Brief regering : Beleidsbrief Ministerie van Justitie en Veiligheid
36 800 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026
Nr. 142
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
In het coalitieakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 848, nr. 31) hebben drie partijen – D66, VVD en CDA – afspraken gemaakt over de maatregelen die
nodig zijn om Nederland weer vooruit te krijgen. Beleidsbrieven zoals deze zijn daar
een nadere uitwerking van op specifieke beleidsonderwerpen. Dat laat onverlet dat
de opgaven waar dit kabinet voor staat vragen om één overheid die duidelijk kiest,
samenwerkt en levert. In gezamenlijkheid. Alleen door samen te werken kunnen we resultaten
boeken waar mensen op rekenen. Daar is de inzet van de volledige Rijksdienst, de medeoverheden
en de publieke dienstverleners keihard bij nodig. Hierbij hecht dit kabinet veel waarde
aan de samenwerking met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden en maatschappelijke
organisaties.
Ons ministerie staat voor een sterke rechtsstaat en een veilige samenleving. Dit begint
met het uitspreken van onze steun voor de mensen die dag en nacht werken om onze rechtsstaat
te beschermen en onze samenleving veilig te houden. Mensen en instanties die altijd
in de wind staan, zoals de politieagenten en boa’s op straat, rechters, het OM, DJI-medewerkers
in de gevangenissen en medewerkers in de forensische (jeugd-)zorg, zij verdienen allemaal
respect en ontzag voor het harde werk wat zij doen.
De Nederlandse rechtsstaat heeft een solide traditie. Maar de rechtsstaat vraagt wel
onderhoud: aan de instituties, de wet- en regelgeving en het systeem als geheel. Ook
de toegankelijkheid van het recht is belangrijk. Het recht moet werken voor iedereen.
Voor minderheden en kwetsbare groepen in onze samenleving moeten we altijd opkomen.
De gehele strafrechtketen moeten we koesteren en vooruit helpen. Dit betekent voorspelbaarheid
voor slachtoffers en verdachten, waarbij we daders vervolgen en de straf geven die
zij verdienen. Het lokaal gezag en de politie moeten goed uitgerust zijn om de samenleving
te beschermen en andere wettelijke taken adequaat te kunnen uitvoeren. Het gevangeniswezen
heeft te weinig capaciteit, hiervoor zijn middelen vrijgemaakt in het coalitieakkoord,
maar nog steeds zijn keuzes noodzakelijk. Het is daarbij goed om na te denken over
andere maatregelen die de druk op de gevangenissen verlichten.
Gelet op de toegenomen dreigingen en kans op crises komt onze nationale veiligheid
steeds meer onder druk te staan: een parate, weerbare en veerkrachtige samenleving
is daarom noodzakelijk. Ook moet onze basis ten aanzien van andere dreigingen op orde
zijn. Nederland wordt namelijk geconfronteerd met een opeenstapeling van all hazard-dreigingen, van cyberaanvallen en statelijke inmenging tot georganiseerde misdaad.
De brede aanpak van ondermijning vraagt blijvende inzet van de gehele overheid en
maatschappij. We moeten de weerstand van overheid en het bedrijfsleven tegen corruptie
en criminele inmenging vergroten, de weerbaarheid van publieke en private sectoren
tegen georganiseerde criminaliteit verbeteren, en waar ondermijning voorkomt harder
aanpakken.
De noodzaak voor het verbeteren van de kind- en gezinsbescherming blijft onverminderd
groot. Kwetsbare kinderen en ouders krijgen op dit moment niet de hulp en bescherming
die nodig is en waar ze recht op hebben. Het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming
geeft richting aan een oplossing.
Dit alles vormt de basis voor een vrije, veilige en rechtvaardige samenleving. In
deze brief lichten wij onze ambities op deze thema’s nader toe.
Veiligheid thuis, op straat en online
Gezag en orde op straat
Het veiligheidsgevoel moet weer terugkeren in Nederland en dat vraagt om hard lik-op-stuk
beleid, maar ook om normering en een gedragsverandering in de samenleving. Politiemensen
zetten zich elke dag in voor de veiligheid van ons allemaal, maar worden te vaak geconfronteerd
met geweld. Zij verdienen waardering en respect, van ons en van de hele samenleving.
Het is belangrijk dat de hele samenleving hier haar schouders onder zet, ieder vanuit
de eigen verantwoordelijkheid.
Tegelijkertijd bieden we de politie ook extra middelen om effectiever te kunnen handelen.
We maken structureel 348 miljoen euro vrij om de financiële opgave bij de politie
in te vullen en daarmee de slagkracht van de politie (ook in Caribisch Nederland)
te verbeteren. Het is van belang dat de overbezetting op de niet-operationele sterkte
wordt afgebouwd en de IV-uitgaven worden beheerst en begrensd. Vervolgens blijft 114
miljoen euro van de middelen uit het coalitieakkoord over voor de intensiveringen
die in het coalitieakkoord staan voor de politie. We vinden het belangrijk om een
fasering aan te brengen in de toekenning van de financiële middelen, zodat we met
de politie en de gezagen de tijd hebben om gezamenlijk te bepalen waaraan deze overige
beschikbare middelen besteed moeten worden. Als kabinet willen we graag investeren
in meer agenten in de wijk en medewerkers die gespecialiseerd zijn in het bestrijden
van online criminaliteit. Daarnaast zetten we ons in voor de uitbreiding van gewelds-
en verdedigingsmiddelen van de ME, bijvoorbeeld door middel van pilots. Op basis van
deze pilots vindt besluitvorming over het vervolg plaats. We verkennen of bepaalde
boa’s en politieagenten die dat nodig hebben voor de uitvoering van hun taak een bodycam
krijgen zodat ze veiliger kunnen werken. Ook willen we de aanpak van (online) seksuele
misdrijven een impuls geven. Daarbij hebben we oog voor meer innovatie bij de politie
en nieuwe dreigingen.
Ten aanzien van boa’s geldt dat zij een steeds grotere rol hebben in het waarborgen
van onze veiligheid op straat, en daarom net als de politie toegerust moeten zijn
met de juiste bevoegdheden en middelen. Voor de samenwerking met de politie is een
gedeeltelijke toegang tot de strafrechtketendatabank (SKDB) en toegang tot de Basisvoorziening
Vreemdelingen (BVV) van belang. Daarnaast onderzoeken we hoe we het vrijwilligerskorps
op termijn kunnen uitbreiden tot een programma waarin jongeren gedurende een jaar
lang kennis kunnen maken met het werk bij de politie naar voorbeeld van het dienjaar
bij defensie.
Hooliganisme en ME-inzet in het algemeen kost de politie veel capaciteit die juist
nodig is om op straat aanwezig te zijn. Voetbalwedstrijden moeten veilig en zonder
geweld verlopen. Dat uw Kamer dit belangrijk vindt blijkt uit verschillende initiatieven,
waaronder de initiatiefnota Michon-Derkzen.1 De ongeregeldheden tijdens voetbalwedstrijden kunnen leiden tot grotere druk op de
capaciteit van de politie. In lijn met de motie Verkuijlen en Michon-Derkzen2 voeren we een boetesysteem voor clubs in, indien politie-inzet in het stadion nodig
is. We informeren uw Kamer hierover voor de zomer. Daarnaast verkennen we het zelfstandig
strafbaar stellen van playbacken bij discriminerende en antisemitische spreekkoren
en investeren in de aanpak «Ons voetbal is voor iedereen».
In overeenstemming met het coalitieakkoord blijven we, samen met OCW en andere betrokken
departementen, werken aan de acceptatie, veiligheid en emancipatie van de LHBTIQ+
personen in de samenleving.
Geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling
Dit kabinet wil geweld tegen vrouwen, femicide, schadelijke praktijken zoals eergerelateerd
geweld, huiselijk geweld en intieme terreur zowel achter de voordeur als in de publieke
ruimte hard tegengaan. We geven prioriteit aan het bestrijden daarvan en nemen het
op als prioriteit in de komende Veiligheidsagenda. De aanpak van huiselijk geweld
krijgt veel nadruk, omdat het meeste geweld tegen vrouwen plaatsvindt in een relationele
context. Doel is om het geweld vroegtijdig te stoppen door slachtoffers te beschermen
en plegers aan te pakken en zo verdere escalatie en dodelijk geweld te voorkomen.
Daarnaast gaan we ook nadrukkelijk geweld en intimidatie op straat tegen. Om te voldoen
aan het Verdrag van Istanbul en de EU-richtlijn scherpen we wetgeving aan. Het wetsvoorstel
om psychisch geweld strafbaar te stellen gaat voor de zomer in consultatie. Ook komt
er voor de zomer een beleidsreactie op een eerste verkenning naar de mogelijkheden
van een Nederlandse variant van Clare’s Law.
Om slachtoffers beter te beschermen en daders aan te pakken, beproeven we in vier
pilots hoe het tijdelijk huisverbod eerder en beter kan worden ingezet op basis van
onderbouwde vermoedens van structurele onveiligheid. Daarbij onderzoeken we of er
andere bestuursrechtelijke maatregelen nodig zijn en hoe verplichte hulp voor daders
kan worden ingezet. Om vrouwelijke genitale verminking, huwelijksdwang en dergelijke
andere schadelijke praktijken te voorkomen verkennen we eveneens de juridische mogelijkheden
om preventieve beschermingsbevelen in te zetten en we onderzoek wat voor veiligheidsmaatregelen
we kunnen nemen om specifiek de veiligheid van vrouwen om straat te kunnen verbeteren.
In het coalitieakkoord is verder afgesproken dat het kabinet werk wil maken van het
beter kunnen bestraffen van daders en medeplichtigen van eergerelateerd geweld. Wat
daarvoor nodig is zal het kabinet de komende periode verder uitwerken.
We maken werk van de bredere toepassing van het Slachtofferdevice met het oog op de
veiligheid van slachtoffers van stalking. Om te zorgen dat huiselijk geweld en kindermishandeling
goed worden meegewogen in het familie- en jeugdrecht, zijn we een project gestart
om strafrecht en familie- en jeugdrecht beter te verbinden. Dit doen we onder meer
door deskundigheidsbevordering en informatie-uitwisseling.
Online
Ook online moeten we ons veilig en vrij kunnen bewegen. Daarom verkennen we de verhoging
van de strafmaat voor zware cybercrimedelicten. We zien dat te veel burgers slachtoffer
worden van online fraude. Momenteel loopt er een onderzoek naar een «fraudehub», zoals
bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk die heeft, om informatiedeling en meldingen goed
te kunnen organiseren. We informeren uw Kamer over de uitkomsten van deze verkenning.
Waar mogelijk zetten we nationaal stappen om de online wereld veilig te houden, maar
sommige zaken kunnen beter worden geregeld op Europees niveau. Voor jongeren moet
de digitale wereld veilig zijn. We delen de wens om in Europees verband de minimumleeftijd
van sociale media te verlagen naar 15 jaar. Daarnaast gaan we de aanpak van deepnudes,
seksuele deepfakes, versterken. Onderdeel hiervan is een verkenning naar een verbod,
bij voorkeur in Europees verband. Rond de zomer kunnen we meer zeggen over de uitkomsten
hiervan.
Sterke rechtsstaat
De rechtsstaat vormt het fundament van onze democratische samenleving. Een sterke
rechtsstaat is geen vanzelfsprekendheid en vraagt actieve bescherming. Het is onze
gezamenlijke verantwoordelijkheid om dit fundament te bewaken en te versterken. Daarom
zet dit kabinet fors in op het versterken van de rechtsstaat. Zo willen we met alle
betrokken partijen de rechtsstaatdialoog voortzetten, zoals aanbevolen door de Staatscommissie
Rechtsstaat.
Verder bouwen we een stevig schot tussen de onafhankelijke rechtspraak en de politiek.
Naar aanleiding van de motie Sneller (Kamerstuk 29 279, nr. 845) keken we al naar het benoemingsproces van leden van de Raad voor de rechtspraak.
Met de Raad voor de Rechtspraak spreken we dit jaar over hoe dit verder vorm te geven
en zo de onafhankelijkheid in het benoemingsproces te vergroten. De rechtspraak krijgt
een aparte begroting, hierover wordt uw Kamer voor de zomer geïnformeerd. Ook versterken
we de rechtsbescherming door de constitutionele toetsing aan de klassieke grondrechten
in onze Grondwet mogelijk te maken. Hiervoor werkt primair BZK verder aan de wijziging
van artikel 120 van de Grondwet. Na verwerking van de consultatiereacties en besluitvorming
over de dekking van de financiële gevolgen, zal de adviesaanvraag worden ingediend
bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Het kabinet is, net als de rechterlijke
instanties, geen voorstander van de instelling van een grondwettelijk hof en kiest
dus uitsluitend voor de variant waarin het voor alle rechters mogelijk zal worden
om wetten aan de klassieke grondrechten in de Grondwet te toetsen.
Het demonstratierecht is een fundamenteel onderdeel van onze democratie. We moeten
dit recht waarborgen en beschermen tegen mensen die hier misbruik van maken. Om dit
te waarborgen wordt onder andere gewerkt aan een aanpassing van het wettelijk kader.
Zo is het kabinet voornemens om voor burgemeesters een bevoegdheid te creëren voor
het verplaatsen van demonstranten en andere groepen van personen die de wet overtreden.
Daarnaast onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om in de Wet openbare manifestaties
een noodbevoegdheid voor burgemeesters in het leven te roepen, om bij ernstige verstoringen
van de openbare orde beter te kunnen optreden. Ook wordt ingezet op een herziening
van strafbepaling van de Wet openbare manifestaties, zodat strafbare feiten gepleegd
tijdens demonstraties zwaarder worden gewogen. Uw Kamer is in december 2025 geïnformeerd
over de uitkomsten van het WODC-onderzoek naar demonstratierecht en de maatregelen
die lopen.3 Voor het zomerreces ontvangt u een uitgebreidere reactie op het rapport en inzicht
in het vervolg.
Toegang tot het recht en adequate rechtsbescherming
In een rechtsstaat verdient iedereen een eerlijk proces, met recht op een advocaat.
Iedere burger, ongeacht afkomst, inkomen, positie of welk onderscheid dan ook, en
ieder bedrijf moet in staat zijn of haar recht te kunnen halen, geschillen kunnen
voorleggen aan de rechter en de rechtsbescherming krijgen die hij/zij verdient.
Voor mensen met een kleine portemonnee is het van groot belang dat de toegang tot
het recht laagdrempelig is en ze aanspraak kunnen maken op een sociaal advocaat. We
zetten in op de verlaging van griffierechten voor kwetsbare groepen met uitzondering
van de griffierechten voor grote vorderingen. Een sterke sociale advocatuur is hierbij
van essentieel belang, en daarom verbeterden we per 1 februari 2026 de vergoedingen
voor de gesubsidieerde rechtsbijstand in overeenstemming met het rapport van de Commissie
Van der Meer II. Daarnaast werkt een kwartiermaker naar aanleiding van de motie Van
Nispen/Palmen momenteel aan voorstellen voor een landelijk dekkend netwerk sociaaljuridische
en financiële hulp.4 In aanvulling op deze eerdere maatregelen werken we verder aan concrete plannen voor
het versterking en behoud van de sociale advocatuur door hier 10 miljoen euro voor
vrij te maken. Dit doen we samen met de NOvA en de Raad voor Rechtsbijstand. Uw Kamer
wordt over de nadere uitwerking hierover voor het meireces geïnformeerd.
Deltaplan voor de strafrechtketen
De organisaties in de strafrechtketen, zoals Politie, Openbaar Ministerie, de Rechtspraak
en Dienst Justitiële Inrichtingen, dragen door een goede strafrechtpleging bij aan
een samenleving waarin rechten, vrijheden en veiligheid worden gewaarborgd. Op dit
moment is de strafrechtketen overbelast, onder andere door gebrek aan capaciteit,
haperende ICT en doordat bij het nemen van maatregelen niet altijd oog is voor de
effecten in de gehele strafrechtketen. Daarom zetten we de komende jaren in op de
werking van de strafrechtketen als geheel, waarbij meer oog komt voor de effecten
van maatregelen in de hele keten en hoe de keten hierop in te richten.
De Kamer heeft via motie Mutluer c.s. eerder gevraagd om een deltaplan om de problemen
in de strafrechtketen te onderzoeken en aan te pakken.5 De oproep van uw Kamer is helder en wij grijpen deze aan om gezamenlijk te werken
aan een keten die het grootst mogelijke maatschappelijke effect kan realiseren.
Het is van belang om met de gehele strafrechtketen in gesprek te gaan over de vraag
hoe we een effectievere strafrechtketen inrichten. Een belangrijke is eerste stap
is de intensivering van 50 miljoen euro voor de IT-systemen van het OM. Het Openbaar
Ministerie vervult een cruciale rol in de strafrechtketen en moet digitaal op orde
komen. Daarnaast ontlasten we het OM door de mogelijkheden voor afdoening door de
politie uit te breiden met de politiebeschikking, zodat de politie bij overtredingen
en geselecteerde strafbare feiten zelfstandig kan optreden.
Gegevensdeling
De veiligheid van Nederland kan pas echt worden gegarandeerd als de bestrijding van
criminaliteit effectief kan plaatsvinden. Dat kan alleen als er tussen partners bij
de preventie, opsporing en vervolging van criminaliteit goed wordt samengewerkt. Het
delen van informatie tussen partners is hierbij essentieel voor een doeltreffende
aanpak van de georganiseerde criminaliteit. We verbeteren daarom de gegevensdeling
ten behoeve van de justitieketen en werken daarnaast intensief samen met partners
aan het oplossen van concrete knelpunten op de thema’s mainports, preventie met gezag,
kind en gezinsbescherming, criminele geldstromen, internationale samenwerking en publiek
private samenwerking.
Strijd tegen antisemitisme
In onze samenleving is geen plek voor antisemitisme. We zien dat het Joodse leven
in Nederland steeds meer onder druk komt te staan en overal in Europa zien we dat
de aanvallen op Joden en Joodse instellingen toenemen. De Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding
is aangesteld in 2021. Zijn rol is momenteel belangrijker dan ooit. We zorgen daarom
voor wettelijke verankering van de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding
in lijn met de aangenomen motie van het lid Bamenga c.s.6 De bestrijding van antisemitisme vraagt om een gezamenlijke aanpak met onder andere
het Ministerie van OCW om de voorlichting rond de Holocaust beter te verankeren in
de samenleving.
Sekswerk
Sekswerkers moeten veilig hun werk kunnen uitvoeren, met de bijbehorende rechten en
plichten zoals die ook gelden voor andere beroepsgroepen in Nederland. Hier blijven
we ons kabinetsbreed voor inzetten. Kwetsbare personen in de sekswerkbranche moeten
worden beschermd tegen onder andere mensenhandel en gemeenten moeten goed in staat
zijn om toezicht te houden op de sekswerkbranche. Daarom sturen we dit jaar de Wet
gemeentelijk toezicht seksbedrijven (Wgts) naar uw Kamer. We blijven de uitstapprogramma’s
financieren en betrekken hierbij de motie Bikker c.s.7 Ook onderzoeken we of we malafide partijen kunnen aanpakken door middel van een zogeheten
pooierverbod en de verhoging van de minimumleeftijd van sekswerk van 18 naar 21 jaar.
Uit de armoede en schulden
We investeren samen met SZW en Financiën in armoedebeleid en een effectieve aanpak
en preventie van schulden. Zo is er een pilot gestart met een kosteloze betalingsherinnering
van het CJIB. Gerechtsdeurwaarders krijgen een zorgplicht, we werken aan collectieve
afbetalingsplannen en betere bescherming van consumenten als het gaat om Buy Now Pay
Later. Om schulden te voorkomen verstevigen we in het kader van online kansspelen
onder andere de zorgplicht van online gokaanbieders, pakken we illegale goksites harder
aan en stellen we voor online gokken een reclameverbod in.
Georganiseerde misdaad aanpakken
Ondanks belangrijke successen moeten we krachtig doorgaan met de ingezette ondermijningsaanpak
en blijven inspelen op de ondermijnende effecten van georganiseerde criminaliteit.
We beschermen goedwillende burgers en ondernemers maximaal tegen criminele activiteiten
en ontmantelen criminele netwerken en -verdienmodellen. Hierbij laten we ons inspireren
door andere Europese landen, waaronder Italië. Een stevige strafrechtelijke aanpak
is het sluitstuk van een integrale benadering waarin de gehele samenleving een rol
speelt om georganiseerde criminaliteit aan te pakken en te voorkomen dat deze in de
bovenwereld een machtspositie opbouwt.
Taskforce ondermijning
Het aanpakken van de organiseerde misdaad vraagt een interdepartementale en integrale
aanpak. Daarom heeft het kabinet de ministeriële Taskforce Ondermijning opgericht,
die samen met partners werkt aan oplossingen voor overkoepelende ondermijningsvraagstukken.
De Minister van Justitie en Veiligheid coördineert de ondermijningsaanpak. De opdrachtbrief
van de Tasforce benadrukt de noodzaak om met een brede maatschappelijke coalitie voort
te bouwen op de brede aanpak van ondermijning, om in elk domein verschil te kunnen
maken. De Taskforce dient hierbij als aanjager om andere bewindspersonen en partijen
te mobiliseren en waar nodig doorbraken te forceren. De Taskforce heeft vier opdrachtlijnen
om met prioriteit op te pakken:
1) Een hardere aanpak van ondermijning, waarbij het Dreigingsbeeld ondermijning Nederland
dat in april verschijnt koersbepalend zal zijn voor de thema’s waar verschil kan worden
gemaakt.
2) Inzetten op een weerbare overheid en integere economie, waarbij gerichte maatregelen
worden genomen om corruptie en criminele inmenging, witwassen en infiltratie van crimineel
geld tegen te gaan en vitale sectoren te beschermen tegen misbruik.
3) Een krachtig internationaal offensief, waarbij de samenwerking met Europese en internationale
partners wordt geïntensiveerd om de grensoverschrijdende macht van criminele netwerken
te doorbreken.
4) Het strafrecht en de gehele strafrechtketen effectief benutten, zodat daders worden
bestraft maar ook fors wordt ingezet op preventie om te voorkomen dat jongeren terecht
komen in de (georganiseerde) criminaliteit. Geïnspireerd op de Italiaanse anti-maffia-aanpak
grijpen we bijvoorbeeld in op voortgezet crimineel handelen in detentie en wordt de
kroongetuigenregeling uitgebreid.
Om voortgezet crimineel handelen in detentie verder aan te pakken, zetten we onder
andere in op de verscherpte handhaving op contrabande, onderzoeken we of DJI-medewerkers
de bevoegdheid kunnen krijgen om drones neer te halen en werken we aan een voorstel
om advocaten beter te beschermen tegen druk van criminelen.
Preventie
We zetten Preventie met Gezag onverminderd voort om te voorkomen dat jongeren in aanraking
komen met justitie of doorgroeien in een criminele carrière. De budgetten die gemeentes
en justitiële partners hebben ontvangen worden gecontinueerd. We informeren uw Kamer
over de voortgang van dit programma via de Halfjaarbrieven aanpak ondermijning.
Ook brengen we met behulp van de Belgische collega’s die hier al ervaring mee hebben,
in kaart wat het effect van een educatieve maatregel kan zijn bij een overtreding
van de Opiumwet. In gesprek met het OM en andere ketenpartners bekijken we hoe we
in aanvulling op het bestaande strafrechtinstrumentarium invulling geven aan de educatieve
maatregel om drugsbezitters de schadelijkheid van drugsgebruik te laten inzien.
Verder maakt recidivepreventie integraal onderdeel uit van de inzet vanuit de jeugdstrafrechtenketen.
Hierbij gaat het om interventies gericht op het voorkomen van herhaling van strafbare
feiten: voorwaarden, hulp en/of begeleiding die worden ingezet als gevolg van een
strafrechtelijke beslissing. Samen met de ketenpartners (Halt, politie, OM, rechtspraak,
Raad voor de Kinderbescherming, jeugdreclassering en DJI) werken we aan het zo effectief
mogelijk inzetten van de beschikbare interventies. Ook het bevorderen van ouderbetrokkenheid
bij delinquente of overlastgevende jeugd, zowel binnen als buiten het strafrecht,
kan een bijdrage leveren aan recidivebestrijding.
Strijd tegen hybride dreigingen en terrorisme
Weerbaarheid en hybride dreigingen
Nederland staat voor de meest unieke en complexe veiligheidsopgave sinds de Tweede
Wereldoorlog. Geopolitieke competitie, spanningen en conflicten maken dat vrede en
veiligheid in Europa niet meer vanzelfsprekend zijn, zoals ook blijkt uit de Russische
agressieoorlog in Oekraïne en groeiende hybride activiteit in Europa, waaronder de
aanwezigheid van drones in de openbare ruimte. Daarom bouwen we door aan een weerbare
samenleving. Dit is nodig, niet alleen tegen hybride acties of een militair conflict,
maar ook tegen andere crises of rampen, zoals overstromingen, pandemieën, economische
dwangmaatregelen en grootschalige en langdurige storingen in energie- of data-infrastructuur.
Ook is het belangrijk dat mensen in Nederland die slachtoffer zijn van statelijke
inmenging, eenvoudiger in contact met alle partijen van de overheid kunnen komen.
Hiervoor richten we een vertrouwenslijn buitenlandse inmenging in.
Blijvende inzet op de maatschappelijke weerbaarheid is de komende jaren nodig om de
schokbestendigheid van onze samenleving te vergroten. Deze inzet richt zich onder
andere op de weerbaarheid van vitale processen, het versterken van de onze economische
veiligheid, crisis- en responsecapaciteit en het tegengaan van ongewenste buitenlandse
inmenging. We zetten samen met lokale overheden en veiligheidsregio’s buurtcrisisteams
op van burgers die bij rampen en zorgen voor locaties waar mensen bij een crisissituatie
terecht kunnen. Voor de locaties is een stimuleringsbijdrage beschikbaar.
Momenteel zijn we bezig met de doorontwikkeling van de aanpak van statelijke hybride
dreigingen. Naar verwachting kunnen we uw Kamer hier in de tweede helft van dit jaar
over informeren. Daarnaast werken we in 2026 binnen de weerbaarheidsaanpak aan een
herijkte visie, die inzicht geeft in expliciete(re) risico’s, en we werken aan een
Weerbaarheidstop.
Ook zetten we in op het versterken van onze digitale weerbaarheid tegen cyberaanvallen,
digitale spionage en desinformatie. We breiden defensieve en offensieve cybercapaciteiten
uit en cybercriminelen met duidelijke banden met vijandige statelijke actoren worden
op de sanctielijst geplaatst.
Contraterrorisme
Er is een reële kans dat er een aanslag in Nederland plaats vindt. Aanhangers vanuit
verschillende extremistische bewegingen zijn in potentie bereid om aanslagen in Nederland
te plegen. Met een dreigingsniveau van 4 uit 5 is het essentieel om de dreiging vanuit
jihadistische, terroristische en extremistische netwerken te beheersen, mitigeren
en nieuwe aanwas te voorkomen.
De komende kabinetsperiode zetten we daarom in op het tegengaan van online radicalisering
en het versterken van de (lokale) aanpak van contraterrorisme. Ook zetten we in op
een gecoördineerde aanpak van radicaliserende jongeren, op de mogelijkheid tot het
verbieden van terroristische organisaties en het vergroten van juridische mogelijkheden
ter uitbreiding van het toezicht op vrijgekomen terrorismeveroordeelden.
We zullen met diverse wetsvoorstellen komen voor de bestrijding van terrorisme en
het gif dat terrorisme aanwakkert. Het kabinet komt op korte termijn met een voorstel
om de bevoegdheid tot intrekking van het Nederlanderschap in het belang van de nationale
veiligheid in de Rijkswet Nederlanderschap permanent te maken, zodat degenen die zich
aansluiten bij een terroristische organisatie hun Nederlanderschap kunnen verliezen.
Ook de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding, op basis waarvan
in het belang van de nationale veiligheid vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen worden
opgelegd aan personen die in verband kunnen worden gebracht met terroristische activiteiten,
wil het kabinet permanent maken. Het wetsvoorstel hiertoe is ingediend bij uw Kamer.
Tot slot wil het kabinet een «bestuurlijk model» invoeren en daarom gaat het kabinet
onderzoeken of met concrete en duidelijke gronden op basis waarvan organisaties, die
een bedreiging vormen voor onze democratische rechtsorde door banden te hebben met
terroristische organisaties, door extremisme en terrorisme te bevorderen en door geweld
te verheerlijken, in een zo vroeg mogelijk stadium verboden kunnen worden.
Bewaken en beveiligen
In het taakveld bewaken en beveiligen hebben we de afgelopen jaren een breed versterkingstraject
ingezet, specifiek de inrichting van het stelsel beveiligen van personen. Afgelopen
jaar stond in het teken van het gefaseerd implementeren, evalueren en verbeteren van
de beleidsmatige kaders voor het nieuwe stelsel. De veranderingen die we hebben doorgevoerd
en die inmiddels in de praktijk worden uitgevoerd hebben we geborgd in een geactualiseerde
circulaire bewaken en beveiligen. De komende kabinetsperiode blijft bewaken en beveiligen
een generaal dossier. We werken met onverminderde inzet aan de verdere vernieuwing
van het stelsel. Deze veranderingen worden momenteel geëvalueerd en verbeterd. Naar
aanleiding hiervan vernieuwen we de circulaire naar verwachting in de tweede helft
van dit jaar opnieuw.
Uitvoering van sancties
Om Nederland veilig te houden zetten we in samenhang in op versterking van het gevangeniswezen,
de forensische zorg, de jeugdbescherming en zoals eerder genoemd de rechtsbescherming.
Daarbij zetten we niet alleen in op het beschikbaar houden en uitbreiding van capaciteit,
maar ook op een effectiever sanctiestelsel. Kortom, we gaan effectiever straffen.
Dit draagt bij aan het verminderen van recidive en dus minder slachtoffers en een
veiliger Nederland.
We werken de komende periode aan een actieplan om perspectief te bieden om uit de
capaciteitsproblematiek te komen. Hierbij betrekken we de ambtelijke verkenning naar
een structurele aanpak voor het capaciteitstekort bij DJI. Detentie wordt doelgerichter
ingezet, terwijl we actief en in samenwerking met de Kamer alternatieven verkennen.
We kijken naar de invulling van korte vrijheidsstraffen, versobering, aparte regimes
voor beperkt risico gedetineerden en aanvullende maatregelen. Ook de doorstroom naar
de forensische zorg krijgt een plek. Verder gaat het plan in op de uitstroom uit detentie.
Voor het zomerreces van 2026 sturen we het actieplan naar uw Kamer.
Voor het beschikbaar houden en uitbreiden van celcapaciteit wordt geld beschikbaar
gesteld: 75 miljoen euro beschikbaar in 2027 en structureel 100 miljoen euro vanaf
2028. We geven prioriteit aan noodzakelijke renovaties omdat anders op termijn capaciteit
buiten gebruik moet worden gesteld.
We zetten verder stevig in op een veilige terugkeer van ex-gedetineerden in de samenleving
en het terugdringen van recidive. Dit vraagt al tijdens detentie inzet van verschillende
partners. Niet alleen van DJI, maar onder andere ook van gemeenten en reclassering.
Waar nodig passen we de taakverdeling tussen de verschillende partners aan.
Tegelijkertijd wordt de forensische zorg versterkt, zodat personen met complexe problematiek
sneller passende behandeling krijgen en wachttijden worden teruggedrongen. Hiermee
wordt voorkomen dat kwetsbare personen verder afglijden in criminaliteit en dat criminele
netwerken misbruik maken van deze kwetsbaarheid.
Verbetering kind- en gezingsbescherming
De noodzaak voor het verbeteren van de kind- en gezinsbescherming blijft onverminderd
groot. Daarom zetten we als kabinet, in het belang van het kind, de hervorming van
de jeugdbescherming door. Omdat vroege interventie essentieel is om erger te voorkomen.
Kinderen en volwassenen voelen zich nu onvoldoende gehoord en gezien, problemen in
gezinnen en huishoudens worden onvoldoende in samenhang opgepakt en het stelsel zelf
is te complex georganiseerd. Daarom is een radicale omslag nodig, met een stelselherziening
en een andere manier van werken. Dit is eerder ook vastgesteld door de Inspectie Gezondheidszorg
en Jeugd en vraagt om lef en leiderschap.8
Het programma Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming wordt daarom verder doorontwikkeld
met aandacht voor eenvoud, samenwerking en een sterke lokale uitvoering. Hierin staat
het gezin weer centraal en houdt waar dat kan de regie. Zodat kinderen en volwassenen
zich echt geholpen voelen, en de noodzaak tot overheidsingrijpen (gedwongen maatregelen,
uithuisplaatsingen) waar mogelijk vermindert. We versterken de samenwerking door toe
te werken naar 25 regio’s, met een centrale rol voor stevige lokale teams en een kwalitatief
sterk Regionaal Veiligheidsteam die stevige veiligheidskennis en directe toegang hebben
tot specialistische expertise bevoegdheden. Zo komen onderliggende problemen bij kinderen
en ouders, zoals verslaving, schulden of psychische problemen, eerder in beeld. Door
gezinnen eerder en beter te ondersteunen wordt escalatie voorkomen.
We werken met de VNG en de uitvoeringspartners aan concretere maatregelen die bij
volwassen en kinderen tot merkbare verbetering zullen leiden. Belangrijk onderdeel
hiervan is het maken van goede afspraken over hoe we met alle partijen de komende
jaren samenwerken. Alleen in goede samenwerking kunnen fundamentele stappen worden
gezet. Daar hebben alle uitvoerende partners en de stelselverantwoordelijken wat in
te doen.
Hier valt onder andere onder de verbetering van de meldfunctie en van de gezamenlijke
veiligheidsbeoordeling. Ook werken we uit hoe we meer ruimte kunnen creëren voor professionals
zodat ze de menselijke maat kunnen toepassen, op basis van alle beschikbare informatie.
De professionals hebben ook een belangrijke rol in het uitwerken van het handelingskader,
dat eind 2026 gereed is. Voor de zomer bepalen we hoe we de proeftuinen kunnen verbreden
en inbedden binnen de regio’s. Daarnaast kijken we hoe we de continuïteit van de Gecertificeerde
Instellingen en beschikbaarheid van hulp in het gedwongen kader kunnen waarborgen.
We gaan met deze maatregelen aan de slag binnen de huidige financiële kaders.
Tot slot
Met deze brief hebben wij uiteen gezet hoe wij aan de slag gaan voor een veilig en
rechtvaardig Nederland. Al deze maatregelen dragen in samenhang bij aan het veiliger
maken van onze samenleving en het versterken van de democratische rechtsstaat. Wij
zien uit naar de komende periode en een goede samenwerking met uw Kamer.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
Indieners
-
Indiener
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Medeindiener
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid