Brief regering : AccelerateEU – Energy Union
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4326
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 mei 2026
Op 22 april 2026 heeft de Europese Commissie (hierna: de Commissie) de AccelerateEU
– Energy Union mededeling gepresenteerd, ter ondersteuning van lidstaten om de economische
gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten te beperken. Daarnaast omvat deze mededeling
een aankondiging van niet-wetgevende en wetgevende maatregelen die lidstaten op de
korte termijn kunnen nemen om de energieprijzen te verlagen en de energietransitie
te versnellen.
Met deze brief deelt het kabinet zijn appreciatie van deze mededeling op hoofdlijnen.
Gezien de urgentie van de huidige situatie acht het kabinet het van belang om de Kamer
op korte termijn hierover te informeren. Deze brief vervangt daarom het reguliere
BNC-fiche. Het kabinet verwacht dat tijdens de informele Energieraad van 12–13 mei
een eerste uitwisseling zal plaatsvinden over de inhoud van deze mededeling.
Het kabinet steunt de intentie van de mededeling van de Commissie om als onderdeel
van de dynamische respons op de vijf maatregelen categorieën tijdige, gerichte en
tijdelijke actie te ondernemen.
1. Inhoud AccelerateEU mededeling
De Commissie heeft de AccelerateEU – Energy Union-mededeling (hierna: de mededeling)
uitgebracht als onderdeel van een dynamische respons op de effecten van de situatie
in het Midden-Oosten. Volgens de Commissie zijn de stijgende energieprijzen een direct
gevolg van deze situatie en worden deze primair veroorzaakt door de afhankelijkheid
van de EU van de import van fossiele brandstoffen. Zo zijn de kosten voor de import
van fossiele brandstoffen sinds de sluiting van de Straat van Hormuz met 24 miljard
euro gestegen.
De Commissie wijst erop dat hoewel het nog onzeker is hoe lang deze situatie zal voortduren,
het al met zekerheid te stellen is dat de economische impact ten minste de komende
maanden aan de orde zal zijn, waarbij de stijgende energieprijzen nu al impact hebben
op de economie, de werkgelegenheid en de maatschappij. Daarom vraagt de huidige situatie
volgens de Commissie om tijdige, gerichte en tijdelijke maatregelen om de meest kwetsbare
gebruikers te beschermen en om de transitie naar schone energie en elektrificatie
te versnellen, terwijl het concurrentievermogen van de industrie beschermd blijft.
Deze mededeling bevat vijf maatregelen categorieën die lidstaten kunnen ondersteunen
om op korte-termijn actie te ondernemen: 1) het versterken van de EU-coördinatie tussen
EU lidstaten en met internationale partners op het terrein van olie en gas, 2) korte-termijn
maatregelen ter bescherming van de consumenten en industrie tegen hoge prijspieken,
3) maatregelen ter bevordering van verdere opschaling van de productie van schone
energie en elektrificatie, 4) maatregelen ter versterking van het energiesysteem en
5) stimuleren van investeringen door het mobiliseren van publieke en private middelen.
De Commissie wijst erop dat er momenteel geen onmiddellijke risico’s voor de leveringszekerheid
zijn, ondanks dat de voorraden voor bepaalde productgroepen krap zijn. De Commissie
houdt de situatie nauwlettend in de gaten en zal verder maatregelen overwegen als
de situatie verergert.
1.1 Versterken EU-coördinatie op olie en gas
De Commissie stelt voor om de Europese coördinatie voor olie en gas te versterken.
Op het gebied van gas betreft dit sterkere coördinatie in de Gas Coordination Group (GCG) voor het vullen van de gasopslagen, door middel van monitoren van de timing van de
inkopen door marktpartijen ter voorkoming van prijspieken. Daarnaast worden lidstaten
aangemoedigd om gebruik te maken van de bestaande flexibiliteit in de Verordening
gasleveringszekerheid ten aanzien van de hoogte van hun nationale vuldoelen.1
Daarnaast stelt de Commissie diverse maatregelen voor om de Europese coördinatie rondom
het mogelijk vrijgeven van strategische olievoorraden, waaronder kerosine en diesel,
te versterken. De Commissie coördineert aan de hand van scenario-analyses de timing
en volumes van de vrijgaven per regio en voor de EU. Deze coördinatie vindt plaats
in de Oil Coordination Group (OCG). Daarnaast zal de Commissie de olie- en raffinagecapaciteit nader in kaart
brengen en maatregelen identificeren om deze capaciteit op Europees niveau te optimaliseren.
Ook stelt de Commissie voor om vanaf mei 2026 een online Fuel Observatory op te richten voor het zoveel mogelijk real time volgen van de ontwikkeling van vraag en aanbod, import, export en van de voorraden.
Voorts stelt de Commissie voor om de gecoördineerde outreach namens de EU naar olie-
en gasproducenten en partnerlanden te vergroten via het EU Energy and Raw Materals Platform. Ten slotte kondigt de Commissie een herziening van de richtlijn inzake olievoorraden
aan later in 2026, waarin de Commissie zal overwegen of gerichte eisen voor productvoorraden
in de toekomst passend zijn.
Daarbij geeft de Commissie aan prioriteit te zien in coördinatie van de aankoop en
distributie van alternatieve vliegtuigbrandstof, in afstemming met de lidstaten, brandstofleveranciers
en de luchtvaartsector (luchthavens en luchtvaartmaatschappijen). Centraal hierin
staat de borging van de beschikbaarheid van vliegtuigbrandstof in alle regio’s en
op alle luchthavens. Daarnaast stelt de Commissie voor om richtsnoeren te publiceren
voor hoe lidstaten gebruik kunnen maken van bestaande flexibiliteit in het Europese
wetgevende kader voor luchtvaart voor het mitigeren van de gevolgen van mogelijke
brandstoftekorten op luchtvaartbewegingen. Ook stelt de Commissie voor gecoördineerde
acties te nemen om de militaire brandstofinfrastructuur te versterken. Deze acties
worden gericht op het versterken van het importeren, verwerken, opslaan en distribueren
van kerosinestromen.
1.2 Beschermen van consumenten en industrie tegen hoge prijspieken
Om consumenten en de industrie te kunnen beschermen tegen de hoge prijspieken, biedt
de Commissie ruimte aan lidstaten voor een aantal korte termijn steunmaatregelen die
onmiddellijk effect kunnen hebben op de energieprijzen. Voorwaarde is dat deze steun
tijdig, gericht en tijdelijk moet zijn en bovendien een positief langetermijneffect
heeft2. De Commissie zal tijdens de Informele Energieraad op 12–13 mei a.s. een catalogus
aan maatregelen publiceren die energie besparen, eigen energieproductie bevorderen
en de efficiëntie van het energiesysteem vergroten. Daarnaast kondigt de Commissie
een digitale database aan met de nationale noodmaatregelen die lidstaten hebben genomen
en de uitwisseling van best practices hierover. Verder komt de Commissie met guidance voor de versterking van de positie en bescherming van consumenten, bovenop het Citizens Energy Package dat de Commissie recent heeft uitgebracht. Daarnaast biedt de Commissie steun aan
lidstaten voor het vormgeven van tijdelijke en gerichte maatregelen toegespitst op
huishoudens, mkb en de energie-intensieve industrie, zoals prijsingrepen, inkomenssteun,
het belasten van overwinsten van olie- en gasbedrijven en belastingvoordelen. Ook
heeft de Commissie op 29 april een nieuw tijdelijk staatssteunkader gepubliceerd in
reactie op de huidige situatie.3
1.3 Versnellen opschaling productie van schone energie
Om minder afhankelijk te worden van de import van olie en gas, stelt de Commissie
verschillende acties voor om de overgang naar eigen, schone energie te versnellen
op de middellange termijn, onder andere met initiatieven op het gebied van elektrificatie,
geothermie, groen gas en duurzame brandstoffen voor de luchtvaart (eSAF). Op het gebied
van elektrificatie noemt de Commissie een mogelijke doelstelling voor elektrificatie
en maatregelen om het prijsverschil tussen elektriciteit en fossiele alternatieven
te verlagen, de uitrol van elektrificatietechnieken te versnellen en barrières weg
te nemen. Ook kondigt de Commissie een gerichte aanpassing aan van de criteria voor
hernieuwbare waterstof en een consultatie over de regels voor waterstof uit kernenergie.
1.4 Versnellen transitie van het energiesysteem
Volgens de Commissie maakt deze crisis duidelijk dat het moderniseren en grondig hervormen
van het energiesysteem een absolute noodzaak is voor het vergroten van onze veerkracht
en weerbaarheid. De Commissie roept daarom op om de onderhandelingen over het Grids
Package te versnellen en bestaande regels en initiatieven voortvarend te implementeren.
De Commissie kondigt aan in mei een wetgevingsvoorstel te zullen publiceren op het
gebied van netwerktarieven en energiebelastingen. Dit voorstel moet prikkels geven
om netwerken optimaal en kostenefficiënt te gebruiken en zal het regelgevend kader
verduidelijken om toezichthouders toe te staan om gerichte verlagingen voor netwerktarieven
toe te passen, inclusief voor de energie-intensieve industrie. Ook zal het lidstaten
in staat stellen om beperkingen op te heffen voor het verlagen van energiebelastingen
voor specifieke gebruikers, zoals energie-intensieve industrieën en kwetsbare huishoudens.
Het uitgangspunt hierbij is dat elektriciteit minder wordt belast dan gas.
1.5 Investeringen stimuleren
Een belangrijk deel van de Europese reactie op de energiecrisis dient zich volgens
de Commissie te richten op het stimuleren van investeringen in de energietransitie
en circulaire oplossingen. De Commissie wijst op de reeds ruim beschikbare middelen
voor de energietransitie en energiebesparing en wijst daarbij onder andere naar de
cohesiemiddelen binnen het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en de middelen binnen
de Herstel- en Veerkracht Faciliteit (HVF).
De Commissie kondigt aan een exercitie te starten om lidstaten in staat te stellen
om maximaal gebruik te maken van bestaande EU-middelen en deze middelen, waar haalbaar
en gewenst, te heralloceren naar energie-gerelateerde investeringen. Herallocatie
zou gericht moeten zijn op het a) het opschalen van maatregelen gericht op energiebesparing
en groene technologie, b) het aanvullen of opschalen van bestaande maatregelen om
energie-armoede tegen te gaan, en c) het versnellen van de uitvoering van de plannen
onder de HVF, waaronder via het financieren van National Promotional Banks (NPBs).
Omdat de benodigde investeringen van naar schatting circa € 660 miljard per jaar niet
alleen publiek kunnen worden gefinancierd, zet de Commissie in op het mobiliseren
van private investeringen. De Commissie wil verder in 2026 een investerings-top organiseren
om private financiering voor schone energie (zoals opslag, elektrificatie en duurzame
brandstoffen) te versnellen.
De Commissie kondigt in juli 2026 een herziening van het Europese emissiehandelssysteem
(hierna: EU ETS) aan. De Commissie is voornemens een Investment Booster op te richten
als onderdeel van de herziening van de ETS Richtlijn i en (deels) als invulling van
de Industrial Decarbonisation Bank (IDB), gefinancierd met 400 miljoen emissierechten. Doel is om investeringszekerheid
te vergroten en verduurzaming verder te stimuleren, met een focus op lidstaten met
een lager inkomen.
Verder geeft de Commissie aan lidstaten te zullen ondersteunen die een deel van de
ETS veilinginkomsten willen besteden aan maatregelen die leiden tot investeringen
in elektrificatie, verduurzaming van de industrie, circulaire toepassingen in de keten
en investeringen die bijdragen aan het verlagen van de elektriciteitsprijs.
2. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het kabinet heeft op 20 april jl. in de Kamerbrief «Acties Weerbaarheid Energieschok»
(Kamerstuk 36 933, nr. 1) de verschillende scenario’s geschetst waar het kabinet zich op voorbereidt naar
aanleiding van de situatie in het Midden-Oosten. In deze brief worden verschillende
maatregelen aangekondigd die het kabinet neemt. Het kabinet heeft op 20 april jl.
opgeschaald naar fase 1 van het Landelijk Crisisplan Olie, wat inhoudt dat er actieve
monitoring wordt opgezet, er nauwgezette communicatie plaatsvindt richting bedrijven
en met de samenleving en maatregelen worden voorbereid die in deze en volgende escalatiefasen
kunnen worden ingezet. Verder bereidt Nederland de vrijgave van strategische voorraden
voor, in verband met door de het Internationaal Energieagentschap aangekondigde collectieve
actie. Daarnaast neemt het kabinet de volgende concrete maatregelen: een versnellingsoffensief
om verduurzaming te versterken, maatregelen om de onafhankelijkheid van olie en gas
uit het buitenland te vergroten en gerichte steun aan kwetsbare burgers en bedrijven.
Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet vindt het belangrijk dat de Commissie in deze situatie duidelijke coördinatie
geeft aan lidstaten en verwelkomt de mededeling. Hieronder zal per pijler een korte
appreciatie van de mededeling worden gegeven.
2.1. Versterken EU-coördinatie
Het kabinet staat open voor de coördinerende rol van de Europese Commissie op nationale
maatregelen voor het vullen van de gasopslagen zoals aangegeven in het antwoord op
vragen van het lid Dassen over de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten voor
de Europese energiezekerheid en de Nederlandse gasvoorziening.4 Nederland verwelkomt de boodschap van de Commissie dat lidstaten 10%-punt af mogen
wijken van hun jaarlijkse verplichte Europese vuldoel, maar ziet momenteel nog geen
noodzaak om hiervan gebruik te maken. Het kabinet heeft op basis van een andere uitzondering
een Europees vuldoel van 74% van de totale ondergrondse gasopslagcapaciteit die direct
aan het Nederlandse transmissiesysteem voor gas is verbonden.5 Het nationale vuldoel voor opslagjaar 2026/2027 van het kabinet, gebaseerd op het
overzicht leveringszekerheid van Gasunie Transport Services (GTS), bedraagt verder
115 TWh van de capaciteit van de Nederlandse seizoensopslagen (ca. 80% van de totale
ondergrondse gasopslagcapaciteit die direct aan het Nederlandse transmissiesysteem
voor gas is verbonden)6. Het kabinet houdt de situatie op de gasmarkt de komende zomer nauwlettend in de
gaten en zal blijven beoordelen of een geoorloofde afwijking van het Europese vuldoel
en/of aanpassing van het nationale vuldoel nodig is.
Het kabinet steunt de extra inzet van de Europese Commissie richting derde landen.
Zoals aangegeven in het antwoord op vragen van het lid Dassen over de gevolgen van
het conflict in het Midden-Oosten voor de Europese energiezekerheid en de Nederlandse
gasvoorziening7 is de effectiviteit van het Europees gezamenlijke inkoopplatform – thans onderdeel
van het EU Energy and Raw Materials Platform – voor wat betreft gasinkoop moeilijk vast te stellen, mede omdat partijen niet verplicht
waren te melden of er daadwerkelijk contracten zijn gesloten. Het kabinet gaat graag
met de Europese Commissie op korte termijn in gesprek over hoe de werking van het
gezamenlijke inkoopplatform voor gas verbeterd kan worden. Daarnaast is Nederland
benieuwd naar de plannen van de Commissie om de internationale samenwerking rondom
de aanvoer van energie te versterken en daarbij ook het netwerk aan EU-handelsverdragen
in te zetten.
Het kabinet verwelkomt een sterkere coördinerende rol van de Commissie bij de eventuele
vrijgave van strategische olievoorraden, waaronder kerosine en diesel. Momenteel voert
de Commissie scenarioanalyses uit ten behoeve van de relevante timing en volumes per
regio voor de inzet van strategische olievoorraden. Deze begeleiding van de Commissie
is noodzakelijk om de effecten van de crisis in het Midden-Oosten voor Europa te boordelen
en op te vangen. Het kabinet zet zich in om de Commissie in deze exercitie te ondersteunen.
Ook steunt het kabinet het voornemen van de Commissie om de olieraffinagecapaciteit
te optimaliseren, mits hierbij ook efficiëntie en concurrentievermogen als uitgangspunten
worden meegenomen zodat de productiekosten niet aanzienlijk stijgen en de bioraffinagecapaciteit
in acht wordt genomen.
Het kabinet steunt het voorstel van de Commissie om de verdeling van kerosine binnen
Europa te optimaliseren om voldoende beschikbaarheid te garanderen volledig. De verstoring
door de situatie in het Midden-Oosten raakt de kerosinemarkt het hardst, omdat juist
daar een groot deel van de gebruikelijke aanvoer is weggevallen. Europa is voor circa
23% afhankelijk van import van kerosine, en juist die importstromen zijn vrijwel volledig
gestaakt. Tegelijk blijft de vraag relatief stabiel en zijn er op korte termijn weinig
alternatieven beschikbaar. Daardoor loopt de spanning in deze markt sneller op dan
bij andere olieproducten. Dat zien we terug in prijsontwikkelingen en signalen vanuit
de luchtvaartsector. Om die reden heeft kerosine op dit moment de hoogste prioriteit
in de aanpak van het kabinet. Bij een gelijkblijvende vraag en volledige inzet van
de Europese voorraden kan het wegvallen van de gebruikelijke aanvoer circa vijf maanden
opgevangen worden. Deze vijf maanden betreft een theoretische bandbreedte waarin commerciële
en strategische voorraden volledig worden ingezet bij gelijkblijvende vraag. In de
praktijk kan de vraag veranderen, bijvoorbeeld door hogere prijzen of aanpassingen
in de luchtvaartsector. Bij lagere vraag kan de beschikbare periode langer zijn dan
deze bandbreedte. Omgekeerd kan deze korter zijn bij aanhoudende verstoringen in de
aanvoer. Nederland heeft als raffinage- en doorvoerhub een sterke positie, maar is
volledig onderdeel van de internationale markt. Dat betekent dat nationale leveringszekerheid
niet los te zien is van Europese en mondiale ontwikkelingen. De opgave ligt daarom
niet alleen in het opvangen van verstoringen, maar ook in het borgen van toegang tot
volumes binnen een concurrerende wereldmarkt. Dat vraagt om Europese coördinatie en
gerichte inzet van instrumenten.
Daarnaast acht het kabinet de oprichting van het Fuel Observatory wenselijk en steunt het de Commissie in het verzamelen van de noodzakelijke data
om dit systeem operationeel en effectief te maken. Nederland heeft de afgelopen jaren
herhaaldelijk aandacht gevraagd voor het belang van accurate data. Uitwisseling van
kennis tussen lidstaten en EU-buurlanden wordt door het kabinet als essentieel beschouwd
voor het nemen van effectieve en tijdige maatregelen om de zekerheid van het aanbod
van olie en olieproducten te borgen. In dit licht heeft Nederland reeds in een vroeg
stadium van de crisis besloten om EU-lidstaten en de Europese Commissie toegang te
verlenen tot de Oil Market Intelligence Hub. Deze door COVA ontwikkelde hub bevat
diverse databronnen, scenariomodellen en simulatietools. Hiermee levert Nederland
een concrete bijdrage aan de ontwikkeling van het Fuel Observatory.
Met betrekking tot de inzet van de Commissie op gecoördineerde acties voor de versterking
van militaire infrastructuur heeft het kabinet zijn bedenkingen. Op dit moment bestaat
er ook het Central Europe Pipeline System(CEPS)-netwerk van de NAVO voor kerosine,
waarvan de civiele luchtvaart gebruik kan maken. Ten tijde van oorlog dient dit netwerk
volledig beschikbaar te zijn voor van de NAVO, wat impact zal hebben op de belevering
van de civiele luchtvaart. Daarnaast zijn er binnen de NAVO verschillende afspraken
gemaakt tussen de lidstaten over opslag en het aanhouden van strategische voorraden.
Daarmee is het kabinet van mening dat het opportuun is voor de Commissie om direct
met de NAVO af te stemmen welke rol de EU kan spelen in de gecombineerde weerbaarheid
van defensie en civiele maatschappij.
Het kabinet verwelkomt de aankondiging dat de Commissie met verdere verduidelijking
van de al bestaande flexibiliteit in het EU wetgevingskader komt. Deze verduidelijking
is wenselijk, noodzakelijk en urgent om luchtvaartmaatschappijen voldoende flexibiliteit
te bieden waarmee zij ook brandstof kunnen besparen. Dankzij goede afstemming met
de Europese slotcoördinatoren, welke verantwoordelijk zijn voor de start- en landingsrechten
(slots) op luchthavens, en de Europese Commissie zijn al concrete stappen gezet op deze
bestaande flexibiliteit. Ook heeft het kabinet de Europese Commissie opgeroepen om
nu al voorbereidende en verkennende stappen te zetten richting verdergaande aanpassingen
van het EU-wetgevingskader, onder meer op het gebied van slots en anti-tankering, voor het geval er brandstoftekorten ontstaan. De ervaring uit de coronapandemie leert
dat de doorlooptijden voor deze aanpassingen lang zijn en de sector helderheid over
de regels nodig heeft. Het kabinet vindt het belangrijk dat de Commissie aandacht
heeft voor een dergelijke situatie.
2.2. Beschermen van consumenten en industrie tegen hoge prijspieken
Het kabinet staat positief tegenover door de Commissie aangekondigde catalogus met
maatregelen op het terrein van energiebesparing en hernieuwbare energie die tijdens
de Informele Energieraad gepresenteerd zal worden. Deze lijst met vrijwillige besparingsmaatregelen
voor kwetsbare huishoudens en bedrijven kan lidstaten ondersteunen om op korte termijn
gerichte, tijdelijke en duurzame maatregelen te kunnen nemen. Hoewel deze maatregelen
vrijwillig van aard zijn, kan deze lijst met maatregelen richting geven aan lidstaten
en helpen om maatregelen in gecoördineerd verband te nemen.
Het is van belang dat de Commissie nationale beslissingen om belasting te heffen op
eventuele onverwachte overwinsten van olie- en gasbedrijven respecteert. Voorts verwelkomt
het kabinet de voorgestelde aanpak van eventuele overwinsten bij olie- en gasbedrijven
door de Commissie. Het kabinet roept de Commissie tegelijkertijd op om samen met andere
bereidwillige landen nader in kaart te brengen of er overwinsten worden gemaakt en
om een juridische grondslag en vormgeving voor doeltreffende maatregelen voor het
belasten van deze eventuele extra winsten uit te werken, waarbij de mogelijke impact
van overwinsten op de interne markt wordt beoordeeld. De Commissie geeft aan dat gelet
op de volatiliteit in prijzen als gevolg op de schaarste in fossiele brandstoffen
zoals olie en gas directe steun nodig kan zijn voor huishoudens, maar dat deze gericht,
tijdig en tijdelijk moet zijn en rekening moet houden met oplossingen die op langere
termijn bijdragen aan het vergroten van de weerbaarheid. Eventuele steun moet niet
haaks staan op het laten lonen van energiebesparende maatregelen en de transitie naar
schone energie. Het kabinet onderschrijft deze uitgangspunten en heeft in het maatregelenpakket
Acties Weerbaarheid Energieschok diverse maatregelen aangekondigd waarmee invulling
hieraan wordt gegeven. Het Kabinet verwacht ook van de Commissie dat deze zal toetsen
bij andere lidstaten of nationale maatregelen beperkte marktverstorende effecten hebben
op de interne markt.
Wat betreft de aankondiging van de Commissie om te komen met een tijdelijk staatssteunkader
voor de ondersteuning van economische sectoren die het meest geraakt worden door de
prijsstijgingen als gevolg van de situatie in het Midden-Oosten, heeft het kabinet
in haar reactie op de consultatie richting de Commissie aangegeven van mening te zijn
dat een tijdelijk crisiskader in algemene zin nu nog niet noodzakelijk is. Het kabinet
zet wel in op enkele gerichte, duurzame aanpassingen van het reguliere staatsteunkader.
Het kabinet pleit voor verruiming van de reguliere staatsteunkaders voor industriële
elektrificatie en om ruimte te bieden voor gerichte (gedeeltelijke) compensatie van
hoge brandstofkosten en nettarieven voor de energie-intensieve sectoren. Dit is onder
meer ter bevordering van een gelijk speelveld binnen de EU, versterking van de internationale
concurrentiepositie en versnellen van elektrificatie in de industrie en logistiek.
2.3. Versnellen opschaling productie van schone energie
Het kabinet deelt de inschatting van de Commissie dat de huidige crisis opnieuw het
belang aantoont van het versnellen van de elektrificatie van de Europese economie
en de opschaling van hernieuwbare warmte om de blootstelling aan (fossiele) prijsschokken
en importafhankelijkheid versneld te beëindigen. Het kabinet onderschijft het belang
van elektrificatie als belangrijkste route voor verduurzaming en het belang van vraagontwikkeling
voor de verdere uitrol van de productie van hernieuwbare elektriciteit, waaronder
met name wind op zee. Het kabinet kijkt daarom uit naar de aangekondigde initiatieven
om elektrificatie te bevorderen.
Wat betreft een mogelijke Europese doelstelling voor elektrificatie is het belangrijk
om rekening te houden met de bestaande knelpunten voor elektrificatie, zoals netcongestie
en lange doorlooptijden voor uitbreiding van elektriciteitsinfrastructuur. Het kabinet
vraagt daarom aandacht voor het feit dat voor veel bedrijven een volledige overstap
op elektriciteit op korte termijn nog niet haalbaar is, bijvoorbeeld bij onvoldoende
netcapaciteit of het ontbreken van geschikte elektrische alternatieven voor hoge-temperatuurtoepassingen.
Daarom vraagt Nederland ook aandacht voor de opschaling van op collectieve warmtesystemen
en hernieuwbare warmte.
Het kabinet beaamt het belang van opschaling van biomethaan om sectoren waarvoor elektrificatie
geen haalbare optie is te kunnen ondersteunen in verduurzamen. Ook bekrachtigt het
kabinet de kansen die biomethaan met zich meebrengt voor de landbouwsector. Het kabinet
onderschrijft het belang van versnelde vergunningverlening voor de ruimtelijke inpassing
van projecten. Het kabinet benadrukt dat harmonisatie van emissiestatistiek de belangrijkste
voorwaarde is om biomethaan in Europa op te schalen, zodat de Europese interne markt
optimaal benut kan worden.
De Commissie kondigt voor het tweede kwartaal van dit jaar een gerichte herziening
van de productie-regels voor hernieuwbare waterstof aan, gelet op de trage ontwikkeling
van de hernieuwbare waterstofmarkt. Het kabinet verwelkomt de gerichte herziening
van de productie-regels voor hernieuwbare waterstof en spant zich in om hier zo snel
mogelijk een akkoord over te bereiken. Deze herziening biedt ruimte om twee Nederlandse
wensen te realiseren ten aanzien van de mogelijkheid om langer gesubsidieerde stroom
te gebruiken en de eisen voor tijdige correlatie later in te laten gaan.8 Dit is nodig om de opschaling van elektrolyse te versnellen, in lijn met de motie
van het lid Bontenbal.9 Het kabinet hecht ook aan de erkenning van koolstofarme elektriciteit afkomstig van
kernenergie en kijkt daarom uit naar de consultatie.
De Commissie kondigt aan de lidstaten binnen de eSAF Early Movers Coalition te blijven
ondersteunen bij de organisatie van de aangekondigde tweezijdige veiling van 2 miljard
euro voor eSAF, en zal verdere deelname van lidstaten aanmoedigen. Het kabinet steunt
de inspanningen van de Europese Commissie en de andere lidstaten en ziet deze coalitie
als een sterk voorbeeld van hoe lidstaten nauwer en effectiever kunnen samenwerken.
Nederland is momenteel als kennispartner betrokken bij de coalitie en onderzoekt de
mogelijkheden om de opschaling van e-SAF in de EU verder te ondersteunen.10
2.4. Versnellen transitie van energiesysteem
Het kabinet staat in beginsel positief tegenover het voornemen van de Commissie om
een wetgevingsvoorstel uit te brengen op het gebied van netwerktarieven en energiebelastingen.
Het kabinet steunt het streven van de Commissie om meer prikkels te geven voor kosteneffectiviteit,
betere benutting van netten, flexibiliteit en digitalisering. Het kabinet zal zich
blijven inzetten voor verduidelijking over toepassing van het regelgevend kader voor
de toezichthouders over de netwerktariefmethodologie om harmonisatie op de interne
markt te bevorderen. Ook steunt het kabinet het versnellen van de onderhandelingen
over het Grids Package.
Ten aanzien van energiebelastingen ondersteunt Nederland het idee om elektriciteit
lager te belasten dan fossiele energieproducten. Doordat de Nederlandse energiebelasting
degressieve tarieven kent kunnen de budgettaire en beleidsconsequenties aanzienlijk
zijn wanneer als gevolg van het voorstel in de hele energiebelasting elektriciteit
lager zou moeten worden belast dan gas. In hoeverre daarvan sprake is, zal moeten
volgen uit het wetsvoorstel. Het bieden van meer ruimte aan lidstaten voor uitzonderingen
voor specifieke gebruikers zal eveneens worden beoordeeld op basis van het wetsvoorstel.
Het hanteren van lagere tarieven voor kwetsbare huishoudens is niet uitvoerbaar. De
huidige teksten suggereren dat lidstaten de vrijheid hebben zelf te besluiten of ze
gebruik willen maken van de mogelijkheid tot verlaagde tarieven. Zolang het daarbij
blijft gaan om regelingen waarvan lidstaten zelf beslissen of zij die invoeren of
niet zullen de consequenties naar verwachting voor Nederland beperkt zijn. De maatregelen
vergen aanpassing van de Richtlijn Energiebelastingen. De normale besluitvorming hierover
is op basis van unanimiteit. Het is nog onduidelijk welke procedure de Commissie nu
voor ogen heeft.
2.5. Investeringen stimuleren
Het kabinet onderschrijft het door de Commissie geschetste beeld van de omvangrijke
en groeiende investeringsopgave in de energietransitie en deelt de opvatting dat een
bredere inzet en mobilisatie van privaat kapitaal nodig is om deze opgave te realiseren.
De voorgestelde richting ziet het kabinet als een eerste stap.
Afstemming bevorderen tussen private en publieke financiers, projectontwikkelaars
en industrie, zoals de Commissie beoogt met het organiseren van de investeringstop,
kan volgens het kabinet bijdragen aan het beter mobiliseren van privaat kapitaal voor
de energietransitie. Een dergelijke top kan wellicht ook dienen als een startschot
voor de in de Clean Energy Investment Strategy aangekondigde Investeringsraad, waarin op een meer permanente basis deze afstemming
vormgegeven kan worden.
Het kabinet staat in beginsel positief tegenover mogelijke herallocatie van Europese
financiering, zolang deze gericht is op oplossingen die op de lange termijn een bijdrage
kunnen leveren aan energiezekerheid en er geen sprake is van consumptieve ondersteuning.
Tegelijkertijd ziet het kabinet momenteel beperkte ruimte voor de herallocatie van
middelen, daar een aanzienlijk deel van de lidstaten cohesiefinanciering in het huidige
MFK grotendeels gealloceerd heeft of recent al heeft geheralloceerd in het kader van
de tussentijdse herziening en de tijdslijnen voor wijziging van Herstel en Veerkrachtplannen
(deadline 31 mei 2026) en het behalen van de mijlpalen en doelstellingen binnen die
plannen (deadline 31 augustus 2026) erg kort zijn. Voor Nederland is bij alle voorstellen
van belang dat deze binnen bestaande kaders (huidig MFK en de HVF-verordening) worden
ingepast.
In het algemeen is het kabinet kritisch over de oprichting van tijdelijke nieuwe fondsen.
De herkomst van 400 miljoen emissierechten onder de Investment Booster is nog onduidelijk.
Daarnaast is het momenteel onduidelijk in hoeverre de Investment Booster de IDB aanvult
of al invult. De Commissie heeft eerder in de Clean Industrial Deal de IDB aangekondigd
als financieringsinstrument om 100 miljard euro te mobiliseren voor de verduurzaming
van de industrie.
Afhankelijk van de herkomst van de emissierechten en vanwege de focus op lidstaten
met lager inkomen heeft het fonds mogelijk negatieve financiële consequenties voor
Nederland. Het kabinet zal dit voorstel beoordelen in samenhang met de bredere herziening
die de Commissie naar verwachting in juli zal presenteren. Het kabinet verwacht voor
de zomer een voorstel op de IDB, dat samenhangt met de herziening van het ETS1. Het
kabinet heeft daarmee vragen hoe dit zich tot elkaar verhoudt en vragen over de besluitvorming
over het IDB-voorstel.
Het kabinet staat positief tegenover de ondersteuning door de Commissie van lidstaten
die een deel van de ETS veilinginkomsten gericht willen besteden, waarbij het van
belang is dat hiermee daadwerkelijk wordt bijgedragen aan elektrificatie en verduurzaming.
3. Juridische aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de mededeling is positief. De mededeling
heeft betrekking op energiebeleid en de interne markt. Zowel op het terrein van energiebeleid
als interne markt is sprake van een gedeelde bevoegdheid van de EU en de lidstaten
(artikel 4, tweede lid, onderdeel i, VWEU en artikel 4, tweede lid, onderdeel a, VWEU).
Op het terrein van de vaststelling van mededingingsregels die voor de werking van
de interne markt nodig zijn, waar de staatssteunregels onder vallen, is sprake van
een exclusieve bevoegdheid van de EU, conform artikel 3, eerste lid, onderdeel b VWEU.
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel als onderdeel
van de dynamische respons van de Commissie op de energiecrisis lidstaten te ondersteunen
op zowel korte als middellange termijn. Gezien het mondiale karakter van de energiecrisis
wat impact heeft op de gehele wereldmarkt en alle lidstaten kan dit onvoldoende door
de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt, daarom
is een EU-aanpak wel nodig en wenselijk. Door deze maatregelengroepen aan alle lidstaten
te presenteren wordt het gelijk speelveld op het terrein van aanpak gedurende deze
energiecrisis verbeterd. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
Verschillende maatregelen behoeven uitwerking in Europese wetgeving. De subsidiariteit
van de concrete voorstellen daartoe wordt afzonderlijk beoordeeld.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel om als reactie
op de energiecrisis lidstaten te ondersteunen op zowel korte termijn, als het versnellen
van de transitie op de middellange termijn. Het voorgestelde optreden is geschikt
om deze doelstelling te bereiken, omdat de Commissie in deze mededeling aan de hand
van vijf maatregelengroepen lidstaten ondersteunt om op korte-termijn actie te kunnen
ondernemen om de huidige situatie te mitigeren en om de transitie naar een schoon
en weerbaar energiesysteem op de middellange termijn te maken. Bovendien gaat het
voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat de voorgestelde maatregelen
tijdelijk, gericht en tijdig genomen kunnen worden door lidstaten. Verschillende maatregelen
behoeven uitwerking in Europese wetgeving. De proportionaliteit van de concrete voorstellen
daartoe wordt afzonderlijk beoordeeld.
4. Financiële gevolgen
De mededeling, met daarin herallocatie van bestaande EU financiering, heeft geen directe
financiële of budgettaire gevolgen. Nederland acht het van belang dat de benodigde
EU-middelen worden gevonden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van
de EU-begroting 2021–2027 en passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting.
Het kabinet wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027. Eventuele
budgettaire gevolgen van de mededeling worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke
departement, conform de regels budgetdiscipline.
5. Regeldruk, geopolitieke gevolgen en concurrentiekracht
Deze mededeling moet een belangrijke rol spelen in het versterken van het concurrentievermogen
van de Europese industrie. Door energie betaalbaarder te maken en het gebruik van
schone en hernieuwbare energie te stimuleren, moet de afhankelijkheid van fossiele
brandstof en prijsschokken als gevolg van deze afhankelijkheid worden ingeperkt. Hierbij
staat voorop dat een gelijk speelveld tussen de Europese lidstaten geborgd moet worden.
Deze mededeling past binnen het bredere Europese raamwerk van regelgeving om het concurrentievermogen
in samenhang met verduurzaming en weerbaarheid te vergroten.11
De mededeling zelf heeft geen directe gevolgen voor de regeldruk. Dit voorstel is
als onderdeel van een dynamische respons gericht op het stroomlijnen en ondersteunen
van lidstaten die op nationaal maatregelen kunnen nemen als antwoord op de energiecrisis.
Verschillende maatregelen behoeven uitwerking in Europese wetgeving. De regeldruk
gevolgen van de concrete voorstellen daartoe worden afzonderlijk beoordeeld.
De Commissie hoeft voor een Mededeling geen impact-assessment uit te voeren. De verwachting
is dat deze vijf maatregelen categorieën juist op de korte termijn lidstaten kunnen
ondersteunen in het nemen van gerichte, tijdige en tijdelijke maatregelen die gericht
zijn op het beschermen van kwetsbare consumenten, het versnellen van de energietransitie
en elektrificatie en het beschermen van de Europese concurrentiekracht en industrie.
Voor de maatregelen die uitwerking in Europese wetgeving behoeven zal in het kader
van de voorbereiding van de voorstellen daartoe een impact assessment worden uitgevoerd.
Deze mededeling ziet met name toe op de Europese respons op een geopolitieke situatie.
De mededeling is vooral gericht op het mitigeren van de impact van de spanningen op
de wereldmarkt. Dit door het presenteren van de maatregelen die lidstaten kunnen nemen
en het coördineren van een gezamenlijke aanpak in deze geopolitiek onzekere tijd door
de situatie in het Midden-Oosten. De situatie in het Midden-Oosten is blijft onzeker
en het is afwachten hoelang deze situatie zo zal blijven. Maar het is zeker dat de
impact hiervan nog zeker een aantal maanden voelbaar zal zijn in de energiesector,
maar ook met grote economische en sociale impact. Daarom is het van belang de situatie
nauwlettend te blijven volgen, en te blijven evalueren of nieuwe maatregelen nodig
zijn.
6. Afsluiting
Het kabinet steunt de intentie van de mededeling van de Commissie om als onderdeel
van de dynamische respons op de vijf maatregelen categorieën tijdige, gerichte en
tijdelijke actie te ondernemen. De mededeling AccelerateEU geeft in de huidige geopolitieke context een helder signaal naar de lidstaten. Europese
coördinatie gericht op het beschermen van kwetsbare consumenten, het versnellen van
de energietransitie en elektrificatie en het beschermen van de Europese concurrentiekracht
en industrie is volgens het kabinet nodig en gewenst.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
Indieners
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.