Brief regering : Voortgang landelijk dekkend netwerk
27 529 Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in de Zorg
Nr. 361
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 mei 2026
In deze brief bied ik u – zoals eerder toegezegd in de laatste stand van zaken brief
over het LDN1 – inzicht in de voortgang van de realisatie van het landelijk dekkend netwerk (LDN)
voor gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid in de zorg. Ik doe dat aan de hand
van de fundamenten van de Nationale visie en strategie (NVS): regie, vertrouwen en
databeschikbaarheid. De NVS bouwt aan het gezondheidsinformatiestelsel (GIS) om de
informatievoorziening in de zorg toekomstbestendig te maken. Het LDN is een belangrijk
fundament voor het GIS.
Enkele onderwerpen rondom gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid licht ik hierbij
specifiek uit: de European Health Data Space (EHDS), de implementatie-strategie van
het GIS en de verhouding tussen landelijke regie en regionale ontwikkelingen met betrekking
tot databeschikbaarheid.
Wat aan deze brief voorafging
Op 12 maart 2025 informeerde mijn ambtsvoorganger u over de stand van zaken van het
LDN, de generieke functies2, het Landelijk afsprakenstelsel voor gezondheidsgegevens en Stichting CumuluZ Zorgdata.
Daarbij bood zij u ook een LDN-transitieplan aan met daarin de stappen die het Ministerie
van VWS zet om het LDN te realiseren ten behoeve van databeschikbaarheid.
Begin van dit jaar, op 20 januari 2026, informeerde mijn ambtsvoorganger u verder
over de voortgang op de agenda databeschikbaarheid in de zorg3 en over de voortgang van de implementatie van de EHDS.4
Over het landelijk dekkend netwerk
Het LDN als basis voor een toekomstbestendig gezondheidsinformatiestelsel
Om de zorg voor iedereen kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar te houden, maken
we de transitie naar passende (en hybride) zorg.
Deze transitie slaagt alleen wanneer gezondheidsgegevens situationeel beschikbaar
zijn. Dit betekent dat de juiste persoon – van zorgverlener tot patiënt of onderzoeker
– op het juiste moment toegang heeft tot de juiste zorginformatie. Uiteraard gebeurt
dit veilig, betrouwbaar en met oog voor privacy.
Om dit te realiseren werkt het Ministerie van VWS samen met partijen in zorg en ICT.
Met de NVS als leidraad bouwen we gezamenlijk aan een toekomstbestendig gezondheidsinformatiestelsel
(GIS). In het GIS staat niet alleen databeschikbaarheid centraal maar ook de eisen
en de tijdslijnen van de EHDS. Een goed functionerend GIS is noodzakelijk om volledig
aan de EHDS-verplichtingen te kunnen voldoen.
De NVS beschrijft dat het LDN de basis vormt voor een goed functionerend GIS dat ondersteunend
is voor het primaire zorgproces en voor secundaire doeleinden. Het LDN is een overkoepelende
term en omvat het geheel aan afspraken, functies en infrastructuur die digitale gegevensuitwisseling
in de zorg mogelijk maken. Concreet vallen hieronder:
• Een landelijk dekkend netwerk van infrastructuren dat:
○ bestaande zorginfrastructuren op basis van landelijke afspraken met elkaar verbindt
tot één communicatienetwerk – voor goede gegevensuitwisseling; en
○ gaat zorgen voor data-integratie: het samenbrengen van data uit verschillende bronnen
tot één samenhangend geheel – voor situationele databeschikbaarheid.
• Generieke functies: sets van afspraken, standaarden en voorzieningen om de juiste gegevens op het juiste
moment op de juiste plek te krijgen.
• Eén Landelijk afsprakenstelsel voor gezondheidsgegevens met alle technische, organisatorische en juridische afspraken,
die nodig zijn om te zorgen dat burgers, zorgverleners en datagebruikers kunnen vertrouwen
op de data en op het veilige en verantwoorde gebruik ervan. Ook de afspraken over
de ontwikkeling en het beheer van generieke semantische standaarden (eenheid van taal)
vallen hieronder.
Patiëntverhaal: «Betere zorg door het landelijk dekkend netwerk»
Tijdens een vakantie op de Veluwe wordt de 52-jarige meneer De Groot getroffen door
een TIA. Door een gezichtsverlamming kan hij niet spreken, maar met behulp van het
landelijk dekkend netwerk (LDN) krijgt hij toch direct de best passende zorg.
De behandelend arts opent simpelweg haar eigen vertrouwde EPD-systeem.
Via het landelijk dekkend netwerk van infrastructuren, heeft zij binnen enkele seconden alle relevante gegevens over meneer De Groot vanuit
verschillende bronnen bij elkaar. Ze ziet bijvoorbeeld meteen welke medicatie hij
gebruikt en dat hij allergisch is voor een bepaald contrastmiddel; essentiële informatie
voordat hij de CT-scan ingaat.
Door semantische standaardisatie zijn de medische gegevens vastgelegd met termen die overal dezelfde betekenis hebben.
Door die standaardisatie is er duidelijkheid tussen de verschillende zorgverleners
wat er wordt bedoeld met de informatie.
De generieke functies zorgen er daarbij voor dat de juiste gezondheidsgegevens op het juiste moment op
de juiste plek komen. Zo kan de behandelend arts veilig, gemakkelijk en flexibel inloggen
via Dezi; het inlogstelsel voor zorgprofessionals. En via de toestemmingsvoorziening
Mitz, waarin meneer De Groot eerder zelf zijn toestemmingsvoorkeuren heeft vastgelegd,
kan zij snel en betrouwbaar controleren welke gegevens over meneer De Groot zij mag
inzien.
Alle generieke juridische, organisatorische en technische afspraken over toegang,
beveiliging, privacy en registratie van gezondheidsgegevens zijn hierbij ondergebracht
op één centrale plek: het Landelijk afsprakenstelsel. Daardoor hoeft de arts niet te twijfelen over wat wel en niet mag, en kan zij zich
volledig richten op de behandeling.
Het resultaat: de arts verliest geen tijd met uitzoeken en overtypen en kan vertrouwen
op volledige en actuele informatie. Dit verkleint de kans op medische fouten en vergroot
het werkplezier. Meneer De Groot krijgt snel en veilig de behandeling die hij nodig
heeft. Dat hij niet kan spreken vormt geen belemmering, want door de beschikbaarheid
van gegevens hoeft hij niet zelf zijn medische voorgeschiedenis te vertellen of opnieuw
belastende onderzoeken te ondergaan. Bovendien kunnen geanonimiseerde of gepseudonimiseerde
gegevens over de gezondheid van meneer De Groot, met zijn toestemming, bijdragen aan
wetenschappelijk onderzoek. Daardoor wordt de zorg in de toekomst nog beter en nauwkeuriger.
De samenhang tussen de NVS en EHDS
Nederland heeft de beweging naar betere databeschikbaarheid voor de zorg al een geruime
tijd geleden ingezet. De afgelopen jaren is er door de zorgsector hard gewerkt aan
het fundament van het gezondheidsinformatiestelsel. De focus ligt daarbij op het realiseren
van betere zorg door betere gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid. Met de Wet
elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz5) is deze beweging een aantal jaren geleden ingezet. Ook is er een juridische basis
gecreëerd om genormeerde gegevensuitwisseling nationaal te verplichten. De komst van
de EHDS-verordening versterkt en ondersteunt de ingezette nationale beweging met daarbij
Europese verplichtingen.
De EHDS beoogt de kwaliteit van de zorg te verhogen en verankert de rechten die burgers
nodig hebben om regie te voeren op de elektronische gezondheidsgegevens die over hen
gaan. Tegelijkertijd regelt de EHDS het zogenoemde secundair gebruik van gezondheidsdata
(secundair datagebruik), zodat wetenschappers en onderzoekers beter gebruik kunnen
maken van (Europese) data. Hierdoor wordt wetenschappelijk onderzoek en innovatie
bevorderd.
Een essentieel onderdeel van de EHDS is het openbreken van de markt van EPD-systemen
waar, in ieder geval in Nederland, in sommige sectoren een zeer beperkt aantal leveranciers
actief is. De EHDS stelt een aantal minimale sets aan data verplicht. De verordening
veronderstelt dat in lidstaten een aantal basale functionaliteiten gericht op gegevensuitwisseling
aanwezig zijn, wat in Nederland niet het geval is. Daarnaast biedt de verordening
lidstaten ook de ruimte om nationaal eisen te stellen die passen bij de nationale
zorgcontext in het belang van de patiënt. Van deze ruimte maken we in Nederland gebruik.
Onderdelen van de NVS zijn daarmee randvoorwaardelijk voor de EHDS én tegelijkertijd
draagt de EHDS bij aan realisatie van doelen uit de NVS. De NVS en de EHDS zijn hiermee
complementair.
Hoever zijn we met het landelijk dekkend netwerk?
Het GIS wordt gerealiseerd op de fundamenten regie, vertrouwen en databeschikbaarheid.
Hieronder ga ik langs deze drie fundamenten in op wat er tot nu toe voor het LDN gerealiseerd
is en waaraan gewerkt wordt in 2026.
Gerichte regie door VWS
Regie door het Ministerie van VWS gaat over het vermogen sturing te geven aan het
beoogde stelsel en daarbij waarborgen te creëren voor gegevensuitwisseling en dataveiligheid.
Architectuur als kader om data situationeel beschikbaar te krijgen
Het Ministerie van VWS is samen met het zorgveld gestart met diverse programma’s om
het GIS te realiseren. Een van die programma’s is het opstellen van een gezamenlijke
stelselarchitectuur voor het GIS, afgekort GISA6. Deze architectuur moet zorgen voor samenhang en sturing en voorkomt dat programma’s
uiteenlopende ontwerpkeuzes maken met het risico op inconsistenties of dubbel werk.
De GISA beschrijft de ICT-architectuurprincipes en de wijze waarop de verschillende
componenten in het GIS moeten samenwerken. De GISA anticipeert op zorg- en technologietrends.7 Het lost een aantal knelpunten in het huidige stelsel op en vertaalt strategische
keuzes naar de ICT-architectuurpraktijk. In het derde kwartaal van dit jaar stel ik
de eerste versie van de GISA vast. In de aanloop naar die vaststelling organiseer
ik consultatiesessies voor het zorgveld. Dit doe ik om de samenhang met andere lopende
ontwikkelingen te borgen en het zorgveld te informeren. De architectuur (GISA) is
niet statisch maar evolueert mee met de ontwikkeling van het stelsel (GIS). Daarmee
heeft het ook invloed op de ontwikkeling van het GIS.
Een paar van de GISA-keuzes licht ik kort toe:
• Publieke regie en open innovatie: VWS voert regie «in partnerschap» met het zorgveld via programma's, beleid, architectuur
en wetgeving. Open innovatie versnelt de transitie door publieke kennisdeling van
specificaties en broncode van GIS-bouwstenen en -koppelvlakken.
• Een gereguleerd stelsel met kwalificatie-eisen: Het GIS markeert de kanteling van een marktgedreven model naar een gekwalificeerd
stelsel onder publieke regie, met verplichte naleving van uniforme aansluitvoorwaarden
en landelijke afspraken.
• Openstelling van systemen via open gestandaardiseerde koppelvlakken8: de NVS stuurt op het stap voor stap ontsluiten van zorg- en datasystemen via gestandaardiseerde,
publiek beschikbare koppelvlakken, zodat data veilig, herbruikbaar en leverancier-onafhankelijk
kan stromen door het hele stelsel. Het vaststellen van de specificaties van deze open
koppelvlakken zijn een publieke verantwoordelijkheid. Zo nodig zal ik deze koppelvlakken
ook als open source laten ontwikkelen en beschikbaar stellen aan marktpartijen.
De GISA beschrijft de richting waarin het GIS zich ontwikkelt en de inrichtings-keuzes
die daarvoor gemaakt worden. Dit geeft duidelijkheid aan landelijke programma’s, regionale
initiatieven, zorgaanbieders en zorg-ICT-leveranciers. Zij kunnen toetsen of zij voldoen
aan de kaders om deel te nemen aan het GIS. Bij de realisatie van het GIS wordt zo
veel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande passende oplossingen. Maar dit betekent
ook dat afscheid genomen wordt van ICT-systemen die niet kunnen voldoen. Zorgaanbieders
mogen deze dan ook niet meer contracteren. Vanuit de toezichthouders zal hier toezicht
op worden gehouden.
Koppelvlakken als kader voor LDN
Een van de in de GISA vastgestelde kaders om data situationeel beschikbaar te krijgen,
is het gebruik van GIS-gestandaardiseerde koppelvlakken tussen data-afnemer en databronnen.
Het gebruik van deze koppelvlakken moet leiden tot een reductie van de complexiteit
en aantal van de huidige koppelingen. Ook is het een betere ondersteuning van eenmalige
registratie en meervoudig gebruik van data. Met deze koppelvlakken wordt beoogd de
kosten voor het realiseren en beheren van databeschikbaarheid te verlagen, een betere
scheiding tussen data en functionaliteit te realiseren en de afhankelijkheid van zorgaanbieders
van individuele ICT-leveranciers te verminderen. Hierdoor kan innovatie beter gebruik
maken van beschikbare data.
De GIS-gestandaardiseerde koppelvlakken specificeren de eisen aan taal en techniek,
en de aanvullende voorwaarden, waaronder beveiligingseisen. Ook de specificaties voor
generieke functies wordt hierin opgenomen. Ik stel samen met het zorgveld specificaties
op voor deze koppelvlakken. Deze specificaties worden opgenomen in het Landelijk afsprakenstelsel
en waar mogelijk gebaseerd op open source. Leveranciers moeten die inbouwen in hun
systemen. Deze specificaties zullen uiteraard in lijn zijn met de EHDS-aansluitvoorwaarden.
Nationale verplichtingen
Voor het waarborgen van de zorgkwaliteit en de aansluiting op de EHDS is een goed
functionerend GIS noodzakelijk. De EHDS gaat namelijk uit van een functionerend nationaal
GIS, en dat is er nog niet in Nederland. In reactie op het Commissiedebat van 10 april
20259, waarin uw Kamer aandrong op meer regie en versnelling vanuit VWS, tref ik voorbereidingen
voor nationale verplichtingen die de huidige Wegiz aanvullen, waarmee de implementatie
van de EHDS-verordening vergemakkelijkt wordt. Deze verplichtingen – voor zorgveld
en ICT-leveranciers – zijn essentieel om de ambities van de NVS op het gebied van
databeschikbaarheid te realiseren en te kunnen voldoen aan de verplichtingen voortvloeiend
uit de EHDS.
Ik verken onder andere de juridische mogelijkheden om het Landelijk afsprakenstelsel
te gaan verplichten. Die verplichting geeft namelijk duidelijkheid aan het zorgveld
en draagt bij aan veilig gebruik, transparantie en uitvoerbaarheid van het GIS. Ook
wordt deelname aan het GIS, door de verplichtingen, minder vrijblijvend. De onderdelen
die verplicht kunnen gaan worden zijn bijvoorbeeld de generieke functies, generieke
semantische standaarden10 en het GIS-gestandaardiseerd koppelvlak.
Ik verken welke onderdelen en op welke wijze deze wettelijk verplicht kunnen worden.
Zodra dit duidelijk is, dan is er een mogelijkheid dat deze onderwerpen ingepast kunnen
worden bij de EHDS-uitvoeringswetgeving, die op 29 maart 2029 in werking treedt.
Mijn doel is om de wettelijke verplichtingen alleen in te zetten als het nodig is
en waar mogelijk om de bestaande praktijk te vereenvoudigen. Ik zoek daarbij de balans
tussen enerzijds het behalen van de NVS-doelen zoals het realiseren van databeschikbaarheid
voor de patiënt, zorgverlener en onderzoeker en anderzijds het beperken van administratieve
lasten en wetgeving die zo effectief en efficiënt mogelijk werkt.
Vertrouwen in elkaar en in gegevens
Een tweede belangrijk fundament van het gezondheidsinformatiestelsel is vertrouwen:
vertrouwen in elkaar en vertrouwen in de kwaliteit van data (betrouwbaarheid).
Een veilig communicatienetwerk
Om veilige, betrouwbare en schaalbare gegevensuitwisseling mogelijk te maken, ontwikkelt
het Ministerie van VWS specificaties (afspraken) voor een communicatienetwerk. Dit
vormt een technische en organisatorische context. Zorginfrastructuren kunnen hierbinnen
op basis van certificaten veilig met elkaar gegevens uitwisselen over het internet.
Binnen deze context kunnen alleen gecontroleerde en goedgekeurde deelnemers gebruik
maken van het GIS. Zo ontstaat een toekomstbestendige situatie waarin gegevens veilig
gedeeld en beschikbaar gesteld kunnen worden tussen uitsluitend vertrouwde partijen.
Eén plek voor alle afspraken
Vertrouwen van de burger en zorgverlener in het veilig uitwisselen en de zorgvuldige
omgang met gegevens is randvoorwaardelijk voor het GIS. Daarom werk ik toe naar één
Landelijk afsprakenstelsel voor gezondheidsgegevens als dé centrale plek voor de vastlegging
van technische, juridische, semantische en organisatorische afspraken in de zorg.
Alle bestaande afsprakenstelsels in de zorg zullen hierin opgaan. Afspraken die gemaakt
worden ten behoeve van de GISA en de ontwikkeling van het LDN zoals de generieke functies,
worden ook opgenomen in het Landelijk afsprakenstelsel.
Het voortbestaan van verschillende afsprakenstelsels naast elkaar is niet wenselijk.
Dit leidt tot versnippering en ondermijnt landelijke gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid.
Daarom voer ik regie op de noodzakelijke convergentie.
Op de korte termijn blijven deze afsprakenstelsels (zoals MedMij en Health-RI) bestaan
om domeinspecifieke communicatie te behouden. Generieke afspraken worden opgenomen
in het Landelijk afsprakenstelsel en de andere operationele afsprakenstelsels verwijzen
hiernaar. In 2024 heeft mijn ambtsvoorganger het Twiin Afsprakenstelsel aangewezen
als basis voor die centrale plek voor geharmoniseerde, generieke afspraken.
Realisatie van een Landelijk afsprakenstelsel kan niet in één keer. Daarom wordt er
gewerkt aan een stabiele, werkende basis voor de geprioriteerde gegevensuitwisselingenuitwisselingen
op basis van de Wegiz. Hierbij wordt al rekening gehouden met de prioriteiten die
voortkomen uit de EHDS en het bijbehorende tijdspad. De eerste landelijke afspraken
over o.a. het veilig communicatienetwerk worden hierin opgenomen.
Ik verken de mogelijkheid om de regie en het beheer van het Landelijk afsprakenstelsel
onder te brengen bij de op te richten Autoriteit voor Digitale Gezondheid (ADG), dit
is een van de onder de EHDS verplicht op te richten instanties. De ADG gaat de rechten
en plichten rondom databeschikbaarheid voor primair gebruik faciliteren en monitoren.
Een LDN-beleidsafwegingskader
Het creëren en behouden van vertrouwen is ook iets dat bij de overheid zelf ligt.
Ik vind het dan ook belangrijk om transparant te zijn in de besluiten die ik neem
bij het vormgeven van het LDN.
Met dit doel deelde mijn voorganger in december 202211 met u al het Beleidsafwegingskader generieke functies. In dit kader werd geschetst hoe generieke functies zouden worden vormgegeven en
hoe overheidsinterventies voor dit doel zouden worden ingezet.
Omdat er inmiddels een NVS is waarbinnen gewerkt wordt aan het LDN, is dit kader vernieuwd12. Met het vernieuwde LDN-beleidsafwegingskader zorg ik dat er transparantie is en
duidelijkheid blijft bestaan rondom de keuzes die bij de realisatie van het LDN worden
gemaakt.
Werken aan databeschikbaarheid
Het derde fundament van het GIS is databeschikbaarheid. Het LDN werkt met het zorgveld
samen aan databeschikbaarheid. Dit betekent dat vastgelegde gezondheidsdata op het
juiste moment bereikbaar en bruikbaar zijn voor de specifieke informatiebehoefte van
zorg, preventie en welzijn.
CumuluZ werkt aan databeschikbaarheid
Zoals vorig jaar is aangegeven door mijn ambtsvoorganger13 is Stichting CumuluZ Zorgdata14 één van de partners die ons helpt bij de realisatie van het LDN. CumuluZ wordt door
mijn ministerie gesubsidieerd en werkt aan een non-concurrentiële data-integratiefunctionaliteit15.
CumuluZ heeft in april 2026 een architectuur gepubliceerd die aansluit bij de door
de GISA genoemde koppelvlakken. Deze architectuur beschrijft de kaders en het ontwerp
van de te bouwen data-integratiefunctionaliteit. Ook versterkt deze architectuur de
realisatie van databeschikbaarheid zoals vereist door de EHDS.
Deze architectuur is getoetst via een brede consultatie in het zorg- en ICT-veld.
Het biedt zorgaanbieders, ICT-leveranciers en regionale initiatieven een gemeenschappelijk
referentiekader. Hiermee wordt geborgd dat gezondheidsgegevens die aan de bron worden
vastgelegd, éénmalig worden geregistreerd en meervoudig beschikbaar kunnen worden
gesteld voor verschillende toepassingen, waaronder primair gebruik in de zorg en secundair
gebruik voor onderzoek, beleid en innovatie.
Voorbereiding data-integratiefunctionaliteit
CumuluZ treft de nodige voorbereidingen voor de realisatie van de data-integratiefunctionaliteit.
Deze voorbereidingen omvatten onder meer het identificeren van herbruikbare bouwblokken16, onder andere vanuit IZA-initiatieven, en het opstellen van een technisch ontwerp.
Daarnaast heeft CumuluZ een prototype ontwikkeld waarmee de samenhang met de generieke
functies wordt getest. Parallel hieraan worden de eerste praktijkbeproevingen opgestart.
Deze voorbereidingen worden dit jaar afgerond. Ik ben met CumuluZ in gesprek over
de vervolgstappen voor de daadwerkelijke bouw van de data-integratiefunctionaliteit.
Generieke functies
Vanaf het begin van de ontwikkeling van het GIS is duidelijk dat data alleen veilig
kan stromen mét generieke functies voor identificatie, authenticatie, autorisatie,
lokalisatie, adressering, logging en toestemming.
Daarom is de afgelopen jaren onder regie van VWS samengewerkt met enthousiaste veldpartijen
zoals ICT-leveranciers, koepels, zorgaanbieders, en systeempartijen, zoals NEN, Nictiz,
VZVZ, Twiin en MedMij. Met hen is gewerkt aan het realiseren van werkende oplossingen
voor de generieke functies die door het zorgveld gebruikt kunnen worden. Dit gebeurt
door technische testen en praktijkgerichte pilots.
De recente mijlpalen en bijbehorende positieve resultaten binnen die technische testen
markeren een belangrijke fase voor de generieke functies. De succesvolle afronding
van diverse testtrajecten, zoals onder andere de generieke functie adressering en
pilots voor identificatie en authenticatie, bevestigen de technische haalbaarheid.
Ook geeft het een doorkijk naar de komende pilots waarin gebruikerservaring, schaalbaarheid
en de impact op de werkprocessen in de zorg ook aan bod zullen komen. De resultaten
vanuit deze technische testen en pilots worden vertaald naar sector brede blauwdrukken
die zorgorganisaties en ICT-leveranciers kunnen gebruiken bij de daadwerkelijke implementatie.
Daarmee gaat na de zomer een nieuwe fase starten. In die nieuwe fase, de implementatiefase,
is het aan de zorgaanbieders zelf om de resultaten te implementeren in hun organisatie.
Een belangrijke factor bij de succesvolle technische testen was de constructieve samenwerking
van de eerdergenoemde betrokken veldpartijen. Door hun actieve betrokkenheid en expertise
is een versnelling in de ontwikkeling gerealiseerd. Met deze resultaten wordt de stap
gezet naar landelijke opschaling door het zorgveld.
Generieke functies ten behoeve van secundair datagebruik
De EHDS stelt eisen aan het verlenen van toegang tot elektronische gezondheidsgegevens
aan datagebruikers (bv onderzoekers). Dat is essentieel om de kwaliteit van zorg te
kunnen waarborgen en te verbeteren. Ten behoeve van secundair datagebruik worden functionaliteiten
en diensten ontwikkeld. Zo zijn er generieke functies nodig voor secundair datagebruik
zoals pseudonimisering. Op dit moment werk ik uit welke generieke functies nodig zijn
voor secundair datagebruik en hoe deze kunnen aansluiten bij wat er gerealiseerd is
voor primair gebruik. Daarbij wordt rekening gehouden met de eisen die de EHDS stelt
aan de infrastructuur voor secundair datagebruik.
Identificatie en authenticatie met Dezi
Van alle generieke functies vraag ik specifiek aandacht voor identificatie en authenticatie.
Het Ministerie van VWS werkt aan een nieuw inlogstelsel voor identificatie en authenticatie
voor zorgprofessionals: Dezi. Dezi staat voor dé zorgidentiteit. Dezi biedt zorgprofessionals
de keuze tussen verschillende inlogmiddelen op het hoogste betrouwbaarheidsniveau,
afgestemd op hun zorgproces en persoonlijke voorkeuren. De ontwikkeling van het Dezi-stelsel
vindt plaats in afstemming met koepel- en zorgorganisaties. Het Dezi-stelsel vormt
daarmee een bouwsteen naar meer digitale veiligheid in de zorg.
Voor de invoering van het Dezi-stelsel is het wetsvoorstel Digitale Identificatie
en Authenticatie in de Zorg (DIAZ) opgesteld, dat op dit moment bij uw Kamer aanhangig
is. Dit wetsvoorstel is belangrijk voor het zorgveld om veilig en flexibel in te kunnen
loggen. Bovendien wordt het gebruik van een goedgekeurd inlogmiddel verplicht voor
de grensoverschrijdende uitwisseling van medische gegevens die onder de EHDS via het
NCPeH (het Nationaal contactpunt voor eHealth Nederland) zullen verlopen. Ik wil uw
Kamer dan ook vragen om het genoemde wetsvoorstel voortvarend te behandelen, om inwerkingtreding
op uiterlijk 1 januari 2027 mogelijk te maken.
In de nota naar aanleiding van verslag17, die mijn ambtsvoorganger in oktober 2025 met uw Kamer deelde, is toegezegd de algemene
maatregel van bestuur (AMvB) onder het wetsvoorstel DIAZ met uw Kamer te delen. Deze
AMvB is nu in ontwikkeling. De verwachting is dat de AMvB in het tweede kwartaal van
2026 in internetconsultatie gaat. Ook wordt de AMvB voorgehangen aan beide Kamers.
Ontwikkelingen uitgelicht
Er wordt met vereende kracht gewerkt aan het Landelijk Dekkend Netwerk binnen het
Gezondheidsinformatiestelsel. Enkele hiermee samenhangende ontwikkelingen wil ik apart
toelichten.
European Health Data Space
EHDS en de verhouding tot het LDN
Hoewel de inrichting van een GIS een nationale verantwoordelijkheid is, kunnen de
EHDS-doelen alleen volledig worden behaald als gezondheidsgegevens landelijk toegankelijk
zijn voor zorgverleners en burgers. Het LDN is juist bedoeld om deze landelijke ontsluiting
te realiseren. Bij de inrichting van het LDN wordt daarom nu al rekening gehouden
met de vereisten die voortkomen uit de EHDS. Zoals het inrichten van toegangsdiensten
voor burgers en zorgmedewerkers en aansluiting op het afgesproken Europese uitwisselsysteem
NCPeH.
Naast juridische kaders vraagt de EHDS ook om taken toe te bedelen aan een aantal
specifieke organisaties, en diensten op te zetten. Daarmee moeten deze organisaties
en diensten een integraal onderdeel vormen van het GIS. Het gaat hierbij om de volgende
organisaties en diensten:
a) De Autoriteit voor digitale gezondheid (ADG)
b) De Health Data Access Body (HDAB) inclusief het nationaal contactpunt voor secundair
gebruik;
c) Het nationaal contactpunt voor digitale zorg (ook wel nationaal contactpunt voor eHealth
genoemd – NCPeH);
d) De toegangsdienst voor burgers;
e) De dienst(en) voor toegang voor gezondheidswerkers.
Afgelopen januari heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer geïnformeerd over de stand van
zaken rondom de implementatie van de hierboven benoemde onderdelen a – d.18 Voor het commissiedebat digitale zorg op 21 mei zal uw Kamer via een aparte brief
nader worden geïnformeerd over de keuzes die ik heb gemaakt rondom de ADG en de HDAB.
Ten aanzien van onderdeel (e) over de dienst(en) voor toegang voor gezondheidswerkers19 (toegangsdienst voor gezondheidswerkers), zegt de EHDS dat deze als belangrijkste
doel hebben: het faciliteren van zorgverleners om toegang te krijgen tot gezondheidsgegevens
van de patiënt die onder hun behandeling staat. De wijze waarop deze toegangsdienst
wordt vormgegeven wordt aan de lidstaten overgelaten.
Ik beschouw de toegangsdienst als een verzameling van:
• Infrastructuur;
• (technische) Diensten;
• Functionaliteiten en digitale oplossingen.
Gezamenlijk moeten deze ervoor zorgen dat gezondheidsgegevens landelijk tussen zorgverleners
kunnen worden ontsloten en beschikbaar gesteld. Op deze wijze kan worden voldaan aan
wat de toegangsdienst voor gezondheidswerkers beoogt. Het LDN waarover ik uw Kamer
hierboven heb geïnformeerd moet voor Nederland de toegangsdienst worden. Momenteel
wordt door mijn ministerie dit nader technisch, juridisch en organisatorisch uitgewerkt.
De EHDS beschouwt het verlenen van toegang tot gezondheidsgegevens aan zorgverleners
als essentieel in het kunnen waarborgen van de kwaliteit van zorg. Zorgverleners krijgen
het recht op toegang tot gezondheidsgegevens van de patiënt die onder hun behandeling
staat. De toegangsdienst voor gezondheidswerkers worden daarom door de EHDS gezien
als een taak van algemeen publiek belang en voorziet daarmee in een grondslag voor
de verwerking van gegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming
(AVG).20
Het realiseren van de toegangsdienst voor gezondheidswerkers vereist dat er een GIS
is dat de landelijke ontsluiting van gegevens faciliteert. Daarnaast moeten zorgverleners
gefaciliteerd worden in de toegang tot deze gegevens via digitale oplossingen zoals
portalen. Het mogelijk maken van de toegang tot gegevens is een verantwoordelijkheid
van leveranciers van EPD-systemen.
EPD-systemen moeten voldoen aan bepaalde technische vereisten. Daarnaast moeten deze
systemen ook in staat zijn om zorgmedewerkers toegang te bieden tot gezondheidsgegevens
via een interface zoals bijvoorbeeld een inzagefunctie. Dit is een integraal onderdeel
van de essentiële vereisten voor de geharmoniseerde softwarecomponenten van EPD-systemen.21 Daarbij kijk ik onder andere naar de samenhang tussen de door de EHDS verplichte
softwarecomponenten voor EPD-systemen en de GIS-gestandaardiseerde koppelvlakken voor
de aansluiting van EPD-systemen op het LDN. Ik wil hiermee de impact voor leveranciers
van EPD-systemen én voor zorgaanbieders zo beperkt mogelijk houden. De komende maanden
ga ik hierover met leveranciers van EPD-systemen in gesprek.
Implementatiestrategie
GIS-implementatiestrategie geldt ook voor implementatie LDN
In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) dat ondertekend is op 8 september
202522 is afgesproken dat er een landelijke implementatiestrategie van het gezondheidsinformatiestelsel
komt. De implementatie van het LDN volgt de afspraken vastgelegd in deze implementatiestrategie
– die inmiddels door alle AZWA-partijen is geaccepteerd.23
Een van de afspraken uit de implementatiestrategie is dat zorgaanbieders zelf verantwoordelijk
zijn voor de implementatie van de techniek, de aanpassing van hun werkprocessen en
de borging van kennis en kunde in het zorgproces. Zorgaanbieders kunnen gebruikmaken
van kennis en ervaring vanuit de technische testen en pilots en hebben toegang tot
tools en handreikingen om aan te kunnen sluiten op het LDN. Hiervoor werkt het Ministerie
van VWS nauw samen met de sectoren en regionale samenwerkingsverbanden.
Van technische tests en pilots naar implementatie in het zorgveld
2026 staat in het teken van de omslag van technische testen en pilots naar implementatie
door het zorgveld. We zetten hierin stappen waarin leveranciers als deelnemers aan
de tests en pilots de kennis opdoen die ze vervolgens bij de zorgaanbieders implementeren.
De fase van realisatie naar implementatie verloopt daarmee geleidelijk; steeds meer
resultaten en daarmee specificaties worden in 2026 definitief, met als belangrijk
kantelpunt 1 juli aanstaande. Het geheel aan afspraken en specificaties is daarmee
weliswaar niet afgerond, maar er is dan wel voldoende gerealiseerd om die volgende
fase van implementatiefase in te gaan. Samen met betrokken ICT-leveranciers maken
we zichtbaar dat de techniek en processen de beoogde meerwaarde leveren voor de Wegiz-gegevensuitwisselingen
en de in de EHDS geprioriteerde gegevenscategorieën.
Onderdeel van de opgeleverde oplossingen zijn de specifieke NEN-normen voor generieke
functies. Deze worden dit jaar afgerond. Ik heb u toegezegd24 om u over de NEN 7518, de norm voor specifieke inlogmiddelen, te informeren. Vaststelling
van deze norm zit in de eindfase. Ik kom daar later op terug.
Met de resultaten van de technische testen en pilots voor generieke functies en het
koppelen van infrastructuren tot een veilig communicatienetwerk wordt de vertaalslag
naar de werkvloer gemaakt. Het is aan het zorgveld om de resultaten van de technische
testen en pilots te implementeren in hun eigen systemen en organisatie.
Dit levert concrete verbeteringen in de zorg op. De patiëntveiligheid neemt toe door
betere gegevensuitwisseling, de administratieve lasten voor zorgverleners dalen en
de patiënt hoeft minder vaak zijn of haar verhaal te herhalen. Naarmate meer partijen
aansluiten, worden processen efficiënter en gezondheidsgegevens vollediger en sneller
beschikbaar voor zowel de zorgverlener als de patiënt.
Technische test voor hergebruik infrastructuur
Voor uitwisselingen tussen zorgverlener en de burger hebben we in Nederland het MedMij
Afsprakenstelsel als onderdeel van het LDN. Daarmee kunnen burgers met hun persoonlijke
gezondheidsomgeving (PGO) veilig en betrouwbaar data ophalen bij aangesloten zorgverleners.
Omdat deze techniek al bij veel zorgverleners is ingebouwd ga ik in een technische
test beproeven of de techniek die MedMij gebruikt ook breder ingezet kan worden.
Regionale ontwikkelingen
Met IZA-transformatiemiddelen zijn regio’s ook zelf aan de slag gegaan met regionale
databeschikbaarheid. Om te zorgen dat landelijke en regionale initiatieven elkaar
versterken, is nauwe samenwerking essentieel. Daarom heb ik met Zorgverzekeraars Nederland
(ZN) en CumuluZ afspraken gemaakt over de rolverdeling en de samenhang tussen het
programma landelijk dekkend netwerk en regionale datavoorzieningen.
Het uitgangspunt van de afspraken is helder: we benutten de innovatiekracht en snelheid
van de regio, en borgen tegelijkertijd landelijk de structurele samenhang. Zo voorkomen
we dat zorgaanbieders en leveranciers geconfronteerd worden met tegenstrijdige keuzes
of desinvesteringen en werken we gezamenlijk toe naar landelijke databeschikbaarheid
in de zorg. Ook levert deze ontwikkeling een bijdrage aan meer doeltreffende en doelmatige
resultaten rondom databeschikbaarheid.
Om de afspraken te bewaken, wordt er via een Coördinatieteam Digitale Samenwerkingsinitiatieven
(CDS) gekeken naar de aansluiting tussen regionale en landelijke ontwikkelingen. Ik
heb de zorgverzekeraars gevraagd dit te coördineren. Daarmee wordt de samenhang tussen
landelijke en regionale trajecten versterkt, en het hergebruik van oplossingen gestimuleerd.
CumuluZ heeft hierin een actieve bewakende rol. De deelnemende regio’s ervaren dit
als prettig omdat hierdoor een dialoog ontstaat en regionale en landelijke ontwikkelingen
dichter bij elkaar komen.
Ook is afgesproken om de uitgifte van nieuwe publieke middelen te koppelen aan duidelijke
en bindende criteria. Daarmee wordt beperkt dat met publieke middelen tegenstrijdige
investeringen kunnen worden gedaan. Dit geeft regio’s meer duidelijkheid ten aanzien
van te realiseren functionaliteit.
Afsluiting: we kunnen het alleen samen
Het LDN blijft zich ontwikkelen en volgt daarin de koers van de NVS en de EHDS. Om
de realisatie van het LDN te borgen en doorontwikkeling mogelijk te maken, verken
ik de mogelijkheid om de regie en het beheer van het LDN en het Landelijk afsprakenstelsel
onder te brengen bij de Autoriteit Digitale Gezondheid (ADG).
Ik werk er met mijn ministerie hard aan om het LDN zo snel mogelijk werkzaam te krijgen
en waar mogelijk te verplichten. Máár: we kunnen dit niet alleen. Samenwerking is
de sleutel tot succes.
Onder regie en sturing van mijn ministerie moet vanuit één agenda met alle zorgpartijen
worden samengewerkt: zorgaanbieders, zorg-ICT-leveranciers, zorgverzekeraars en datahouders.
Alleen zo kunnen we onze capaciteit en financiële middelen gericht inzetten voor deze
complexe en veel omvattende transformatie en échte versnelling realiseren.
Ik houd u jaarlijks op de hoogte van de voortgang op databeschikbaarheid in de zorg.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport