Brief regering : Inzet Internationale Arbeidsconferentie 2026
29 427 ILO-verdragen
Nr. 134
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 mei 2026
Hierbij informeer ik u, mede namens de Ministers van Werk en Participatie en van Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking, op hoofdlijnen over de inzet van het Koninkrijk
der Nederlanden tijdens de 114e Internationale Arbeidsconferentie (hierna: IAC) van de Internationale Arbeidsorganisatie
(hierna: IAO). De IAC vindt dit jaar plaats van 1 tot en met 12 juni in Genève.
De IAO is een tripartiete VN-organisatie waarin overheden, werkgevers en werknemers
samenwerken. De IAO heeft een sleutelrol in het vormgeven van een inclusieve, toekomstbestendige
arbeidsmarkt. Als normstellende organisatie ontwikkelt en handhaaft zij internationale
arbeidsnormen en spreekt daarbij landen aan op schendingen. Ook stimuleert de organisatie
beleid dat gericht is op fatsoenlijk werk en sociale rechtvaardigheid. De vijf centrale
doelstellingen van de IAO – het bevorderen van werkgelegenheid, het waarborgen van
veilige en gezonde werkomstandigheden, het versterken van sociale bescherming, het
stimuleren van sociale dialoog en het bevorderen van internationale arbeidsnormen
– vormen hierbij de basis.
Door het opstellen en handhaven van wereldwijde minimumnormen creëert de IAO een gelijker
speelveld, waar zowel werkgevers als werknemers, in binnen- én buitenland, van profiteren.
Het Koninkrijk heeft belang bij een internationaal systeem dat gebaseerd is op regels.
Die regels helpen om internationale samenwerking in goede banen te leiden, mensenrechten
te bevorderen en om een gelijk speelveld voor onze bedrijven te creëren. Het onafhankelijk
toezichtsmechanisme van de IAO is hierbij van groot belang – verderop beschrijf ik
de inzet hierop tijdens de IAC.
Een goed ondernemersklimaat en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden gaan hand in hand
met duurzame productiviteit en sociaaleconomische vooruitgang. Het tripartiete karakter
van de IAO biedt een uniek platform om deze thema’s te bespreken. Een goed werkende
sociale dialoog, zowel internationaal als nationaal, is cruciaal om sterk te staan
voor de uitdagingen en kansen van een snel veranderende economie en arbeidsmarkt.
Tot slot biedt de IAO ook een platform om ideeën en inzichten uit ons Koninkrijk te
delen met andere landen en internationale sociale partners. Andersom dragen de kennis,
kunde en technische assistentie van de IAO bij aan oplossingen voor uitdagingen die
in het Koninkrijk spelen op het vlak van werk en sociaal beleid.
Inzet van de Koninkrijksdelegatie bij de IAC
Het Koninkrijk is nauw betrokken bij de werkzaamheden van de IAO en onderschrijft
haar missie. De IAC is het belangrijkste besluitvormingsorgaan van de IAO en komt
jaarlijks in juni bijeen. Namens het Koninkrijk zal ik dit jaar deelnemen aan een
deel van de IAC. Vanuit Curaçao, Sint-Maarten en Aruba zullen dit jaar geen Ministers
deelnemen. De landen zijn, net als Nederland, wel tripartiet vertegenwoordigd.
In mijn toespraak tot de plenaire vergadering zal ik onze steun uitspreken voor het
werk van de IAO, juist in deze onzekere economische tijden van geopolitieke onrust.
Ik zal daarbij ingaan op de essentiële rol van de organisatie in het bevorderen van
fatsoenlijk werk en sociale rechtvaardigheid, met aandacht voor zowel het onafhankelijke
toezichtsmechanisme als het unieke tripartiete karakter. Bovendien zal ik het belang
van sociale dialoog en tripartisme benadrukken.
Het Koninkrijk zet zich actief in voor de versterking van de internationale sociale
dialoog en voor samenwerking binnen de IAO tussen verschillende groepen landen. Dit
komt niet alleen de werking van de IAO ten goede maar past ook bij onze inzet op strategische
partnerschappen in een veranderende geopolitieke wereldorde. Om het belang van effectieve
internationale tripartiete samenwerking te benadrukken, zal ik gesprekken voeren met
de IAO en de internationale werkgevers- en werknemersvertegenwoordigingen tijdens
de IAC. Daarbij zal ik onder meer ingaan op de meerwaarde van sociale dialoog en tripartisme,
een inclusieve arbeidsmarkt waarin iedereen kan meedoen, en talentontwikkeling die
daarbij past.
Hieronder ga ik in op de inzet op enkele hoofdonderwerpen van de 114e IAC:
Belangrijke onderwerpen op de agenda van de 114e IAC1
1) De toepassing en naleving van verdragen en aanbevelingen;
2) Normstelling op het gebied van fatsoenlijk werk in de platformeconomie;
3) Sociale dialoog en tripartisme;
4) Het bevorderen van gendergelijkheid op de werkvloer;
5) Voorzitterschap van de overheidsgroep
Ad 1) De toepassing en naleving van verdragen en aanbevelingen
Binnen het Conferentiecomité over de toepassing en naleving van arbeidsnormen (CAS)
vindt jaarlijks een algemene discussie over een specifiek thema plaats. Ook bespreekt
de IAC jaarlijks vierentwintig zaken over inbreuken op bestaande verdragen en aanbevelingen,
en vinden er twee speciale zittingen over landensituaties plaats.
Het Koninkrijk zal zich sterk maken voor de effectieve implementatie van IAO-verdragsverplichtingen,
in het bijzonder waar het de fundamentele verdragen2 betreft.
Thematische discussie
De thematische discussie gaat dit jaar over het bevorderen van fatsoenlijk werk en
werkgelegenheid voor vrede en weerbaarheid.3 In IAO-verband gebeurt dit via Aanbeveling nr. 205.4 Het IAO-rapport bevat een analyse van internationale trends, uitdagingen en kansen
op dit terrein en schetst de wereldwijde stand van zaken van wet- en regelgeving op
dit gebied. Ook gaat het rapport in op het mandaat van de IAO in tijden van crisis
en bij het mitigeren van de effecten van crises op de economie en maatschappij. De
discussie biedt de tripartiete geledingen de mogelijkheid hierop te reflecteren.
In het rapport spreekt de IAO zich positief uit over PROSPECTS als een model dat de
rol van internationale samenwerking bij het ondersteunen van crisispreventie en -beperking
goed illustreert. PROSPECTS is een samenwerking van Nederland met de IAO, UNHCR, UNICEF,
de International Finance Corporation en de Wereldbank. Het door Nederland opgezette
internationale partnerschap ondersteunt vluchtelingen en gastgemeenschappen in het
Midden-Oosten en Noord-Afrika en de Hoorn van Afrika met toegang tot basisvoorzieningen,
bescherming, onderwijs en werk. De IAO moedigt andere lidstaten ten zeerste aan om
gebruik te maken van dergelijke modellen. Het rapport plaatst PROSPECTS als een concreet
voorbeeld van hoe lidstaten Aanbeveling nr. 205 in de praktijk kunnen brengen. Deze
expliciete verwijzing onderstreept de rol van Nederlandse steun bij het bevorderen
van de implementatie van internationale arbeidsnormen in kwetsbare en door ontheemding
getroffen contexten.
Landenzaken
Voorafgaand aan het CAS wordt ieder jaar een achtergrondrapport gepubliceerd met observaties
van de onafhankelijke commissie van experts5 ten aanzien van inbreuken op bestaande verdragen en aanbevelingen. De commissie raadt
aan om dit jaar in elk geval de zaken Eritrea (verdrag 29 betreffende gedwongen of
verplichte arbeid), Mali (verdrag 182 betreffende het verbod op en de onmiddellijke
actie voor de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid) en Rusland (verdrag
87 betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming
van het vakverenigingsrecht) te bespreken.
De bespreking dient ertoe de overheid in kwestie aan te moedigen nadere stappen te
nemen om de naleving van een specifiek verdrag te garanderen. Daarnaast selecteren
internationale werkgevers- en werknemersorganisaties op de eerste zittingsdag van
het CAS nog 21 andere zogenoemde landenzaken. Daarbij wordt gelet op de ernst van
de inbreuk en op de geografische spreiding.
Speciale zittingen inzake Belarus en Myanmar
Verder vinden speciale zittingen van het CAS plaats over Belarus en over Myanmar.
Voor Belarus gaat het om de niet-naleving van IAO-verdrag nr. 87 (vrijheid tot het
oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakbondsrecht) en IAO-verdrag
nr. 98 (recht op organisatie en collectieve onderhandelingen). Voor Myanmar gaat het
ook om de niet-naleving van IAO-verdrag nr. 87 en verder om IAO-verdrag nr. 29 (gedwongen
of verplichte arbeid). Beide zittingen zijn onderdeel van de uitvoering van resoluties
die in juni 2023 respectievelijk juni 2025 zijn aangenomen over maatregelen jegens
deze landen op grond van artikel 33 van de IAO-statuten.6 Het Koninkrijk maakt zich met gelijkgezinde partners sterk voor volledige naleving
van deze resoluties.
Ad 2) Normstelling op het gebied van fatsoenlijk werk in de platformeconomie
In de platformeconomie manifesteren zich voor werkenden zowel kansen als bedreigingen
als gevolg van technologische innovatie. De normstelling binnen de IAO heeft als doel
hiervoor een internationaal kader op te stellen.
Normstelling in de IAO vindt plaats tijdens twee opeenvolgende IAC’s. Tijdens de IAC
van 2025 heeft het tripartiete comité besloten dat er een verdrag en een aanbeveling
zullen worden opgesteld. De IAO heeft, mede op basis van de onderhandelingen tijdens
de IAC van 2025, conceptteksten voor een verdrag en aanbeveling gepubliceerd waarover
wordt onderhandeld tijdens de komende IAC.7
Het verdrag zal een kader bieden voor fatsoenlijk werk voor werkenden in de platformeconomie.
De daaraan verbonden aanbeveling kan lidstaten ondersteunen bij het formuleren van
nationaal beleid.
Het Koninkrijk steunt deze doelen en streeft naar een breed gedragen verdrag met aanbeveling,
dat zoveel mogelijk aansluit bij de EU-richtlijn betreffende de verbetering van de
arbeidsvoorwaarden bij platformwerk. Daarbij acht het Koninkrijk een goede balans
van duurzame ontwikkeling van de platformeconomie, bescherming van werkenden en een
gelijk speelveld van belang. Of deze inzet kan worden geeffectueerd hangt, zoals gebruikelijk
bij internationale onderhandelingen, af van het krachtenveld.
Ad 3) Sociale dialoog en tripartisme
Tijdens deze zitting van de IAC zal een periodieke bespreking plaatsvinden over sociale
dialoog en tripartisme. Tijdens de vorige discussie in 2018 is er een actieplan aangenomen
door de IAO. Leden van de IAO werden opgeroepen om vrijheid van vereniging en vrijheid
van collectief onderhandelen te respecteren en te implementeren en ervoor te zorgen
dat hiervoor een wettelijk kader is.
De huidige discussie vindt plaats aan de hand van een rapport van de IAO met daarin
een analyse van de stand van zaken van de sociale dialoog en tripartisme wereldwijd.
Te midden van toenemende geopolitieke spanningen en escalerende handelsconflicten
is sociale dialoog belangrijker dan ooit. Echter, de uitdagingen zijn aanzienlijk.
Hoewel sommige lidstaten hun inzet voor sociale dialoog hebben versterkt, is de naleving
van de vrijheid van vakvereniging en collectief onderhandelen verslechterd.
Bovendien hebben de toezichthoudende organen van de IAO andere zorgwekkende ontwikkelingen
geconstateerd, waaronder een beperkte maatschappelijke ruimte en schendingen van het
recht om zich te organiseren en collectief te onderhandelen. Ook zorgt de hoge mate
aan informaliteit voor obstakels in de toegang tot de sociale dialoog. De discussie
gaat naar verwachting over het aanpassen van prioriteiten en actieprogramma’s van
de IAO om tegemoet te komen aan de behoeften van de lidstaten en de sociale partners
op dit terrein.
Het Koninkrijk zal de meerwaarde van inclusieve sociale dialoog benadrukken. De sociale
dialoog speelt een cruciale rol bij het vinden van oplossingen voor problemen op de
arbeidsmarkt door het realiseren van een gelijk speelveld van arbeidsvoorwaarden en
in het stimuleren van concurrentievermogen in nauwe samenhang met sociale rechtvaardigheid.
Voor een effectieve sociale dialoog zijn sterke, representatieve en onafhankelijke
werknemers- en werkgeversorganisaties vereist. Dit zullen we actief uitdragen. Daarnaast
vindt het Koninkrijk het van algemeen belang dat de lidstaten de fundamentele IAO-verdragen
ratificeren en implementeren. In het kader van de discussie over de sociale dialoog
en tripartisme gaat het met name om Verdragen 87 (vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen
en de bescherming van het vakbondsrecht), 98 (recht op organisatie en collectieve
onderhandelingen) en 144 (tripartiete consultatie).
Ad 4) Het bevorderen van gendergelijkheid op de werkvloer
Er vindt ook een comité over het bevorderen van gendergelijkheid op de werkvloer plaats.
Deze heeft als opdracht om een agenda op dit onderwerp vorm te geven, volgend uit
de in 2019 aangenomen IAO Centenary Declaration for the Future of Work.8 De bespreking wordt gevoerd aan de hand van een IAO-rapport waarin de stand van zaken
en recente ontwikkelingen worden geanalyseerd, en zal dienen om de IAO sturing te
bieden op het thema gendergelijkheid op de werkvloer. Daarnaast dient de bespreking
om verdere sturing te geven aan de implementatie van het in april aangenomen IAO-actieplan
voor gendergelijkheid 2026–2029.9
De IAO ziet verbeteringen in gendergelijkheid in de eerste 25 jaar van deze eeuw.
Wereldwijd zijn deze verbeteringen echter bescheiden en ongelijk verdeeld tussen landen
en regio’s. Structurele en systemische belemmeringen, waaronder discriminatie, diepgewortelde
sociale normen en ongelijke zorgverantwoordelijkheden, blijven genderongelijkheid
op de arbeidsmarkt in de hand werken. De IAO stelt dat landen door nu te handelen
aanzienlijke lange termijn voordelen kunnen veiligstellen.
Het Koninkrijk hecht veel waarde aan gendergelijkheid, non-discriminatie en het bevorderen
van gendermainstreaming in het beleid van de IAO. De IAO verdragen 100 (gelijke beloning)
en 111 (discriminatie in beroep en beroepsuitoefening) zijn fundamentele verdragen
van de IAO. Het Koninkrijk zet zich in om deze principes verder te brengen. Tegelijkertijd
zet het Koninkrijk zich in om afbreuk van IAO-activiteiten op gendergelijkheid, als
gevolg van veranderende geopolitieke posities, tegen te gaan.
Ad 5) Voorzitterschap van de overheidsgroep
De tripartiete samenstelling van de IAO betekent dat naast overheden, ook werkgevers
en werknemers stemrecht hebben. Het is daarbij voor overheden belangrijk om zich te
kunnen verenigen over de grenzen van regionale groepen heen. Dat gebeurt in de overheidsgroep,
waarvan het voorzitterschap roteert. Tijdens de IAC zal, naar alle waarschijnlijkheid,
het Koninkrijk gekozen worden tot voorzitter voor de periode juni 2026 – juni 2027.
Dit geeft ons invloed en zichtbaarheid en bovendien extra inzicht in verschillende
institutionele processen binnen de IAO. Zo wordt tijdens ons voorzitterschapsjaar
de verkiezing van de DG IAO gehouden en wordt het nieuwe programma & budget voor de
komende twee jaar vastgesteld. Dit alles tegen de achtergrond van de IAO-hervormingen
om de organisatie efficiënter in te richten en in reactie op oplopende financieringstekorten.
Als het Koninkrijk tijdens de IAC wordt verkozen tot voorzitter, dan is het onze taak
om bij deze cruciale ontwikkelingen de overheden op neutrale wijze voor te zitten
en consensus te zoeken tussen de uiteenlopende regionale groepen. Onze eigen inbreng
zal via EU en Industrialized Market Economy Countries (IMEC)10 verband blijven verlopen.
Zesde mondiale conferentie over het tegengaan van kinderarbeid
Tot slot informeer ik u over de uitkomsten van de zesde mondiale conferentie inzake
het tegengaan van kinderarbeid (11-13 februari 2026 te Marrakesh), zoals verzocht
door het lid Kröger in de procedurevergadering van de vaste commissie voor Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 12 maart jl.11 Bij deze conferentie, georganiseerd door de IAO en gastland Marokko, was namens de
Nederlandse overheid een delegatie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
en het Ministerie van Buitenlandse Zaken aanwezig. Ook FNV en een aantal Nederlandse
partners uit het maatschappelijk middenveld12 namen deel.
De Nederlandse overheid heeft in verschillende panels actief uitgedragen dat het tegengaan
van kinderarbeid prioriteit is van Nederland bij de IAO. Voor Nederland staat het
tegengaan van kinderarbeid via internationale handelsketens centraal, omdat Nederland
– als handelsland – vooral daar een verschil kan maken. Door handelsketens te verduurzamen
en toekomstbestendig te maken en door te investeren in duurzame handelsrelaties waarin
geen kinderarbeid voorkomt, worden handelsketens weerbaarder. Sterke handelsketens
komen leveringszekerheid ten goede. Naleving van IMVO-standaarden voorkomt daarnaast
reputatieschade. Kinderarbeid blijft een complex probleem waarbij ook naar grondoorzaken,
zoals armoede, moet worden gekeken. Het tegengaan van kinderarbeid gaat daarom idealiter
samen met het verbeteren van arbeidsomstandigheden voor volwassenen en het toewerken
naar leefbare lonen en inkomens, zoals via collectieve onderhandelingen en verantwoorde
inkooppraktijken. Nederland heeft tijdens de conferentie dan ook benadrukt dat een
multi-stakeholder aanpak, met daarin een duidelijke stem van overheden en andere belanghebbenden
uit productielanden, essentieel is om tot duurzame oplossingen te komen.
Hier zet Nederland samen met de IAO op in via het programma Accelerating action for the elimination of child labour in supply chains in Africa.13
Deze punten kwamen goed naar voren in de eindverklaring van de conferentie, de Marrakech Framework for Action against Child Labour14, die Nederland dan ook steunt. De eindverklaring geeft een duidelijk beeld van de
complexiteit achter kinderarbeid en bevat een uitgebreid overzicht van acties die
nodig zijn om kinderarbeid uit te bannen. Zo bevat de eindverklaring, mede op initiatief
van Nederland, een sterkere paragraaf over het tegengaan van kinderarbeid in waardeketens.
Ook de conclusies van de IAO-bijeenkomst van experts over leefbaar loon15, waar Nederland onderdeel van was, zijn sterk verankerd in de eindverklaring.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid