Brief regering : Rapport 'Uniek Generiek'
29 628 Politie
Nr. 1323
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 mei 2026
Hierbij bied ik uw Kamer het rapport «Uniek Generiek» aan. Dit rapport is tot stand
gekomen naar aanleiding van een onderzoek uitgevoerd door DSP groep en onderzoeksbureau
De Strafzaak in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
Het onderzoek gaat over het praktisch en juridisch functioneren van het boa-domein
VI: Generieke opsporing. Binnen dit domein vallen boa’s die onder meer werkzaam zijn
voor de politie, de Douane, de Koninklijke Marechaussee en de Dienst Vervoer en Ondersteuning
van de Dienst Justitiële Inrichtingen. In tegenstelling tot de overige boa-domeinen
is de opsporingsbevoegdheid van dit domein niet gekoppeld aan een vooraf vastgestelde
domeinlijst, maar afhankelijk van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving.
Door de onderzoekers is specifiek onderzoek gedaan naar de vraag in hoeverre de constructie
voor het toekennen van de geweldsbevoegdheid- en middelen aan boa’s domein VI juridisch
houdbaar is.
Ik dank de onderzoekers voor het uitvoerige onderzoek en de door hen gedane aanbevelingen.
Het rapport bevat een aantal aanbevelingen die goed passen bij de doorontwikkeling
van het boa-bestel en die daarbij zullen worden betrokken. Daarnaast zijn er enkele
aanbevelingen die zich specifiek richten tot de werkgevers van boa’s domein VI. Ik
zal met enkele van deze betrokken werkgevers in de komende periode in gesprek gaan
over de uitkomsten van dit onderzoek. De aanbevelingen rondom de juridische houdbaarheid
van toekenning van geweldmiddelen zal ik met voorrang bekijken. De onderzoekers concluderen
onder meer dat de toepassing van de categoriale akte bij toekenning van geweldmiddelen
aan boa’s domein VI formeel-wettelijk gezien niet voldoende is geborgd.
Daarbij hecht ik eraan te benoemen dat de toekenning van geweldmiddelen aan boa’s
geschiedt via de Regeling Wapens en Munitie in combinatie met het Besluit Buitengewoon
Opsporingsambtenaar, de Regeling Toetsing Geweldbeheersing BOA, de Regeling Domeinlijsten
en de Beleidsregels BOA. Deze wet- en regelgeving is bij de invoering in 2010 juridisch
getoetst en heeft daarbij het reguliere wetgevingstraject doorlopen. De categoriale
aanwijzing waar de onderzoekers naar refereren, is een besluit van de Minister van
JenV (op basis van de uitkomst van de noodzakelijkheidstoets) voor het toekennen van
opsporingsbevoegdheid en de bevoegdheid om geweldmiddelen te dragen aan boa’s op werkgeversniveau. De daadwerkelijke toekenning
van geweldmiddelen aan een individuele boa vindt pas plaats nadat aan de bekwaamheids-
en betrouwbaarheidseisen is voldaan. De toegekende geweldmiddelen staan dan vermeld
op de door de Minister van JenV verstrekte individuele akte van de boa.
Ik zal de komende periode gebruiken om de aanbevelingen nader te analyseren en te
bekijken of en welke optimalisatie er in het nieuwe boa-bestel benodigd is.
Ik geef uw Kamer zo snel als mogelijk middels een inhoudelijke reactie aan op welke
wijze ik opvolging zal geven aan de aanbevelingen uit dit onderzoek.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid