Brief regering : Diverse visserijonderwerpen
21 501-32 Landbouw- en Visserijraad
Nr. 1809
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 mei 2026
Hierbij informeer ik u mede namens de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur (LVVN) over een aantal onderwerpen aangaande het visserijbeleid. Ik informeer
u over de stand van zaken op de motie met betrekking tot aalscholvers (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1756), de verlenging van het beleid 2027–2028 voor mosselzaadinvanginstallaties (MZI’s),
de uitvraag passieve visserij in offshore windparken gepubliceerd in de Staatscourant
en de overdraagbaarheid en vererfbaarheid van visserijdocumenten die vereist zijn
voor sleepnetvisserij waar het lid Boomsma (JA21) tijdens het Tweeminutendebat Landbouw-
en Visserijraad d.d. 21 januari 2026 naar gevraagd heeft.
Inzet predatie door aalscholvers
In Europa is de predatie van commerciële vissoorten door aalscholvers een terugkerend
onderwerp. Met name landen rondom de Oostzee (Zweden, Finland, Estland, Letland) agenderen
dit onderwerp en pleiten voor een gezamenlijke Europese aanpak voor de beheersing
van de aalscholver om de ervaren predatiedruk te verlagen. Verder ondervinden onder
andere Oost-Europese landen (zoals Tsjechië en Oostenrijk) ook schade door de predatie
van aalscholvers bij open-pond aquacultuur.
Binnen de bestaande kaders en doelstellingen van de Vogelrichtlijn is het nu al mogelijk
om onder specifieke omstandigheden aalscholverpopulaties te beheren ter voorkoming
van belangrijke schade aan visserij. Provincies kunnen hier vergunning voor verlenen.
Een van de belangrijke voorwaarden is wel dat er een goede onderbouwing is die het
effect van aalscholvers op de visserij aantoont. In Nederland wordt hier voor visserij
geen gebruik van gemaakt, al stellen vissers uit de kust- en binnenwateren wel last
te hebben van predatie door aalscholvers. Uit eerder onderzoek1 naar aalscholvers in Nederland bleek dat de soort geen directe impact heeft op de
bestanden van commercieel beviste soorten. Nederland heeft eerder de oproep van andere
lidstaten gesteund om in Europees verband tot een onderbouwde aanpak voor het beheer
van aalscholvers te komen (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1726).
Op 4 februari jl. is een motie van de leden Kostić en Bromet (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1756) aangenomen op dit onderwerp, waarbij de regering wordt verzocht zich te verzetten
tegen Europese plannen om meer aalscholvers af te schieten of lidstaten te dwingen
om aalscholvers te doden. In reactie hierop wil de Minister benadrukken dat Nederland
verplichtingen tot het afschieten van aalscholvers niet zal steunen. Bij het komen
tot een gezamenlijk Europese aanpak voor de beheersing van aalscholvers is het van
belang dat deze aanpak goed onderbouwd is, daar zal de Minister zich voor inzetten.
Daarnaast zal de beheersing van aalscholvers altijd plaats moeten vinden binnen de
kaders en doelstellingen ter bescherming van de aalscholver. In Nederland is de inzet
dan ook niet om de populatie actief terug te dringen. De Minister ziet het verplicht
afschieten van aalscholvers dan ook niet als onderdeel van een gezamenlijke Europese
aanpak en zal dit uitdragen bij de totstandkoming van die aanpak.
Mosselzaadinvanginstallatie beleid 2027–2028
Op 7 december 2020 heb ik u geïnformeerd over het beleid voor mosselzaadinvanginstallaties
(MZI’s) in de periode 2021–2026 (Kamerstuk 29 675, nr. 197). Het MZI-beleid is een belangrijke pijler voor de uitvoering van het mosselconvenant,
waarin afspraken zijn gemaakt tussen de mosselsector, de Coalitie Wadden Natuurlijk
(CWN) en het Ministerie van LVVN over een gefaseerde beëindiging van de traditionele
bodemvisserij op mosselzaad in de Waddenzee. In ruil voor de beëindiging van de bodemzaadvisserij
worden aan mosselkwekers zgn. MZI-locaties ter beschikking gesteld, waar installaties
met touwen en netten (MZI’s) in de waterkolom worden geplaatst om het benodigde mosselzaad
ten behoeve van de kweek van consumptiemosselen op mosselkweekpercelen in te kunnen
vangen. Hiermee zal de mosselsector minder afhankelijk worden van de natuurlijke zaadval
in de Waddenzee.
Ter voorbereiding van het nieuwe MZI-beleid vanaf 2027 is vorig jaar gestart met de
evaluatie van het vigerende MZI-beleid. Op basis van zowel de resultaten van deze
evaluatie als de zoektocht naar nieuwe, additionele MZI-locaties zou het (nieuwe)
MZI-beleid ná 2026 worden vastgesteld.
Met name de aanwijzing van nieuwe MZI-locaties is een wezenlijk onderdeel van dit
nieuwe MZI-beleid. Deze uitbreiding van nieuwe MZI-locaties is nodig, doordat op basis
van de afspraken in het mosselconvenant op verschillende momenten sluitingsstappen
voor de bodemzaadvisserij in de Waddenzee zijn voorzien, waarbij in ruil nieuwe MZI-locaties
beschikbaar moeten komen.
Uw Kamer is op 19 december 2025 geïnformeerd over de voortgang van het mosselconvenant.
Daarbij is gemeld dat de 4e sluitingsstap uit 2022 (50%-sluiting van de meest kansrijke gebieden in de Waddenzee voor het ontstaan van
mosselbanken) met terugwerkende kracht niet kon worden bekrachtigd. Achteraf bleek er onvoldoende
ruimte beschikbaar voor het plaatsen van nieuwe MZI’s in de Waddenzee. Dit was het
onverwachte gevolg van de uitwerking van de Omgevingsverordening van de gemeente Texel,
die mede gericht is op de bescherming van archeologische bodemschatten. Deze ontwikkeling
was niet bekend op het moment van overeenkomen van de aanvullende afspraken van het
mosselconvenant («addendum») eind 2020.
Dit heeft er mede toe geleid dat in de zoektocht naar nieuwe potentiële MZI-locaties
in de Waddenzee, ondanks inspanningen van de convenantspartijen, nog onvoldoende is
bereikt. Zoals ook aan uw Kamer op 13 februari 2026 is gemeld, is het zeer waarschijnlijk
dat de 5e sluitingsstap naar 65% gesloten gebied, in het «addendum» gepland in 2026, door het
ontbreken van voldoende nieuwe additionele MZI-locaties voorlopig niet in beeld is.
Dit wordt veroorzaakt door de volgende redenen:
• Enkele tot en met 2026 verleende MZI-vergunningen door de gemeente Texel op basis
van de Omgevingsverordening hebben betrekking op archeologisch «zeer kwetsbare gebieden»,
waar mogelijk scheepswrakken in de bodem aanwezig zijn. Indien deze vergunningen niet
worden verlengd zal het bestaande areaal aan MZI-locaties in de Waddenzee verder afnemen.
Hierover zal binnenkort nog afstemming plaatsvinden met de gemeente Texel.
• De Coalitie Wadden Natuurlijk (CWN) wenst de invloed van de MZI’s te beperken tot
de bestaande kombergingsgebieden in de westelijke Waddenzee en niet tot nieuwe, potentieel
interessante kombergingsgebieden, zoals het Eierlandse Gat, onder Ameland en in de
oostelijke Waddenzee;
• Eventuele aanleg van nieuwe MZI-locaties in bestaande kombergingsgebieden betekent
echter dat deze locaties niet langer benut kunnen worden door garnalenvissers. Hierdoor
zullen extra en goede garnalenvisgebieden verloren gaan, hetgeen voor de garnalensector
zeer ongewenst zou zijn.
De lopende MZI-vergunningen zijn verleend voor 6 jaar en expireren eind 2026. Zicht
op nieuwe MZI-locaties, die op draagvlak van de betrokken partijen kunnen rekenen,
is er vooralsnog niet. Gelet op de lange afhandelings-termijn (circa 6 maanden) zullen aanvragen voor MZI-vergunningen in het kader van de Omgevingswet omstreeks
1 juli 2026 door de betreffende mosselkwekers ingediend moeten worden. Alleen dan
kunnen deze kwekers tijdig gebruik (blijven) maken van de MZI-locaties vanaf 1 januari
2027.
In verband met de benodigde afhandelingstermijn van MZI-vergunningen dient daarom
ruim vóór 1 juli 2026 duidelijkheid te bestaan over het van kracht zijnde MZI-beleid
vanaf 2027. Gelet hierop heb ik besloten het vigerende MZI-beleid voor maximaal twee
jaar te verlengen, derhalve tot en met 31 december 2028. Dit houdt onder meer in dat
de thans geldende randvoorwaarden voor de MZI’s ook in 2027 en 2028 van toepassing
zullen zijn. Daarmee borg ik de bestaande MZI-capaciteit, die de basis vormt voor
de transitie en reeds is gerealiseerd. Mocht de evaluatie van het MZI-beleid (inclusief aanwijzing van nieuwe MZI-locaties) tijdig vóór het einde van 2027 zijn afgerond, dan ben ik voornemens om het nieuwe
MZI-beleid vanaf 1 januari 2028 vast te stellen.
In gezamenlijkheid met de convenantspartijen wordt de komende periode met veel energie
en de nodige voortgang gewerkt aan meerdere acties om te komen tot een maximaal resultaat
aan nieuwe MZI-locaties. Ik waardeer de inzet van alle betrokken partijen hierop.
Ik zal uw Kamer in de loop van 2027 nader informeren over de voortgang.
Uitvraag Passieve Visserij in offshore windparken gepubliceerd in de Staatscourant
Het doet mij genoegen te kunnen mededelen dat ik op 8 april jl. in de Staatscourant
een uitvraag passieve visserij in offshore windparken heb geplaatst. Deze is gericht
aan vissers met zogeheten passieve tuigen, die hun interesse kenbaar kunnen maken
om te vissen binnen twee bestaande windparken op zee. Het betreft de windparken Hollandse
Kust (noord) (HKN) en Hollandse Kust (zuid) (HKZ). Geïnteresseerde vissers kunnen
reageren tot uiterlijk 20 mei 2026. Voor zowel HKN als HKZ is ruimte voor maximaal
21 vissers, die met passief vistuig in de medegebruiksruimte voor passieve visserij
mogen vissen. Die ruimte is respectievelijk circa 2.000 (voor HKN) en 3.000 hectare
(voor HKZ). Er geldt een verplichting voor het monitoren van eventuele bijvangst van
zeezoogdieren en vogels, en een verplichting voor registratie van de vogelaantrekkende
werking van de activiteit. Na reactie van vissers zullen er – na een mogelijke selectie
– nadere afspraken gemaakt worden tussen vissers, overheden en windparkexploitanten.
De mogelijkheid om passief te vissen in deze windparken geldt van medio 2026 tot eind
2027. De uitvraag voor windpark Borssele volgt na vaststelling van het geëvalueerde
gebiedspaspoort van dit windpark.
Overdraagbaarheid en vererfbaarheid van visserijdocumenten die vereist zijn voor sleepnetvisserij
Tijdens het Tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad d.d. 21 januari 2026 heeft
het lid Boomsma (JA21) gevraagd naar de overdraagbaarheid2 en de vererfbaarheid van visserijdocumenten die vereist zijn voor sleepnetvisserij.
In deze brief wordt uw Kamer geïnformeerd over de documenten die nodig zijn voor het
kunnen uitoefenen van sleepnetvisserij in het Nederlandse kustgebied. Hierbij ga ik
in op de overdraagbaarheid en vererfbaarheid van de noodzakelijke documenten als ook
op de privaatrechtelijke toestemmingen. De voorwaarden en richtlijnen voor elk vereist
document verschillen per kustgebied in Nederland als gevolg van aanpassingen die in
het verleden in de gebieden zijn gedaan ten behoeve van het reguleren van de visserij
activiteiten. Ik informeer uw Kamer om deze reden per gebied3.
Sleepnetvisserij in de Waddenzee en de Oosterschelde
Sleepnetvisserij in het algemeen
Op grond van het Besluit beperking vrije visserij kustwateren is het verboden om met een sleepnet te vissen in de kustwateren zonder toestemming
van de visrechthebbende4. De Staat verleent aan een vaste groep vissers een privaatrechtelijke schriftelijke
toestemming voor het uitoefenen van de sleepnetvisserij (hierna: sleepnettoestemming)
op het visrecht van de Staat in de Waddenzee en de Oosterschelde.
Sleepnettoestemmingen zijn aangemerkt als niet-overdraagbaar. Er geldt een zogenoemde
uitsterfconstructie van deze sleeptoestemmingen in de Oosterschelde (sinds begin jaren ’90)5 en de Waddenzee (sinds 2007)6. Dat betekent dat voor deze wateren sindsdien geen nieuwe sleepnettoestemmingen meer
worden verleend.
Momenteel zijn er voor de Oosterschelde tien schriftelijke toestemmingen voor de sleepnetvisserij
verleend, waarvan vijf momenteel niet worden gebruikt. In de Waddenzee zijn 53 schriftelijke
toestemmingen verleend, waarvan drie momenteel niet worden gebruikt.
Er geldt geen publiekrechtelijk verbod op sleepnetvisserij in de Waddenzee. Afhankelijk
van de doelsoort van de visserij kunnen echter wel aanvullende vergunningplichten
of voorwaarden van toepassing zijn.
Garnalenvisserij in de Waddenzee
In de Waddenzee is een andere privaatrechtelijke schriftelijke toestemming vereist
wanneer garnalen de doelsoort is. Vissers die in het bezit zijn van een garnalenvergunning
voor de kustwateren (GK-vergunning), ontvangen daarbij een specifieke privaatrechtelijke
schriftelijke toestemming voor de garnalenvisserij, waarmee zij alsnog het recht verkrijgen
om met een sleepnet in de Waddenzee gericht op garnalen te vissen. De Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) verleent deze toestemming. Deze toestemming
kan worden overgenomen door andere vissers en is ook vererfbaar. Er geldt geen wettelijke
beperking op het aantal toestemmingen, met dien verstande dat de houder in het bezit
moet zijn van een ingeschreven vissersvaartuig en een GK-vergunning, waarvoor wel
een maximaal aantal vastgesteld is.
Sleepnetvisserij in de Westerschelde
Voor het uitoefenen van de sleepnetvisserij in de Westerschelde zijn geen publiekrechtelijke
of privaatrechtelijke beperkingen7. Hierdoor worden er geen documenten vereist voor de sleepnetvisserij in de Westerschelde.
Dit geldt ook wanneer de doelsoort garnalen betreft.
Afhankelijk van de aard van de uitgeoefende visserij kunnen andere vergunningplichten
of voorwaarden van toepassing zijn.
Sleepnetvisserij in de Voordelta
Wanneer een visser met een sleepnet in de Voordelta wil vissen, is een privaatrechtelijke
schriftelijke toestemming voor de Voordelta vereist. RVO verleent deze toestemming
op aanvraag. Of dit ook voor langere termijn voor de gehele Voordelta mogelijk blijft,
is afhankelijk van het nieuwe maatregelenpakket voor natuurcompensatie in dit Natura
2000-gebied8. De overdraagbaarheid en overerfbaarheid van dit document zijn op dit moment niet
aan de orde.
Er zijn momenteel 105 schriftelijke toestemmingen voor de Voordelta verleend. Deze
worden gebruikt voor zowel platvis- als garnalenvisserij.
Voor het sleepnetvissen met vaartuigen groter dan tien meter in de Voordelta is, naast
een privaatrechtelijke schriftelijke toestemming, tevens een publiekrechtelijke vismachtiging
vereist9. Deze machtigingen zijn overdraagbaar tussen vissers waarbij een plafond geldt voor
de visserij-inspanning. Voor vaartuigen van tien meter of kleiner geldt deze verplichting
niet.
Sleepnetvisserij in de Visserijzone
De Visserijzone is het Nederlandse deel van de Noordzee langs de kust, aansluitend
op het Noordzeegebied. Voor het uitoefenen van sleepnetvisserij in de Visserijzone
is geen afzonderlijke schriftelijke sleepnettoestemming vereist, maar wel een geldige
visvergunning voor de betreffende visactiviteit. Welke publiekrechtelijke vergunning
vereist is, hangt af van de doelsoort en het gebruikte vaartuig. Deze vergunningen
zijn zowel overdraagbaar als vererfbaar.
Ten slotte wil ik de Tweede Kamer graag mededelen dat de ingebrekestelling op het
toezicht op de weging, registratie en traceerbaarheid van visserijproducten per 29 april
2026 is afgesloten. Ik ben verheugd dat de Europese Commissie dit besluit heeft genomen
na alle geleverde inspanning van betrokken diensten en visserijsector. Een effectief
systeem van controle en handhaving is belangrijk voor het waarborgen van een duurzame
visserij en mijn inzet is hier ook op gericht. Met het afsluiten van de ingebrekestelling
kan ik mij richten op de toekomst en het implementeren van onder andere de herziene
controleverordening. Zoals toegezegd tijdens het commissiedebat van de Landbouw- en
Visserijraad van 25 maart 2026 zal ik de Tweede Kamer per brief informeren over de
stand van zaken betreffende controle en handhaving van de visserij (Kamerstukken 21 501-32, nr. 1794, TZ202603-211).
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Indieners
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur