Brief regering : Ontwikkeling van laag volume hoog complexe zorg in de langdurige zorg
34 104 Langdurige zorg
Nr. 471
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 mei 2026
In 2019 is uw Kamer geïnformeerd over het opzetten van een infrastructuur voor laag
volume hoog complexe zorg (LVHC-zorg). Doel hiervan is dat een aantal kleine, doch
complexe cliëntgroepen in de langdurige zorg gespecialiseerde zorg kunnen ontvangen.
Zij hebben immers recht op kwalitatief goede zorg. Over de voortgang hiervan is uw
Kamer meermaals geïnformeerd.1
Ik ben verheugd u te kunnen informeren dat met de opname van de twee laatste cliëntgroepen
per 2026 de structuur voor de LVHC-zorg is voltooid, zodat goede zorg voor een groep
kwetsbare mensen mogelijk is. In deze brief blik ik terug op de ontwikkeling van LVHC-zorg
en informeer ik u over de afspraken die ik heb gemaakt over de borging van de LVHC-structuur
na 1 januari 2027.
Terugblik
Een kleine tien jaar geleden kwamen er signalen uit het veld dat een aantal cliëntgroepen
gespecialiseerde zorg nodig heeft en hier onvoldoende zorgaanbod voor beschikbaar
was. Het gaat bijvoorbeeld om cliënten met het syndroom van Korsakov of Huntington.
Naar aanleiding van deze signalen heeft mijn ambtsvoorganger in 2019 hier nader onderzoek
naar laten doen door KPMG. Hieruit bleek dat Wlz-cliënten uit een aantal specifieke
doelgroepen die verblijven bij een zorgaanbieder vaker vastlopen in de reguliere zorginstellingen.
Dit komt omdat de specifieke kennis en kunde vaak ontbreken in reguliere zorginstellingen.
Vanwege het lage volume van deze cliëntgroepen was ook duidelijk dat de benodigde
kennis en kunde niet vanzelf tot stand zouden gaan komen. Daarom werd sturing vanuit
de overheid wenselijk geacht.
Na advies van KPMG en ook de NZa is gekozen om voor elke cliëntgroep de benodigde
kennis en kunde te ontwikkelen. De kennis is en wordt ontwikkeld doordat voor elke cliëntgroep een eigen kenniscentrum is opgezet.
De kunde is ontwikkeld door concentratie van het zorgaanbod, binnen een afdeling of locatie
van een zorgaanbieder. Hierdoor ontwikkelen de zorgverleners die hier werkzaam zijn
de benodigde expertise, aangezien zij zorg verlenen aan één specifieke cliëntgroep.
Daarbij hebben alle zorgaanbieders en het kenniscentrum van één cliëntgroep zich verenigd,
waardoor onderzoek, kennis en ervaringen onderling uitgewisseld worden. Hiermee ontstaat
een lerende cirkel met als insteek dat de expertise en daarmee de kwaliteit van zorg
kan blijven toenemen. Dit geheel noemen we de LVHC-infrastructuur.
Commissie Expertisecentra langdurige zorg
Om tot de beoogde LVHC-infrastructuur te komen, heeft mijn ambtsvoorganger in 2020
de Commissie Expertisecentra langdurige zorg (CElz) ingesteld. Deze commissie – met
onafhankelijke deskundigen – kreeg primair als taak om de regie te voeren op de inrichting
van de LVHC-infrastructuur. De CElz heeft in de afgelopen jaren zeer goed werk geleverd
door het opzetten van de infrastructuur voor zeven cliëntgroepen. Het betreft de cliëntgroepen
Korsakov, Huntington, Langdurig Bewustzijnsstoornis, Gerontopsychiatrie +, Dementie
met zeer ernstige gedragsproblemen, Niet Aangeboren Hersenletsel + en Multiple Sclerose.2 Het gaat hierbij niet om alle cliënten met één van deze aandoeningen, maar alleen
om de cliënten met zeer zware en complexe zorgvragen. In totaal gaat het om ongeveer
2.700 cliënten die aanspraak kunnen maken op gespecialiseerde LVHC-zorg.
De CElz adviseert welke zorg, onder welke voorwaarden, waar geleverd zou moeten worden
en hoeveel plaatsen dit betreft. Daarbij houdt de CElz rekening met zowel kwaliteits-
als toegankelijkheidsaspecten, waaronder landelijke en regionale spreiding. De CElz
laat zich daarbij informeren door de afzonderlijke doelgroepennetwerken, waarin zowel
zorgaanbieders, cliënten als een kenniscentrum vertegenwoordigd zijn. Voor de financiering
van de kenniscentra is via ZonMw een subsidie ter beschikking gesteld. Zorgkantoren
gebruiken het advies van de CElz vervolgens voor de zorginkoop. Op deze manier wordt
geborgd dat bij de landelijke en regionale inrichting van expertisecentra steeds een
zorgvuldige, brede maatschappelijke belangenafweging plaatsvindt.
Inmiddels heeft de CElz haar primaire taak zo goed als voltooid. De Commissie beëindigt
met het verstrijken van de termijn per 31 december 2026 dan ook haar werkzaamheden.
Ik wil mijn bijzondere waardering uitspreken voor het waardevolle werk dat de CElz
in de afgelopen zeven jaar heeft geleverd.
Ontwikkeling van gespecialiseerd LVHC-zorgaanbod
Niet alleen de CElz, maar ook zorgaanbieders, zorgkantoren en de NZa hebben zich de
afgelopen jaren ingezet om de LVHC-structuur te realiseren. Graag benadruk ik het
belang van hun werkzaamheden en de professionele toewijding die zij de afgelopen periode
hebben getoond. Ongeveer 70 Wlz-zorgaanbieders uit het hele land hebben locaties en
personeel beschikbaar gesteld om zich te specialiseren in deze cliëntgroepen. De zorg
voor deze cliënten verbetert daardoor. Daarnaast heeft specialisatie op twee manieren
ook een positieve uitwerking op zorgverleners. Ten eerste omdat specialisatie meer
grip geeft op de complexe zorgvraag, waarbij vaak ook sprake is van ernstig probleemgedrag.
Dit moet dan ook leiden tot minder uitval van personeel. Ten tweede omdat er meer
mogelijkheden zijn ontstaan in de loopbaanontwikkeling voor zorgverleners in de langdurige
zorg.
Voor LVHC-cliënten die niet willen of kunnen verhuizen naar een expertisecentrum,
kunnen consultatietrajecten vanuit het expertisecentrum ingezet worden. Op deze manier
wordt de opgedane kennis en kunde naar de cliënt gebracht. Hiermee is ook passende
zorg gerealiseerd voor cliënten met een zeer complexe zorgvraag die in een regulier
verpleeghuis verblijven.
De NZa heeft voor alle zeven cliëntgroepen en voor de consultatiefunctie tariefonderzoek
uitgevoerd, prestatiebeschrijvingen opgesteld en kostendekkende tarieven vastgesteld.
Zorgkantoren kopen op basis hiervan gespecialiseerde LVHC-zorg in. In het inkoopbeleid
hebben de zorgkantoren opgenomen dat zij dit alleen inkopen bij expertisecentra die
aantoonbaar voldoen aan de LVHC-kwaliteitsnormen.
Uitkomsten tussentijdse evaluatie
In 2025 is het LVHC-beleid geëvalueerd. Doel van deze evaluatie was ten eerste om
na te gaan in hoeverre de beoogde infrastructuur tot stand is gekomen. Het tweede
doel was om na te gaan of de LVHC-structuur ook resulteert in betere kwaliteit van
zorg en daarmee betere kwaliteit van leven. Daarnaast is vooruitgeblikt hoe de LVHC-infrastructuur
voor de toekomst te bestendigen, met als uitgangspunt dat de LVHC-zorg zoveel mogelijk
meegaat in reguliere processen.
De uitkomst van de evaluatie3 is dat de kennisinfrastructuur ook daadwerkelijk tot stand is gekomen zoals vooraf
de bedoeling was. Of dit ook tot betere kwaliteit van zorg leidt, ligt weliswaar in
de lijn der verwachting, maar het bleek nog te vroeg om dit in 2025 al als zodanig
te kunnen concluderen. Daarom zal ik dit punt de komende jaren opnieuw laten monitoren
en evalueren. Hierbij zal nauwe afstemming met ZonMw plaatsvinden, zodat ook de impact
van de kenniscentra op de LVHC-zorg inzichtelijk wordt.
Voor de overstap naar reguliere zorginkoop zijn in het evaluatierapport adviezen gegeven
op onder meer het gebied van governance, op het borgen van de kwaliteitseisen, monitoring
en verlagen van de administratieve lasten. Deze adviezen worden ter harte genomen.
Zo worden naar verwachting rond de zomer de LVHC-kwaliteitsnormen opgenomen in het
Register kwaliteitsinstrumenten van het Zorginstituut. Ook ga ik erop toezien dat
bij de doorontwikkeling van de LVHC-structuur de administratieve lastendruk verlaagd
wordt.
Afspraken voor toekomstige borging LVHC-structuur
Naast de aandachtspunten vanuit de evaluatie zie ik ook de risico’s dat met het einde
van de CElz op termijn de LVHC-structuur bijvoorbeeld zou kunnen verdwijnen of juist
onbeheersbaar groeit. Beide wil ik voorkomen, want het is van belang dat de LVHC-zorg
ook in de toekomst beschikbaar blijft voor cliënten met een zware en complexe zorgvraag.
Daarom heb ik recentelijk bestuurlijke afspraken gemaakt met Zorgverzekeraars Nederland
(ZN) en de Federatie LVHC4 over de wijze waarop partijen in de periode 2027–2029 gezamenlijk – met ieder de
eigen verantwoordelijkheden – regie voeren over de LVHC-structuur. Het doel is om
zo per 2030 te komen tot een structurele verankering van de LVHC-structuur in het
reguliere zorglandschap. Deze bestuurlijke afspraken zijn in de bijlage opgenomen.
In de periode 2027–2029 wordt over de eerste twee jaar een monitor uitgezet en vervolgens
zal een eindevaluatie plaatsvinden. Mochten er de komende jaren ontwikkelingen plaatsvinden
met ongewenste consequenties voor de LVHC-structuur, dan kan hier tijdig op bijgestuurd
worden. Op deze manier zetten ZN, de Federatie LVHC en VWS zich er gezamenlijk voor
in om de LVHC-structuur ook voor de toekomst te behouden. Hierdoor blijft gespecialiseerde
zorg voor zeven kleine zeer complexe cliëntgroepen ook in de toekomst beschikbaar.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Indieners
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport