Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over AccelerateEU – Energy Union (Kamerstuk 22112, nr. 4326)
2026D25651 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft een aantal vragen en opmerkingen
aan de Minister voor Klimaat en Groene Groei voorgelegd over haar brief van 8 mei
2026 over AccelerateEU – Energy Union (Kamerstuk 22 112, nr. 4326)
De voorzitter van de commissie,
Zwinkels
Adjunct-griffier van de commissie,
Teske
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
II
Antwoord/Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsappreciatie van AccelerateEU
– Energy Union. Deze leden onderschrijven het belang van maatregelen die zowel op
de korte termijn bijdragen aan een betaalbare energierekening voor huishoudens en
bedrijven, als op de lange termijn de energietransitie versnellen. Juist de huidige
geopolitieke spanningen laten opnieuw zien hoe kwetsbaar Europa nog altijd is door
de afhankelijkheid van fossiele energie uit instabiele delen van de wereld.
Deze leden benadrukken dat versnelling van de energietransitie cruciaal is om Europa
weerbaarder te maken tegen toekomstige prijsschokken en geopolitieke afhankelijkheden.
Elke extra windmolen op zee, elk extra zonnepaneel op een dak en elke extra warmtepomp
dragen bij aan meer energieonafhankelijkheid, lagere energiekosten en een sterker
Europa.
De leden van de D66-fractie zijn daarom positief over de gecoördineerde Europese aanpak
en lezen met instemming dat de Minister zich in grote lijnen achter de mededeling
schaart. Zij hebben daarbij nog wel enkele vragen.
De leden van de D66-fractie lezen dat de Minister momenteel geen noodzaak ziet om
gebruik te maken van de mogelijkheid om af te wijken van de Europese vuldoelen voor
gasopslag. Onder welke omstandigheden zou de Minister dit wel overwegen?
Deze leden lezen dat de effectiviteit van het gezamenlijke Europese inkoopplatform
voor gas momenteel moeilijk vast te stellen is, onder andere doordat niet inzichtelijk
is of daadwerkelijk contracten zijn gesloten. Welke concrete verbeteringen wil de
Minister in Europees verband voorstellen om de transparantie, effectiviteit en strategische
meerwaarde van dit gezamenlijke inkoopplatform te vergroten?
De leden van de D66-fractie lezen dat de Minister het optimaliseren van de Europese
olieraffinagecapaciteit steunt, mits daarbij ook rekening wordt gehouden met concurrentievermogen
en bioraffinagecapaciteit. Begrijpen zij goed dat de Minister vooral inzet op het
optimaliseren van bestaande raffinagecapaciteit? Waarom ziet de Minister deze crisis
niet juist als aanleiding om versneld in te zetten op verdere opschaling van bioraffinage
en andere duurzame alternatieven voor fossiele brandstoffen?
De leden van de D66-fractie lezen positief over de aangekondigde Europese catalogus
met maatregelen voor energiebesparing en hernieuwbare energie. Welke maatregelen uit
deze catalogus is het kabinet voornemens over te nemen of verder uit te werken in
Nederland?
Deze leden lezen dat de Minister de Europese Commissie oproept om samen met bereidwillige
lidstaten de mogelijkheden voor een heffing op eventuele overwinsten van olie- en
gasbedrijven uit te werken. Begrijpen deze leden goed dat de Minister hiermee uitvoering
geeft aan de motie-Klaver/Paternotte over een Europese aanpak van overwinsten bij
energiebedrijven (Kamerstuk 36 933, nr. 9)? Kan de Minister toelichten welke concrete vervolgstappen het hierin nu in Europees
verband gaat zetten?
De leden van de D66-fractie begrijpen de wens om de concurrentiepositie van de Europese
industrie te beschermen, maar benadrukken dat verruiming van staatssteunregels niet
mag leiden tot het in stand houden van fossiele afhankelijkheden. Kan de Minister
toezeggen dat eventuele verruiming van staatssteunkaders nadrukkelijk gericht blijft
op verduurzaming en niet op langdurige ondersteuning van fossiele productieprocessen?
De leden van de D66-fractie begrijpen dat netcongestie en beperkte infrastructuur
momenteel knelpunten vormen voor verdere elektrificatie. Tegelijkertijd delen zij
de opvatting dat juist verdere elektrificatie cruciaal is voor de opschaling van wind
op zee en het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele energie. Hoe zorgt de
Minister ervoor dat knelpunten rond netcapaciteit niet leiden tot vertraging van elektrificatie,
maar juist aanleiding zijn om versneld te investeren in infrastructuur, flexibiliteit
en vraagontwikkeling?
De leden van de D66-fractie lezen dat de Minister wil dat de eisen voor tijdige correlatie
bij hernieuwbare waterstof later ingaan om de opschaling van elektrolyse te versnellen.
Kan de Minister nader toelichten waarom versoepeling van deze eisen noodzakelijk wordt
geacht en hoe daarbij wordt gewaarborgd dat waterstofproductie daadwerkelijk bijdraagt
aan extra duurzame elektriciteitsproductie en systeemintegratie?
De leden van de D66-fractie lezen dat de Minister het hanteren van lagere energietarieven
voor kwetsbare huishoudens niet uitvoerbaar acht. Kan de Minister nader toelichten
waarom dit volgens de Minister niet uitvoerbaar is en welke technische of beleidsmatige
knelpunten hieraan ten grondslag liggen?
Daarnaast vragen deze leden hoe het kabinet kijkt naar een hervorming van de energiebelasting
waarbij de huidige degressieve tarieven worden vervangen door een meer vlak systeem,
zodat elektriciteit structureel aantrekkelijker wordt ten opzichte van fossiele energie
en grootverbruik minder sterk wordt bevoordeeld.
De leden van de D66-fractie begrijpen de terughoudendheid van de Minister ten aanzien
van nieuwe tijdelijke Europese fondsen, maar delen tegelijkertijd de analyse dat de
verduurzaming van zowel de Europese als de Nederlandse industrie enorme investeringen
vraagt. Welke alternatieven ziet de Minister om deze investeringen voldoende op gang
te brengen?
Welke rol ziet de Minister voor de nog vorm te geven Nationale Investeringsinstelling
bij het versnellen van investeringen in industriële verduurzaming, elektrificatie,
waterstof en hoogwaardige klimaattechnologie in Nederland?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de kabinetsreactie
en hebben hierover nog enkele vragen en aandachtspunten. Deze leden lezen in het voorstel
van de Europese Commissie dat er acties moeten komen om de militaire brandstofinfrastructuur
te versterken. Welke invloed zouden deze acties kunnen hebben voor de Nederlandse
raffinaderijen? Is de Minister bereid samen met hen te kijken op welke manier het
versterken van de Nederlandse productiecapaciteit kan bijdragen aan het oplossen van
dit Europees probleem?
De leden van de VVD-fractie lezen tevens dat het kabinet de Europese Commissie steunt
om de olieraffinagecapaciteit te optimaliseren. Is de Minister bereid in kaar te brengen
welke nationale koppen zorgen voor een slechtere concurrentiepositie van Nederlandse
raffinaderijen binnen de Europese Unie?
De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat de Europese Commissie maatregelen
voorbereid die zijn toegespitst op de energie-intensieve industrie. Deze leden ontvangen
signalen met name uit de Chemische sector dat deze industrie het momenteel erg zwaar
heeft door Chinese concurrentie. Op welke manier wil de Minister zich in Europees
verband inzetten om ervoor te zorgen dat deze concurrentiepositie van Nederlandse
bedrijven ten opzichte van dumping uit China wordt verbeterd? Zijn er voor de Minister
specifieke maatregelen denkbaar binnen dit voorstel van de Europese Commissie om de
hoge kostenstijging van productie binnen de Chemische industrie op te vangen?
De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van het EU Grids Package dat de Europese
Commissie voorstelt de onderhandelingen te versnellen en bestaande regels en initiatieven
voortvarend te implementeren. Deze leden juichen dit ten zeerste toe. Voor welke maatregelen
binnen de EU Grids package ziet de Minister mogelijkheden om deze alvast voor te bereiden
zodat de implementatie snel kan worden voltooid mocht er een onderhandelingsresultaat
worden bereikt? Zij vragen hierbij met name aandacht voor de maatregelen die de vergunningsverlening
van energie infrastructuurprojecten moet versnellen. Tevens heeft de Europese Commissie
in het Grids Package een stikstofuitzondering voorgesteld voor de aanleg van elektriciteitsnetten.
Deze leden vragen de Minister of zij zich wil inzetten om deze uitzondering breder
in te zetten naar andere vormen van energie-infrastructuur. Hoe ziet de Minister daarbij
de samenhang tussen het Grids Package, de Industrial Accelerator Act en de Envoironmental
Omnibus. Biedt de Environmental Omnibus aanvullende ruimte om milieubeoordelingen
voor industriële decarbonisatieprojecten, zoals CCS-infrastructuur, te versnellen?
De leden van de VVD-fractie lezen dat Europa voor 23% afhankelijk is van de import
van kerosine, en juist die importstromen zijn vrijwel volledig gestaakt. Tegelijkertijd
blijven duurzamere alternatieven op korte termijn uit. Op welke manier gaat de Minister
zich in Europees verband inzetten om te kijken hoe deze strategische onafhankelijkheid
kan worden afgebouwd? Deelt de Minister de mening dat een verdere vermindering van
raffinagecapaciteit in Europa zorgt voor meer afhankelijkheid op de lange termijn?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de regering over
AccelerateEU – Energy Union en hebben daarover enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie onderstrepen de noodzaak van maatregelen om de economische
gevolgen van de situatie in het Midden-Oosten en de stijgende energieprijzen het hoofd
te bieden. Zij ondersteunen de inzet op tijdige, gerichte en tijdelijke maatregelen
en de focus op het beschermen van consumenten en industrie, het versterken van het
energiesysteem en het versnellen van de energietransitie.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Europese Commissie de beschikbare olie- en
raffinagecapaciteit nader in kaart wil brengen en aanvullende maatregelen wil identificeren
om deze capaciteit op Europees niveau te optimaliseren. Deze leden vragen de Minister
op welke wijze zij in de Nederlandse context aandacht zal besteden aan het belang
van voldoende raffinagecapaciteit en welke rol Nederland daarin voor zichzelf ziet
weggelegd. Daarbij vragen zij specifiek welk belang de Minister hecht aan voldoende
raffinagecapaciteit in relatie tot de leveringszekerheid van brandstoffen en de militaire
gereedheid van Nederland en Europa. Tevens vernemen deze leden graag hoe de Minister
zich er in Europees verband voor zal inzetten dat de productie van biobrandstoffen
binnen de Europese Unie wordt versterkt, zodat de afhankelijkheid van import van buiten
de EU wordt verminderd en de strategische autonomie van de Unie wordt vergroot.
De leden van de CDA-fractie merken op dat de Europese Commissie een catalogus heeft
gepresenteerd met maatregelen gericht op energiebesparing, het stimuleren van eigen
energieproductie en het vergroten van de efficiëntie van het energiesysteem. Zij vragen
de Minister te reageren op de maatregelen uit deze catalogus en aan te geven welke
voorstellen de Minister steunt en op welke wijze deze in de Nederlandse context kunnen
worden toegepast.
De leden van de CDA-fractie constateren dat de Europese Commissie tevens werkt aan
gerichte aanpassing van de criteria voor hernieuwbare waterstof en een consultatie
over de regels voor waterstof geproduceerd met kernenergie. Deze ontwikkelingen kunnen
van grote invloed zijn op de toekomstige ontwikkeling van de Europese en Nederlandse
waterstofmarkt. Deze leden vragen de Minister wat haar verwachtingen zijn ten aanzien
van deze aanpassingen en op welke wijze Nederland zich zal inzetten in de verdere
Europese besluitvorming hierover?
De leden van de CDA-fractie zijn tevreden met het feit dat de Minister het belang
van de opschaling van biomethaan en de kansen die dit voor de landbouwsector biedt
onderstreept. Deze leden onderschrijven het belang van versnelde vergunningverlening
voor de ruimtelijke inpassing van projecten. Zij vragen de Minister welke concrete
acties zij neemt om bestaande knelpunten voor de productie, infrastructuur en vergunningverlening
van groen gas weg te nemen en verdere opschaling mogelijk te maken.
De leden van de CDA-fractie merken op dat Nederland het uitgangspunt ondersteunt om
elektriciteit fiscaal gunstiger te behandelen dan fossiele energieproducten. Tegelijkertijd
wijst de Minister er terecht op dat de Nederlandse energiebelasting degressieve tarieven
kent, waardoor de budgettaire en beleidsmatige gevolgen van een dergelijke aanpassing
aanzienlijk kunnen zijn. Deze leden vragen de Minister wanneer zij verwacht meer duidelijkheid
te kunnen geven over de concrete gevolgen van het aangekondigde wetsvoorstel voor
de Nederlandse energiebelasting en de mogelijke impact daarvan voor huishoudens en
bedrijven.
De leden van de CDA-fractie merken op dat maatregelen ten aanzien van energiebelastingen
een aanpassing van de Richtlijn Energiebelastingen vereisen, waarvoor normaliter besluitvorming
op basis van unanimiteit geldt. Zij lezen dat echter nog onduidelijk is welke procedure
de Europese Commissie voor ogen heeft bij de verdere uitwerking van deze voorstellen.
Deze leden vragen de Minister of er inmiddels meer duidelijkheid is over de beoogde
besluitvormingsprocedure en wanneer zij hierover meer duidelijkheid verwacht te kunnen
geven aan de Kamer?
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister van
Klimaat en Groene Groei inzake AccelerateEU – Energy Union. Deze leden onderschrijven
dat Nederland en Europa hun energievoorziening weerbaarder moeten maken tegen geopolitieke
schokken. Betaalbare en betrouwbare energie is van vitaal belang voor Nederland. Juist
daarom hebben deze leden zorgen over de richting van de Europese Commissie en de positieve
grondhouding van het kabinet. De energiecrisis mag niet worden gebruikt om nationale
bevoegdheden over energie, belastingen, strategische voorraden en infrastructuur stap
voor stap naar Brussel te verschuiven.
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Europese Commissie de situatie in
het Midden-Oosten aangrijpt voor een breed pakket aan maatregelen op het terrein van
olie, gas, kerosine, staatssteun, elektrificatie, netwerktarieven, energiebelasting
en investeringen. Hoewel het kabinet spreekt over een mededeling en deze brief het
reguliere BNC-fiche vervangt, kondigt de Europese Commissie wel degelijk wetgevende
en niet-wetgevende maatregelen aan. Deze leden vernemen graag welke maatregelen kunnen
leiden tot nieuwe wetgeving en verzoeken de Minister voor deze maatregelen alsnog
een BNC-fiche aan de Kamer te doen toekomen.
De leden van de JA21-fractie zien het belang van praktische samenwerking tussen lidstaten
bij een grensoverschrijdende energiecrisis. Tegelijkertijd mag samenwerking niet betekenen
dat Nederland zeggenschap verliest over gasopslag, strategische olievoorraden, kerosine,
diesel en nationale noodmaatregelen. Wat verstaat de Minister precies onder een sterkere
coördinerende rol van de Europese Commissie bij gasopslag en olievoorraden? Kan de
Minister uitsluiten dat de Europese Commissie via deze crisisrespons meer zeggenschap
krijgt over nationale vuldoelen, de timing van gasinkopen of de vrijgave van strategische
voorraden? Wie beslist uiteindelijk over de inzet van Nederlandse strategische olievoorraden?
De leden van de JA21-fractie vragen waarom het kabinet positief staat tegenover verdere
verbetering van het Europese gezamenlijke inkoopplatform voor gas, terwijl de effectiviteit
daarvan moeilijk vast te stellen is. Hoeveel gas is aantoonbaar via dit platform ingekocht,
tegen welke prijsvoordelen en met welke effecten op de leveringszekerheid? Indien
deze gegevens ontbreken, waarom wordt dan niet eerst geëvalueerd voordat de rol van
het platform wordt uitgebreid?
De leden van de JA21-fractie vragen verder welke scenario’s klaarliggen bij een aanhoudende
verstoring van kerosine- en dieselleveranties. Welke sectoren krijgen prioriteit bij
schaarste? Wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd? Welke rol spelen Nederlandse
raffinagecapaciteit, strategische opslag en haveninfrastructuur in deze scenario’s?
Kan de Minister hierbij uitsluiten dat Nederlandse raffinagecapaciteit, opslagcapaciteit
of doorvoercapaciteit onder Europese coördinatie feitelijk wordt ingezet om tekorten
elders in de EU op te vangen, ook wanneer dit ten koste gaat van Nederlandse leveringszekerheid?
Ten aanzien van militaire brandstofinfrastructuur vragen deze leden waarom de Europese
Commissie hier een rol voor zichzelf ziet. Ligt dit niet primair bij de NAVO en de
lidstaten? Is de Minister bereid in EU-verband als rode lijn te hanteren dat de EU
geen parallelle defensie- of brandstofinfrastructuur moet optuigen naast bestaande
NAVO-structuren?
De leden van de JA21-fractie vinden dat huishoudens en bedrijven beschermd moeten
worden tegen onbetaalbare energie. De eerste prioriteit moet zijn: voldoende aanbod,
lagere lasten en betrouwbare energie. Deze leden zien echter dat de Europese Commissie
ook hier stuurt op energiebesparing, hernieuwbare energie en EU-richtsnoeren voor
nationale maatregelen. Kan de Minister aangeven welke nationale beleidsruimte Nederland
behoudt bij steun aan huishoudens en bedrijven? Hoe voorkomt de Minister dat ogenschijnlijk
vrijblijvende Europese richtsnoeren, catalogi en «best practices» op termijn gaan
functioneren als «soft law» waaraan nationale noodmaatregelen feitelijk worden getoetst?
Het kabinet stelde in de consultatiereactie dat een tijdelijk crisiskader voor staatssteun
in algemene zin nu nog niet noodzakelijk is. Kan de Minister aangeven of dat nog steeds
de Nederlandse positie is, voor welke sectoren Nederland wel gerichte aanpassingen
wil en welke budgettaire plafonds en einddata daarbij worden gehanteerd?
De leden van de JA21-fractie vragen verder of het kabinet zich verzet tegen een EU-brede
overwinstbelasting op olie- en gasbedrijven indien die investeringen schaadt. Kan
de Minister uitsluiten dat een dergelijke belasting zonder Nederlandse instemming
wordt ingevoerd?
De leden van de JA21-fractie zijn niet tegen verduurzaming wanneer deze betaalbaar,
betrouwbaar en uitvoerbaar is. Zij waarschuwen echter voor een eenzijdige nadruk op
elektrificatie, terwijl Nederland kampt met ernstige netcongestie. Leveringszekerheid
vraagt om technologieneutraliteit, niet om een Brusselse voorkeursroute.
Deze leden vragen of de Minister kan uitsluiten dat een Europese elektrificatiedoelstelling
leidt tot bindende nationale verplichtingen, hogere lasten of extra regeldruk. Zal
Nederland zich verzetten tegen bindende doelen zolang de netcapaciteit tekortschiet?
Wat betekent versnelde elektrificatie concreet voor huishoudens en bedrijven die voorlopig
niet kunnen elektrificeren? Loopt Nederland hiermee niet het risico dat delen van
de industrie verder uit Nederland en Europa verdwijnen?
De leden van de JA21-fractie vragen wat het wegnemen van barrières voor elektrificatietechnieken
concreet zal betekenen voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet en kernenergie.
De leden van de JA21-fractie vragen wat het concreet betekent dat elektriciteit lager
belast zou moeten worden dan gas. Worden huishoudens die voorlopig afhankelijk blijven
van gas hierdoor zwaarder belast? Wie betaalt de budgettaire derving als de elektriciteitsbelasting
wordt verlaagd? Kan de Minister uitsluiten dat middeninkomens, mkb’ers en huishoudens
zonder reële overstapmogelijkheid opnieuw de rekening betalen? Kan de Minister bevestigen
dat aanpassing van de Richtlijn Energiebelastingen unanimiteit vereist? Kan de Minister
uitsluiten dat Nederland instemt met of zich neerlegt bij een procedure waarmee nationale
fiscale bevoegdheden op het terrein van energiebelasting via de achterdeur naar Europees
niveau worden verschoven?
De leden van de JA21-fractie vragen wat concreet het versnellen van het Grids Package
betekent. Voor welke opties binnen het Grids Package gaat dit kabinet pleiten? En
welke gevolgen heeft dit voor TenneT, regionale netbeheerders, Autoriteit Consument
& Markt (ACM) en Nederlandse vergunningprocedures?
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Europese Commissie spreekt over zeer
omvangrijke investeringsbehoeften en inzet op EU-middelen, private financiering, ETS-opbrengsten
en een Investment Booster. Deze leden zijn kritisch op elke constructie waarbij Nederland
via EU-fondsen, ETS-rechten of herallocatie van middelen financieel wordt benadeeld.
Kan de Minister aangeven welk deel van de door de Europese Commissie geraamde investeringsopgave
van circa 660 miljard euro per jaar naar verwachting op Nederland neerkomt, welk deel
publiek en privaat moet worden gefinancierd en welke aannames daarbij worden gehanteerd?
Kan de Minister garanderen dat AccelerateEU niet leidt tot hogere Nederlandse EU-afdrachten,
nieuwe gezamenlijke schulden, nieuwe EU-fondsen of afroming van Nederlandse ETS-inkomsten?
Waar komen de aangekondigde 400 miljoen emissierechten voor de Investment Booster
vandaan, wat is de marktwaarde daarvan en wat zijn de gevolgen voor Nederland?
De leden van de JA21-fractie vragen of de Minister bereid is zich te verzetten tegen
nieuwe tijdelijke of permanente EU-fondsen die onder het mom van crisisrespons worden
opgericht. Kan de Minister als rode lijn hanteren dat Nederlandse ETS-opbrengsten
primair beschikbaar moeten blijven voor Nederlandse lastenverlichting, energie-infrastructuur
en concurrentiekracht?
De leden van de JA21-fractie vinden het te beperkt om te stellen dat de mededeling
geen directe financiële gevolgen heeft. De aangekondigde vervolgstappen kunnen wel
degelijk grote indirecte en structurele kosten veroorzaken. Kan de Minister per vervolgvoorstel
aangeven welke financiële risico’s bestaan? Kan de Minister toezeggen dat Nederland
geen politieke steun geeft aan voorstellen waarvan de financiële gevolgen nog niet
volledig in kaart zijn gebracht?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de Minister voorkomt dat Europa fossiele afhankelijkheid
vervangt door nieuwe afhankelijkheden van derde landen voor kritieke grondstoffen,
batterijen, zonnepanelen, windturbines, elektrolysers en andere technologie. Leveringszekerheid
betekent niet alleen minder olie- en gasimport, maar ook minder strategische kwetsbaarheid
elders in de keten. Kan de Minister toezeggen dat Nederland geen voorstellen steunt
die de Nederlandse energiezekerheid verzwakken of nationale zeggenschap onnodig naar
Brussel verschuiven?
De leden van de JA21-fractie blijven zich ook zorgen maken om de concurrentiekracht.
Kan de Minister kwantificeren wat de verwachte gevolgen van de voorgestelde maatregelen
zijn voor de concurrentiepositie van de Nederlandse energie-intensieve industrie ten
opzichte van andere EU-lidstaten, de Verenigde Staten en China?
II Antwoord/Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Zwinkels, voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
C.M. Teske, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.