Brief regering : Stand van zaken bioswap
32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid
30 196
Duurzame ontwikkeling en beleid
Nr. 1566
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
EN VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juni 2026
Aanleiding
Aan uw Kamer is toegezegd dat het kabinet nadere informatie verschaft over de stand
van zaken met betrekking tot de toepasbaarheid van de administratieve CO2-toedeling (ook wel genoemd: «bioswap»).1, 2 In deze Kamerbrief geven wij een stand van zaken.
ETS-regelgeving
Uit juridische analyse blijkt dat administratieve CO2-toedeling van biogene en fossiele CO2 niet binnen de actuele EU-emissiehandelssysteem (ETS) regelgeving past3. De Monitorings- en Rapportageverordening (MRV) bevat regels en voorgeschreven methoden
voor monitoring en rapportage van broeikasgasemissies door exploitanten van ETS-installaties.
Deze emissies moeten volledig, transparant en zo nauwkeurig mogelijk worden gemonitord
en gerapporteerd. Hierin is uitgewerkt dat de werkelijke, fysieke emissies moeten
worden vastgesteld, waardoor administratieve toedeling niet mogelijk is. De Europese
Commissie bevestigt deze analyse.
Kabinetsinzet
Het kabinet heeft, samen met de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), onderzocht waar
exact de administratieve CO2-toedeling botst met de huidige regelgeving. Specifiek gaat het om drie uitdagingen,
die mogelijk een knelpunt opleveren voor duaal gebruik van CO2-transport, gebruik en permanente opslag in Nederland:
1) Samengevoegde stromen: Fossiele en biogene CO2 komen samen in de pijpleiding en mengen. Het biogene deel kan niet administratief
gescheiden worden van het fossiele deel. Hoewel transport en levering van deze stromen
mogelijk blijven, vereisen de regels voor monitoring en rapportage dat CO2 stromen proportioneel worden toegerekend. Door deze voorgeschreven methode is het
niet toegestaan om ETS-voordelen toe te rekenen op basis van contractuele afspraken
ten aanzien van CO2-levering.
2) Gemengde CO2-stromen: CO2-stromen die bij de invoeding in het transportnetwerk al zowel een fossiele als biogene
component bevatten. Ook bij deze stromen geldt dat biogeen en fossiele CO2 niet van elkaar gescheiden kunnen worden en naar rato aan de afnemer worden toegerekend.
Bij deze stromen is CO2 al gemengd bij de bron. Een voorbeeld hiervan zijn de emissies van afvalverbrandingsinstallaties
(AVI’s).
3) Seizoensverrekening: Zowel fossiele als biogene CO2 ontstaat het gehele jaar door. Het oorspronkelijke idee van de administratieve toedeling
was om biogene CO2 en fossiele CO2 te «swappen» over het seizoen. De reden hiervoor is dat in de zomerperiode, met veel
lichtinval waardoor gewassen sneller groeien, de beschikbaarheid van CO2 in de kas onvoldoende hoog is en additionele CO2 wordt gedoseerd in de glastuinbouw.
Het kabinet vindt het belangrijk dat CO2-transportnetwerken efficiënt gebruikt kunnen worden. Om tot een oplossing te komen
voor deze drie uitdagingen heeft het kabinet, in samenwerking met de NEa, een oplossingsrichting
gepresenteerd aan de Europese Commissie. De Europese Commissie heeft het signaal verwelkomd
en hierop aangegeven belang te hechten aan investeringen in afvang, transport, vastlegging
en opslag van CO2. De Commissie wil zich inzetten voor een snelle technische aanpassing van de regels
voor monitoring, rapportage en verificatie om administratieve verrekening mogelijk
te maken, al vooruitlopend op de herziening van het ETS. Dit proces is opgestart en
zal de komende maanden verder worden doorlopen.
Wij houden uw Kamer op de hoogte van de voortgang.
Gerelateerde punten
Graag maken we van de gelegenheid gebruik om de stand van zaken weer te geven van
enkele gerelateerde onderwerpen;
– In het komende jaar zal gewerkt worden aan de herziening van de ETS-regelgeving die
gericht is op implementatie in de volgende emissiehandelsperiode, vanaf 2031. Bij
deze aankomende herziening wordt een rol voorzien voor permanente koolstofverwijdering,
waarbij de permanente opslag van biogene CO2 wordt beloond.
– Verschillende emittenten willen gebruikmaken van OCAP-transport om via de OCAP-leiding
hun CO2 permanent op te slaan bij het Aramis-project. Onzekerheid over de mogelijkheden voor
administratieve toerekening leidt tot onduidelijkheid over de te kiezen transportroute
en opslag bij Aramis. De betrokken partijen bij Aramis, OCAP en de emittenten hebben
aangegeven uiterlijk juli 2026 meer duidelijkheid te moeten krijgen over de mogelijkheid
om administratief toe te rekenen. Verwacht wordt dat de Europese Commissie in juni
2026 zal informeren over de beoogde oplossingsrichting.
– De kortcyclische en langcyclische Carbon Capture and Utilisation (CCU)-sector is in
ontwikkeling. Bij niet-permanente CCU-toepassingen zoals de ontwikkeling van e-fuels
wordt biogene CO2 gebruikt om synthetische biobrandstoffen te maken. De recent aangekondigde investering
van SkyNRG biedt Nederland een interessante nieuwe industrie.
– De grote onzekerheid ten aanzien van de beschikbaarheid van CO2 in de toekomst, geeft noodzaak tot extra aandacht voor CO2-besparing binnen de glastuinbouw. We weten uit eerder onderzoek van WSER dat als
de sector 4,3 Mton CO2-equivalenten uitstoot, door aardgasgebruik in warmtekrachtkoppelingen (wkks), er
nog zeker externe CO2 nodig is om het huidige productieniveau van de glastuinbouw te behouden.4 Besparing is één van de onderkende acties in het randvoorwaardenprogramma. Zuinig
gebruik is zeker ook relevant gezien de verwachting dat niet-fossiele CO2 in de toekomst flink duurder zal worden, zeker als de permanente vastlegging ervan
beloond gaat worden.
– De CO2-emissie over 2024 voor de glastuinbouwsector heeft RVO vastgesteld op 5.173.111 ton
CO2. Aangezien dit lager is dan het voor 2024 vastgestelde sectorplafond (5,4 Mton CO2) zal er over dit laatste jaar van het CO2 sectorsysteem geen heffing aan de individuele glastuinders worden opgelegd.5 Conform het «Convenant energietransitie glastuinbouw 2022–2030» geldt met ingang
van 2025 de individuele CO2-heffing voor glastuinbouwbedrijven.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
Indieners
-
Indiener
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Medeindiener
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei