Brief regering : Stand van zaken implementatie richtlijnen in het eerste kwartaal 2026
21 109 Uitvoering EU-Richtlijnen
Nr. 278
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 mei 2026
Hierbij bied ik u het periodieke overzicht aan van de stand van zaken bij de implementatie
van EU-richtlijnen in de Nederlandse wet- en regelgeving aan het einde van het eerste
kwartaal van 2026.
In deze brief wordt eerst ingegaan op de geïmplementeerde richtlijnen gevolgd door
de implementatieachterstand zoals die op 1 april 2026 gold. Daarna worden de oorzaken
van deze achterstand behandeld en worden de richtlijnen die het volgende kwartaal
moeten worden geïmplementeerd genoemd. Vervolgens volgt een opsomming van de ingebrekestellingprocedures
die de Europese Commissie tegen Nederland is gestart als gevolg van niet-tijdige implementatie.
Mede op verzoek van uw Kamer zijn ook de lopende infracties wegens (vermeende) onjuiste
implementatie in het overzicht ingebrekestellingen per departement opgenomen. Het
overzicht in bijlage 1 is door een technische storing nog niet volledig, omdat enkele
richtlijnen met een latere implementatiedeadline nog ontbreken. Dit heeft geen gevolgen
voor het beeld van de implementatie van richtlijnen in het eerste kwartaal van 2026,
omdat de implementatiedeadline later is dan het eerste kwartaal van 2026.
Departement
Geïmplementeerde richtlijnen
Geïmplementeerde achterstallige richtlijnen
AenM
AZ
BuZa
BZK
Def
EZ
Fin
IenW
1
1
JenV
1
1
KGG
LVVN
OCW
SZW
2
1
VRO
VWS
1
1
Totaal
5
4
Huidige achterstand
De achterstand aan het begin van dit kwartaal bedroeg 22 richtlijnen t.o.v. 25 richtlijnen
in het vorige kwartaal. De 22 achterstallige richtlijnen zijn aan de volgende ministeries
toegedeeld: AenM (1), FIN (7), IenW (3), KGG (4), SZW (1) en JenV (6).
De overschrijding van de implementatiedatum varieert sterk, van 1 tot 1.248 dagen.
Een exacte aanduiding van de overschrijding per richtlijn is te vinden in bijgevoegd
kwartaaloverzicht.
Achterstanden en hun oorzaken
Wat betreft de oorzaken voor de implementatieachterstand ultimo eerste kwartaal 2026
speelt een aantal factoren een rol. Deze factoren worden hieronder per ministerie
toegelicht.
AenM
RICHTLIJN (EU) 2021/1883 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen
van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van
Richtlijn 2009/50/EG van de Raad
Uiterste implementatiedatum: 18 november 2023
Richtlijn (EU) 2021/1883 vervangt Richtlijn 2009/50/EG en daarmee de regeling voor
de Europese blauwe kaart. Bij de implementatie is zoveel mogelijk aansluiting gezocht
bij de nationale kennismigrantenregeling die op een aantal onderdelen gunstiger voorwaarden
bood. De implementatietermijn is inmiddels verstreken.
Eerder hebben onder meer de sensitiviteit van het onderwerp in de politieke verhoudingen
en de demissionaire status van het kabinet geleid tot vertragingen. Ook de betrokkenheid
van verschillende ministeries heeft gezorgd voor vertraging bij de implementatie.
Het besluit ter implementatie is in werking getreden en gereed gemeld bij de Commissie.
Het wetsvoorstel is thans nog in behandeling bij de Eerste Kamer. De Eerste Kamer
heeft om een uitvoeringstoets gevraagd op de bij amendement van de Tweede Kamer aan
het wetsvoorstel toegevoegde verplichte arbeidsmarkttoets als voorwaarde voor toegang.
Inmiddels is gebleken dat de arbeidsmarkttoets voor UWV en de IND niet uitvoerbaar
is en daarom wordt nu zo spoedig mogelijk een novelle in procedure gebracht waarmee
deze verplichting weer wordt geschrapt. De Eerste Kamer houdt de behandeling van het
wetsvoorstel aan en zal dit gelijk met de novelle verder behandelen.
FIN
RICHTLIJN (EU) 2023/2225 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 18 oktober 2023
inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2008/48/EG
Uiterste implementatiedatum: 20 november 2025
Deze richtlijn (de Consumer Credit Directive II, «CCDII») heeft als doel een hoog niveau van consumentenbescherming bij consumentenkrediet
te waarborgen en de interne markt te versterken. Het toepassingsgebied van de CCDII
is verbreed ten opzichte van de voorgaande richtlijn (de CCDI): bepaalde vormen van
krediet in de vorm van uitgestelde betaling, zoals «Buy Now, Pay Later» (BNPL) en creditcards, vallen nu ook onder de kredietregels. Verder worden onder
meer informatieverplichtingen jegens de consument aangescherpt, wordt de kredietwaardigheidstoets
uitgebreid, wordt de privacy van de consument beter beschermd en wordt er meer geregeld
voor preventie van problematische schulden.
De implementatie van deze richtlijn heeft helaas vertraging opgelopen. De implementatiedeadline
van 20 november 2025 is inmiddels overschreden. Dit is mede het gevolg van de omvang
en complexiteit van het pakket, inclusief meer dan twintig lidstaatopties en de politieke
wens om gebruik van BNPL door jongeren te verbieden. Het kabinet zet zich ervoor in
dat de bepalingen uit de CCDII vanaf november 2026 wel daadwerkelijk van toepassing
zijn.
Het wetsvoorstel is op 2 april 2026 ingediend bij de Tweede Kamer. De inbrengdatum
voor het verslag is vastgesteld op 19 mei 2026. Als de Tweede Kamer het wetsvoorstel
heeft aangenomen, zal het ontwerpbesluit, na voorhang, voor advies naar de Raad van
State worden gestuurd. Tot slot zullen enkele wijzigingen worden doorgevoerd op niveau
van bestaande ministeriële regelingen.
RICHTLIJN (EU) 2023/2673 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 22 november 2023
tot wijziging van Richtlijn 2011/83/EU wat betreft op afstand gesloten overeenkomsten
inzake financiële diensten, en tot intrekking van Richtlijn 2002/65/EG
Uiterste implementatiedatum: 19 december 2025
Richtlijn (EU) 2023/2673 wijzigt de richtlijn consumentenrechten en trekt de richtlijn
betreffende verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten in. De richtlijn
bevat regels die van toepassing zijn op overeenkomsten inzake financiële diensten
die op afstand gesloten zijn. Het doel van de richtlijn is om het wetgevingskader
te vereenvoudigen en te moderniseren. De richtlijn beoogt verder een vangnet te zijn
voor financiële diensten die niet onder sectorspecifieke Uniewetgeving vallen of zijn
uitgesloten van het toepassingsgebied van Uniewetgeving betreffende specifieke financiële
diensten (vangnetfunctie). Zo waarborgt de richtlijn dat op de hele interne markt
hetzelfde hoge niveau van consumentenbescherming geldt. De richtlijn bevat regels
omtrent de verstrekking van precontractuele informatie, het ontbindingsrecht en regels
ter bescherming van consumenten bij het online sluiten van overeenkomsten voor financiële
diensten. Voorts verplicht de richtlijn bij alle consumentenovereenkomsten – dus niet
enkel inzake financiële diensten – gesloten via een online-interface (website of app)
dat handelaren de consument gedurende de ontbindingstermijn van 14 dagen in staat
stellen de overeenkomst via een functie op deze online interface te kunnen ontbinden
(de «ontbindingsfunctie»). De richtlijn moest op 19 december 2025 zijn geïmplementeerd
in nationale wetgeving en moet vanaf 19 juni 2026 worden toegepast door handelaren
en financiële dienstverleners.
De implementatie van de richtlijn vindt plaats door middel van een wijziging van de
Wet op het financieel toezicht, Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Wet handhaving
consumentenbescherming (Whc) en enige op de Wet op het financieel toezicht gebaseerde
lagere regelgeving.
De implementatie heeft helaas vertraging opgelopen wegens de complexiteit. De Eerste
Kamer heeft het wetsvoorstel Implementatiewet richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten
inzake financiële diensten op 7 april 2026 als hamerstuk afgedaan. De openbare consultatie
van het ontwerp-Implementatiebesluit richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten
inzake financiële diensten is op 15 januari jl. gesloten. Het ontwerpbesluit zal zo
spoedig mogelijk voor advies naar de Raad van State worden gestuurd. Het kabinet zet
zich in voor een zo spoedig mogelijke afronding van het implementatietraject
RICHTLIJN (EU) 2023/2226 VAN DE RAAD van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn
2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen.
Uiterste implementatiedatum: 31 december 2025
Richtlijn 2023/2226 («DAC8») voorziet in een rapportageplicht voor aanbieders van
cryptoactivadiensten. Zij moeten aan de belastingdienst van het land waar zij geregistreerd
staan bepaalde persoonsgegevens en gegevens over cryptoactiva-transacties van hun
klanten rapporteren. Doel daarvan is dat die belastingdienst beter kan controleren
of die klanten op een juiste wijze het bezit van cryptoactiva in hun belastingaangifte
hebben verantwoord. Voorts moeten de belastingdiensten genoemde gegevens via een door
de Europese Commissie beheerd centraal gegevensnetwerk met elkaar uitwisselen. De
richtlijn draagt aldus bij aan de aanpak van belastingontduiking in de lidstaten.
Na in het wetgevingsproces opgetreden vertraging is de implementatiewet op 10 april
jongstleden in het Staatsblad gepubliceerd en op 11 april met terugwerkende kracht
tot en met 1 januari 2026 in werking getreden. Het Uitvoeringsbesluit verzamel- en
verificatievereisten voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten dat zijn
grondslag vindt in de implementatiewet is op 23 april jongstleden in het Staatsblad
gepubliceerd en op 24 april in werking getreden, eveneens met terugwerkende kracht
tot en met 1 januari 2026. Hiermee is aan de implementatieplicht voldaan.
RICHTLIJN (EU) 2025/872 VAN DE RAAD van 14 april 2025 tot wijziging van Richtlijn
2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen
Uiterste implementatiedatum: 31 december 2025
Richtlijn 2025/872 («DAC9») regelt dat lidstaten informatie met elkaar uitwisselen
die voor hen nodig is om ingevolge Richtlijn (EU) 2022/2523 – de zogeheten Pijler 2-richtlijn
inzake de minimumwinstbelasting – te kunnen bijheffen. Het gaat daarbij om informatie
die is opgenomen in een met richtlijn 2025/872 gestandaardiseerde aangifte (de bijheffinginformatieaangifte).
Het wetsvoorstel waarmee richtlijn 2025/872 is geïmplementeerd, is reeds in het Staatsblad
gepubliceerd (Stb. 2025, 449). Het wetsvoorstel is in werking getreden met terugwerkende kracht tot en met 1 januari
2026.
RICHTLIJN (EU) 2024/1619 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 31 mei 2024 tot
wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren
uit derde landen en ecologische, sociale en governance risico’s.
Uiterste implementatiedatum: 10 januari 2026
Ter implementatie van de mondiale Bazel-standaarden voor banken worden de verordening
kapitaalvereisten (Capital Requirements Regulation, CRR) en richtlijn kapitaalvereisten (Capital Requirements Directive, CRD) gewijzigd door Verordening 2024/1623 en Richtlijn 2024/1619. Het doel van de
wijzigingen in de CRD is om het toezicht op banken binnen de EU verder te harmoniseren
en de interne markt voor banken te versterken, en waarbij wordt gestreefd naar lagere
compliance- en rapportagekosten voor kleine en niet-complexe banken.
In de CRD worden onder meer bepalingen ingevoerd omtrent institutionele vereisten
voor de toezichthouder ter voorkoming van belangenverstrengeling, inzake het verwerven
van deelnemingen door banken of financiële holdings, ten aanzien van het toezicht
op derdeland bijkantoren, met betrekking tot ESG-plannen die banken moeten opstellen
en worden de bepalingen over geschiktheid van beleidsbepalers herzien.
Omzetting van de richtlijn vindt plaats door middel van wijziging van de Wet op het
financieel toezicht en de Bankwet 1998. Daarnaast zal de volgende lagere regelgeving
worden aangepast: het Besluit prudentiële regels Wft, het Besluit Markttoegang financiële
ondernemingen Wft, het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, het Besluit
bestuurlijke boetes financiële sector en het Besluit prudentieel toezicht financiële
groepen Wft.
De implementatie is helaas nog niet afgerond. De implementatietermijn van 18 maanden
is kort. Daarbij komt dat verduidelijking van de Europese Commissie over het derde
land bijkantorenregime nodig was alvorens het wetsvoorstel afgerond kon worden.
Momenteel ligt de implementatiewet ten behoeve van de parlementaire behandeling in
de Tweede Kamer. Het implementatiebesluit is gereed voor verzending naar de Raad van
State ter advisering, maar dit besluit kan pas aangeboden worden nadat de Tweede Kamer
met het wetsvoorstel heeft ingestemd. Zodra dat het geval is, zal het implementatiebesluit
verzonden worden naar de Raad van State. De implementatieregeling is gereed voor internetconsultatie,
en zal gelijktijdig met de implementatiewet en implementatiebesluit in werking treden.
RICHTLIJN (EU) 2023/2864 [A en B] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 december
2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren
van het Europees centraal toegangspunt
Uiterste implementatiedatum: 10 januari 2026 en 10 juli 2025
Het Europees wetgevingspakket dat de oprichting van een Europees centraal toegangspunt
(het ESAP) regelt, bestaat uit richtlijn (EU) 2023/2864 (richtlijn ESAP), Verordening
(EU) 2023/2859 (verordening oprichting ESAP) en Verordening (EU) 2023/2869 (verordening
ESAP). Het ESAP biedt gecentraliseerde toegang tot openbare financiële en duurzaamheidsinformatie
over ondernemingen en beleggingsproducten in de EU. Het doel is om beleggers een makkelijkere
toegang te bieden tot informatie waardoor ze ondernemingen en beleggingsproducten
beter kunnen vergelijken. ESAP moet zorgen voor betere toegang tot financiering voor
Europese bedrijven en integratie van de kapitaalmarkten.
De implementatie van artikel 3 van richtlijn ESAP (implementatiedeadline van 10 juli
2025) en de overige artikelen van richtlijn ESAP (implementatiedeadline 10 januari
2026) zijn voor het grootste deel opgenomen in het wetsvoorstel implementatie Europees
centraal toegangspunt. Het wetsvoorstel wijzigt de Wet op het financieel toezicht,
de Wet toezicht accountantsorganisaties, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de Handelsregisterwet
2007, de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
Daarnaast zal de volgende lagere regelgeving worden aangepast: het Besluit openbare
biedingen Wft, het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen, het Besluit prudentiële
regels Wft, het Besluit EU-verordeningen Wft, het Besluit bestuurlijke boetes financiële
sector, het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
en de Regeling taakuitoefening toezichthouders Wft.
De implementatie heeft helaas vertraging opgelopen. Het eerder genoemde wetsvoorstel
is onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd. De komende tijd volgt dan ook de behandeling
van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer en Eerste Kamer. Daarnaast is het Wijzigingsbesluit
EU-verordeningen Wft 2026 geconsulteerd en zal binnenkort voor advies worden gezonden
naar de Raad van State.
Als de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen, zal het Besluit implementatie
Europees centraal toegangspunt voor advies naar de Raad van State worden gestuurd.
De ministeriële regeling zal in de laatste fase van het implementatietraject worden
vastgesteld en gepubliceerd.
«RICHTLIJN (EU) 2024/790 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 28 februari 2024 tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor
financiële instrumenten»
Uiterste implementatiedatum: 29 september 2025
Richtlijn 2024/790 wijzigt de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014
(MiFID II). De wijzigingen hebben tot doel het vergroten van de transparantie van
de Europese kapitaalmarkt door het wegnemen van belemmeringen voor het ontstaan van
centrale databases voor handelsdata (consolidated tapes) en het verbieden van betalingen voor het doorgeven van orderstromen naar een bepaald
handelsplatform (payments for order flow). Teneinde de transparantie op de financiële markten te vergroten en de volatiliteit
op die markten te verminderen worden de transparantievoorschriften voor de handel
in grondstoffenderivaten en van emissierechten afgeleide instrumenten gewijzigd en
worden de mogelijkheden tot onderbreking of beperking van de handel in financiële
instrumenten uitgebreid.
De omzetting van de richtlijn vindt plaats door middel van een wijziging van de Wet
op het financieel toezicht en enige op die wet gebaseerde lagere regelgeving.
Het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn is op 9 april 2026 bij de Tweede
Kamer ingediend. De algemene maatregel van bestuur ter implementatie van de richtlijn
is in voorbereiding. Als de Tweede Kamer het eerdergenoemde wetsvoorstel heeft aangenomen,
wordt het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur voor advies aan de Raad van
State voorgelegd. Het kabinet zet zich in voor een zo spoedig mogelijke afronding
van het implementatietraject.
I&W
RICHTLIJN (EU) 2024/2839 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2024
tot wijziging van de Richtlijnen 1999/2/EG, 2000/14/EG, 2011/24/EU en 2014/53/EU wat
betreft bepaalde rapportagevereisten op het gebied van voedsel en voedselingrediënten,
geluidsemissies buitenshuis, patiëntenrechten en radioapparatuur.
Uiterste implementatiedatum: 10 november 2025
De Richtlijn (EU) 2024/2839 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024
bevat een wijziging van Richtlijn 2000/14/EG inzake de harmonisatie van de wetgevingen
der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis.
Richtlijn 2000/14/EG bevat geharmoniseerde voorschriften met betrekking tot de geluidsemissie
van materieel voor gebruik buitenshuis met het oog op het waarborgen van het vrije
verkeer van deze producten binnen de interne markt en het bieden van een hoog beschermingsniveau
van het milieu. Richtlijn 2000/14/EG is geïmplementeerd in de Regeling geluidemissie buitenmaterieel.
Als gevolg van Richtlijn (EU) 2024/2839 is artikel 16 van Richtlijn 2000/14/EG vervallen.
Dat artikel voorzag in de verplichting voor de lidstaten tot het verzamelen en aan
de Europese Commissie verstrekken van gegevens over geluidsemissies van materieel
voor gebruik buitenshuis. Met deze wijziging is beoogd de administratieve lasten voor
lidstaten en marktdeelnemers te verminderen.
Artikel 16 van Richtlijn 2000/14/EG is eerder omgezet in artikel 15 van de Regeling
geluidemissie buitenmaterieel. De inwerkingtreding van de wijzigingsregeling in het
kader van de onderhavige implementatie zal met terugwerkende kracht plaatsvinden en
werkt terug tot en met 29 november 2025. Dit is de datum waarop de omzetting, naar
Nederlands recht, inwerking had moeten treden.
RICHTLIJN (EU) 2024/884 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 maart 2024 tot
wijziging van Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur (AEEA)
Uiterste implementatiedatum: 9 oktober 2025
Richtlijn (EU) 2024/884 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot
de wijziging van Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur (AEEA) (PbEU L 2024/884) (hierna: de Richtlijn) wordt omgezet in de Regeling
afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (hierna: Regeling AEEA). De implementatie
van de Richtlijn is in een vergevorderd stadium. Het opstellen van de regeling ten
behoeve van de implementatie van de Richtlijn in de Regeling AEEA is afgerond (hierna:
de wijzigingsregeling).
Voordat de wijzigingsregeling kan worden vastgesteld, dient de wijzigingsregeling
ter kennisgeving te worden voorgelegd aan de Eerste Kamer en de Tweede Kamer. Deze
voorhangprocedure duurt 4 weken. Daarna wordt de wijzigingsregeling vastgesteld door
de Minister van Klimaat en Groene Groei en gepubliceerd in de Staatscourant. De regeling
wordt naar verwachting in juni 2026 vastgesteld.
De wijzigingsregeling zal met terugwerkende kracht in werking treden op 9 oktober
2025. Dit is overeenkomstig de uiterste implementatiedatum van de Richtlijn.
Op die manier ontstaat er geen lacune met betrekking tot de rechten en plichten als
gevolg van de Richtlijn.
GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2025/811 VAN DE COMMISSIE van 19 februari 2025 tot wijziging
van bijlage I bij Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft
de informatie die aan scheepsrapportagesystemen moet worden gemeld
Uiterste implementatiedatum: 28 oktober 2025
De implementatie van de richtlijn is op 28 november 2025 afgerond, maar vanwege een
technische storing staat de richtlijn al enige tijd in de iTimer.
JenV
RICHTLIJN (EU) 2019/1151[A] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 20 juni 2019
tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale
instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht
Uiterste implementatiedatum: 1 augustus 2022
Zie toelichting onder richtlijn (EU) 2019/1151 [B].
RICHTLIJN (EU) 2019/1151[B] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 juni 2019
tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale
instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht
Uiterste implementatiedatum: 1 augustus 2023
De richtlijn 2019/1151 wijzigt richtlijn 2017/1132 met betrekking tot het gebruik
van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht. De
richtlijn maakt het mogelijk dat bij de bedrijvenregisters in de lidstaten online
een BV wordt opgericht, dat bijkantoren online kunnen worden geregistreerd en dat
online informatie en documenten kunnen worden ingediend door vennootschappen en bijkantoren.
De richtlijn bevat daarnaast een bepaling over bestuur verboden en de uitwisseling
van informatie daarover tussen lidstaten.
Een deel van de richtlijn wordt geïmplementeerd door middel van bestaand recht, in
de vorm van bepalingen in de Dienstenwet, de Handelsregisterwet 2007 en het Handelsregisterbesluit
2008. Implementatie van de overige nieuwe verplichtingen heeft plaatsgevonden in het
Burgerlijk Wetboek en in de Wet op het notarisambt. Deze wijzigingen zijn op 1 januari
2024 in werking getreden. Voor enkele technische bepalingen van de richtlijn wordt
door de Minister van EZ een wijziging van het Handelsregisterbesluit 2008 voorbereid.
Naar verwachting zal deze wijziging van het Handelsregisterbesluit 2008 in Q3 van
2026 gepubliceerd kunnen worden en in werking kunnen treden.
Ondertussen werkt de Kamer van Koophandel (hierna: de KVK) in de praktijk al in overeenstemming
met de eisen uit de richtlijn. De implementatie bij de KVK was aanvankelijk vertraagd
doordat de verordening met de technische specificaties pas laat gereedkwam en vanwege
een overvolle ontwikkelkalender en capaciteitsbeperkingen bij zowel EZ als de KVK.
Voor enkele nog resterende aanpassingen, heeft KVK vanwege aanhoudende capaciteitsbeperkingen
aangegeven meer tijd nodig te hebben maar dit in 2025 alsnog grotendeels geïmplementeerd.
RICHTLIJN (EU) 2022/2464 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 december 2022
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 537/2014, Richtlijn 2004/109/EG, Richtlijn
2006/43/EG en Richtlijn 2013/34/EU, met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door
ondernemingen
Uiterste implementatiedatum: 6 juli 2024
Het ontwerp voor de algemene maatregel van bestuur over de rapportageverplichting
is op 12 juni 2024 overgelegd aan beide Kamers in het kader van de voorhang (Kamerstuk
26 485, nr. 437). Hierop zijn op 12 juli en op 25 september 2024 vragen ontvangen van de Tweede Kamer
respectievelijk Eerste Kamer. De beantwoording van deze vragen is eind december 2024
naar de beide Kamers gestuurd. Op 14 februari 2025 zijn nadere vragen van de Eerste
Kamer ontvangen, die op 12 september jl. zijn beantwoord.
Het wetsvoorstel is op 13 januari 2025 bij de Tweede Kamer ingediend. Op 27 juni 2025
heeft de Kamer het verslag ingediend, dat op 1 oktober jl. is beantwoord. Over het
ontwerp voor de algemene maatregel van bestuur over de regels voor accountants(organisaties)
is de consultatie op 4 februari 2025 afgerond. Nadat de Tweede Kamer het eerdergenoemde
wetsvoorstel zal hebben aangenomen, zal het ontwerpbesluit voor advies aan de Raad
van State worden voorgelegd.
Inmiddels zijn de richtlijnen die de Europese Commissie op 26 februari 2025 heeft
gepresenteerd in het pakket Omnibus I tot wijziging van de richtlijn, afgerond. De
eerste wijzigingsrichtlijn voorziet in uitstel met twee jaar voor ondernemingen die
een duurzaamheidsrapportering moeten opstellen en openbaar maken vanaf boekjaren 2025
en 2026. Naar de Tweede en de Eerste Kamer is een gewijzigde versie van het ontwerpimplementatiebesluit
en naar de Tweede Kamer is een nota van wijziging bij het wetsvoorstel gestuurd waarin
het uitstel met twee jaar is verwerkt. De Eerste Kamer heeft op 15 oktober 2025 hierover
vragen gesteld.
De tweede richtlijn beperkt de reikwijdte van rapporteringsverplichting in de richtlijn
tot ondernemingen met een netto-omzet van meer dan € 450 miljoen en een gemiddeld
aantal werknemers van meer dan duizend. Tevens beperkt die richtlijn de informatie
die de rapporterende ondernemingen kunnen opvragen van ondernemingen in de waardeketen
met een gemiddeld aantal van ten hoogste duizend werknemers, die niet onder de rapportageverplichting
vallen. Ook dit voorstel heeft gevolgen voor de implementatie van de richtlijn. Zoals
het kabinet heeft laten weten in een brief van 3 december 20251 zal het kabinet de implementatie van de wijzigingen meenemen in het implementatietraject
voor de CSRD-richtlijn. De Europese Commissie heeft Nederland herinnerd aan de noodzaak
om de CSRD-richtlijn op korte termijn te implementeren en heeft aangegeven dat er
geen ruimte is voor uitstel.
De nota van wijziging waarmee de wijzigingsrichtlijn wordt opgenomen in het implementatiewetsvoorstel,
is begin april naar de Afdeling advisering van de Raad van State gestuurd voor advies.
Zodra het advies is ontvangen en verwerkt, zal de nota van wijziging naar de Tweede
Kamer worden gestuurd.
Van het ontwerpimplementatiebesluit zal binnenkort een nieuwe versie naar beide Kamers
worden gestuurd in het kader van de voorhangprocedure, waarin de wijzigingen in de
CSRD worden verwerkt.
RICHTLIJN (EU) 2022/2555 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 december 2022
betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de
Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972
en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn)
Uiterste implementatiedatum: 17 oktober 2024
Zie toelichting onder richtlijn (EU) 2022/2557.
RICHTLIJN (EU) 2022/2557 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 december 2022
betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn
2008/114/EG van de Raad (CER-richtlijn)
Uiterste implementatiedatum: 17 oktober 2024
De NIS2-richtlijn en de CER-richtlijn dienden met ingang van 18 oktober 2024 te zijn
omgezet in nationale wet- en regelgeving. Hoewel de inspanningen er steeds op gericht
zijn geweest deze implementatietermijn te halen, heeft Nederland heeft deze richtlijnen
helaas niet tijdig kunnen omzetten. Dit komt doordat de omzetting naar nationale wetgeving
een omvangrijk en complex traject is, waarbij grote zorgvuldigheid is vereist. Die
grote zorgvuldigheid is vereist, omdat de wetten waarin de NIS2-richtlijn en CER-richtlijn
worden omgezet aanzienlijke impact hebben op Nederlandse organisaties, zowel in de
publieke als in de private sector. Er zijn ten opzichte van bestaande wetgeving meer
en nieuwe sectoren en significant meer organisaties die moeten voldoen aan de nieuwe
wetgeving. De toepasselijkheid op vele sectoren heeft er ook toe geleid dat interdepartementale
afstemming met bijna alle departementen vereist is.
In het licht van de vertraagde omzetting wordt ook gewezen op de keuze van Nederland
om, vanwege de hiervoor genoemde impact op organisaties, de implementatiewetsvoorstellen
en onderliggende amvb’s en ministeriële regelingen open te stellen voor internetconsultatie,
hoewel dit bij implementatiewetgeving niet verplicht is.
De NIS2-richtlijn wordt geïmplementeerd in de Cyberbeveiligingswet en de CER-richtlijn
wordt geïmplementeerd in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. De wetsvoorstellen
Cyberbeveiligingswet en Wet weerbaarheid kritieke entiteiten zijn begin juni 2025
ingediend bij de Tweede Kamer en op 15 april 2026 aangenomen in stemming.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft naar aanleiding van de amendering
van één artikel van de onderliggende amvb’s naar de wetten verzocht om een nieuwe
adviesaanvraag. Deze zal eind mei ingediend worden. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan
de onderliggende ministeriële regelingen en worden de verslagen op de wetsvoorstellen
door de Eerste Kamer eind mei verwacht. Het uitgangspunt is dat de wetten en onderliggende
regelgeving op hetzelfde moment in werking treden.
RICHTLIJN (EU) 2023/1544 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 12 juli 2023 tot
vaststelling van geharmoniseerde regels inzake de aanwijzing van aangewezen vestigingen
en de aanstelling van wettelijke vertegenwoordigers ten behoeve van de vergaring van
elektronisch bewijsmateriaal in strafprocedures
Uiterste implementatiedatum: 18 februari 2026
Het wetsvoorstel ter uitvoering van de e-Evidence verordening en de e-Evidence richtlijn
(de Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal) is in behandeling bij de Tweede Kamer.
Op 10 april 2026 is het verslag van de Tweede Kamer over het wetsvoorstel uitgebracht.
De vragen in het verslag zullen naar verwachting medio mei zijn beantwoord.
KGG
Richtlijn (EU) 2023/2413[A] van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023
tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn
98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking
van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad
Uiterste implementatiedatum: 1 juli 2024
Richtlijn (EU) 2023/2413 betreft een omvangrijke wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001
(Renewable Energy Directive/RED), waarbij verschillende implementatietermijnen gelden. Voor een aantal van de
zogenaamde «versnellingsartikelen» die er voor moeten zorgen dat projecten voor hernieuwbare
energie sneller uitgerold kunnen worden geldt een uiterste implementatiedatum van
1 juli 2024. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 7 juni 2024 (Kamerstukken II
31 239, nr. 396).
Deze artikelen zijn deels reeds omgezet in bestaande wet- en regelgeving en betreffen
deels feitelijk handelen waarvoor geen implementatie in wet- en regelgeving noodzakelijk
is. Voor de aanpassing van de vergunningsprocedure geldt dat de Nederlandse systematiek
(voor een groot deel) voldoet aan de gestelde eisen. Daar waar nodig worden deze artikelen
geïmplementeerd in de Omgevingswet, de daarop gebaseerde algemene maatregelen van
bestuur en de Wet Windenergie op Zee en de Algemene wet bestuursrecht. Het wetsvoorstel
is op 22 december 2025 bij de Tweede Kamer ingediend.2 Op 26 februari 2026 is het verslag van de vaste commissie van Klimaat en Groene Groei
over het wetsvoorstel uitgebracht. De vragen in het verslag zijn op 21 april 2026
beantwoord.3
RICHTLIJN (EU) 2023/2413[B] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 18 oktober 2023
tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn
98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking
van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad
Uiterste implementatiedatum: 21 mei 2025
Ook de artikelen van richtlijn (EU) 2023/2413 met een uiterste implementatiedatum
van 21 mei 2025 zijn deels reeds omgezet in bestaande wet- en regelgeving en betreffen
deels feitelijk handelen waarvoor geen implementatie in wet- en regelgeving noodzakelijk
is. De resterende implementatie op wetsniveau die noodzakelijk is in verband met de
implementatie wordt meegenomen in het wetsvoorstel Implementatiewet herziene gasrichtlijn
en uitvoering herziene gasverordening, dat tot eind februari voor lag voor een uitvoerings-
en handhavingstoets. Het wetvoorstel wordt volgens planning voor de zomer voorgelegd
aan de Raad van State.
RICHTLIJN (EU) 2024/1711 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juni 2024 tot
wijziging van de Richtlijnen (EU) 2018/2001 en (EU) 2019/944 inzake het verbeteren
van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie
Uiterste implementatiedatum: 17 januari 2025
Richtlijn (EU) 2024/1711 vormt met twee verordeningen het in juni vorig jaar vastgestelde
Europese Electricity Market Design pakket (EMD-pakket). Het EMD-pakket is gericht
op verdere hervorming van de Europese elektriciteitsmarkt.
De uiterste datum voor implementatie is voor de meeste bepalingen uit de richtlijn
gesteld op 17 januari 2025. Voor artikel 2, punten 2) en 3), de bepalingen met betrekking
tot het recht op energiedelen en de vrije keuze van leverancier daarbij, is de uiterste
datum voor implementatie gesteld op 1 juli 2026.
Implementatie van het EMD-pakket vindt voornamelijk plaats in de nieuwe Energiewet
(Stb 2025, 12) en daarnaast, in verband met implementatie van energiedelen, de Wet belastingen
op milieugrondslag en de Wet op de accijns.
Begin juli 2025 is het wetsvoorstel ter implementatie van de gehele richtlijn aanhangig
gemaakt voor advies bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Op 12 november heeft de Afdeling advies uitgebracht. Het wetsvoorstel wordt volgens
de planning voor de zomer ingediend bij de Tweede Kamer voor de parlementaire behandeling.
RICHTLIJN (EU) 2023/1791 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 september 2023
betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (herschikking)
Uiterste implementatiedatum: 11 oktober 2025
Richtlijn (EU) 2023/1791 betreft een herschikking van Richtlijn 2012/27/EU, waarbij
verschillende implementatietermijnen gelden. De verplichting op grond van artikel 12
van de richtlijn voor datacentra om gegevens over hun energieprestaties te verzamelen
en jaarlijks openbaar te maken is reeds in april 2025 omgezet in nationale regelgeving
met de wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Omgevingsbesluit.
De artikelen 13 tot en met 21 van de richtlijn zijn reeds omgezet in nationale wet-
en regelgeving.
Daar waar nodig worden de overige artikelen van de richtlijn geïmplementeerd met wijzigingen
van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie en enkele andere wetten.
Het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn is op 10 december 2025 voor behandeling
ingediend bij de Tweede Kamer.4
SZW
RICHTLIJN (EU) 2023/2668 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 22 november 2023 tot wijziging van Richtlijn 2009/148/EG betreffende de bescherming
van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk
Uiterste implementatiedatum: 21 december 2025
De richtlijn 2023/2668 wijzigt richtlijn 2009/148 met betrekking tot de bescherming
van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk. Helaas
heeft Nederland deze richtlijn niet voor de implementatiedatum van 21 december 2025
kunnen omzetten.
Dit komt doordat de omzetting naar nationale regelgeving een omvangrijk en complex
traject is, waarbij het bestaande asbeststelsel ingrijpend moet worden aangepast.
Er zijn veel partijen die tijdens het werk met asbest in aanraking kunnen komen waarvoor
de situaties onderling enorm kunnen verschillen. Dit vergt een zorgvuldige afstemming
met stakeholders. Daarnaast zijn er ook verschillende departementen betrokken bij
de implementatie waardoor er interdepartementale afstemming vereist is. Bovendien
kent de implementatie diverse uitvoeringsaspecten, waaronder aanpassing van ICT-systemen.
De Tweede Kamer is op 28 mei 2025 op de hoogte gebracht dat de implementatiedatum
niet gehaald ging worden (Kamerstuk 25 883, nr. 527). Ook de Commissie is hierover geïnformeerd.
Zoals in bovengenoemde brief is aangegeven heeft Nederland al strenge asbestregelgeving
die in lijn ligt met het beschermingsniveau dat de Richtlijn vereist. Nederland voldoet
bijvoorbeeld al aan de verlaagde grenswaarde. In een publicatie in de Staatscourant
is opgenomen welke artikelen van de Richtlijn al volledig geïmplementeerd zijn in
de nationale regelgeving. Deze publicatie is inmiddels aan de Commissie gezonden voor
een gedeeltelijke notificatie.
Het streven is de aangepaste regelgeving op 1 januari 2027 in werking te laten treden.
Of dit nog haalbaar is, hangt er onder andere vanaf wanneer de plenaire behandeling
van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer plaatsvindt. Daarbij is het nodig om te voorzien
in een overgangstermijn van zes maanden om bedrijven in staat te stellen om aan onder
meer vergunnings- en opleidingseisen te kunnen voldoen. De richtlijn wordt omgezet
door wijzigingen in de Arbeidsomstandighedenwet, het Arbeidsomstandighedenbesluit,
de Arbeidsomstandighedenregeling, het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Besluit
bouwwerken leefomgeving.
Het wetsvoorstel dat regelt dat bedrijven die asbest verwijderen een vergunning moeten
hebben, is in behandeling bij de Tweede Kamer. Op 9 april 2026 is de Nota naar aanleiding
van het verslag aangeboden aan de Tweede Kamer. De Kamer is tegelijkertijd met een
brief geïnformeerd over de stand van zaken, waarbij ook het conceptwijzigingsbesluit
en de conceptwijziging van de Arbeidsomstandighedenregeling zijn aangeboden. Op 9 april
2026 zijn ook de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen gestart van de lagere regelgeving.
Richtlijnen die in het volgende kwartaal moeten worden geïmplementeerd om overschrijding te voorkomen
AenM
RICHTLIJN (EU) 2024/1233 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 april 2024 betreffende
één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van
derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede
inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal
in een lidstaat verblijven.
RICHTLIJN (EU) 2024/1346 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024 tot
vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming
(herschikking).
BZK
RICHTLIJN (EU) 2024/1275 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 april 2024 betreffende
de energieprestatie van gebouwen (herschikking).
RICHTLIJN (EU) 2024/1500 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024 betreffende
normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling
en gelijke kansen voor vrouwen en mannen in arbeid en beroep, en tot wijziging van
de Richtlijnen 2006/54/EG en 2010/41/EU.
BZ
RICHTLIJN (EU) 2025/794 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 april 2025 tot
wijziging van de Richtlijnen (EU) 2022/2464 en (EU) 2024/1760 wat betreft de datums
waarop lidstaten bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportering en passende zorgvuldigheid
in het bedrijfsleven moeten toepassen.
EZK
RICHTLIJN (EU) 2024/2749 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 9 oktober 2024
tot wijziging van de Richtlijnen 2000/14/EG, 2006/42/EG, 2010/35/EU, 2014/29/EU, 2014/30/EU,
2014/33/EU, 2014/34/EU, 2014/35/EU, 2014/53/EU en 2014/68/EU en tot invoering van
noodprocedures voor conformiteitsbeoordeling, vermoeden van conformiteit, vaststelling
van gemeenschappelijke specificaties en markttoezicht in geval van noodsituaties op
de interne markt.
FIN
RICHTLIJN (EU) 2024/2811 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2024
tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU met als doel de publieke kapitaalmarkten in
de Unie aantrekkelijker te maken voor ondernemingen en de toegang tot kapitaal voor
kleine en middelgrote ondernemingen (mkb-ondernemingen) te vergemakkelijken, en tot
intrekking van Richtlijn 2001/34/EG.
RICHTLIJN (EU) 2024/2994 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 27 november 2024
tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft
de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan
centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties.
RICHTLIJN (EU) 2024/927 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 maart 2024 tot
wijziging van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG wat betreft delegatieregelingen,
liquiditeitsrisicobeheer, toezichtrapportage, verlening van bewaar- en bewaarnemingsdiensten
en leninginitiëring door alternatieve beleggingsfondsen.
IenW
GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2025/1801 VAN DE COMMISSIE van 23 juni 2025 tot aanpassing
aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang van de bijlagen I en II bij Richtlijn
(EU) 2022/1999 van het Europees Parlement en de Raad betreffende uniforme procedures
voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg.
GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2025/1802 VAN DE COMMISSIE van 8 september 2025 tot wijziging
van Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat een vrijstelling
voor lood in soldeer met een hoog smeltpunt betreft.
GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2025/2364 VAN DE COMMISSIE van 8 september 2025 tot wijziging
van Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat een vrijstelling
voor lood als legeringselement in staal, aluminium en koper betreft.
JenV
RICHTLIJN (EU) 2024/1069 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 april 2024 betreffende
bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde
vorderingen of misbruik van procesrecht («strategische rechtszaken tegen publieke
participatie»).
RICHTLIJN (EU) 2024/1203 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 april 2024 inzake
de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van
de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG.
SZW
RICHTLIJN (EU) 2023/970 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 10 mei 2023 ter
versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en
vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie
en handhavingsmechanismen.
Ingebrekestellingen wegens te late implementatie
Ingebrekestellingen wegens te late implementatie
In het eerste kwartaal van 2026 zijn er 10 ingebrekestellingen wegens te late implementatie
van richtlijnen van de Europese Commissie ontvangen:
– Van FIN, zaak 2026/0108, mbt RL 2023/2225 (kredietovereenkomsten).
– Van FIN, zaak 2026/0109, mbt RL 2023/2226 (administratieve samenwerking belastingen).
– Van FIN, zaak 2026/0111, mbt RL 2023/2673 (financiële diensten).
– Van FIN, zaak 2026/0113, mbt RL 2025/0872 (administratieve samenwerking belastingen).
– Van FIN, zaak 2026/0196, mbt RL 2023/2864 (Europees centraal toegangspunt).
– Van FIN, zaak 2026/0197, mbt RL 2024/1619 (ESG-risico’s bankentoezicht)
– Van IenW, zaak 2026/0112, mbt RL 2024/2839 (rapportagevereisten).
– Van JenV, zaak 2026/0107, mbt RL 2023/2123 (bescherming persoonsgegevens).
– Van JenV, zaak 2026/0195, mbt RL 2023/1544 (elektronisch bewijsmateriaal strafprocedures).
– Van SZW, zaak 2026/0110, mbt RL 2023/2668 (blootstelling asbest).
De Europese Commissie heeft in het eerste kwartaal van 2026 één zaak wegens te late
implementatie geseponeerd:
Van VWS, zaak 2025/0190, mbt RL 2024/505 (beroepskwalificaties Roemeense ziekenverplegers).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken