Brief regering : Kabinetsreactie op het onderzoek 'De lhbtiq+-opvattingen van jongeren'
30 420 Emancipatiebeleid
Nr. 447
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juni 2026
Gelijkwaardigheid en vrijheid zijn fundamentele waarden in onze democratische rechtsstaat.
Deze waarden zijn niet onderhandelbaar. In Nederland ben je vrij om jezelf te zijn
en te houden van wie je wilt. Dat is waar het kabinet voor staat. In de Nederlandse
samenleving is ruimte voor een diversiteit aan opvattingen. Verschillende opvattingen
kunnen naast elkaar bestaan, maar aan de gelijkwaardigheid van mensen valt niet te
tornen. De vrijheid van de één mag nooit ten koste gaan van de vrijheid van de ander.
Het onderzoek De lhbtiq+-opvattingen van jongeren is uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam (UvA) in opdracht van het Ministerie
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In deze brief geeft het kabinet een reactie
op dit onderzoek. Daarmee komt het kabinet tegemoet aan het verzoek van de vaste commissie
voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om de kabinetsreactie vóór het Commissiedebat
Emancipatie van 25 juni aanstaande te ontvangen. Deze kabinetsreactie behelst een
overzicht van de onderzoeksresultaten, een reactie op het onderzoek en de vervolgstappen
die dit kabinet zet voor het bevorderen van lhbtiq+-acceptatie en -veiligheid.
Daarbij bouwt het kabinet voort op de bredere inzet op emancipatiebeleid voor een
Nederland waarin iedereen gelijkwaardig is en zich veilig voelt om zichzelf te zijn.
Aanleiding en resultaten van het onderzoek
De aanleiding voor het onderzoek door de UvA zijn de resultaten van de Gezondheidsmonitor
Jeugd 2023. Hieruit bleek dat het aandeel leerlingen van klas 2 en 4 van het voortgezet
onderwijs dat homoseksualiteit normaal vindt, in enkele GGD-regio’s daalde met ongeveer
20%.1 Tegelijkertijd nam het percentage leerlingen dat homoseksualiteit verkeerd vindt
toe.2 Om meer zicht te krijgen op de denkbeelden van jongeren heeft mijn ambtsvoorganger
in de Kamerbrief Emancipatie3 na Kamervragen van de leden Becker (VVD)4 en Van Zanten (BBB)5 toegezegd een onderzoek te laten uitvoeren naar de opvattingen van jongeren over
lhbtiq+ personen en de verklarende factoren die hierbij een rol kunnen spelen.
Het onderzoek bestaat uit een literatuurstudie6 en een empirische studie7. De empirische studie maakt gebruik van twee kwantitatieve datasets met meer dan
30.000 Nederlandse jongeren tussen de 12–18 jaar op meer dan honderd middelbare scholen.
De oorspronkelijke opzet voorzag in een nieuwe dataverzameling, maar dat bleek vanwege
de AVG-wetgeving niet uitvoerbaar.8
De lhbtiq+-opvattingen van jongeren over tijd
De opvattingen zijn in de periode 2021–2024 grotendeels stabiel gebleven, met een
zeer kleine verschuiving naar negatievere opvattingen. De literatuurstudie legt een
discrepantie bloot tussen landelijke studies en recente regionale studies. Uit landelijke
studies blijkt dat er sinds 2009 sprake is van een stijgende acceptatie, waarbij jongeren
over het algemeen positieve opvattingen hebben over homoseksuele en lesbische personen.
Recente regionale studies laten zien dat in enkele GGD-regio’s het percentage jongeren
dat homoseksualiteit normaal vindt, met ongeveer 20% is gedaald in 2023 ten opzichte
van 2019/21.9 Dit zijn uitkomsten die tot zorg leiden, maar volgens de onderzoekers bieden deze
cijfers onvoldoende basis om te spreken van een trend.
De opvattingen van jongeren verschillen sterk. Een meerderheid van de jongeren onderschrijft
algemene waarden: 59% vindt dat iedereen gelijk is ongeacht seksuele gerichtheid,
41% onderschrijft dit niet, 65% van de jongeren vindt dat je zelf mag bepalen op wie
je verliefd wordt. Jongeren hebben gemiddeld negatievere opvattingen over zichtbare
thema’s rond genderidentiteit: 54% heeft negatievere opvattingen over gender, 61%
over genderneutrale toiletten en 41% over Paarse Vrijdag.
Samenhang met demografische en sociale factoren
De lhbtiq+-opvattingen van jongeren zijn een complex samenspel van factoren, waarbij
er niet één factor als enige aanwijsbaar is. De opvattingen van jongeren hangen samen
met verschillende demografische en sociale factoren:
– Conservatisme: jongeren met brede conservatieve sociaal-maatschappelijke opvattingen
hebben gemiddeld negatievere lhbtiq+-opvattingen dan jongeren met progressievere sociaal-maatschappelijke
opvattingen;
– Geslacht: jongens denken gemiddeld negatiever over lhbtiq+-thema’s dan meiden. Dit
verschil is het kleinst op het vmbo en het grootst op het vwo.
– Godsdienst: religieuze jongeren hebben gemiddeld negatievere lhbtiq+-opvattingen dan
niet-religieuze jongeren, ongeacht religieuze affiliatie. Onder religieuze jongeren
hebben islamitische jongeren negatievere lhbtiq+-opvattingen dan christelijke en andersgelovige
jongeren.
– Leerweg: vmbo-leerlingen hebben negatievere lhbtiq+-opvattingen dan havo- en vwo-leerlingen.
Uit de literatuurstudie blijkt dat migratieachtergrond en leeftijd een rol spelen
bij opvattingen over homoseksualiteit. De onderzoekers stellen dat er één studie is
die laat zien dat jongeren met een migratieachtergrond of etnische minderheidsstatus
gemiddeld minder positieve opvattingen hebben over homoseksuele personen dan jongeren
zonder deze kenmerken. Studies geven geen eenduidig beeld over het effect van leeftijd
op lhbtiq+-opvattingen. In tegenstelling tot de literatuurstudie vindt de empirische
studie geen significant verband met migratieachtergrond en leeftijd. De signalen uit
de literatuur verdienen aandacht, maar vanwege het beperkte onderzoek is voorzichtigheid
geboden met het trekken van conclusies.
Aanbevelingen
Het rapport geeft aanbevelingen om lhbtiq+-acceptatie onder jongeren te bevorderen:
1. Stimuleren van een open dialoog en initiatieven door jongeren zelf;
2. Ontwikkelen van interventies op maat;
3. Investeren in deskundigheidsbevordering van professionals;
4. Verankeren van diversiteitsbeleid in praktijk en organisaties.
Kwalificatie
Het onderzoek draagt bij aan het inzicht in hoe Nederlandse jongeren denken over lhbtiq+-thema’s.
Het is het eerste onderzoek dat op deze schaal de opvattingen van jongeren van 12
tot 18 jaar in kaart brengt inclusief aanwijzingen voor de samenhang met demografische
en sociale factoren. De resultaten bevestigen het belang van continue landelijke monitoring.
De kwalificatie van de opvattingen vraagt wel om enige terughoudendheid. De onderliggende
stellingen kunnen op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Bijvoorbeeld «Alle
scholen moeten Paarse Vrijdag vieren» kan betekenen dat respondenten Paarse Vrijdag
wel steunen (op hun eigen school), maar niet vinden dat het een verplichting voor
alle scholen moet zijn.
Betekenis van het onderzoek voor beleid
De meerderheid van de jongeren onderschrijft de gelijkwaardigheid van mensen met verschillende
seksuele oriëntaties. Dat is bemoedigend. Tegelijkertijd is het zorgwekkend dat een
aanzienlijk deel van de jongeren heteroseksuele en homoseksuele personen niet als
gelijkwaardig beschouwt. Het kabinet erkent dat verschillende opvattingen over lhbtiq+-thema’s
naast elkaar kunnen bestaan in een vrije en diverse samenleving. Dergelijke overtuigingen
mogen op grond van de Nederlandse wetgeving echter nooit een rechtvaardiging vormen
voor uitsluiting, discriminatie en verbaal of fysiek geweld. Het wordt dan ook problematisch
wanneer opvattingen worden omgezet naar schadelijk handelen. Dit maakt het des te
relevanter om opvattingen tijdig te signaleren, zodat de eventuele stap naar schadelijk
handelen kan worden voorkomen.
Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van ons allen om te zorgen voor een samenleving
waarin we respectvol met verschillen omgaan en iedereen veilig zichzelf kan zijn.
Het kabinet ziet het als zijn taak om gelijke behandeling van personen te bevorderen
en de veiligheid van lhbtiq+ personen te bevorderen.
Het onderzoek laat zien dat de opvattingen en omgangsvormen van jongeren worden gevormd
door contacten met ouders en leeftijdsgenoten zoals thuis, in de buurt, bij sportverenigingen
of uitgaansgelegenheden, op online platforms en sociale media of bij religieuze instanties.
Hier ligt een kans voor het zichtbaar uitdragen van normen gericht op het belang van
gelijkwaardigheid en gelijke behandeling en het actief tegengaan van discriminatie.
Het onderzoek laat zien dat opvattingen ontstaan in een complexe samenhang van demografische
en sociale factoren. Dit laat zien dat opvattingen zich niet laten herleiden tot één
kenmerk. De opvattingen in de periode 2021–2024 zijn grotendeels stabiel gebleven.
Dit sluit aan bij de trend die landelijke onderzoeken laten zien. De recente regionale
bevindingen schetsen een zorgwekkend beeld. Ook al is het nog te vroeg om te spreken
van een dalende trend, ik neem deze signalen serieus. Ze passen in een bredere context
waarin de ervaren veiligheid en het welzijn van lhbtiq+ personen in Nederland onder
druk staan.
Vervolg op het onderzoek
De bevindingen onderstrepen de noodzaak om blijvend in te zetten op een samenleving
waarin respect voor gelijkwaardigheid, ieders seksuele oriëntatie en genderidentiteit
vanzelfsprekend is. Het kabinet voert actief beleid om de acceptatie en veiligheid
van lhbtiq+ personen te bevorderen. Hieronder geef ik een overzicht van het lopende
beleid om acceptatie van lhbtiq+ personen te vergroten. In de Emancipatienota, die
ik na de zomer naar uw Kamer stuur, worden de vervolgstappen en aanvullend beleid
uiteengezet.
Veiligheid van lhbtiq+ personen verbeteren
In het coalitieakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 848, nr. 31) is aangekondigd dat het kabinet werkt aan de acceptatie, veiligheid en emancipatie
van lhbtiq+ personen, onder meer door uitvoering van het Regenboogakkoord. Samen met
de Minister van Justitie en Veiligheid werk ik daarnaast aan de uitvoering van de
Versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid 2026–2029, gericht op het verbeteren van de veiligheid van lhbtiq+ personen, waaronder ook
jongeren. De aanpak behelst meer aandacht voor de veiligheid van lhbtiq+ personen
bij instanties, het vergroten van de persoonlijke vrijheid van lhbtiq+ personen en
meer aandacht voor de veiligheid van lhbtiq+ personen als maatschappelijke norm. In
opvolging van de aanbevelingen van de Kinderombudsman verken ik, in overleg met de
Minister van JenV en waar passend de Minister voor Langdurige zorg, Jeugd en Sport
hoe meer oog kan worden gehouden voor de positie van jongeren binnen de Versterkte aanpak.
Hierover wordt uw Kamer geïnformeerd in de voortgangsrapportage die eind 2026 verschijnt,
waarmee ik uitvoering geef aan motie Podt (D66)10. Daarnaast ondersteunt het Programma Regenboogsteden 56 gemeenten en provincies bij
het bevorderen van acceptatie en veiligheid van lhbtiq+ personen. Gemeenten werken
samen met de politie, horeca en anti-discriminatievoorzieningen aan de veiligheid
op straat en bij het uitgaan.
Onderwijs ter ondersteuning van respect
De wettelijke burgerschapsopdracht draagt scholen in het primair en voortgezet onderwijs
op om actief burgerschap en sociale cohesie onder leerlingen te bevorderen en om leerlingen
kennis en respect bij te brengen van en voor de basiswaarden van de democratische
rechtsstaat en verschillen tussen mensen. Scholen zijn ook wettelijk verplicht om
in het curriculum aandacht te besteden aan diversiteit, bijvoorbeeld in seksuele oriëntatie,
via de kerndoelen «burgerschap» en «mens en maatschappij» zoals vastgelegd in wet-
en regelgeving. Daarnaast hebben scholen in het primair en voortgezet onderwijs een
wettelijke zorgplicht voor de sociale veiligheid van leerlingen. Om deze te versterken
ligt het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs voor in uw Kamer. Met dit wetsvoorstel
krijgen we beter zicht op de veiligheid, goede ondersteuning en begeleiding bij onveiligheid
en een jaarlijkse evaluatie van het veiligheidsbeleid. De beoogde inwerkingtreding
is 1 augustus 2027. Ik ondersteun daarnaast Stichting School & Veiligheid (SSV), de
landelijke expertise-organisatie voor sociale veiligheid op school. SSV ondersteunt
scholen met informatie en advies voor sociale veiligheid op school, bijvoorbeeld via
gendi.nl met informatie over gender- en seksuele diversiteit. Ook ondersteun ik het
project Aan het begin van de Regenboog van COC Nederland, waarmee leraren in het primair onderwijs handvatten krijgen om
diversiteit bespreekbaar te maken en een veilige leeromgeving voor lhbtiq+ leerlingen
te bevorderen.
Gerichte samenwerking tussen maatschappelijke organisaties
De allianties Kleurrijk en Vrij, Jong Gelijk en Verandering worden ondersteund bij
het bevorderen van lhbtiq+-acceptatie. Alliantie Kleurrijk en Vrij bestaat uit COC
Nederland, Transgender Netwerk, NNID en Bi+ Nederland. De alliantie ondersteunt scholen,
docenten en vrijwilligers bij het organiseren van Paarse Vrijdag in het voortgezet
onderwijs en mbo en Gender and Sexuality Alliances (GSA’s) op scholen. Een GSA is een groep die leerlingen kunnen starten om solidariteit
te tonen met lhbtiq+ leerlingen of herkenning en erkenning te vinden. Jaarlijks organiseren
duizenden scholen Paarse Vrijdag en GSA’s zijn een bekend begrip in het onderwijs.
Tot slot bevordert COC kennisuitwisseling en goede voorbeelden via een docentennetwerk.
De alliantie Jong Gelijk is een samenwerking tussen Rutgers, Colored Qollective, Femmes
for Freedom, de Nationale Jeugdraad en Stichting Plattelandsjongeren. De alliantie
werkt vóór en dóór jongeren met verschillende achtergronden en zet zich in voor een
samenleving waarin jongeren elkaar ruimte geven om zich vrij te ontwikkelen op het
gebied van gender en seksualiteit. Tot slot bestaat de alliantie Verandering van binnenuit
2.0 uit het Consortium Zelfbeschikking, LCC+ en Movisie. Deze alliantie draagt bij
aan de veiligheid en acceptatie van onder andere lhbtiq+ personen in gesloten gemeenschappen
door te werken met «voorlopers» uit de gemeenschappen.
Monitoring
De onderzoeksresultaten bevestigen het belang van landelijke monitoring. Het is daarom
positief dat lhbtiq+-acceptatie voor het eerst landelijk wordt gemonitord in de Gezondheidsmonitor
Jeugd 2026. De resultaten worden in 2027 verwacht. Daarnaast verwacht de Universiteit
van Amsterdam in 2027 een nieuwe studie te publiceren met focus op de invloed van
sociale media en de manosfeer ten aanzien van opvattingen van jongeren over lhbtiq+
personen. Ik kijk met grote belangstelling uit naar beide onderzoeken.
Op basis van beide onderzoeken ga ik in gesprek met gemeenten via de VNG en met scholen
over de aanpak van lhbtiq+-acceptatie en discriminatie. Daarmee voer ik de motie Van
der Plas (BBB) uit.11 In de tussentijd blijft het kabinet zich inzetten voor het bevorderen van lhbtiq+-acceptatie
en -veiligheid. In de Emancipatienota worden de nadere vervolgstappen uiteengezet.
Tot slot
Een Nederland waarin gelijkwaardigheid, vrijheid en solidariteit voor eenieder zijn
gewaarborgd, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We kunnen niet toestaan dat
op deze fundamentele waarden wordt ingeboet. Het onderzoek De lhbtiq+-opvattingen van jongeren bevestigt de vermoedens dat de opvattingen over de gelijkwaardigheid van lhbtiq+
personen bij een deel van de jongeren onder druk staan. Het kabinet beschouwt neemt
deze signalen serieus en zet zich vol overtuiging in om basiswaarden van de democratische
rechtsstaat te versterken.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Indieners
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap