Brief regering : Geannoteerde agenda NATO Foreign Ministers Meeting van 21 en 22 mei 2026
28 676 NAVO
Nr. 558
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 mei 2026
Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de NATO Foreign Ministers Meeting van 21 en 22 mei 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
GEANNOTEERDE AGENDA NAVO FOREIGN MINISTER MEETING VAN 21 EN 22 MEI 2026
Op donderdag 21 en vrijdag 22 mei a.s. vindt de NATO Foreign Ministers Meeting (FMM) plaats in Helsingborg, Zweden. Dit is de laatste bijeenkomst van de NAVO Ministers
van Buitenlandse Zaken voor de NAVO-top in Ankara op 7 en 8 juli. De Minister van
Buitenlandse Zaken zal deelnemen aan deze vergadering. Bondgenoten worden verwelkomd
in het Sofiero-paleis te Helsingborg door het Zweedse Koninklijk Paar en de Zweedse
Minister-President Kristersson. Vervolgens komen de NAVO Ministers bijeen in een werkdiner
van de NAVO-Oekraïne Raad op 21 mei, en een vergadering van de Noord-Atlantische Raad
op 22 mei.
Noord-Atlantische Raad
De precieze agenda van de Noord-Atlantische Raad-bijeenkomst is op het moment van
schrijven nog niet bekend. De bijeenkomst zal in belangrijke mate in het teken staan
van de voorbereidingen van de NAVO-Top in Ankara. Op de NAVO-Top is het van belang
dat de bondgenoten eenheid verder versterken; opvolging geven aan de afspraken uit
Den Haag – door een duidelijk groeipad in de defensie-uitgaven te laten zien en stappen
te zetten in de omzetting naar concrete capaciteiten en opbouw van de defensie-industrie;
en blijvende steun aan Oekraïne te verlenen. De ontwikkelingen in de afgelopen periode
onderstrepen eens te meer de noodzaak dat Europese bondgenoten een grotere verantwoordelijkheid
voor de Europese veiligheid nemen. De historische NAVO-top in Den Haag in juni 2025
was een bepalend moment voor het NAVO-bondgenootschap. Bondgenoten spraken af om in
2035 jaarlijks 5% van hun bbp aan defensie-uitgaven en defensie- en veiligheidsgerelateerde
investeringen uit te geven, waarvan 3,5% aan defensie-uitgaven ten behoeve van de
NAVO-capaciteitsdoelstellingen die in 2025 zijn overeengekomen. Deze afspraken zorgen
voor een betere lastenverdeling, waarbij Europa en Canada meer verantwoordelijkheid
nemen voor de afschrikking en verdediging. Richting de Top in Ankara zal worden gesproken
over de opvolging die bondgenoten hebben gegeven aan deze afspraken. Blijkens het
laatste NAVO jaarrapport hebben Europese bondgenoten en Canada hebben in 2025 94 miljard
dollar meer aan defensie uitgegeven: bondgenoten laten daarmee een duidelijke groei
zien.
Het kabinet zal tijdens de FMM onderstrepen dat Nederland is gecommitteerd aan een
ambitieus en duidelijk groeipad om in 2035 aan de 5% bbp norm te voldoen. Nederland
komt deze afspraak na en laat een huidig percentage van 2,59% in 2025 zien conform
de NAVO-berekeningswijze.1 Nederland zal andere bondgenoten oproepen om in aanloop naar de top duidelijke voortgang
te laten zien op het gebied van defensie-uitgaven. Dit is van cruciaal belang voor
een grotere verantwoordelijkheid van Europa in de NAVO. Het kabinet zal oproepen tot
een gecoördineerde burden shift om verantwoordelijkheden die de VS naar Europa wil overhevelen goed en tijdig te
kunnen overnemen. Daarnaast zal het kabinet blijvend aandacht vragen voor de agressieoorlog
in Oekraïne, en het belang van een eerlijke lastenverdeling voor de steun aan Oekraïne
en hernieuwde bijdragen van bondgenoten onderstrepen.
Ook op het gebied van de defensie-industrie zal vooruitgeblikt worden op de NAVO-top.
Het kabinet zal wijzen op het grote belang dat de defensie-industriële productiecapaciteit
binnen het bondgenootschap wordt opgeschaald. De verhoogde defensie-uitgaven van de
bondgenoten moeten zich vertalen in concrete bestellingen. Alleen op die manier wordt
de industrie de langetermijnzekerheid geboden die nodig is om investeringen en opschaling
mogelijk te maken. De NAVO kan hier een faciliterende en coördinerende rol in spelen,
onder andere door vraagbundeling en gezamenlijke aanschaf van capaciteiten te faciliteren,
de samenwerking met de industrie te versterken, en ongeclassificeerde informatie over
capaciteitsbehoeften proactiever te delen met de industrie. Tevens blijven structurele
investeringen in innovatie en technologische ontwikkeling essentieel om de militaire
en industriële voorsprong van het bondgenootschap te behouden. Op de top zal specifieke
aandacht uitgaan naar het opschalen van de productiecapaciteit van innovatieve bedrijven,
inclusief het midden- en kleinbedrijf (mkb). De ervaringen in Oekraïne leren dat het
mkb uitermate goed in staat is om operationele eenheden lokaal te ondersteunen bij
het aanpassen aan de snelle veranderingen op het slagveld. Het kabinet moedigt daarom
een grotere rol van de NAVO aan bij het betrekken van het mkb in de industriële mix.
Ook acht het kabinet het van belang om een goede balans te vinden tussen het vergroten
van concurrentiekracht van de Europese defensie-industrie en het in stand houden van
trans-Atlantische industrie- en materieelsamenwerking. Nauwere samenwerking tussen
de NAVO en de EU op dit vlak acht het kabinet om die reden van groot belang.
Verder zullen de NAVO-ministers naar verwachting spreken over de veiligheidssituatie
aan de zuidflank, in het bijzonder de situatie omtrent de Straat van Hormuz. Nederland
is, samen met een groot aantal bondgenoten, bereid om bij te dragen aan het waarborgen
van vrije doorvaart in de Straat van Hormuz, wanneer de situatie het toelaat. Nederland
staat hierover in nauw contact met regionale spelers en bondgenoten en roept actief
op tot verdere de-escalatie. Daarnaast leidt Nederland de sanctiewerkgroep binnen
de Hormuz-coalitie en ondersteunt het de inspanningen van de EU en in de VN om de
druk op Iran op te voeren, te werken aan een politieke oplossing en humanitaire initiatieven
te bevorderen.
Sinds de oorlog in Iran worden NAVO-partners in de Golfregio geconfronteerd met toenemende
veiligheidsdreigingen, waaronder gerichte luchtaanvallen en regionale escalatiedynamiek.
In dit licht zullen Ministers ook evalueren wat de voortgang is van het in 2024 aangenomen
Southern Neighbourhood Action Plan dat inzet op een meer strategische en samenhangende benadering van NAVO-partners aan
de zuidflank. Het kabinet ziet in de huidige context duidelijke kansen voor nauwere
samenwerking met regionale partners. Daarbij zal het kabinet het belang benadrukken
van versnelde uitwerking van vlaggenschipprogramma’s en de ontwikkeling van maatwerkpartnerschappen
met Golflanden. Ook zal worden ingezet op een sterkere strategische communicatie in
de regio, met specifieke aandacht voor het tegengaan van Russische desinformatie.
Het kabinet zal verder wijzen op complementariteit met EU-inspanningen in het Zuidelijk
Nabuurschap, waaronder het EU Pact for the Mediterranean.
Werkdiner NAVO-Oekraïne Raad
In de NAVO-Oekraïne Raad bespreken bondgenoten met de Oekraïense Minister van Buitenlandse
Zaken Andria Sybiha en Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid
van de EU Kaja Kallas de aanhoudende Russische agressie tegen Oekraïne. Tijdens het
werkdiner ontvangen de bondgenoten de laatste stand van zaken in Oekraïne van Minister
Sybiha en zal worden gesproken over hoe de steun aan Oekraïne voort te zetten en de
lastenverdeling te verbeteren. Naar verwachting zal tijdens de Raad tevens worden
stilgestaan bij de grootste militaire prioriteiten van Oekraïne, waaronder de behoefte
aan kritieke luchtverdediging waar onder andere via het NAVO Prioritised Ukraine Requirements List (PURL) initiatief in wordt voorzien. Het is van belang dat Oekraïne de militaire behoeften
stelt, zodat Oekraïne alleen militair materieel ontvangt dat het ook daadwerkelijk
nodig heeft. Deze vrijheid moet ook in de voorwaarden van de EU Ukraine Support Loan gewaarborgd zijn.
Oekraïne biedt al ruim vier jaar lang succesvol weerstand aan de voortdurende Russische
agressie. Rusland is de belangrijkste en meest urgente bedreiging voor het bondgenootschap.
De veiligheid van Oekraïne is direct verbonden met de bredere Europese veiligheid
en vergt derhalve dat Europa verantwoordelijkheid blijft nemen. Het is nu van belang
de druk op Rusland vast te houden en sancties verder door te voeren. Steun aan Oekraïne
en wederzijdse komt zowel Oekraïne als de NAVO ten goede. Het biedt bovendien mogelijkheden
voor bondgenoten om te leren van de door Oekraïne opgedane ervaringen en de Europese
defensie-industrie van de benodigde innovaties te voorzien. Nederland vindt het belangrijk
dat alle bondgenoten bijdragen aan de voortzetting van steun opdat we Oekraïne in
een zo sterk mogelijk positie kunnen brengen. Het kabinet blijft zich daarom ook in
NAVO-verband inspannen voor een gelijkere lastenverdeling en een verhoging van de
internationale militaire steun aan Oekraïne. Hierbij zal het kabinet benadrukken dat,
naast de vrijgekomen middelen uit de EU Ukraine Support Loan, een voortzetting van bilaterale militaire steun essentieel is om aan de totale Oekraïense
noden tegemoet te komen.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken