoor energieprijzen verder kunnen stijgen, economische groei beperkter
kan zijn en begrotingstekorten kunnen oplopen. Daarbij geeft de Commissie aan dat
het van belang is dat energiesteunmaatregelen gericht zijn op kwetsbare huishoudens
en bedrijven, beperkte begrotingsruimte innemen en verduurzamingsprikkels niet verstoren.
Het kabinet onderschrijft het belang van schuldhoudbaarheid, structurele hervormingen
en duurzame investeringen. Daarbij deelt het kabinet de mening dat eventuele maatregelen
om kwetsbare bedrijven en huishouden te beschermen tegen prijsschokken tijdelijk,
gericht en zoveel mogelijk gecoördineerd moeten zijn.
Agendaonderwerp: IMF-review van eurozone-beleid
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
Tijdens de Eurogroep zal het IMF zijn bevindingen over de eurozone presenteren in
het kader van het zogenaamde Artikel IV rapport. In deze Artikel IV rapporten analyseert
het IMF de financieel-economische situatie in een land of regio en stelt het op basis
daarvan beleidsadviezen op. Op het moment van schrijven is er geen document beschikbaar.
Het rapport van het IMF zal naar verwachting enige tijd na de vergadering worden gepubliceerd.
Het kabinet zal de presentatie van het IMF aanhoren.
Inclusive format
Agendaonderwerp Economische- en energieveiligheid in de EU: bespreking met het IMF
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
De Raad zal spreken over economische- en energieveiligheid in de EU. Het IMF is uitgenodigd
om hierop te reflecteren. Op het moment van schrijven zijn er nog geen voorbereidende
stukken gedeeld.
Naar verwachting zal een groot deel van de discussie zich richten op energie, mogelijk
in relatie tot de oorlog in het Midden-Oosten, aangezien dit gevolgen heeft voor zowel
de economische- als energieveiligheid van de EU.
Het kabinet hecht veel belang aan het versterken van de energiezekerheid van de EU.
Het versnellen van de transitie moet, juist in de context van de toenemende onzekerheid
en beperking in aanbod van fossiele energie uit het Midden-Oosten, ook als economisch
veiligheidsvraagstuk gezien worden. Hetzelfde geldt voor het vergroten van onze energie-efficiëntie
en het verbeteren van de interconnectie van energie-infrastructuur tussen EU-lidstaten.
Dit vraagt ook om terughoudendheid van lidstaten ten aanzien van het nemen van steunmaatregelen
op energieterrein die vraag verhogend werken.
In bredere zin ziet het kabinet dat het geopolitiek verhardende krachtenveld het belang
van het versterken van economische veiligheid vergroot. Het kabinet wijst daarbij
op het vergroten van het groeipotentieel van de Europese economieën, een belangrijke
randvoorwaarde voor een weerbare economie en samenleving. Tevens is het in deze geopolitieke
context extra van belang onze economische banden met gelijkgezinde derde landen te
versterken. Verder zet het kabinet erop in om risicovolle, strategische afhankelijkheden
te verminderen om zo geopolitiek minder kwetsbaar te zijn.
Agendaonderwerp: Technologische soevereiniteit
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
In de Eurogroep zal gesproken worden over technologische soevereiniteit met gastspreker
David Eaves, universitair hoofddocent Digitale Overheid en mede-plaatsvervangend directeur
van het Institute for Innovation and Public Purpose aan University College London (UCL). Verwant hieraan is de verwachte publicatie van
het Commissievoorstel het Tech Sovereignty Package op 3 juni 2026. Dit voorstel bestaat uit een strategische routekaart voor digitalisering
en AI in energie, communicatie over Europese technologische soevereiniteit, wet op
cloud- en AI-ontwikkeling en de Chipswet 2.
Het kabinet kijkt uit naar dit voorstel en ziet dit als een kans om als Europese Unie
een meer samenhangend antwoord te geven op hoog-risico strategische afhankelijkheden
in kritieke digitale technologieën. Het kabinet onderschrijft het belang van het vermogen
om zelfstandig te kiezen en te handelen op het wereldtoneel, en tegelijkertijd zoveel
mogelijk de vruchten te plukken van samenwerking met wereldwijde partners.
Ecofin
Agendaonderwerp: Tabaksbelastingpakket
Document: 9122/26 en 8736/26, beschikbaar op Delegates Portal.
Aard bespreking: Besluitvorming
Besluitvormingsprocedure: Unanimiteit
Toelichting:
Het Cypriotische voorzitterschap streeft ernaar om tijdens de Ecofinraad een akkoord
te bereiken op de voorstellen voor de herziening van de Richtlijn tabaksaccijns en
de Horizontale accijnsrichtlijn. De rechtsbasis van dit voorstel betreft artikel 113
van het VWEU. Besluitvorming ten aanzien van het voorstel vereist unanimiteit (met
raadpleging van het Europees Parlement).
In de huidige Richtlijn tabaksaccijns (2011/64/EU) zijn Europese regels voor de heffing
van accijns op tabaksfabricaten geharmoniseerd. De huidige Richtlijn tabaksaccijns
dateert echter uit 2011 en is daarmee niet meer in lijn met marktontwikkelingen. Zo
vallen nieuwe tabaks- en tabaksgerelateerde producten zoals vapes niet binnen de reikwijdte
van de huidige richtlijn en zijn de bestaande Europese minimumtarieven ontoereikend
om het goed functioneren van de interne markt te waarborgen. De huidige Richtlijn
tabaksaccijns is daarmee verouderd en biedt onvoldoende gezondheidsbescherming, leidt
tot een ongelijk speelveld op de interne markt en draagt onvoldoende bij aan het tegengaan
van illegale handel en belastingfraude.
De Commissie heeft op 16 juli 2025, mede na herhaalde oproepen van Nederland en 14
andere lidstaten, een herzieningsvoorstel gepubliceerd. In dit voorstel doet de Commissie
voorstellen om de bovenstaande problemen te adresseren. De Nederlandse inzet voor
de herziening van de Richtlijn tabaksaccijns is opgenomen in het BNC-fiche.2
Zoals beschreven in het BNC-fiche bevatten de herzieningsvoorstellen van de Commissie
in brede zin vier aanpassingen: 1) aanpassing van de tariefstructuur en invoering
mechanisme voor inflatiecorrectie, 2) uitbreiding van de definitie van tabaksproducten
en verhogen van de minimumtarieven voor deze producten, en 3) uitbreiding van de reikwijdte
van de richtlijn naar tabaksgerelateerde producten en ruwe tabak. 4) aanpassing van
enkele artikelen in de horizontale accijnsrichtlijn voor de producten die door herziening
van de TTD (Tobacco Taxation Directive) binnen de reikwijdte van de accijnsverplichtingen
komen te vallen. Nederland heeft gedurende de onderhandelingen ingezet op een forse
verhoging van de EU-minimumtarieven en een toekomstbestendige uitbreiding van de reikwijdte
van de richtlijn naar nieuwe tabaks- en nicotineproducten. Met betrekking tot de Europese
minimumtarieven heeft het kabinet specifieker ingezet op producten als vapes, sigaretten,
verhitte tabak en fijne tabak voor het rollen van sigaretten, omdat deze producten
substituten van elkaar zijn en breder worden gebruikt, onder andere door jongeren.
Daarnaast heeft Nederland ingezet op het aanscherpen van definities, het periodiek
indexeren voor inflatie van de EU-minimumtarieven om deze op langere termijn up-to-date
te houden, een effectieve koopkrachtpariteit zodat rekening wordt gehouden met economische
omstandigheden van de lidstaten en een versterkte monitoring op ruwe tabak om beter
te kunnen voorkomen dat deze grondstof op de illegale markt terecht komt.
Met de hierboven beschreven inzet behoort Nederland tot een van de meest ambitieuze
lidstaten op dit beleidsterrein. De meerderheid van de lidstaten is terughoudender.
Deze lidstaten leggen in veel gevallen prioriteit bij het uitbreiden van de reikwijdte
naar nieuwe producten en hechten minder belang aan bijvoorbeeld het verhogen en actueel
houden van de EU-minimumtarieven. Een aantal lidstaten heeft daarbij structureel gepleit
voor het inperken van het ambitieniveau ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel
van de Europese Commissie. Het kabinet acht het positief dat er een brede consensus
is binnen de Raad om de reikwijdte toekomstbestendig uit te breiden naar nieuwe producten.
Tegelijkertijd zijn er ten aanzien van de verhoging van de Europese minimumtarieven
en daaraan gerelateerde indexatie en koopkrachtpariteit door zowel ambitieuze als
terughoudende lidstaten concessies gedaan. Dit heeft, op het moment van schrijven,
geresulteerd in een compromisvoorstel waarin de verhoging van de Europese minimumtarieven
de indexatiebepaling en de koopkrachtpariteit zijn afgezwakt ten opzichte van het
Commissievoorstel. Tegelijkertijd bevat het nu voorliggende compromisvoorstel relevante
stappen voorwaarts ten opzichte van de huidige situatie, waaronder het opnemen van
nieuwe producten zoals vapes in de reikwijdte en verhoging van de EU-minimumtarieven.
Dit compromisvoorstel draagt daarmee onder andere bij aan sterker ontmoedigingsbeleid
en gezondheidsbescherming, het beter functioneren van de interne markt, het tegengaan
van illegale handel en productie van tabaks- en nicotineproducten en het verkleint
de prikkel om tabak over de grens te kopen. Het Europees Parlement (EP) heeft nog
geen formeel standpunt ingenomen met betrekking tot deze voorstellen. Het EP heeft
eerder aangegeven voorstander te zijn van herziening van de Richtlijn tabaksaccijns.
Daarbij zijn onderwerpen genoemd als het versterken van de interne markt, beschermen
van volksgezondheid, tegengaan van illegale handel en rekenschap geven aan economische
omstandigheden.
Indien de teksten die voor akkoord worden voorgelegd in de Ecofinraad voldoen aan
het bovenstaande is Nederland voornemens in te stemmen met het compromis voor de wijziging
van de Richtlijn van de Raad (2011/64/EU) betreffende de structuur en de tarieven
van de accijns op tabak en aan tabak verwante producten en de wijziging van Richtlijn
(2020/262/EU) van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake
accijns, ten aanzien van tabak en aan tabak verwante producten.
Agendaonderwerp: Verordening betreffende de uitbreiding van de reikwijdte van het CBAM met downstreamgoederen3 en anti-ontwijkingsmaatregelen
Document: op dit moment nog niet beschikbaar. Het document wordt voorafgaand aan de vergadering
op het Delegates Portal geplaatst onder de titel «Regulation on the extension of the scope of CBAM to downstream goods and on anti-circumvention
measures.»
Aard bespreking: besluitvorming
Besluitvormingsprocedure: gekwalificeerde meerderheid
Toelichting:
De Ecofinraad zal spreken over de compromistekst van de Verordening betreffende de
uitbreiding van de reikwijdte van het Carbon Border Adjustment Mechanism (hierna: CBAM) met downstreamgoederen en betreffende anti-ontwijkingsmaatregelen,
teneinde een akkoord te bereiken. De rechtsbasis is art. 192, lid 1 VWEU. De besluitvorming
ten aanzien van het voorstel is gekwalificeerde meerderheid (met medebeslissing van
het Europees Parlement).
Op 17 december 2025 heeft de Commissie een voorstel gepubliceerd ter herziening van
de CBAM-verordening. Het doel van het voorstel is de effectiviteit en integriteit
van het CBAM verder te versterken en daarmee het risico op koolstoflekkage te verminderen.
Dit doet het voorstel voornamelijk door de reikwijdte van het CBAM uit te breiden,
ontwijking aan te pakken en technische verbeteringen aan te brengen.
Het kabinet verwelkomt het voorstel om het CBAM verder te versterken in het licht
van de Europese klimaatdoelstellingen en de transitie naar een concurrerende en duurzame
industrie.
Het kabinet is positief over de uitbreiding van de reikwijdte van het CBAM, de introductie
van betere anti-ontwijkingsmaatregelen, de aangepaste regels rond elektriciteit en
de operationele verbeteringen. De Nederlandse inzet tijdens de onderhandelingen was
gericht op de balans tussen enerzijds klimaatambitie en anderzijds het voorkomen van
mogelijke marktverstoring, de handhaafbaarheid en de uitvoerbaarheid voorbedrijven
en overheden. Ten tijde van het schrijven van deze geannoteerde agenda aan de Kamer
is de laatste compromistekst nog niet door het Cypriotisch voorzitterschap gedeeld.
Het kabinet is tevreden over veel van de wijzigingen in de eerdere compromisteksten.
Hierin is onder andere naar aanleiding van het Nederlandse non paper over simplified and robust global default values een vereenvoudiging van standaardwaarden voor complexe downstreamgoederen opgenomen.4 Ook is de verwijzing naar internationale kredieten verwijderd. Dit is belangrijk,
omdat internationale kredieten geen rol spelen in het ETS en een gelijke behandeling
van installaties binnen en buiten de EU van belang is voor een gelijk speelveld.
Nederland zal in de laatste fase van de onderhandelingen blijven inzetten dat eventuele
toevoeging van extra goederencodes aan de reikwijdte (ten opzichte van het aanvankelijke
Commissievoorstel) gebeurt aan de hand van objectieve en kwantitatieve criteria. Daarnaast
blijft de inzet erop gericht dat de noodmaatregel waarmee de Commissie een goed van
het CBAM kan uitzonderen met voldoende voorwaarden is omkleed of volledig wordt geschrapt.
In de basis steunen alle lidstaten het voorstel en willen zij zo snel mogelijk tot
een akkoord komen. Een deel van de lidstaten wil net als Nederland alleen dat extra
goederencodes worden toegevoegd op basis van objectieve en kwantitatieve criteria.
Hiertegenover staan lidstaten die veel meer goederencodes willen toevoegen. Met betrekking
tot de noodmaatregel bestaat er eveneens verdeeldheid in standpunten. Een deel van
de lidstaten wil net als Nederland inperking of schrapping van de noodmaatregel. Een
andere groep lidstaten wil de noodmaatregel behouden en minder inperken. Om een balans
te vinden heeft het Cypriotische voorzitterschap in de meest recente compromistekst
de noodmaatregel laten staan, maar voor het gebruik ervan met strengere voorwaarden
omkleed. Het is op dit moment onduidelijk of er aan beide zijden een gekwalificeerde
meerderheid zal zijn in de Ecofinraad. De EP-commissie zal de komende maanden een
standpunt innemen. De plenaire stemming in het EP is op 14 september 2026 voorzien.
Agendaonderwerp Spaar- en Investeringsunie: kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
De Ecofinraad zal spreken over het kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket
dat op 4 december jl. door de Europese Commissie is gepubliceerd. Het kabinet verwelkomt
dit pakket en is uitgesproken voorstander van voorstellen die barrières op de interne
markt wegnemen om de spaar- en investeringsunie te ontwikkelen, alsook het bij ESMA
centraliseren van toezicht op handelsplatformen, centrale tegenpartijen, centrale
effectenbewaarinstellingen en cryptoactivadienstverleners. Het kabinet vindt het van
groot belang dat er voortgang gemaakt wordt op alle elementen van dit pakket, omdat
alleen dan de geschetste baten worden gerealiseerd.
Momenteel wordt op technisch niveau binnen de Raad gesproken over belangrijke aspecten
van het pakket, waaronder over de voorgestelde reikwijdte van het toezicht door ESMA
en de voorgestelde herziene bestuursstructuur van ESMA. Het kabinet zet erop in dat
de Ecofinraad politieke sturing aan de onderhandelingen geeft, zodat er voor de zomer
een Raadsakkoord op hoofdlijnen kan worden bereikt. Daarom werkt de Minister van Financiën
nauw samen met zijn collega Ministers van de zes grote Europese economieën en roept
het kabinet lidstaten op om over hun nationale schaduw heen te stappen.
Agendaonderwerp: Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
De Ecofinraad zal spreken over de economische en financiële impact van de Russische
agressie tegen Oekraïne en over Europese steunmaatregelen. Dit is een regulier terugkerend
agendaonderwerp op de Ecofinraad. Er vindt geen besluitvorming plaats.
Oekraïne ontvangt sinds februari 2024 steun uit de Oekraïne-faciliteit die een totale
omvang van EUR 50 mld. heeft voor de periode 2024–2027, waarvan ca. EUR 38 mld. begrotingssteun.
Op 22 december jl. heeft de uitbetaling van tranche zes, van EUR 2,3 mld. plaatsgevonden.
Oekraïne heeft in april jl. een uitbetalingsverzoek voor de zevende tranche ingediend.
Deze uitbetaling is afhankelijk van het vervolmaken van hervormingsstappen door Oekraïne.
De Raad heeft ingestemd met het oordeel van de Commissie dat Oekraïne (gedeeltelijk)
heeft voldaan aan achttien hervormingsstappen, onder meer op het gebied rechtsstatelijkheid
en begrotingsbeheer. Naar aanleiding hiervan verwacht de Commissie in juni ca. EUR
2,8 mld. uit te betalen. Ook heeft Oekraïne sinds maart 2023 een programma bij het
IMF, dat in februari 2026 is hernieuwd.
Tijdens de Europese Raad op 18 december jl. is een akkoord bereikt om Oekraïne in
de komende twee jaar te ondersteunen met EUR 90 mld. aan leningen. De Kamer is op
19 december jl. over het voorstel voor de Ukraine Support Loan geïnformeerd en is met de kabinetsappreciatie van 6 februari jl. nader geïnformeerd
over het akkoord.5 Op 23 april jl. stemde de Raad in met de amendering van de MFK-verordening, waarmee
ook het formele akkoord is bereikt.6 Daarnaast heeft de Raad op 23 april jl. ingestemd met het Raadsuitvoeringsbesluit
ter goedkeuring van de Oekraïense financieringsstrategie. Met het Raadsuitvoeringsbesluit
ter goedkeuring van de Oekraïense financieringsstrategie voor 2026 is de hoogte van
de steun voor 2026 vastgesteld op EUR 45 mld., waarvan EUR 16,7 mld. beschikbaar wordt
gesteld voor begrotingssteun en EUR 28,3 mld. voor steun aan defensie-industriële
capaciteiten. Daarnaast is met het Raadsuitvoeringsbesluit vastgesteld dat het verstrekken
van EUR 8,35 mld. aan begrotingssteun via de Oekraïne faciliteit zal lopen en EUR
8,35 mld. in de vorm van macro-financiële bijstand. Het vrijmaken van macro-financiële
bijstand op korte termijn is gekoppeld aan beleidsvoorwaarden voor Oekraïne waarbij
de focus ligt op het versterken van de overheidsfinanciën. Deze beleidsvoorwaarden
zijn vastgelegd in een Memorandum of Understanding (MoU) waar de deelnemende lidstaten op 18 mei jl. mee hebben ingestemd en welke op
20 mei jl. is ondertekend door de Europese Commissie.7 De MoU en een leenovereenkomst tussen de Commissie en Oekraïne dienen geratificeerd
te worden in het Oekraïense parlement, voordat uitbetaling kan plaatsvinden. Afhankelijk
van de voortgang op de relevante hervormingen zal naar verwachting de eerste uitbetaling
ter hoogte van EUR 3,2 mld. begin juni aan Oekraïne worden uitbetaald. Voor steun
vanuit de Oekraïne faciliteit geldt dat uitbetaling voorwaardelijk is aan het doorvoeren
van hervormingsstappen uit de bestaande hervormingsagenda voor 2024–2027 uit het Oekraïneplan.
Naar verwachting zal op korte termijn de hervormingsagenda van de Oekraïne-faciliteit
worden aangepast, waarbij Nederland eerder aandacht heeft gevraagd voor het belang
van hervormingsstappen op het gebied van rechtsstaat en corruptiebestrijding. Na publicatie
van het concept-Raadsuitvoeringsbesluit beslist de Raad binnen een maand hierover.
Oekraïne heeft in september 2025 bij het IMF een aanvraag ingediend voor een nieuw
IMF-programma met een omvang van USD 8,1 mld., welke op 26 februari 2026 werd goedgekeurd
door de Raad van Bewind van het IMF. Het programma kon pas worden goedgekeurd wanneer
het financieringstekort voor het eerste jaar van het programma gedekt zou zijn. Met
de toezegging van de Europese Raad van 18 december was dit het geval. Daarnaast hebben
lidstaten van het IMF, waaronder Nederland, financing assurances afgegeven. Daarmee zeggen zij toe Oekraïne financieel te zullen blijven steunen en
zorg te zullen dragen voor de schuldhoudbaarheid van Oekraïne.8 Ook werkt het kabinet via de Group of Creditors of Ukraine (GCU) mee aan het herstructureren
van de onhoudbare overheidsschuld van Oekraïne. Dit houdt in eerste instantie in dat
de betalingsstop op bilaterale claims wordt verlengd tot eind 2029 (parallel aan de
looptijd van het nieuwe IMF-programma).9
De Ukraine Support Loan van EUR 90 mld. dekt volgens de Europese Commissie twee derde van de macro-financiële
en militaire noden van Oekraïne voor de komende twee jaar, uitgaande van de situatie
in september 2025. Het resterende tekort – dat momenteel op EUR 30 mld. wordt geschat
– dient volgens de Commissie gedekt te worden door andere internationale donoren.
De noodzaak van aanvullende steun is afhankelijk van het verloop van de oorlog tegen
Oekraïne, aangezien huidige aannames ervan uitgaan dat de oorlog eind 2026 eindigt.
Voor de macro-financiële noden zijn bovenstaande schattingen gebaseerd op cijfers
van het IMF. Het IMF publiceert elk kwartaal een review van het IMF-programma met
nieuwe cijfers over het financieringstekort van Oekraïne. De herstel- en wederopbouwnoden
van Oekraïne zijn nog niet in dit tekort meegenomen en worden in de meest recente
Recovery and Reconstruction Needs Assessment (RDNA5) van de Wereldbank geschat op USD 588 mld. (EUR 500 mld.) in de komende tien
jaar. Ten slotte heeft de Europese Commissie voor de periode 2027–2034 een niet-militair
steunpakket van EUR 100 mld. voorgesteld als onderdeel van het nieuwe MFK.
Agendaonderwerp: Uitvoeringsbesluiten van de Raad onder de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit
(HVF)
Document: Voorafgaand aan het overleg gepubliceerd op eur-lex.Europa.eu
Aard bespreking: Aanname uitvoeringsbesluiten van de Raad
Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid
Toelichting:
Tijdens de Ecofinraad zal worden stilgestaan bij de stand van zaken ten aanzien van
de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF). Daarnaast zal de Raad uitvoeringsbesluiten
aannemen waarmee wijzigingen van de herstel- en veerkrachtplannen (HVP) die lidstaten
hebben opgesteld in het kader van de HVF, formeel worden goedgekeurd. Lidstaten kunnen,
op basis van artikel 21 van de HVF-verordening, gebruik maken van de mogelijkheid
om hun HVP aan te passen op grond van objectieve omstandigheden die relevant zijn
voor de eerder overeengekomen mijlpalen en doelstellingen of wanneer daar een beter
alternatief voor wordt voorgesteld waarbij het oorspronkelijke ambitieniveau van de
maatregel onveranderd blijft. De Commissie beoordeelt of de redenen die lidstaten
aandragen een wijziging van de herstelplannen rechtvaardigen en of de herstelplannen
na deze aanpassingen nog steeds voldoen aan alle eisen van de HVF-verordening.
Op het moment van schrijven liggen de wijzigingen van de HVPs van Slowakije, Spanje,
Polen, Portugal en België voor in de Ecofinraad. De Commissie oordeelt dat de redenen
die deze lidstaten voor de wijzigingen aandragen, een aanpassing van het HVP rechtvaardigen
en dat de plannen ook na deze aanpassingen voldoen aan de eisen van de HVF-verordening.
Het kabinet kan zich vinden in het oordeel van de Commissie. Het kabinet is daarom
voornemens om in te stemmen met de voorstellen tot aanpassing van de uitvoeringsbesluiten
van de Raad.
Agendaonderwerp: Europees Semester 2026 (lentepakket)
Document: Vanaf 3 juni beschikbaar op de website van de Europese Commissie.
Aard bespreking: Presentatie
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
Op 3 juni publiceert de Commissie het lentepakket in het kader van het Europees Semester.
Het Europees Semester is het jaarlijkse proces waarin EU-lidstaten hun economisch,
arbeidsmarkt- en begrotingsbeleid coördineren. De oorsprong hiervan ligt in het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie, in het bijzonder artikel 121(2), 126(3)
en 148(4), en de afspraken die daarin zijn gemaakt over het economisch beleid en het
werkgelegenheidsbeleid.
Ten tijde van het schrijven van deze geannoteerde agenda is dit pakket nog niet gepubliceerd.
Het pakket bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder: een overkoepelende mededeling
(Spring Package Communication), het vaststellen door de Commissie van het bestaan van macro-economische onevenwichtigheden
in de diepteonderzoeken onderzochte lidstaten in het kader van de macro-economische
onevenwichtighedenprocedure (MEOP), 27 landenrapporten met de economische analyse
van de Commissie over de individuele lidstaten (Country Reports), 27 Commissievoorstellen voor landenspecifieke aanbevelingen van de Raad aan de
lidstaten (Commission Recommendations for Country Specific Recommendations), en een Commissievoorstel voor een Raadsbesluit over werkgelegenheidsrichtlijnen
voor lidstaten (Commission Proposal for a Council Decision on Guidelines for the Employment Policies
of Member States). Verder publiceren de Commissie en de ECB elke twee jaar convergentierapporten om
te beoordelen of lidstaten kunnen toetreden tot de eurozone. Op dit moment zijn er
geen lidstaten die direct kunnen toetreden. Daarnaast bevat het lentepakket onderdelen
die zien op de implementatie van het Europese begrotingsraamwerk. Dit betreft onder
meer de beoordeling van de aanwezigheid van buitensporige tekorten in lidstaten (het
zogenaamde 126.3 rapport) en de beoordeling of lidstaten waarvoor al eerder een buitensporig
tekort is vastgesteld effectief gevolg hebben gegeven aan de maatregelen ter correctie
daarvan. Verder zal de Commissie de voortgangsrapportages van lidstaten beoordelen.
Ook kunnen Raadsaanbevelingen voorliggen wanneer lidstaten een verzoek hebben ingediend
tot activering van de nationale ontsnappingsclausule voor defensie-uitgaven. Spanje
heeft in elk geval een dergelijk verzoek ingediend. Daarnaast is het mogelijk dat
de Raadsaanbeveling over het herziene Nederlandse budgettair-structureel plan voor
de middellange termijn voorligt.
In de Ecofinraad van 12 juni zal de Commissie een presentatie geven over de relevante
onderdelen van het lentepakket. Het kabinet kan deze presentatie aanhoren. In verband
met de publicatiedatum van het lentepakket ontvangt de Kamer een appreciatie van de
relevante onderdelen met een nazending op deze geannoteerde agenda. Het Commissievoorstel
voor een Raadsbesluit over werkgelegenheidsrichtlijnen voor lidstaten zal in de Raad
Werkgelegenheid en Sociaal Beleid worden behandeld. De kabinetsappreciatie van dat
onderdeel wordt opgenomen in de geannoteerde agenda voor de desbetreffende Raad.
Overig
Jaarvergadering Raad van Gouverneurs van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM)
Op 11 juni 2026 zal en marge van de Eurogroep de jaarvergadering van de Raad van Gouverneurs
van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) plaatsvinden. Op de agenda staan onder
andere: het goedkeuren van het jaarverslag en de financiële rekeningen van het ESM
over 2025, een bespreking van het rapport van het ESM-auditcomité over de financiële
rekeningen, en de verklaring van de externe accountant. Ook wordt de Raad van Gouverneurs,
zoals gebruikelijk, om goedkeuring gevraagd om het financiële resultaat van 2025 over
te boeken naar het reservefonds van het ESM. Daarnaast wordt de Raad van Gouverneurs
gevraagd om in te stemmen met de goedkeuring van de nieuwe externe accountant. Ook
wordt de Raad van Gouverneurs gevraagd om in te stemmen met de wijziging van de prijsstellingsrichtsnoer.
Tot slot zal de Raad van Gouverneurs, in gesprek met de managing director van het
IMF, van gedachten wisselen over het omgaan met mondiale uitdagingen.
Net als in voorgaande jaren ontvangt de Kamer na de vergadering het jaarverslag, de
financiële rekeningen en het jaarverslag van het ESM-auditcomité, samen met een verslag
van de jaarvergadering. Daarbij ontvangt de Kamer dan ook de jaarrekeningen van de
Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF). Het kabinet is voornemens om het
jaarverslag en de financiële rekeningen van het ESM over 2025 goed te keuren en net
zoals in eerdere jaren in te stemmen met het overboeken van het resultaat over 2025
naar het reservefonds van het ESM. Zoals gebruikelijk zal in het verslag van de vergadering
nader op de financiële rekeningen en deze besluiten worden ingegaan.
De externe accountant van het ESM is momenteel KPMG. Het mandaat van KPMG loopt af
na voltooiing van de controle van de jaarrekeningen van 2025. Het ESM stelt voor om
het mandaat van KPMG te verlengen tot en met 2028. KPMG blijft voldoen aan de toepasselijke
geschiktheids- en onafhankelijkheidsvereisten die volgen uit het ESM-verdrag en de
statuten. Er zijn geen omstandigheden vastgesteld die aanleiding zouden geven tot
twijfel aan de geschiktheid van KPMG. Het kabinet is daarom voornemens om in te stemmen
met het verlengen van het mandaat van KPMG als externe accountant van het ESM.
Conform artikel 20 van het ESM-verdrag streeft het ESM bij de toekenning van stabiliteitssteun
aan lidstaten naar volledige dekking van de operationele en financieringskosten en
wordt een passende prijsmarge gehanteerd. De ESM-prijsstellingsrichtsnoer legt vast
hoe het ESM de prijs berekent van de financiële steun die het verleent aan begunstigde
lidstaten. De voorgestelde wijzigingen zijn hoofdzakelijk technisch van aard en er
is als onderdeel van de bredere ESM-verdragsonderhandelingen in 2019 al mee ingestemd
door de lidstaten. Eén nieuwe aanpassing ziet op een nauwkeurigere bepaling van de
berekening van de prijsmarge, door de inachtneming van tussentijdse aflossingen, annuleringen
en opnames van leningen gedurende het jaar. Het kabinet is voornemens om in te stemmen
met deze wijzigingen.
Ten aanzien van het laatste agendaonderwerp, een gedachtewisseling over het omgaan
met mondiale uitdagingen, wordt voorafgaand aan de vergadering geen notitie gedeeld.
Als in dit kader de inzet van het ESM-instrumentarium ter sprake komt, is het voor
het kabinet van belang dat wordt vastgehouden aan de doelstelling van het ESM. In
het ESM-verdrag is dit omschreven als: het verstrekken van stabiliteitssteun, onder
stringente voorwaarden die passend zijn voor het gekozen financiële-bijstand instrument,
ten gunste van ESM-leden die te maken hebben met of worden bedreigd door ernstige
financieringsproblemen, indien zulks onontbeerlijk is om de financiële stabiliteit
van de eurozone in haar geheel en van de lidstaten ervan te vrijwaren. Het kabinet
kan in lijn met deze elementen deelnemen aan de gedachtewisseling.
Jaarvergadering Raad van Gouverneurs van Europese Investeringsbank (EIB)
Op vrijdag 12 juni 2026 zal de jaarvergadering van de Raad van Gouverneurs van de
EIB plaatsvinden. Naar verwachting zullen de President en gouverneurs terugblikken
op de activiteiten van de EIB-Groep van het afgelopen jaar en zal er specifiek worden
stilgestaan bij activiteiten op het gebied van veiligheid en defensie. De voorzitter
van het auditcomité zal ook een toelichting geven op de resultaten.
Het kabinet steunt de huidige koers van de EIB. Het kabinet waardeert de toegenomen
inzet van de Bank in het financieren van technologische innovatie, defensie en veiligheid,
strategische autonomie, energietransitie en kritieke grondstoffen om het Europees
concurrentievermogen en de veiligheid en defensie van Europa te versterken. Een grotere
rol van de EIB op deze terreinen hangt samen met bredere EU discussies over concurrentievermogen,
kapitaalmarktunie, en veiligheid en defensie. Tegelijkertijd stuurt het kabinet op
langdurige financiële houdbaarheid van de EIB, hetgeen betekent dat er ook een balans
gevonden moet worden tussen de verschillende prioriteiten van de Bank.
Op de agenda staan een rapportage van EIB activiteiten in het afgelopen jaar met een
specifieke focus op veiligheid en defensie, de jaarverslagen van het auditcomité voor
2025 met een reactie van het Management Comité (MC) van de EIB en het 2025 EIB Review
and Evaluation Process Assessment Report met een reactie van het MC van de EIB. De
Kamer zal na afloop van de jaarvergadering worden geïnformeerd over het financiële
jaarverslag en de besproken onderwerpen.
Gezamenlijke inbreng E6 kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket
Verdieping en integratie van de Europese kapitaalmarkten is een prioriteit van het
kabinet. Om dit te realiseren zet het kabinet in op sterker Europees toezicht, diverser
aanbod van kapitaal en eenduidigere regels in de EU. Momenteel lopen er binnen de
Raad verschillende onderhandelingen ter uitwerking van de door de Europese Commissie
aangekondigde plannen voor de spaar- en investeringsunie.10 Het kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket (KTP) vormt een belangrijk
onderdeel hiervan.
Op 28 mei jl. sprak ik in Berlijn over dit pakket met de Ministers van Financiën van
Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Polen. Met deze EU-lidstaten voer ik periodiek
overleg over belangrijke en urgente EU-dossiers, waarover ik uw Kamer eerder heb geïnformeerd.
Het overleg van 28 mei jl. volgde op de gezamenlijke brief van maart jl. met onze
prioriteiten voor de spaar- en investeringsunie.11 In Berlijn hebben we een belangrijke vervolgstap gezet en zijn we een gezamenlijke
inbreng voor de Raadsonderhandelingen over het KTP overeengekomen. In de bijlage treft
u een afschrift aan van de brief die wij samen aan het Cypriotische Raadsvoorzitterschap
hebben gestuurd.
In lijn met de brief van maart jl. roepen de zes Ministers van Financiën op tot ambitie
bij de uitwerking van het pakket, dat een hoeksteen vormt van de spaar- en investeringsunie.
Op zes belangrijke elementen van het KTP doen wij concrete voorstellen voor de Raadsonderhandelingen:
1. Vereenvoudiging van de grensoverschrijdende distributie van beleggingsfondsen door het harmoniseren van nationaal uiteenlopende regelgeving en betere coördinatie
van het toezicht door nationale autoriteiten door ESMA.
2. Vergroting van de transparantie van aandelenmarkten door een gelijker speelveld te creëren tussen de handel die plaatsvindt op handelsplatformen
en bij banken die op eigen boek transacties afhandelen (systematische internalisatie).
3. Versterking van de kapitaalmarktinfrastructuur door het toezicht op significante en pan-Europese handelsplatformen, centrale tegenpartijen
en centrale effectenbewaarinstellingen gefaseerd naar EU-niveau over te hevelen. Hiertoe
pleiten wij voor een zo kort mogelijke transitieperiode, waarin kennis en ervaring
van nationale toezichthouders naar ESMA kan gaan. We willen ook borgen dat het bestaande
Europese regelgevend raamwerk voor crisismanagement van deze instellingen adequaat
blijft.
4. Verbeteren van de markt voor cryptoactiva door het toezicht op significante cryptoactivadienstverleners over te brengen naar
ESMA. Ook pleiten wij ervoor dat ESMA een stem heeft bij de vergunningverlening van
niet-significante cryptoactivadienstverleners die onder nationaal toezicht blijven
om de integriteit van de interne markt en beleggersbescherming in de Unie te borgen.
5. Facilitering van innovatieve financiële technologie door in aanvulling op de Commissievoorstellen het bestaande pilotregime voor toepassing
van distributed ledger technology flexibeler te maken en grotere projecten per geval ruimte voor internationale concurrentie
te verlenen. Ook stellen we voor om ESMA een innovatiemandaat te verlenen om regelgeving
beter te laten aansluiten bij technologische ontwikkelingen.
6. Versterking van de bestuursstructuur van ESMA in het licht van uitbreiding van haar rol in het toezichtraamwerk. Hiertoe bepleiten
we een duidelijke taakverdeling tussen ESMA en nationale toezichtautoriteiten om duplicatie
van toezicht te voorkomen, een robuust toezichtkostenraamwerk om de kosten voor marktpartijen
te beperken en een effectieve balans tussen het uitvoerend bestuur en de raad van
toezichthouders voor een daadkrachtig ESMA.
Met deze gezamenlijke inbreng hebben de Ministers van Financiën van de zes grootste
economieën van de EU een belangrijke stap gezet ten behoeve van de voortgang van het
KTP en ontwikkeling van de spaar- en investeringsunie. De komende tijd blijft Nederland,
samen met de andere vijf lidstaten, zich constructief opstellen bij de onderhandelingen
over het KTP in de Raad. Hiertoe zal Nederland ook met andere lidstaten in gesprek
treden om tot ambitieuze compromissen te komen en om de onderhandelingen over het
KTP nog dit jaar af te kunnen ronden. Uw Kamer zal via de geannoteerde agenda’s en
verslagen van de Eurogroep en Ecofinraad doorlopend worden geïnformeerd over de ontwikkelingen.
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën