Brief regering : Voortgang Noordzee natuur
33 450 Mariene Strategie voor het Nederlandse deel van de Noordzee
Nr. 141
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juni 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang en ontwikkelingen in een aantal
dossiers over het Noordzee natuurbeleid. In deze brief ga ik in op Noordzeeakkoord
(NZA)(Kamerstuk 33 450, nr. 68) afspraak 4.38 m.b.t. 1,2% bodembescherming waarmee ik ook invulling geef aan het
verzoek van de vaste Kamercommissie LVVN om het besluit van mijn voorganger te heroverwegen.
Daarnaast ga ik in op NZA-afspraak 4.34 m.b.t. aanwijzing Natura 2000-gebied Hollandse
Kust, waarmee ik ook reageer op de brief van de Noordzeeoverleg voorzitter van 18 december
2025. Vervolgens geef ik een update over de Natuurcompensatie Voordelta en het wijzigingsbesluit
Natura 2000-gebied Bruine Bank. Tot slot zal ik ook stil staan bij de uitspraak rechtszaak
handhavingsverzoek Natura 2000-gebied Doggersbank.
Noordzeeakkoord afspraak 4.38: bodembescherming in 1,2% van Noordzee
In het Noordzeeakkoord is afgesproken om in 2030 15% van de Nederlandse Noordzee te
vrijwaren van bodemberoerende visserij in ecologisch waardevolle gebieden. Deze maatregel
draagt bij aan de wettelijke natuurverplichtingen (o.a. de Vogel- en Habitatrichtlijn
(VHR) en Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM)). Voor 13,8% is in het NZA afgesproken
waar deze bodembescherming plaatsvindt, voor 1,2% nog niet. Mijn voorganger heeft
besloten om de resterende 1,2% bodembescherming, die nodig is om te komen tot volledige
15% bodembescherming in 2030, in te vullen met de volgende gebieden:
• Natura 2000-gebied Doggersbank: 0,5% van de Nederlandse Noordzee.
• KRM-gebied Friese Front (uitbreiding): 0,3%.
• Natuurcompensatie Voordelta (NCV): 0,4%.
Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de motie-Flach c.s1. Dit besluit wijkt voor de locatie Fries Front (uitbreiding) af van de conclusies
van het NZO, zijnde:
• Natura 2000-gebied Doggersbank: 0,8% van de Nederlandse Noordzee.
• Natuurcompensatie Voordelta (NCV): 0,4%.
In dit besluit heeft de voormalig Staatssecretaris Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur (SLVVN) zo veel mogelijk rekening gehouden met de impact op de Nederlandse
visserijsector, het beschermen van ecologische waardevolle gebieden, het aansluiten
op het internationale netwerk van beschermde gebieden, en de handhaafbaarheid van
de afspraken over bodembescherming in deze gebieden.
De vaste Kamercommissie2 van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heeft aan mij en SLVVN
gevraagd of ik van plan ben de inzet van mijn ambtsvoorganger te volgen of de conclusies
van het Noordzeeoverleg van 24 september 2025 over te nemen. Via deze Kamerbrief reageer
ik mede namens SLVVN en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (MIenW) op dit
verzoek. Samen met de Staatssecretaris van LVVN wil ik allereerst benadrukken dat
we veel waarde hechten aan het Noordzeeoverleg waarin alle partijen zich hebben ingezet
om tot gezamenlijke conclusies te komen. We willen onze dank uitspreken aan de voorzitter
van het NZO en alle partijen in het NZO die hebben bijgedragen aan het proces van
de afgelopen jaren. Wij zijn ons ervan bewust dat de NZO-conclusies na een lang proces
en veel overleg tot stand zijn gekomen. Aangezien de NZO-conclusies niet op consensus
konden rekenen, omdat de visserijsector ze niet kon steunen, heeft onze voorganger
besloten om op zoek te gaan naar een balans waarin zowel recht wordt gedaan aan de
te beschermen natuurwaarden maar ook rekening wordt gehouden met draagvlak vanuit
de visserijsector. Daarin is besloten een deel van de NZO-conclusies over te nemen
waar wél consensus over is en daarnaast ook tegemoet te komen aan de visserijsector
vanwege de impact op deze sector. Wij volgen dit besluit en vinden het van belang
dit besluit niet op zichzelf te laten staan, maar met deze brief onderdeel te maken
van een bredere afweging die we op de Noordzee te maken hebben in het licht van het
versterken van de natuurwaarden met voldoende maatschappelijk draagvlak. Wij zijn
voornemens de Europese procedure voor het daadwerkelijk komen van instandhoudingsmaatregelen
in de gekozen gebieden conform de voorgaande Kamerbrief3 op te starten.
Noordzeeakkoord afspraak 4.34: aanwijzing Hollandse Kust
In het Noordzeeakkoord is afgesproken (afspraak 4.34) dat er onafhankelijk onderzoek
wordt uitgevoerd om vast te stellen of bepaalde gebieden kwalificeren onder de Vogelrichtlijn
(Natura 2000), en indien dit het geval is deze gebieden zo spoedig mogelijk aan te
wijzen, uiterlijk in 2025. Vanuit de Europese wetgeving zijn lidstaten overigens ook
verplicht om gebieden aan te wijzen die op basis van objectieve en wetenschappelijke
criteria van bijzonder belang zijn voor de bescherming van vogelsoorten.
Uit eerder onderzoek is gebleken dat het gebied Hollandse Kust van significant belang
is voor verschillende vogelsoorten en voldoet aan de criteria voor aanwijzing als
Vogelrichtlijngebied.4, 5 Op 1 september 2025 is met uw Kamer het vervolgonderzoek concentratiegebieden voor
vogels van (inter)nationaal belang op zee gedeeld (Kamerstuk 33 450, nr. 134). Het bijbehorende rapport is met de Verzamelbrief Natuur januari 2026 gepubliceerd.6 De aanwezigheid van relevante soorten en de ecologische functie van het gebied maken
dat aanwijzing noodzakelijk is om te voldoen aan de genoemde Europese verplichtingen.
Op 18 december 2025 heeft de voorzitter van het Noordzeeoverleg een brief gestuurd
aan de toenmalig SLVVN met het verzoek om het gebied zo spoedig mogelijk aan te wijzen.
Via deze brief reageer ik zoals ik met haar heb afgesproken op dit verzoek in afstemming
met SLVVN en MIenW.
Ik acht het van belang dat we op koers blijven en de noodzakelijke Noordzeenatuur
beschermen en herstellen waar nodig. Ik heb daarom de intentie om het gebied Hollandse
Kust aan te wijzen als Vogelrichtlijngebied (Natura 2000), in lijn met het verzoek
uit de brief van de NZO-voorzitter. Daartoe worden momenteel de benodigde voorbereidingen
getroffen. Ik ben voornemens om nog dit jaar een ontwerpbesluit tot aanwijzing ter
inzage te leggen. Dit ontwerpbesluit zal overeenkomstig de geldende procedures openstaan
voor zienswijzen.
Natuurcompensatie Voordelta
Met de landaanwinning voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte zijn onder de Habitatrichtlijn
(Natura 2000) beschermde natuurwaarden verloren gegaan in het Natura 2000-gebied Voordelta.
In 2003 heeft de Europese Commissie ingestemd met de compensatiemaatregelen, op grond
van de wettelijke verplichtingen, die het toenmalige kabinet had voorgesteld. In 2024
informeerde de toenmalige Minister voor Natuur en Stikstof uw Kamer over het voorgenomen
besluit over een alternatief voor dat afgesproken maatregelenpakket. Dit alternatief
heeft geleid tot de motie-Flach c.s.7, waarmee de regering onder meer wordt verzocht om te komen tot een aangepast besluit.
In navolging van die motie is mijn ambtsvoorganger, Staatssecretaris van LVVN, gekomen
tot een alternatieve invulling. Zoals de motie ook verzoekt, is het alternatief ter
overeenstemming voorgelegd aan Eurocommissaris Roswall.
Ik ben in afwachting van een formele reactie van de Europese Commissie op dat alternatief.
Na ontvangst van de reactie zal ik, afhankelijk van de ruimte die daarvoor is, mij
beraden op de vervolgstappen op dit dossier. Ik verwacht uw Kamer hierover kort na
het zomerreces te kunnen informeren.
Wijzigingsbesluit Natura 2000-vogelgebied Bruine Bank
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in juli 20258, in het kader van het hoger beroep over het Natura 2000-vogelgebied Bruine Bank,
geoordeeld dat voor Vogelrichtlijngebieden instandhoudingsdoelen moeten worden vastgesteld
voor alle Vogelrichtlijn Bijlage I-soorten en trekvogels die daar in «significante
hoeveelheden» (oftewel in «meer dan verwaarloosbare mate») voorkomen.
In navolging van deze uitspraak betekent dit dat er in het aanwijzingsbesluit voor
het Vogelrichtlijngebied Bruine Bank meer instandhoudingsdoelen zullen moeten worden
opgenomen. Dit betekent dat er meer vogelsoorten beschermd zullen worden in dit vogelgebied.
Ik ben voornemens om conform de uitspraak van de rechter zeven vogelsoorten met een
instandhoudingsdoelstelling toe te voegen aan het aanwijzingsbesluit voor de Bruine
Bank. Daarnaast moeten er landelijke doelen komen voor de soorten die nog niet eerder
beschermd zijn in Vogelrichtlijngebieden, maar nu wel nieuw in beeld komen. Ik werk
momenteel aan de uitwerking van het ontwerpbesluit en de bijbehorende doelen. Ik ben
voornemens om dit jaar het definitieve wijzigingsbesluit te publiceren.
Uitspraak rechtszaak handhavingsverzoek Natura 2000-gebied Doggersbank
Bij uitspraak van 11 mei 2026 heeft de rechtbank Den Haag de vrijstelling van de natuurvergunningplicht
voor visserijactiviteiten in de zin van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB)
binnen de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ) onverbindend verklaard. Dit
betekent dat alle Nederlandse vissers die willen vissen in de open gebieden van de
Doggersbank moeten kunnen aantonen dat hun activiteiten niet kunnen leiden tot het
in gevaar brengen van het halen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen (significante
gevolgen). Zo niet, dan is een natuurvergunning op basis van een Passende Beoordeling
nodig. Dit geldt voor alle visserijactiviteiten in alle Natura 2000-gebieden, dus
niet alleen de Doggersbank. Indien aantasting van de natuurlijke kenmerken van het
betrokken Natura 2000-gebied blijkens de passende beoordeling zijn uit te sluiten,
kan de natuurvergunning worden verleend.
Ik ga in hoger beroep tegen de uitspraak omdat het gaat om een principieel vraagstuk;
namelijk de juridische verhouding tussen het Gemeenschappelijk Visserijbeleid en de
Habitatrichtlijn. Daarnaast is het voor mij nu niet helder of de onverbindend verklaring
van de vrijstelling van de natuurvergunningplicht geldt ten aanzien van alleen de
activiteiten van de Nederlandse vissers in de EEZ, of dat ook de activiteiten van
de buitenlandse vissers gelet op de werking van de Habitatrichtlijn nu ook onder een
vergunningplicht zouden vallen. Dit is van belang om te kunnen zorgen voor een gelijk
speelveld.
Tot slot
Met bovenstaande besluiten wil ik verdere stappen zetten in de voortgang en ontwikkeling
van het Noordzee natuurbeleid. Daarbij zet ik mij in voor de benodigde stappen naar
écht structureel natuurherstel en duidelijkheid. Uiteindelijk hebben we allen belang
bij de gezonde Noordzee natuur. Als de Noordzee natuur gezond en veerkrachtig is kunnen
we duurzame activiteiten een realistisch toekomstperspectief bieden. Dit is een gezamenlijke
opgave. Dit maakt ook dat ik oog heb voor maatschappelijk draagvlak en dit meeweeg
in mijn beslissingen.
Ik zal de Tweede Kamer op de hoogte houden van de voortgang op in deze brief benoemde
dossiers.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
Indieners
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur