Brief regering : Actuele ontwikkelingen Diepe Ondergrond
32 849 Mijnbouw
Nr. 312
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 mei 2026
Met het oog op de energietransitie neemt het belang van toepassingen in de diepe ondergrond
verder toe. De diepe ondergrond wordt bijvoorbeeld benut voor aardwarmte, zoutwinning,
CO2-opslag en de opslag van energiedragers. Deze toepassingen kunnen bijdragen aan het
verduurzamen van de industrie, de gebouwde omgeving en het energiesysteem. De verschillende
functies kunnen elkaar beïnvloeden of uitsluiten. Daarnaast vragen deze ontwikkelingen
ook bovengronds om ruimte, bijvoorbeeld voor installaties, leidingen en aansluitingen
op energie-infrastructuur. Dit kan gevolgen hebben voor andere ruimtelijke functies.
Tegen deze achtergrond informeer ik u, mede namens de Staatssecretaris van Klimaat
en Groene Groei, over de voortgang op een aantal mijnbouwdossiers. Daarbij ga ik in
op verschillende toezeggingen aan en verzoeken van de Kamer. Bij al deze dossiers
staat de samenwerking tussen overheden, kennisontwikkeling en een zorgvuldige omgang
met risico’s centraal.
Programma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond
De Kamer is afgelopen januari door mijn voorganger geïnformeerd over de planning en
voortgang van het programma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond (DGDO).1 Dit programma leidt tot een integraal kader voor het gebruik van de diepe ondergrond
in samenhang met andere ruimtelijke en maatschappelijke opgaven in Nederland2. Dit doen we nadrukkelijk samen met de omgeving en belanghebbenden. Sinds januari
zijn er belangrijke stappen gezet. Zo startte in april de terinzagelegging van de
concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau (cNRD) voor de plan-MER. Deze notitie bakent
het onderzoek af naar de milieueffecten van het toekomstige gebruik van de diepe ondergrond
voor de energietransitie. De opbrengsten van de ter inzage legging worden op dit moment
verwerkt. Komende weken vinden daarnaast themasessies met belanghebbenden plaats over
de activiteiten gaswinning, zoutwinning, aardwarmte en waterstofopslag. De themasessies
zijn een vervolg op de regiosessies met decentrale overheden, de participatieve waarde
evaluatie waaraan burgers hebben deelgenomen en maken onderdeel uit van de maatschappelijke
dialoog.
Parralel aan het programma DGDO werkt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
(IenW) aan het programma Bodem, Ondergrond en Grondwater (BOG), dat gaat over de ondiepe
ondergrond. Er wordt voor beide programma’s gewerkt aan een gezamenlijk hoofdstuk,
waarin de huidige gezamenlijke structuurvisie ondergrond (STRONG) verankerd wordt.
Onder gezamenlijk opdrachtgeverschap vinden studies plaats naar de ruimtelijke consequenties
en risico’s van het gebruik van de diepe ondergrond voor geothermie (aardwarmtewinning)
en aanwijzing van Nationale Grondwaterreserves (NGRs).
Traject stimulering aardwarmte
Eerder is de Kamer geïnformeerd over het kabinetsbeleid rond de stimulering van aardwarmte
in Nederland en de uitdagingen die zich daarbij voordoen3. Er is aangekondigd dat het Rijk een meer regisserende rol op zich neemt via de inzet
van een Rijksregisseur4.
Conform eerdere toezegging zijn de belangrijkste thema’s die de verdere opschaling
van aardwarmte doen stagneren inmiddels in beeld gebracht. Het gaat daarbij onder
meer om het ontbreken van voldoende aansluitende financiële instrumenten en infrastructuur,
geologische onzekerheid en doorlooptijden in de vergunningverlening. Op basis van
deze thema’s wordt momenteel met betrokken stakeholders nader het gesprek gevoerd
om te komen tot een gedeeld beeld over mogelijke oplossingsrichtingen die zorgen voor
versnelling van de uitrol van aardwarmte. De motie van lid Flach over het verbeteren
van het investeringsklimaat voor aardwarmteprojecten krijgt hierin een plek5.
Het traject resulteert in een uitvoeringsagenda met daarin concrete maatregelen en
acties voor de korte- en middellange termijn. Hierbij staat zorgvuldige afstemming
met de sectorpartijen, medeoverheden, kennisinstellingen en toezichthouder centraal.
De oplevering van de uitvoeringsagenda is voorzien eind 2026.
Kennisontwikkeling bij Deep Geothermal Observatory Limburg
Verdere opschaling van aardwarmte vraagt niet alleen om passende financiële en bestuurlijke
randvoorwaarden, maar ook om versterking van de kennisbasis over de diepe ondergrond
en de mogelijke effecten van winningstechnieken.
In dat kader wordt ook ingezet op verdere kennisontwikkeling over de diepe ondergrond.
Eén van de provincies waar geothermie mogelijk een rol kan spelen is de provincie
Limburg. In 2022 is een proefboring in Noord-Limburg toegezegd om te onderzoeken wat
de mogelijkheden voor geothermie zijn in de provincie6. Destijds werd géén geschikte locatie gevonden, onder meer door beperkingen in het
stikstofbeleid, onvoldoende afstand tot Natura-2000 gebied in Noord-Brabant en de
geologische eigenschappen in Midden- en Zuid-Limburg.
In een nadere verkenning met medeoverheden is nu alsnog een locatie in beeld gekomen
voor mogelijk vervolgonderzoek. Het voornemen is om in Grubbenvorst (gemeente Horst
aan de Maas) een onderzoeksfaciliteit in te richten, het zogenoemde Deep Geothermal
Observatory Limburg (DGOL). De locatie daar biedt de mogelijkheid om op een toegankelijke
diepte onderzoek te doen, zonder dat eerdere beperkingen zich voordoen. Op deze locatie
zijn omstandigheden die zich normaal gesproken veel dieper in de ondergrond voordoen.
Hierdoor kan de relatie tussen de winning van aardwarmte en mogelijke bodemtrilling
in verbreukte gesteenten onderzocht worden. Meer kennis over deze verbreukte gesteenten
is van belang voor het winnen van aardwarmte uit diepe gesteentelagen in de ondergrond,
zogenoemde ultradiepe geothermie. Bij deze vorm van geothermie worden hogere temperaturen
benut die op grotere diepte in de ondergrond voorkomen.
Op dit moment werken het Ministerie van EZK, Provincie Limburg, TNO en EBN in afstemming
met SodM gezamenlijk aan een onderzoeksprogramma. Onderdeel hiervan is een haalbaarheidsstudie
die eind dit jaar duidelijkheid moet geven in hoeverre de locatie inderdaad bruikbaar
is voor onderzoek. Daarbij wensen de partijen een intentieverklaring met elkaar te
sluiten. Deze intentieverklaring wordt naar verwachting op 1 juni 2026 ondertekend.
Adviesrecht regio aangaande de afhandeling mijnbouwschade in Limburg
Een ander onderwerp waarbij het Kabinet in de afgelopen jaren intensief heeft samengewerkt
met bestuurders van de provincie Limburg en gemeenten Heerlen is de afhandeling van
mijnbouwschade, gerelateerd aan de voormalige steenkoolwinning, in Zuid-Limburg. De
schadeafhandeling is eind december 2025 gestart en het fysieke loket van het Instituut
voor Milieu, Mens, en Mijnbouw Limburg is op 2 januari 2026 geopend. Rijk en regio
vinden het belangrijk om deze samenwerking voort te zetten omdat dit de bewoners en
de schadeafhandeling ten goede komt.
Rijk en regio hebben onder meer afgesproken dat er maandelijks een bestuurlijk overleg
zal plaatsvinden waar alle facetten van de schadeafhandeling kunnen worden besproken.
De gedeputeerde van de provincie Limburg zit dit bestuurlijk overleg voor. Er is afgesproken
dat de adviezen van de regio aangaande de schadeafhandeling een vast onderdeel zijn
van het bestuurlijke overleg. Op die manier wordt geborgd dat de uitvoering van de
schadeafhandeling regionaal verbonden blijft, en wordt invulling gegeven aan het adviesrecht
van de regio. Hiermee heeft het kabinet invulling gegeven aan de vraag van lid Vermeer
(BBB) tijdens het commissie debat over Mijnbouw op 3 april 2025 over het adviesrecht
van de regio7.
Vervolg CO2 Afvang, Transport en Opslag (CATO)-programma
Kennisontwikkeling is nodig voor toepassingen in de diepe ondergrond die bijdragen
aan de energietransitie, zoals CO2-opslag en koolstofbeheer. TNO heeft via het CATO-programma, welke gericht is op CO2-afvang, -transport en -opslag, deze rol sinds 2004 vervuld. Omdat de huidige subsidieperiode
voor dit programma is afgelopen, is het kabinet voornemens om een nieuwe subsidie
aan TNO te verstrekken van € 600.000 voor de periode 2026–2029. Daarmee worden activiteiten
om de kennisgemeenschap te onderhouden en verder uit te bouwen voor drie jaar voortgezet
en wordt tevens het bereik verbreed van enkel CCS naar alle koolstofbeheersmaatregelen,
zoals ook CCU en koolstofverwijdering.
Gebiedsproces Zuidwending
Uw Kamer vroeg tot slot begin dit jaar aandacht voor de beroepen die de provincie
Groningen had ingesteld op 12 november en 16 december 2025 tegen de besluiten op de
winningsplannen van Nobian in Zuidwending en Heiligerlee. Dit vanwege de samenhang
met de maatwerkafspraken die o.a. bijdragen aan verduurzaming en CO2-reductie.
De provincie Groningen heeft op 21 april 2026 besloten om de beroepen in te trekken.8 Aangezien de beroepen zijn ingetrokken, beschouwt het kabinet de motie van leden
De Groot en Jumelet daarmee als afgedaan9. Dit betekent dat Nobian de Zoutwinning bij Zuidwending en Heiligerlee kan voortzetten
tot en met 2035.
Hierbij is belangrijk te benadrukken dat de zoutwinning veilig en verantwoord gebeurt.
Het gebiedsproces Zuidwending onder leiding van provincie Groningen waarover ik u
eerder informeerde is inmiddels gestart10.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
Indieners
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei