Brief regering : Reactie op verzoek commissie inzake 3-den; problemen bij passende ondersteuning
29 538 Zorg en maatschappelijke ondersteuning
Nr. 375
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juni 2026
U heeft op 22 april 2026 verzocht om te reageren op een brief die uw vaste commissie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft ontvangen. Met deze brief voldoe ik
aan dit verzoek.
De schrijver van de brief geeft aan een structureel probleem te zien in de toegang
tot zorg en ondersteuning, specifiek wanneer gemeenten zelf partij zijn in een casus.
Allereerst wil ik aangeven dat ik het betreur dat mevrouw ervaart dat er regelmatig
burgers, waaronder zij zelf, tussen de systemen vallen en hierdoor niet de benodigde
ondersteuning ontvangen en dat er hierbij sprake is van een onvoldoende onafhankelijke
beoordeling van de benodigde ondersteuning. Voor persoonlijke vragen passend bij haar
situatie kan mevrouw zich wenden tot het lokale Wmo-loket, onafhankelijke cliëntondersteuning
of tot Het Juiste Loket. Het Juiste Loket is een onafhankelijk informatie- en adviespunt
voor vragen over de Jeugdwet, Wmo2015, Wet Langdurige Zorg of Zorgverzekeringswet.
In de brief wordt de vraag gesteld hoe onafhankelijke toegang tot ondersteuning gewaarborgd
wordt wanneer de gemeente zelf partij is, en welke landelijke kaders hiervoor nodig
zijn. Hier wil ik graag op ingaan. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor verschillende
vormen van ondersteuning. Omdat deze vraag aan de commissie van VWS is gesteld, zal
ik mij in deze brief focussen op de beantwoording van deze vraag vanuit het perspectief
van de toegang tot ondersteuning vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo2015).
Toegangsprocedure Wmo-ondersteuning: kaders en rechtsbescherming
Wanneer een inwoner een hulpvraag heeft, kan diegene zich melden bij de gemeente waar
diegene ingeschreven staat. Dit kan via het Wmo-loket of een sociaal wijkteam. Na
het doen van de melding, moet de gemeente binnen uiterlijk 6 weken een onderzoek doen
naar de situatie en welke ondersteuning passend is. In de regel beslaat het onderzoek
mede een gesprek met een Wmo-consulent. Tijdens het onderzoek kan een inwoner aangeven
wat diegene nodig heeft, wat de omstandigheden zijn en of er naasten zijn die al ondersteuning
bieden of iets zouden kunnen doen. Bij afronding van het onderzoek kan een maatwerkvoorziening
worden aangevraagd; dat is een besluit van het college. Hierbij kan de gemeente kijken
of een algemene voorziening een passende oplossing is. Door middel van het besluit
krijgt de inwoner antwoord op de vraag welke ondersteuning passend wordt geacht. Indien
de inwoner niet tevreden is met het besluit kan diegene in bezwaar en eventueel daarna
in beroep gaan bij de rechter. Daarnaast zijn er mogelijkheden om een klacht in te
dienen over bijvoorbeeld de bejegening tijdens het gesprek. Sommige gemeenten hebben
een eigen klachtvoorziening met eigen ombudsman om klachten in behandeling te nemen
en sommige gemeenten zijn aangesloten bij de Nationale ombudsman voor de afhandeling
van klachten en laten de behandeling van klachten direct via die route verlopen. Wanneer
iemand niet tevreden is met de klachtafhandeling via de gemeente, kan alsnog contact
opgenomen worden met de Nationale ombudsman. De lokale of Nationale ombudsman geldt
als onafhankelijke instantie die de klachtbehandeling van de gemeente kan bezien.
Gedurende het hele proces voorafgaand en tijdens de aanvraag kan iemand gebruik maken
van gratis onafhankelijke cliëntondersteuning (artikelen 2.2.4 en 2.3.2 Wmo 2015).
Een cliëntondersteuner kan ondersteunen in het proces, het verwoorden van de hulpvraag,
de inwoner voorzien van informatie en advies en meedenken. De client heeft het recht
om bij het onderzoek gebruik te maken van de clientondersteuner. Vanwege de onafhankelijke
positie heeft de cliëntondersteuner geen stem in de toekenning van ondersteuning.
Voor de Wmo2015 geldt dat dit een wet is die decentraal wordt uitgevoerd. Dat betekent
dat gemeenten ruimte hebben om op basis van lokale keuzes invulling te geven aan deze
wet. Hierbij gelden de kaders vanuit de Wmo2015 en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In het proces van toegang tot ondersteuning bij de gemeente zitten zoals hierboven
geschetst verschillende mogelijkheden om de positie van de inwoner en de rechtsbescherming
daarbij te waarborgen.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Indieners
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport