Brief regering : Reactie op de tussenrapportage van de rapporteur 'Herziening Kaderrichtlijn Water in verband met het RESourceEU actieplan' en inzet met betrekking tot de herziening van de Kaderrichtlijn Water
27 625 Waterbeleid
Nr. 740
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juni 2026
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft mij verzocht te reageren
op de tussenrapportage van de rapporteur Herziening Kaderrichtlijn Water (KRW) in
verband met het RESourceEU actieplan, en tevens aan te geven wat mijn inzet is met
betrekking tot de herziening van de KRW.
Dit sluit aan bij de opdracht uit het coalitieakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 848, nr. 31) om bij de herziening van de KRW in te zetten op simplificatie en bij de motie van
de leden Heutink en Stoffer die verzoekt om normen van de KRW te versimpelen.1
Ik zal achtereenvolgens ingaan op de tussenrapportage, op de overige Europese trajecten
die raken aan herziening van de KRW en de vereenvoudigingen die ik nationaal wil gaan
doorvoeren.
Tussenrapportage van de rapporteur Herziening Kaderrichtlijn Water in verband met
het RESourceEU actieplan
Met het RESourceEU-actieplan2 zet de Europese Commissie (EC) in op het veiligstellen van de voorziening in kritieke
grondstoffen, het verminderen van afhankelijkheden en versterken van het concurrentievermogen.
Als uitwerking hiervan heeft de EC:
• Op 22 mei een handreiking gepubliceerd3 met uitleg over de bestaande regelgeving en een toelichting dat de KRW geen belemmering
hoeft te zijn voor activiteiten, zoals mijnbouw, en;
• Een verzoek om input (call for evidence4) gepubliceerd om te onderzoeken hoe de waterwetgeving kan worden vereenvoudigd om
de toegang tot kritieke grondstoffen te verbeteren, zonder de bescherming van waterkwaliteit
en volksgezondheid in gevaar te brengen.
De kern van de reactie van Nederland op de call for evidence in relatie tot kritieke grondstoffen5 was dat Nederland:
– Veel belang hecht aan het effectiever maken van EU-wetgeving en regelgeving waarin
bedrijven kunnen floreren, zonder afbreuk te doen aan de doelstellingen van de EU-wetgeving;
– Geen knelpunten ervaart bij projecten met kritieke grondstoffen in relatie tot de
KRW;
– Risico’s ziet bij eventuele versoepeling van de KRW-doelen, omdat dit negatieve gevolgen
kan hebben voor Nederland als benedenstrooms land en
– Een volledige effectenbeoordeling (impact assessment) van een eventuele KRW-wijziging essentieel is.
Deze lijn is vergelijkbaar met de conclusie uit de tussenrapportage van de rapporteur
van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat.
Met het laatste punt wordt ook invulling gegeven aan de motie-Vellinga-Beemsterboer6 die het kabinet oproept te pleiten voor een effectenbeoordeling.
De rapporteur van de Kamer geeft aan dat de EC op 16 april jl. de eerste resultaten
van de call for evidence heeft gepresenteerd. In dit overleg gaf de EC aan dat er 3113 reacties zijn ontvangen,
waarvan ongeveer 2/3 uit Duitsland. De meeste reacties kwamen van burgers die zich
zorgen maken over de bescherming van de leefomgeving. De EC gaf aan dat er na een
eerste analyse geen duidelijk bewijs is geleverd voor een probleem met winning van
delfstoffen door de EU-regelgeving, maar benoemde wel dat er knelpunten kunnen zijn
in nationale regelgeving en administratieve procedures met betrekking tot vergunningverlening.
In de daaropvolgende tafelronde gaven verschillende lidstaten aan, waaronder lidstaten
met diverse mijnbouwprojecten, tegen versoepeling van de KRW te zijn. Aangegeven werd
dat er met huidige KRW voldoende instrumenten zijn om de lozingen te beoordelen. Ook
werd benoemd dat versoepeling van de KRW een verschuiving van lasten naar publiek
zal betekenen, bijvoorbeeld omdat de kosten voor drinkwater zullen stijgen. Eén lidstaat
gaf aan dat zij graag meer tijd krijgt om aan de doelen van de KRW te voldoen.
Tot slot gaf de EC in dit overleg aan dat zij een eventuele wijziging van de KRW beperkt
wil houden tot de Europese projecten voor kritieke grondstoffen. Ook heeft de EC toegezegd
dat voor deze eventuele wijziging een effectenbeoordeling zal worden uitgevoerd, waarbij
is toegelicht uit welke onderdelen die zal bestaan.7 Het is positief dat de EC meldt dat deze effectenbeoordeling gaat plaatsvinden en
dat daarin ook aandacht zal zijn voor de buitenlandse belasting. Als de EC met een
nieuw voorstel komt, zal ik de Kamer daarover informeren. De verwachting is dat eventuele
voorstellen voor aanpassing van de KRW niet eerder dan in het najaar zullen worden
gepubliceerd. Dat betekent dat de doorwerking daarvan ook pas na 2027 merkbaar zal
zijn. De motie van het lid Vellinga-Beemsterboer beschouw ik hiermee als afgedaan.
Overige Europese trajecten die raken aan herziening van de Kaderrichtlijn Water
Wijzigingsrichtlijn 2026/805
Momenteel werkt Nederland aan de implementatie van de herziening van de KRW, de Richtlijn
Prioritaire stoffen en de Grondwaterrichtlijn.8 In deze herziening worden onder andere de lijsten met stoffen en normen geactualiseerd.
De Kamer is afgelopen januari geïnformeerd over een tweetal nieuwe uitzonderingen
op de KRW-doelstelling «geen achteruitgang» die met deze wijziging aan de KRW zijn
toegevoegd.9 Door deze nieuwe uitzonderingen, die mede dankzij de inzet van Nederland zijn gerealiseerd,
ontstaat meer ruimte voor een aantal gangbare praktijken. De aanpassingen treden in
werking nadat de richtlijn in Nederlandse regelgeving is geïmplementeerd. De deadline
hiervoor is 21 december 2027.
Milieuomnibus
De Europese Commissie heeft sinds het voorjaar van 2025 in totaal 10 vereenvoudigingspakketten,
de zogenaamde «omnibussen», gepresenteerd. Op 10 december 2025 heeft de EC het Milieuomnibuspakket10 gepubliceerd, met daarin voorstellen voor het vereenvoudigen van milieuwetgeving.
Met de Milieuomnibus beoogt de EC de implementatie van bestaande milieuwetgeving te
faciliteren, alsook de administratieve lasten voor bedrijven te verminderen. De Kamer
heeft een BNC-fiche ontvangen11 en is ook over dit traject geïnformeerd door de Staatssecretaris van Infrastructuur
en Waterstaat.12
In de mededeling bij de Milieuomnibus is de KRW is genoemd als één van de richtlijnen
waarvoor milieubeoordelingen gestroomlijnd zouden kunnen worden. In de komende tijd
worden stresstesten uitgevoerd voor onder meer de KRW en de Kaderrichtlijn Mariene
Strategie. Het gaat daarbij niet om de doelen van de KRW, maar om de beoordeling of
de wetgeving nog steeds geschikt is om de doelen op een kostenefficiënte manier te
verwezenlijken, onder meer door mogelijkheden te identificeren om de onnodige administratieve
lasten bij de uitvoering ervan te verminderen. Er wordt toegewerkt naar een stemming
over de Raadspositie in het najaar van 2026 onder het Iers Voorzitterschap van de
Raad van de EU.
Grids Package
Daarnaast heeft de EC op 10 december 2025 het European Grids Package13 gepubliceerd. Het pakket is gericht op het versnellen van de ontwikkeling van een
goed geïntegreerde Europese energie-infrastructuur en het efficiënter benutten van
bestaande netten. In het BNC-fiche14 is aangegeven dat met de recente aanpassingen van de KRW het kabinet van mening is
dat de KRW voldoende balans biedt tussen bescherming van de milieukwaliteit en ruimte
voor nieuwe ontwikkelingen zoals de aanleg van elektriciteitsnetten en energieprojecten.
Het streven van het EU-voorzitterschap is om tot algemene oriëntatie te komen op de
Energieraad van 26 juni a.s.
Structured dialogues
De rapporteur verwijst in haar tussenrapportage naar de «structured dialogues». Dit
zijn gesprekken die de EC voert met alle lidstaten, gericht op het verbeteren van
de uitvoering van de KRW. Dit gaat dus niet over de herziening van de KRW.
Op 13 en 14 april heeft de tweede ronde ambtelijke gesprekken met Nederland plaatsgevonden.
Dit zal resulteren in een gesprek tussen Eurocommissaris Roswall en mij, daarbij zal
naar verwachting ook de Minister van LVVN aanwezig zijn. De EC heeft als doel om vervolgens
de gezamenlijke afspraken die in dat overleg worden gemaakt, te publiceren. Het gesprek
wordt naar verwachting na de zomer ingepland.
Nationale versimpeling van de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water
De Kamer heeft een motie van de leden Heutink en Stoffer aangenomen die verzoekt om
«direct te starten met het versimpelen van de nationaal vastgestelde normen van de
Kaderrichtlijn Water»15.
Opgemerkt wordt dat Nederland sinds de inwerkingtreding van de KRW maximaal gebruik
heeft gemaakt van de flexibiliteit die de richtlijn biedt. Onder meer door het overgrote
deel van de waterlichamen aan te wijzen als sterk veranderd of kunstmatig en door
te werken met een fijnmazige typering van waterlichamen met bijbehorende maatwerknormen.
Deze systematiek is juist gekozen om te voorkomen dat normen onnodig streng uitpakken
voor specifieke waterlichamen. Dit verklaart mede de huidige complexiteit. Daarnaast
heeft Nederland al maximaal gebruik gemaakt van de KRW-uitzondering om het bereiken
van de KRW-normen in de tijd te faseren.
In deze context is verkend hoe «versimpelen van de nationaal vastgestelde normen»
kan worden geïnterpreteerd en uitgewerkt. Hierbij is uitgegaan van het vereenvoudigen
van de systematiek, structuur of toepassing van de nationaal vastgestelde KRW-normen,
met als doel deze begrijpelijker, consistenter of beter uitvoerbaar te maken, zonder
afbreuk te doen aan de wetenschappelijke onderbouwing. Een versimpeling kan in de
praktijk drie verschillende effecten hebben op de uitkomst van de toepassing van de
norm, namelijk een versoepeling van de eisen, geen effect of strengere eisen.
Het blijkt dat bepaalde inhoudelijke versimpelingen, met name harmonisatie tussen
richtlijnen, in de praktijk zouden leiden tot strengere eisen. Dit komt doordat vereenvoudiging
kan betekenen dat:
• de strengste norm leidend wordt;
• Europese minimumlijsten volledig worden overgenomen zonder nationale differentiatie
voor gebiedsgerichte situaties;
• minder uitzonderingen of verfijningen mogelijk zijn.
Daarmee ontstaat een spanningsveld tussen het gehanteerde begrip «versimpelen» en
het feitelijke verzwarende effect op de doelen. Het risico bestaat dat een ogenschijnlijke
vereenvoudiging materieel resulteert in zwaardere eisen voor sectoren zoals landbouw
en industrie.
Met het uitgangspunt dat versimpeling niet mag leiden tot verslechtering van de waterkwaliteit
en vermoedelijk ook niet tot substantiële verzwaring van de eisen (dat hebben de indieners,
zo blijkt uit de motivering bij de motie, niet beoogd), overweeg ik de volgende concrete
aanpassingen:
1. Schrappen van nationale normen voor stroomgebiedspecifieke stoffen als deze een (nieuwe)
Europese norm krijgen;
2. Nationale stroomgebiedspecifieke stoffen schrappen als die langjarig geen normen meer
overschrijden. Hiermee neemt de monitorings- en rapportageinspanning af;
3. Verminderen van het aantal biologische parameters in de rapportage aan de EC.
Deze aanpassingen zal ik met de bestuurlijke partners bespreken in het Bestuurlijk
Overleg KRW en daarna zal ik de Kamer informeren over de aanpassingen die daadwerkelijk
doorgevoerd kunnen worden.
Daarnaast zet ik samen met provincies (verantwoordelijk voor de KRW-doelen van regionale
wateren) de bilaterale afstemming voort met de buurlanden over normen van met name
nutriënten in grenswateren, zodat die waar mogelijk meer gelijk worden gesteld. Ik
beschouw de motie hiermee als afgedaan.
Tot slot
In het coalitieakkoord is opgenomen dat de waterkwaliteit structureel wordt verbeterd.
In dat kader zet Nederland bij de herziening van de KRW in op simplificatie, met als
doel te komen tot een ambitieuze en realistische richtlijn, die ruimte biedt om samen
met relevante waterpartners concrete verbeterplannen uit te werken en de risico’s
van watervervuiling te verkleinen.
Er is veel in beweging binnen Europa dat kan leiden tot herziening van de KRW. De
rapporteur van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat doet goede aanbevelingen
voor de tweede fase van haar onderzoek. Daarbij zoekt zij de inbreng van kennisinstellingen
en verbreding naar departementen die raken aan het belang van waterkwaliteit. Ik blijf
in het vervolg van dit proces graag optrekken met de Kamer en zal u op de hoogte houden
van nieuwe Europese ontwikkelingen.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat