Lijst van vragen : Lijst van vragen inzake het Jaarverslag Ministerie van Economische Zaken 2025 (Kamerstuk 36945-XIII-1)
2026D25302 Lijst van vragen
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de
Minister van Economische Zaken en Klimaat over de brief van 20 mei 2026 inzake het
Jaarverslag Ministerie van Economische Zaken 2025 (Kamerstuk 36 945 XIII, nrs. 1 en 2).
De voorzitter van de commissie,
Van Eijk
Adjunct-griffier van de commissie,
Krijger
Nr
Vraag
1
Welke taken horen echt bij de kern van de Kamer van Koophandel (KvK) en welke taken
zijn daar later bovenop gekomen?
2
Welke onderbouwing ligt eraan ten grondslag dat de KvK activiteiten uitvoert op het
gebied van advies, innovatie en regionale ondersteuning? Is onderzocht of deze dienstverlening
ook door marktpartijen of andere organisaties kan worden uitgevoerd?
3
Welke overwegingen liggen ten grondslag aan het feit dat ondernemers moeten betalen
voor inschrijving bij de KvK, terwijl die inschrijving wettelijk verplicht is en het
Handelsregister vooral een publieke basisvoorziening is voor rechtszeker zakendoen
die al gefinancierd wordt door belastinggeld?
4
Hoe verhoudt de huidige taakstelling van de KvK zich tot de ambitie van het kabinet
om de overheid kleiner en slagvaardiger te maken, en is onderzocht welke activiteiten
kunnen worden versoberd, geschrapt of aan de markt kunnen worden overgelaten?
5
Zou er een mogelijk zijn om de taakstelling van de KvK terug te brengen tot enkele
kerntaken, zodat verplichte inschrijving en basisinformatie uit het Handelsregister
gratis kunnen worden voor ondernemers?
6
Wat kan Nederland leren van het Britse Companies House, waar basisinformatie over
bedrijven gratis toegankelijk is, en zou een vergelijkbaar model voor gratis basisinformatie
uit het Handelsregister in Nederland mogelijk zijn?
7
Kan de personele inzet van de KvK worden uitgesplitst naar alle taakgebieden, die
de KvK zelf onderscheidt, zodat zichtbaar wordt hoeveel medewerkers nou daadwerkelijk
werken aan verschillende taken van de KvK?
8
Kan per taakgebied van de KvK worden uitgesplitst hoeveel geld, fte en externe inhuur
daaraan wordt besteed, en welke concrete producten, diensten of resultaten daar tegenover
staan?
9
Welke KvK-activiteiten zijn wettelijk verplicht, welke vloeien voort uit beleidskeuzes
van het ministerie of de KvK zelf, en welke activiteiten zijn niet noodzakelijk voor
het functioneren van het Handelsregister?
10
Welke diensten van de KvK leveren aantoonbare meerwaarde op voor ondernemers, hoe
wordt die meerwaarde gemeten, en welke activiteiten worden voortgezet zonder duidelijke
effectmeting?
11
Welke KvK-producten en -diensten zijn kostendekkend, welke worden met belastinggeld
bekostigd en welke worden mede gefinancierd uit tarieven die ondernemers of gebruikers
betalen?
12
Welke activiteiten zouden kunnen worden geschrapt, versoberd of overgedragen aan marktpartijen
zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de wettelijke dienstverlening aan
ondernemers?
13
Op welke momenten wordt getoetst of activiteiten nog doelmatig, noodzakelijk en passend
zijn bij de publieke taken van de KvK?
14
Wat zouden de budgettaire gevolgen zijn van het kosteloos maken van verplichte inschrijving,
wijzigingen en basisinformatie uit het handelsregister, en welke besparingen binnen
het huidige takenpakket van de KvK zouden hier tegenover kunnen worden gezet?
15
Kunt u concreet aangeven welke meetbare doelstellingen momenteel gelden voor het Industrieel
Participatiebeleid (IP-beleid), nu de Algemene Rekenkamer constateert dat concrete
doelen ontbreken?
16
Kunt u inzicht geven in het geheel aan aanbestedingen en/of projecten waarop IP mogelijkheden
zitten en waarom kon dit overzicht het afgelopen jaar niet met de Algemene Rekenkamer
gedeeld worden?
17
Waarom is het IP-beleid sinds het vervallen van de economische doelstellingen in 2012
niet periodiek geëvalueerd – en op welke termijn gaat u dit nu doen?
18
Welke Kritieke Prestatie-indicators (KPI’s) hanteert u om vast te stellen of IP-afspraken
daadwerkelijk bijdragen aan de versterking van de Nederlandse defensie-industrie en
nationale veiligheid?
19
Hoe verklaart u dat in 2025 voor € 2,4 miljard aan nieuwe IP-verplichtingen is afgesloten
terwijl volgens de Algemene Rekenkamer onvoldoende zicht bestaat op de beleidsresultaten?
20
Hoeveel fte zijn momenteel belast met het afsluiten, monitoren en evalueren van IP-overeenkomsten,
en acht u deze capaciteit toereikend gezien de sterke groei van defensie-uitgaven?
21
Op welke wijze wordt gecontroleerd of buitenlandse leveranciers hun IP-verplichtingen
daadwerkelijk en tijdig nakomen?
22
Kunt u inzicht geven in de vraag welk aandeel van de IP-projecten terechtkomt bij
Nederlandse midden- en kleinbedrijven en kennisinstellingen?
23
Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat IP-afspraken vooral administratieve
tegenorders opleveren zonder strategische meerwaarde voor de Nederlandse defensie-industrie?
24
Wanneer ontvangt de Kamer een eerste integrale beleidsevaluatie van het Industrieel
Participatiebeleid, inclusief doelbereik, effectiviteit en bijdrage aan strategische
autonomie?
25
Hoe verklaart u dat Nederland verder is gezakt op de internationale concurrentieranglijst,
terwijl versterking van het vestigingsklimaat prioriteit zou hebben?
26
Gaat u de 3% onderzoek en ontwikkeling (R&D)-uitgaven als een hard kwantitatief doel
hanteren voor het innovatiebeleid – en de uitgaven – en daar op sturen?
27
Welke concrete jaarlijkse tussenstappen hanteert u richting de 3%-doelstelling in
2030?
28
Welk deel van het gat naar de 3%-doelstelling moet volgens u worden ingevuld door
publieke investeringen en welk deel door private investeringen?
29
Welke van de negen maatregelen uit het 3%-R&D-actieplan leveren volgens u aantoonbaar
additionele investeringen op, in plaats van het verplaatsen van bestaande investeringen?
30
Welke risico’s ziet u voor het Nederlandse verdienvermogen als de 3%-doelstelling
niet wordt gehaald?
31
Hoe meet u of hogere R&D-uitgaven daadwerkelijk leiden tot hogere arbeidsproductiviteit
en concurrentiekracht?
32
Hoe rechtvaardigt u een budgettair beslag van circa € 10 miljard aan fiscale regelingen,
terwijl de effectiviteit van meerdere regelingen beperkt of onzeker is?
33
Waarom houdt u fiscale regelingen in stand waarvan evaluaties aangeven dat zij beperkt
bijdragen aan ondernemerschap?
34
Hoe voorkomt u dat fiscale innovatie-instrumenten vooral bestaande activiteiten subsidiëren
in plaats van nieuwe innovatie uit te lokken?
35
Waarom kiest u er niet voor om vaker horizonbepalingen op te nemen bij fiscale regelingen,
zodat periodieke heroverweging wordt afgedwongen?
36
Kunt u per grote fiscale regeling inzicht geven in de verwachte additionele economische
opbrengst per euro gederfde belastinginkomsten?
37
Kunt u dit afzetten tegen de opbrengst van gerichte innovatiesubsidies – en een vergelijking
maken van de effectiviteit en doelmatigheid?
38
Overweegt u om in het instrumentarium van Economische Zaken meer ruimte te creëren
voor (sectorale) gerichte subsidies in plaats van grote fiscale regelingen – en past
dit volgens u niet beter in het nieuwe industriebeleid met focus?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken -
Mede ondertekenaar
H.W. Krijger, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.