Brief regering : Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 15 juni 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3426
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 mei 2026
Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de Raad Buitenlandse Zaken van 15 juni
2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
GEANNOTEERDE AGENDA RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 15 JUNI 2026
Op maandag 15 juni vindt in Luxemburg de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) plaats. Op
de agenda staan op het moment van schrijven de volgende onderwerpen: de Russische
agressie tegen Oekraïne, de situatie in het Midden-Oosten, en de EU-China relatie.
De Minister van Buitenlandse Zaken is voornemens deel te nemen.
Russische agressie tegen Oekraïne
De Raad zal stilstaan bij de voortdurende Russische agressieoorlog tegen Oekraïne.
Naar verwachting spreekt de Raad over het belang van voortgezette en geïntensiveerde
steun aan Oekraïne en het opvoeren van de druk op Rusland, onder meer door middel
van sancties. Nederland zal in dit licht oproepen tot voorspoedige implementatie van
de steunlening voor Oekraïne, inclusief de mogelijkheid voor Oekraïne om kritiek militair
materieel in derde landen aan te schaffen, en andere EU-lidstaten wijzen op het belang
van substantiële bilaterale steun in aanvulling op de gezamenlijke steunlening. Ook
zal Nederland het belang van voortvarend werk aan aanvullende sanctiemaatregelen onderstrepen,
gericht op het tegengaan van de schaduwvloot en het financieel isoleren van Rusland.
De Oekraïense Minister van Buitenlandse Zaken Sybiha zal naar verwachting fysiek aan
een gedeelte van de sessie deelnemen.
Situatie in het Midden-Oosten
De Raad zal stilstaan bij de situatie in het Midden-Oosten, en daarbij naar verwachting
spreken over Iran, de Straat van Hormuz, Israël en de Palestijnse Gebieden, en Libanon.
Ten aanzien van Iran en de situatie in de Straat van Hormuz is het essentieel dat
alle partijen zich blijven richten op diplomatieke onderhandelingen ten behoeve van
een snel en duurzaam einde aan de oorlog, en dat het staakt-het-vuren tot die tijd
standhoudt. Nederland blijft daarnaast voorstander van een actieve EU-rol ter ondersteuning
van (humanitaire) initiatieven gericht op vrije doorvaart in de Straat van Hormuz
en op het mitigeren van humanitaire consequenties in de regio en elders als gevolg
van dit conflict. De EU kan hierin een leidende rol op zich nemen. Nederland blijft
tevens inzetten op het mogelijk maken van EU-sancties tegen Iraanse personen en entiteiten
die betrokken zijn bij de belemmering van vrije doorvaart.
Nederland zal aandacht blijven vragen voor de situatie in de Gazastrook en het belang
onderstrepen van de implementatie van de VNVR-resolutie 2803 en van ongehinderde en
veilige humanitaire toegang. Daarnaast zal Nederland zorgen onderstrepen over de verslechterende
situatie op de Westelijke Jordaanoever door onder meer toenemende kolonistengeweld
en de uitbreiding van illegale nederzettingen. Nederland verwelkomt het aangenomen
derde sanctiepakket en zal zich inzetten voor aanname van een vierde pakket. Daarnaast
zal het kabinet zich er – ook in EU-verband – voor blijven inspannen om de druk op
Israël te verhogen om verandering van beleid te bewerkstelligen. Maatregelen op het
gebied van handel kunnen daarvan deel uitmaken bij voldoende steun.
Tevens zal de Raad waarschijnlijk aandacht besteden aan de situatie in Libanon. Het
kabinet verwelkomt het staakt-het-vuren tussen Libanon en Israël, als gevolg van de
directe onderhandelingen tussen deze landen onder leiding van de Verenigde Staten.
Het kabinet roept, via de EU en in bilaterale contacten, alle partijen op zich aan
de gemaakte afspraken te houden en de onderhandelingen voort te zetten om te komen
tot een duurzame vrede.
EU-China relatie
De Raad zal stilstaan bij de relatie tussen de EU en China. Naar verwachting zal er
gesproken worden over hoe de EU zich zou moeten opstellen in de relatie met China.
Het kabinet acht het van belang dat in de benadering richting China er voldoende ruimte
is voor zowel economische samenwerking, als voor het adresseren van de zorgelijke
aspecten in de brede relatie. Het kabinet zal pleiten voor eenheid tussen de lidstaten
en een gezamenlijke EU-inzet richting China.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken