Brief regering : Ontwikkelingen in de brandweerzorg, crisisbeheersing en het meldkamerdomein
29 517 Veiligheidsregio’s
25 124
Nieuwe infrastructuur mobiele communicatie (C2000)
Nr. 275
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 mei 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de ontwikkelingen in de brandweerzorg, crisisbeheersing
en het meldkamerdomein. Hierbij ga ik o.a. in op een aantal moties en toezeggingen.
In deze ambtsperiode zet ik mij, mede vanuit de nationale Veiligheidsstrategie, onverminderd
in voor een robuust stelsel van brandweerzorg, crisisbeheersing en meldkamers. Dit
is noodzakelijk om hulpverleners en meldkamerpersoneel in staat te stellen hun werk
onder alle omstandigheden goed en veilig uit te voeren. Zij staan 24/7 klaar voor
onze veiligheid en vormen daarmee de belangrijkste schakel in de brandweerzorg, crisisbeheersing
en het meldkamerdomein. Tijdens mijn werkbezoeken aan o.a. een natuurbrandbestrijdingsoefening
en een meldkamer bij het testen van de noodcommunicatievoorziening heb ik gezien met
welke toewijding ook deze professionals zich inzetten voor het veilig houden van Nederland.
Dit bleek ook eind april toen Nederland werd geconfronteerd met een periode waarin
veel grote natuurbranden zich voordeden. Ik heb uw Kamer separaat geïnformeerd over
(de voorbereiding op) deze branden, de brandbestrijding en de crisisbeheersing1.
In deze brief ga ik in op de volgende ontwikkelingen: het dekkingsplan bovenregionale
brandweerzorg, de landelijke regeling PTSS brandweer, de position paper VBV Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers, lopende onderzoeken en gesprekken over
brandweerpersoneel, de vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX), de voortgang
op aanbevelingen meldkamers bij Aanpak Verwarde Personen en Onbegrepen Gedrag, P2000,
de Reddingsbrigade, Weerbaarheid, de BDuR, de Landelijke Agenda Crisisbeheersing,
ontwikkelingen inzake alerteren, ontwikkelingen inzake Noodcommunicatievoorziening
(NCV) en een stand van zaken wetgevingstraject aanpassing Wet veiligheidsregio’s en
de Veiligheidswet BES.
Brandweerzorg
Zoals ik heb aangekondigd in mijn brief van 25 november 20252 ben ik samen met het Veiligheidsberaad de bovenregionale brandweerzorg in drie stappen
aan het verbeteren. Hierbij informeer ik u over de voortgang.
Onder leiding van mijn ministerie wordt met de veiligheidsregio’s gewerkt aan een
bovenregionale risicoanalyse (hierna: risicoanalyse) voor brandweerzorg in aanvulling
op de bestaande regionale (brand)risicoprofielen. Het doel van deze risicoanalyse
is om een actueel inzicht te krijgen in de landelijke opgave van de brandweer bij
grootschalige en gelijktijdige incidenten. In deze risicoanalyse worden landelijke
risico’s in kaart gebracht waarbij potentieel een grootschalig en langdurig beroep
op de brandweerzorg wordt gedaan. Uitgangspunt en kader hierbij is de Rijksbrede Risico-analyse
(RbRa)3. In 2026 wordt een viertal scenario’s in kaart gebracht, namelijk: overstroming rivier,
gelijktijdige natuurbranden, falen opslagtank ammoniak en treinramp met gaswolkbrand
(met instortingen als gevolg). Deze scenario’s raken direct aan de vier basistaken
van de brandweer en kunnen daarmee ook richting geven aan de overkoepelende opgave
voor de brandweer bij grootschalig optreden. De genoemde risico’s zullen in het Veiligheidsberaad
in juni 2026 worden besproken. Hierbij is belangrijk op te merken dat geen garanties
kunnen worden gegeven voor volledige veiligheid. Er zal een gezamenlijk besluit genomen
moeten worden ten aanzien van de voorbereiding van de brandweerzorg op grootschalige
en bijzondere risico’s. In 2027 zullen nog meer risico’s worden toegevoegd aan de
risicoanalyse.
Parallel aan de risicoanalyse wordt door de veiligheidsregio’s gewerkt aan een nulmeting
van de landelijke slagkracht van de brandweer voor grootschalig optreden. Dit wordt
gedaan op basis van de landelijke visie van de Grootschalig Brandweeroptreden/Specialistisch
Optreden (hierna: GBO-SO). Deze nulmeting wordt in juni 2026 voorgelegd aan het Veiligheidsberaad.
Naast de nulmeting wordt er door de veiligheidsregio’s ook een voorstel voor een coördinatiemechanisme
uitgewerkt om bij grote incidenten gezamenlijk de landelijk beschikbare brandweercapaciteit
zo optimaal mogelijk in te zetten.
Het bovenstaande overziend is de verwachting dat dit najaar duidelijk wordt wat de
landelijke opgave is voor de brandweer. Indien blijkt dat de opgave voor de brandweer
zich niet goed verhoudt tot het huidige vermogen van de brandweer om grootschalige
incidenten te bestrijden, kunnen de besturen van de veiligheidsregio’s en ikzelf als
stelselverantwoordelijke keuzes maken waar eventueel bijstelling of extra inspanning
noodzakelijk is. Daarbij is goed om te benadrukken dat nooit alle risico’s kunnen
worden afgedekt en dat we bestuurlijk altijd zullen moeten besluiten om bepaalde risico’s
te accepteren. Daarmee wordt invulling gegeven aan de aanbeveling van de Inspectie
Justitie en Veiligheid (hierna: IJenV) dat duidelijk moet worden welke (maatgevende)
scenario’s de veiligheidsregio’s alleen en in gezamenlijkheid tenminste moeten kunnen
beheersen.
IJenV heeft voorts geadviseerd te komen tot een bindend nationaal wettelijk kader
voor bovenregionale brandweerzorg, waarmee naar alle betrokkenen duidelijkheid moet
ontstaan over taken en verantwoordelijkheden. Hiervoor dienen eerst inhoudelijke en
organisatorische vraagstukken te worden besproken om inzicht te krijgen in de bovenregionale
risico’s en de mate waarin en wijze waarop deze risico’s worden geaccepteerd en/of
beheerst. Daarna volgt eventueel het juridisch proces voor een bindend nationaal wettelijk
kader. Ik informeer uw Kamer medio 2027 over de voortgang.
Landelijke regeling PTSS brandweer in werking getreden per 1 februari 2026
In de brief van 3 oktober 20254 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer laten weten dat de 25 veiligheidsregio’s als
werkgevers gezamenlijk zijn gekomen tot een gemeenschappelijke aanpak voor ondersteuning
en begeleiding van medewerkers bij mentale klachten van Posttraumatische Stressstoornis
(hierna: PTSS). Hiermee wordt door de 25 veiligheidsregio’s een consistente aanpak
nagestreefd.
Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is de «Regeling erkenning en aanspraken PTSS
als beroepsziekte» die, met instemming van alle algemeen besturen veiligheidsregio’s,
per 1 februari 2026 in werking is getreden. Zoals toegezegd5 deel ik bijgaand deze Regeling6 met uw Kamer. Hiermee doe ik deze toezegging af.
De veiligheidsregio’s hebben aangegeven dat deze regeling niet op zichzelf staat,
maar onderdeel uitmaakt van een breder pakket aan maatregelen. Een voorbeeld hiervan
is de aandacht voor PTSS in opleidingen. Dat vind ik een mooie ontwikkeling. Goede
zorg voor brandweermensen die zich dagelijks inzetten voor de veiligheid in Nederland
moet voorop staan. Daarom blijf ik ontwikkelingen op dit vlak volgen en zal waar nodig
hiervoor aandacht vragen van het Veiligheidsberaad.
Position paper Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers
Op uw verzoek reageer ik op het position paper coalitieakkoord7 d.d. 23 februari 2026 van De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (hierna: VBV).
Allereerst onderstreep ik dat de brandweerzorg zowel voorbereid moet zijn op kleinschalige
als grootschalige en bijzondere risico’s. Dit doel is opgenomen in de Contourennota
versterking crisisbeheersing en brandweerzorg8 en wordt ook onderschreven door het Veiligheidsberaad. Tegelijk geldt dat volledige
veiligheid niet kan worden gegarandeerd en een gezamenlijk besluit genomen zal moeten
worden ten aanzien van de voorbereiding van de brandweerzorg op grootschalige en bijzondere
risico’s waarvan de VBV er een aantal noemt in haar position paper.
Hiervoor wordt door mijn ministerie een nieuw landelijk instrument geïntroduceerd:
het landelijk dekkingsplan brandweerzorg. Hiermee wordt op basis van landelijke risico’s
en beschikbare mensen en middelen van de 25 veiligheidsregio’s dit najaar een bestuurlijk
besluit genomen over acceptatie van risico’s en eventuele investeringen in mensen
en middelen. Hierna zal normering moeten plaatsvinden, waarover ik mij graag laat
adviseren door de veiligheidsregio’s. Ik zal de waardevolle suggesties uit het position
paper betrekken bij de uitwerking van het landelijk dekkingsplan brandweerzorg.
Ik dank de VBV voor haar haar constructieve position paper en haar waardevolle suggesties. Ik neem deze mee bij de uitwerking van het landelijk
dekkingsplan brandweerzorg.
Onderzoeken en gesprekken over brandweerpersoneel
Voortgang herzien preventief medisch onderzoek
De motie van het lid van Van Nispen (SP)9 verzoekt de regering in overleg te treden met de veiligheidsregio’s en Brandweer
Nederland om het Preventief Medisch Onderzoek te herzien. De veiligheidsregio Drenthe
heeft hier onderzoek naar laten doen, dat op 17 april 2026 is gepubliceerd10. De veiligheidsregio’s zullen zich over de uitkomsten van dit onderzoek beraden.
Hierna zal ik uw Kamer nader informeren.
Onderzoek naar onnodige overhead binnen de brandweer
De motie van het lid Wijen-Nass vraagt om een onderzoek naar de onnodige overhead
binnen de brandweer. In de brief over de impact van bezuinigingen op de veiligheidsregio’s11 d.d. 6 februari 2025 heeft het Veiligheidsberaad aangegeven geen mogelijkheden te
zien voor bezuiniging op overhead binnen de veiligheidsregio’s. Daarmee wordt de motie
van het lid Wijnen-Nas12 afgedaan.
Vrijwilligers bij de brandweer
Tijdens het debat van 24 juni 2024 is door mijn ambtsvoorganger toegezegd13 om terug te komen op maatregelen die de veiligheidsregio’s hebben genomen om meer
vrouwelijke vrijwilligers bij de brandweer aan te trekken. Het Nederlands Instituut
Publieke Veiligheid (NIPV) heeft uitvoerig onderzoek uitgevoerd naar vrijwilligheid
bij de brandweer14. De resultaten zijn te vinden op de website. De veiligheidsregio’s kunnen gebruik
maken van deze tools om eventueel het personeelsbeleid op aan te passen.
Daarnaast heeft mijn ambtsvoorganger in het debat van d.d. 19 februari 2025 uw Kamer
toegezegd om, nadat de veiligheidsregio’s zijn geraadpleegd, uw Kamer te informeren
over de terugloop van de vrijwillige brandweer in de regio’s15. De veiligheidsregio’s hebben mij laten weten het signaal met betrekking tot het
dreigend tekort van (beroeps-) brandweermensen te herkennen en serieus te nemen. Tegelijkertijd
zien we dat in sommige regio’s geen tekorten zijn. Ik blijf hierover in gesprek met
de veiligheidsregio’s en stimuleer hen om ook met elkaar in gesprek te gaan. Tezamen
met de veiligheidsregio’s blijf ik mij inzetten voor voldoende vrijwillig brandweerpersoneel.
Hiermee doe ik de toezegging af.
Duurzame inzetbaarheid brandweermedewerkers
In 2022 is de Universiteit Maastricht gestart met een onderzoek16 naar de duurzame inzetbaarheid van brandweermedewerkers. Naar verwachting wordt dit
onderzoek dit jaar afgerond waarna ik uw Kamer informeer over de resultaten.
Brandweerkencijfers
Over de doorontwikkeling en verdere verbreding brandweer kerncijfers blijf ik met
de veiligheidsregio’s, het NIPV en andere betrokken partijen in gesprek. De motie
van mevrouw Mutluer en de heer van Nispen17 wordt in deze gesprekken meegenomen. Mijn streven is om uw Kamer medio 2027 uitgebreider
mee te nemen in ontwikkelingen op dit thema, nadat ik hier met de voorzitters veiligheidsregio’s
gezamenlijk verder over heb gesproken.
Arbeidsomstandigheden van brandweermedewerkers
Mijn ambtsvoorganger heeft de Kamer toegezegd18 schriftelijk terug te komen op de vragen over arbeidsomstandigheden van de brandweermensen,
namelijk over de totstandkoming van de arbocatalogus en het kenniscentrum. Er is inmiddels
een adviescommissie arbeidsveiligheid opgericht. Daarmee zijn de veiligheidsregio’s
en de vakbonden periodiek in gesprek over de arbeidsomstandigheden van brandweermensen.
Daarmee doe ik deze toezegging af.
Meldkamers
Vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX)
De afgelopen twee jaar heeft de kwartiermakersorganisatie VMX gewerkt aan een stevig
fundament voor de toekomstige missiekritische voorziening. Samen met de betrokken
hulpdiensten en mijn ministerie is gekomen tot een breed gedragen visie op de vernieuwing
van de missiekritische communicatie, zoals eerder ook door het Adviescollege ICT-toetsing
is aanbevolen19.
Door het afronden van deze aanbevelingen is per januari 2026 de kwartiermakersfase
overgegaan naar de ontwerpfase. Hiermee komt er een splitsing in uitvoering en beleid.
Vanuit deze nieuwe taakverdeling krijgt een aantal activiteiten die werden uitgevoerd
door de kwartiermakersorganisatie VMX een plek binnen de uitvoering bij de Landelijke
Meldkamer Samenwerking (LMS) en een aantal binnen een beleidsdirectie van mijn ministerie.
Samen met de LMS is een voorstel opgesteld voor de inrichting van de governance van
VMX gedurende de ontwerpfase. Per januari 2026 wordt de governance van het meldkamerdomein
gebruikt om de VMX-voorstellen in de besluitvorming te brengen.
De afgelopen tijd is een model opgesteld om de uitvoering van de nieuwe missiekritische
communicatievoorziening VMX mee te starten. Dit wordt momenteel getoetst bij de verschillende
betrokken partijen. In het coalitieakkoord zijn geen aanvullende middelen beschikbaar
gesteld. Op dit moment is mijn ministerie, met deze kennis, dit model aan het doorrekenen
en de consequenties in kaart aan het brengen.
Ondertussen zet ik – waar technisch en organisatorisch mogelijk- onverwijld in op
de continuïteit van de C2000 dienstverlening, zodat de hulpverleners en de centralisten
op de meldkamers blijven beschikken over een robuuste communicatievoorziening voor
de uitoefening van hun functies bij het helpen van de burger in nood.
Voortgang op aanbevelingen meldkamers bij Aanpak Verwarde Personen en Onbegrepen Gedrag
In de gewijzigde motie van de leden Eerdmans en Mutluer20 wordt verzocht te onderzoeken hoe de ggz een vaste plek kan krijgen in de meldkamer
van de politie. Daarnaast wordt in de motie van de leden van Nispen en Mutluer21 verzocht te komen tot concrete voorstellen voor betere triage.
Deze moties worden uitgevoerd, zoals reeds gemeld in de voortgangsrapportage van de
voortgangsbrief Aanpak Verwarde Personen en Onbegrepen Gedrag d.d. 11 december 202522. Het gevraagde onderzoek naar de inzet van de ggz in de meldkamer is uitgevoerd.
Daaruit blijkt dat een structurele aanwezigheid van de ggz op de meldkamer op dit
moment niet doelmatig en uitvoerbaar is, mede gezien de beperkte capaciteit en het
feit dat beoordeling van potentieel risicovolle situaties veelal fysieke inzet ter
plaatse vereist.
Het past niet bij de taak van de politie om de ernst en achtergrond van een situatie
met een persoon met verward of onbegrepen gedrag goed in te schatten. Daarvoor is
de politie niet opgeleid. Daarom wordt ingezet op versterking van de triage via de
ontwikkeling van zorgcoördinatie. Binnen de lopende pilots voor de inrichting van
zorgcoördinatie wordt gewerkt aan verbeterde uitvraag en triage, waarbij meldingen
beter worden beoordeeld en waar mogelijk direct de juiste zorgprofessional wordt ingezet,
al dan niet in combinatie met politie.
Hiermee wordt invulling gegeven aan beide moties namelijk door een bredere en effectievere
inrichting van de samenwerking tussen zorg en veiligheid. Mijn ministerie blijft aangesloten
bij de interdepartementale werkgroep die is ingericht voor de opvolging van deze aanbevelingen
uit de parlementaire verkenning.
Hiermee beschouw ik beide moties als afgedaan.
P2000- alarmeringen hulpdiensten
De vaste Kamercommissie van Justitie en Veiligheid heeft mij gevraagd te reageren
op een brief over privacy van P2000-alarmeringen. In de brief worden zorgen geuit
ten aanzien van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van burgers en de wijze
waarop alarmeringen landelijk worden ingericht.
Afspraken over de alarmering als ook afstemming over de inhoud van berichten bij persalarmering
vindt plaats in de samenwerking tussen de hulpdiensten23, waarbij het belangrijk is om informatievoorziening landelijk en lokaal zoveel als
mogelijk gelijk te houden. In het Bestuurlijk Meldkamer Beraad zal mijn ministerie
dit blijven benadrukken.
De basis voor het instrument persalarmering24 ligt in het machtigingsbesluit van artikel 18, tweede lid van de Wet politiegegevens.
Het machtigingsbesluit wordt voorlopig gehandhaafd voor de politie25 en zal worden ingetrokken als er een nieuw alternatief persalarmeringssysteem in
werking treedt. Het vraagstuk voor een structurele oplossing voor politie en brandweer
wordt binnen lopende trajecten verkend, zoals de opvolging van het huidige C2000-systeem,
Vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX)26, en het nieuwe meldkamersysteem, het Adaptief Basis Systeem (ABS)27.
Tenslotte wat betreft mogelijke negatieve effecten, zoals ramptoerisme en ongewenste
bezoekers bij incidentlocaties wordt er enige tijd tussen de alarmering van de hulpdiensten
en de persalarmering gehouden. Dit om de veiligheid en de goede hulpverlening ter
plaatse van het incident te kunnen organiseren en waarborgen. Ik wijs uw Kamer ook
graag op de brief inzake het besluit instrument persalarmering d.d. 14 april 2023.28
Reddingsbrigade
In het debat van d.d. 19 februari 2025 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer toegezegd29te informeren over een regeling bij de financiële ontzorging betreffende de reddingsbrigade.
In het afgelopen jaar heb ik de Nationale Reddingsvloot een financiële impuls gegeven
zodat materiaal in het kader van de Nationale Reddingsvloot kan worden aangeschaft.
Daarmee wordt het goede werk van zowel de Nationale Reddingsvloot als de reddingsbrigade
ondersteund. Hiermee doe ik de toezegging af.
Crisisbeheersing
Maatschappelijke weerbaarheid bij rampen en crises
Met mijn brief van 12 december 202530 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer geïnformeerd over de weerbaarheidsaanpak tegen
militaire en hybride dreigingen.
In de basis vraagt maatschappelijke weerbaarheid bij rampen en crises om generieke
schokbestendigheid tegen uitval van voorzieningen zoals internet en stroom. Hierbij
informeer ik u nader over de in gang gezette versterking van de regionale en lokale
crisisbeheersing als onderdeel van de weerbaarheidsopgave.
Middelen
Bij Voorjaarsnota 2025 is vanaf 2027 structureel een bedrag van € 70 mln. ter beschikking
gesteld voor het versterken van de regionale en lokale weerbaarheid in het kader van
de crisisbeheersing. Tevens is er in aanvulling hierop respectievelijk € 10 en € 20
miljoen beschikbaar gesteld om ook in de jaren 2025 en 2026 bij te kunnen dragen aan
diverse initiatieven op dit gebied.
Op 15 oktober 2025 heeft mijn ambtsvoorganger bestuurlijke afspraken gemaakt over
de besteding van deze middelen met het Veiligheidsberaad en de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten. Afgesproken is onder andere te investeren in een landelijk netwerk van
noodsteunpunten, de versterking van de veiligheidsregio’s waar het weerbaarheid betreft,
en de publiekscampagne «Denk Vooruit».
Noodsteunpunten
Het landelijk netwerk van noodsteunpunten heeft onder meer tot doel om de samenredzaamheid
te verhogen door tenminste informatie te verschaffen als dat via de normale manieren
niet meer mogelijk is. Het netwerk zal bestaan uit lokale noodsteunpunten met bijbehorende
coördinatiepunt(en). Elke veiligheidsregio is inmiddels gestart of gaat in dit jaar
in samenwerking met inliggende gemeenten pilots uitvoeren voor één of meerdere lokale
noodsteunpunten met bijbehorende coördinatiepunt(en), en een actieve bijdrage leveren
aan de landelijke tussen- en eindevaluatie. Bij deze pilots wordt ook de bemensing
van de noodsteunpunten, een soort burgerhulp, betrokken. De planning is dat uiterlijk
medio 2027 tezamen met het Veiligheidsberaad en de VNG, mede op basis van de uitkomsten
van de evaluatie, een besluit wordt genomen over de inrichting en stapsgewijze verdere
ontwikkeling van het landelijk netwerk noodsteunpunten.
Voorbereiding veiligheidsregio’s op stroomuitval, hybride acties en militaire conflict
met aandacht voor kwetsbare groepen
In het debat van d.d. 24 maart 2026 heeft uw Kamer gevraagd31 of de veiligheidsregio’s bij de voorbereiding op stroomuitval vanwege een hybride
oorlog, specifiek oog hebben voor kwetsbare ouderen en jongeren in hun omgeving. Veiligheidsregio’s
zijn conform de wet verantwoordelijk om zich, in samenwerking met andere partijen,
zoals zorgverleners en vitale aanbieders, voor te bereiden op rampen en crises die
hun regio kunnen raken. Met de veranderingen in de wereld van de afgelopen jaren zijn
veiligheidsregio’s net als veel andere partijen in Nederland in toenemende mate actief
bezig met het verhogen van maatschappelijke weerbaarheid, bijvoorbeeld tegen de uitval
van stroom. Deze voorbereiding ziet toe op de response op de crisis en de continuïteit
van de eigen organisatie. Kwetsbare groepen zijn voor de betrokken partijen een belangrijk
aandachtspunt bij de voorbereiding.
Burgerhulp
De motie van het lid Mutluer32 vraagt in hoeverre burgerhulp kan bijdragen aan het vergroten van de nationale veiligheid
en weerbaarheid. De motie van het lid Six Dijkstra33 verzoekt om te verkennen hoe jongeren structureel en formeel een actievere rol kunnen
krijgen in civiele weerbaarheid. Met de brief van mijn ambtsvoorganger van 12 december
202534 is uw Kamer geïnformeerd over de start van het WODC onderzoek naar het organiseren
van burgerhulp. Het WODC is gevraagd om wetenschappelijk onderzoek te doen naar welke
ervaringen nationaal en internationaal zijn opgedaan met georganiseerde burgerhulp
in situaties van rampen en crises en welke lessen hieruit geleerd kunnen worden. Met
dit onderzoek beoogt mijn ministerie inzicht te verkrijgen in de verschillende manieren
waarop burgerhulp tijdens rampen en crisis kan worden georganiseerd. Hierbij wordt
specifiek gekeken naar de rol van jongeren binnen burgerhulp. Het onderzoeksrapport
wordt naar verwachting rond de zomer opgeleverd en gepubliceerd. Met dit onderzoek
geeft mijn ministerie invulling aan beide moties en doe ik deze af.
Daarnaast is vanuit mijn ministerie een subsidie verstrekt aan het Leger des Heils
(i.s.m. Rode Kruis, Veteraten Search Team en de Reddingsbrigade) voor een gezamenlijke
verkenning naar mogelijke samenwerking bij rampen en crises. Deze verkenning naar
samenwerking zou moeten bijdragen aan een betere benutting van maatschappelijke capaciteit
bij rampen en crises.
Ook wordt er door mijn ministerie in gezamenlijkheid met de veiligheidsregio’s gewerkt
aan een strategisch beleidskader georganiseerde burgerhulp voor de rampenbestrijding
en crisisbeheersing. In dit kader wordt samen met de veiligheidsregio’s en het Landelijk
Netwerk Bevolkingszorg richting gegeven aan hoe en voor welke taken burgerhulp eventueel
ingezet kan worden. Uitgangspunt hierin is dat het ondersteunend is aan professionele
hulpverleningsorganisaties en op een verantwoorde manier gebeurt. Hiermee geef ik
invulling aan het coalitieakkoord waar het perspectief is gegeven dat samen met lokale
overheden en veiligheidsregio’s buurtcrisisteams bij rampen en crises kunnen worden
ingezet. Hierbij onderschrijf ik dat deze inzet kan verschillen van sociale ondersteuning
binnen een wijk of buurt, de inzet bij noodsteunpunten of actieve (en specialistische)
ondersteuning van de professionele hulpverleningsorganisaties bij hun inzet. In de
uitwerking van het beleidskader zal ik hier nader op in gaan.
Schuilen
De motie van het lid Eerdmans verzoekt het kabinet in samenspraak met de veiligheidsregio’s
en gemeenten een nationaal schuilruimteplan te ontwikkelen voor het einde van 202635. Samen met betrokken departementen, veiligheidsregio’s en de VNG werkt mijn ministerie
aan de totstandkoming van een bestuurlijk Landelijk kader schuilen en evacueren. Het
primaire doel van dit kader is het ondersteunen van bestuurders in gevallen waarbij
op basis van een voorliggend scenario schuilen of evacueren een van de mogelijke handelingsperspectieven
is. Om als bestuurder een dergelijk besluit te kunnen nemen is het van belang dat
bestuurders op de hoogte zijn van de geldende juridische kaders, waaronder de eigen
bevoegdheden, een afwegingskader, en de maatschappelijke effecten van hun besluit.
Naar verwachting wordt het landelijk kader, in overleg met samenwerkende partijen,
eind 2026 vastgesteld.
Daarnaast verricht TNO in opdracht van mijn ministerie onderzoek naar de vraag welke
schuilmogelijkheden de overlevingskans vergroten bij een militaire aanval. Het doel
van dit onderzoek is het huidige handelingsperspectief bij «internationale spanning»
op de website DenkVooruit «het beste kun je ondergronds schuilen of midden in een
groot gebouw» te verduidelijken. Naar verwachting komt het onderzoek van TNO in de
zomer van 2026 beschikbaar.
Met deze twee trajecten wordt invulling gegeven aan de motie van het lid Eerdmans.
Korting op de BDuR
In het wetgevingsoverleg van 1 juli 2025 inzake de wijziging van de Begroting JenV
2025 heeft de toenmalige Staatssecretaris van JenV uitgesproken dat de korting op
de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (hierna: de BduR) gehandhaafd blijft, omdat
het een generieke korting op specifieke uitkeringen betreft. Voor de motie die de
leden van Nispen en Mutluer36 hebben ingediend om de korting terug te draaien, is geen dekking vrijgekomen uit
de Voorjaarsnota. Dat betekent dat de korting van € 27,7 miljoen niet gerepareerd
kan worden en dat de korting gehandhaafd wordt. Daarbij dient te worden opgemerkt
dat de BDuR vanaf 2027 toeneemt met € 25 miljoen in het kader van de bestuurlijke
afspraken die met het Veiligheidsberaad en de VNG zijn gemaakt over de versterking
van de regionale en lokale weerbaarheid. Daarmee wordt deze motie afgedaan.
Update landelijke agenda crisisbeheersing
De versterking van het stelsel van crisisbeheersing krijgt vorm via de Landelijke
Agenda Crisisbeheersing. U zult voor de zomer een tweede brief over de voortgang van
de uitvoering van deze agenda ontvangen. In deze voortgangsbrief wordt stilgestaan
bij de ontwikkelingen in de drie pijlers van de agenda, te weten het versterken van
voorbereiding en paraatheid, het versterken van een weerbare samenleving en het bevorderen
van de kwaliteit en professionaliteit van de crisisbeheersing. Het Rijk werkt samen
met de veiligheidsregio’s en andere publieke en private partijen aan de uitwerking
van deze pijlers. In de brief wordt onder andere stilgestaan bij de realisatie en
actualisatie van landelijke crisisplannen (LCP’s).
Alerteren
Ontwikkelingen Alerteren
Inrichten civiel-militaire waarschuwingsketen
In de brief van mijn voorganger aan uw Kamer37 is benoemd dat vanwege het ontbreken van een civiel-militaire waarschuwingsketen
(van detectie tot en met alertering van de bevolking) bij luchtdreigingen er een verkenning
is gestart naar wat er nodig is voor de inrichting van een robuuste en redundante
civiel-militaire waarschuwingsketen38. Hierbij is in beeld gebracht welke aanvullende mogelijkheden en middelen, naast
NL-Alert, geschikt zijn om burgers te kunnen alerteren in dit specifieke scenario.
Hieruit is een advies naar voren gekomen om deze keten robuust en redundant in te
richten voor dit scenario – als gezamenlijke Defensie-Justitie opgave. Dit advies
houdt in dat naast de doorontwikkeling van de schakels binnen deze keten, waaronder
NL-Alert, ook als oplossing een nieuw innovatief sirenenetwerk is genoemd als aanvullend
middel. Hiervoor zijn nog geen financiële middelen gevonden.
Defensie en mijn ministerie zijn daarom onlangs gestart met de inrichting van een
minimale civiel-militaire waarschuwingsketen. Dit betekent dat deze waarschuwingsketen,
bij detectie van de dreiging, via een goed ingeregelde crisiscommandostructuur in
ieder geval de bevolking kan alerteren via NL-Alert. In dit kader wordt ook gewerkt
aan doorontwikkeling van NL-Alert. Deze oplossing creëert een civiel-militaire waarschuwingsketen
en kan met beperkte financiële middelen worden ingevuld vanuit bestaande budgetten.
Het uitblijven van financiële middelen voor een nieuw sirenenetwerk betekent echter
dat de keten nu niet redundant ingericht kan worden met een aanvullend systeem. De
Minister van Defensie en ik zijn hierover in gesprek en zoeken gezamenlijk naar een
passende oplossing.
Hoewel de contracten met de leveranciers van het WAS eind vorig jaar zijn afgesloten
tot 1 januari 2028, waarmee de onderhoudssituatie van het WAS wordt gecontinueerd
tot die datum, zal uitfasering van het WAS conform eerder besluit39 vanaf dan uitgevoerd moeten gaan worden. Dit betekent dat, samen met het NIPV en
de Veiligheidsregio’s, planvorming zal plaatsvinden over de aanpak van de uitfasering
en de invulling van maatwerk bij hoog risico locaties.
Ontwikkelingen NL-Alert
Het primaire alerteringsmiddel blijft NL-Alert, waarmee tijdens rampen en crises burgers
kunnen worden gewaarschuwd en voorzien van informatie en een handelingsperspectief.
NL-Alert kent al enkele jaren een stabiel bereik van 92%40. Het systeem is modern en kent diverse ontwikkelingsmogelijkheden. Zo lopen we in
Europa voorop met verschillende ontwikkelingen, zoals met de implementatie van geofencing in november 202441. Dit geldt ook voor aandacht voor toegankelijkheid. De NL-Alert app wordt doorontwikkeld
en verbeterd waarbij specifiek rekening wordt gehouden met mensen met een auditieve
of visuele beperking. Momenteel wordt samen met belangengroepen gewerkt aan het verbeteren
van de toegankelijkheid van de NL-Alert voor de dovengemeenschap. Deze ontwikkeling
geeft inkleuring aan de toezegging uit de werkagenda VN-verdrag handicap I42, en geeft gehoor aan de wens van de dovengemeenschap om NL-Alert in de Nederlandse
Gebarentaal toe te voegen aan de NL-Alert app. Met name voor doof geborenen, waarvan
de Nederlandse Gebarentaal vaak hun moedertaal is, vergroot hiermee het bereik en
begrip van de alerteringsberichten. De ingebruikname van deze functionaliteit wordt
bij positieve testresultaten later dit jaar verwacht.
Noodcommunicatievoorziening
Ik hecht er groot belang aan dat de bestuurlijke en operationele samenwerking tussen
overheden, hulpdiensten en andere crisispartners kan doorgaan bij ernstige verstoringen
van reguliere telecommunicatie. Om daaraan bij te dragen is de Noodcommunicatievoorziening
(NCV) in 2025 geactualiseerd. De migratie van een analoge naar een digitale netwerkinfrastructuur
is afgerond, waarmee een toekomstbestendige basis is geborgd met hoge betrouwbaarheid
en de mogelijkheid om nieuwe functionaliteiten toe te voegen. Een beveiligde videofunctie,
inclusief schermdelen, is opgeleverd en wordt dit jaar gefaseerd uitgerold. Daarnaast
worden nieuwe functies en optimalisaties verkend, met expliciete aandacht voor het
versterken van de autonomie van de NCV bij stroomuitval.
Parallel hieraan is een verkenning gestart voor de toekomstige inrichting van de noodcommunicatie
na afloop van het huidige contract met de leverancier van de NCV (na 2028, met een
mogelijke verlenging tot 2030). In de komende periode worden relevante partners betrokken,
met aandacht voor gewenste functionaliteiten, interoperabiliteit, veiligheid en continuïteit.
Wet Veiligheidsregio’s
Stand van zaken wetgevingstraject aanpassing Wet veiligheidsregio’s en Veiligheidswet
BES
Zoals mijn ambtsvoorganger uw Kamer eerder heeft geïnformeerd43 vindt de herziening van de Wet veiligheidsregio’s in tranches plaats. Inmiddels is
voor de eerste tranche de internetconsultatie afgerond. Voorts wordt voor de eerste
tranche een beperkte zogeheten Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) uitgevoerd
waarin de impact van het wetsvoorstel voor de veiligheidsregio’s wordt bezien. De
inbreng van deze consultatie wordt op dit moment verwerkt in het wetsvoorstel. De
verwachting is dat dit wetsvoorstel nog dit jaar aan uw Kamer zal worden aangeboden.
Uw Kamer heeft eerder al kennis genomen van de belangrijkste wijzigingen die zijn
voorzien in het wetsvoorstel.44
Conform de toepassing van het principe comply or explain worden bij de wijziging van de Wvr vergelijkbare wijzigingen in de Veiligheidswet
BES meegenomen. Met dit wetsvoorstel worden twee wetten gewijzigd.
Tot slot
Ik blijf mij de komende periode, tezamen met onze partners, inzetten voor een robuust
stelsel voor de brandweerzorg, crisisbeheersing en meldkamers. Ik zie er naar uit
over deze onderwerpen verder met u te spreken tijdens het Commissiedebat Nationale
veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing op 28 mei.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid