Brief regering : Beleidsbrief Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)
36 800 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026
Nr. 84
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID
EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
In het coalitieakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 848, nr. 31) hebben drie partijen – D66, VVD en CDA – afspraken gemaakt over de maatregelen die
nodig zijn om Nederland weer vooruit te krijgen. Beleidsbrieven zoals deze zijn daar
een nadere uitwerking van, op specifieke beleidsonderwerpen. Dat laat onverlet dat
de opgaven waar dit kabinet voor staat vragen om één overheid die duidelijk kiest,
samenwerkt en levert. In gezamenlijkheid. Alleen door samen te werken kunnen we resultaten
boeken waar mensen op rekenen. Daar is de inzet van de volledige Rijksdienst, de medeoverheden
en de publieke dienstverleners keihard bij nodig. Hierbij hecht dit kabinet veel waarde
aan de samenwerking met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden en maatschappelijke
organisaties.
In deze beleidsbrief vindt u onze prioriteiten en een tijdlijn voor de aanpak van
de opgaven waar we voor staan.
De opgave
Het kabinet gaat werken aan natuurherstel en daarmee aan een duurzame en weerbare
voedselproductie en ruimte voor ondernemerschap. Wij geloven in het vakmanschap en
de innovatiekracht van de Nederlandse agrarische sector en in de energie in de maatschappij
om deze uitdaging aan te gaan. Als kabinet willen we die energie benutten en ondersteunen
en willen we stappen zetten om belangrijke vraagstukken op te lossen.
Nederland moet van het stikstofslot af. Natuurherstel is daarbij de enige weg vooruit.
Om dit te realiseren heeft het kabinet de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof in
het leven geroepen om doorbraken te bereiken.
Daarnaast zet het kabinet in op een brede aanpak, met perspectief voor boeren, tuinders
en vissers, het zorgen voor een sterke natuur en een sociaaleconomisch vitaal platteland.
Hierbij heeft het kabinet aandacht voor mondiale ontwikkelingen op het gebied van
voedselzekerheid en voor innovatie. Een inzet op innovatie kan zowel onze internationale
concurrentiepositie verbeteren als zorgen dat schone groei mogelijk is.
Het kabinet wil werken aan een goede balans tussen deze opgaven. De belangrijkste
vragen die we ons stellen: in wat voor land willen wij wonen, welke waarden vinden
we belangrijk en hoe wegen we die tegen elkaar af? Hoeveel ruimte geven we in dit
land aan de natuur, welke vormen van landbouw passen daarin en welke niet?
Provincies hebben de afgelopen jaren gewerkt aan de opgaven in het landelijk gebied
en hebben daar deels verschillende wegen in bewandeld. Deels sluiten die aan op het
gebiedseigen karakter van de opgaven. Maar het kabinet heeft ook oog voor het belang
van een gelijk speelveld. Bij de besluiten van de Taskforce zal het kabinet als vertrekpunt
nemen dat ondernemers in vergelijkbare omstandigheden zoveel mogelijk met vergelijkbare
regels te maken krijgen. Waar we op dit punt knelpunten zien ontstaan pakken we dit
actief op door in gesprek te gaan met provincies.
De aanpak Landbouw, Natuur en Stikstof
De Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof staat voor de opdracht om duidelijke keuzes
te maken voor een sterke en toekomstbestendige agrarische sector en het structureel
verbeteren van de natuur en het landelijk gebied. Dit is nodig om stapsgewijs en per
gebied de vergunningverlening weer los te trekken, en om invulling te geven aan de
Vogel- en Habitatrichtlijn. Het kabinet heeft hier duidelijke doelen voor gesteld,
concrete maatregelen aangekondigd en € 20 miljard vrijgemaakt voor de periode tot
en met 2035. Het kabinet kiest ervoor om de verschillende opgaven in onderlinge samenhang
en synergie met elkaar te realiseren. De Taskforce werkt daarbij nauw samen met andere
ministeries en overheden.
Over de aanpak en doelen van de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof heeft uw Kamer
op 27 maart een brief ontvangen1. De aanpak richt zich op de opgaven voor natuur en stikstof in samenhang met de opgaven
voor klimaat, water, gewasbeschermingsmiddelen en dierwaardigheid. Ook richt de aanpak
zich op de stappen naar een toekomstbestendige landbouw en het behoud en de versterking
van de sociale en economische vitaliteit van het landelijk gebied. Het kabinet werkt
de aanpak uit langs de volgende zeven pijlers:
Pijler 1 betreft «generieke stikstofemissiereductie» in landbouw, industrie en mobiliteit,
waarbinnen wordt gewerkt aan een pakket maatregelen om boeren duidelijkheid te geven
en een vitale landbouwsector vorm te geven. Dit gaat onder meer over de bedrijfsspecifieke
emissienormen voor ammoniak- en broeikasgasemissies, de grondgebondenheidsnorm, de
vrijwillige beëindigingsregelingen, het verbreden en verbeteren van het stelsel van
productierechten, de afroming van productierechten bij verhandeling en de inzet die
nodig is voor industrie en mobiliteit.
Naast een generieke inzet bestaat er ook een «gebiedsgerichte inzet» (pijler 2), waar
de invulling van de zoneringsaanpak en de prioritaire gebieden onderdeel van zijn.
Er wordt gewerkt aan de beleidsmatige invulling van de zoneringsaanpak, waaronder
keuze voor gebieden, breedte van de zones, hoofdlijnen van de regels en de beoogde
datum van inwerkingtreding. De ruimtelijke invulling rondom kwetsbare Natura 2000-gebieden
zal ook worden opgenomen in de definitieve Nota Ruimte.
In een aantal gebieden met urgente opgaven werkt het kabinet samen met medeoverheden
aan een snelle en sterke uitvoering. Dit zijn de Veluwe, Peel, Groene Hart, Hart van
het Noorden en Noordwest Overijssel. Daarnaast zet het kabinet de aanpak in economische
clusters, waaronder Brainport Eindhoven en de Haven van Rotterdam, voort.
De pijler 3 «natuurbehoud en -verbetering» is gericht op een gezonde, veerkrachtige
en diverse natuur, die nodig is voor de economie en onze samenleving, waarvan we nu
en in de toekomst kunnen genieten. Deze derde pijler bevat onder meer het afronden
en indienen van het ontwerp-Natuurplan bij de Europese Commissie en het optimaliseren
van het huidige Natuurpact in gesprek met provincies.
Onder pijler 4 «vergunningverlening en juridische agenda» wordt gewerkt aan het onderbouwen
van additionaliteit en de voorbereiding om zo snel mogelijk, bij een gebleken en geborgd
reductiepakket, een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens in te voeren en aan
het wettelijk vastleggen van de emissiedoelen ter vervanging van de KDW-gebaseerde
stikstofdoelen. Tegelijkertijd werken wij aan een gedragen oplossing voor het mogelijk
maken van vergunningverlening van verduurzamingsactiviteiten en een opvolger van het
legalisatieprogramma PAS-melders (zie passage PAS-melders en interimmers).
Landbouwbedrijven worden gevraagd grote aanpassingen door te voeren in hun bedrijfsvoering.
Daarom is de inzet onder pijler 5 «een toekomstbestendige landbouwsector» een faciliterend
en stimulerend pakket om boeren te ondersteunen bij (innovatieve) verduurzaming en
omschakeling naar minder intensieve of meer natuur-inclusieve landbouw.
Naast ondersteuning voor individuele boeren ziet het kabinet aandacht voor sociaaleconomische
aspecten en de vitaliteit van het platteland als essentieel onderdeel van het beleid
om landbouw en natuur in evenwicht te brengen en de vergunningenproblematiek op te
lossen. Het kabinet werkt dit uit onder pijler 6 «een sociaal en economisch vitaal
platteland».
De pijler «klimaat, water, gewasbeschermingsmiddelen en dierwaardigheid» (pijler 7)
richt zich op de opgaven die nauw samenhangen met stikstofreductie en natuurverbetering.
Hierbinnen wordt bijvoorbeeld naar het aanbieden de ontwerp-AMvB Dierwaardige Veehouderij
toe gewerkt, voor behandeling in de Tweede Kamer. Ook het convenant gewasbeschermingsmiddelen
en de uitwerking van de normering gericht op de inzet van methaanremmers in veevoer
zijn onderdeel van deze pijler.
Voor de zomer ontvangt uw Kamer de verdere uitwerking van de aanpak.
In het wetgevingsoverzicht in de bijlage is voor alle pijlers opgenomen welke juridische
trajecten zijn voorzien. Over enkele wetgevingsvoornemens moet nogeen besluit worden
genomen. De planning hiervan is dan ook mede afhankelijk van beleidsmatige en politieke
keuzes die wij grotendeels in 2026 nemen.
PAS-melders en interimmers
De afgelopen tijd hebben we gewerkt aan de opvolger van het legalisatieprogramma PAS-melders.
Dit programma is op 17 april aan uw Kamer aangeboden2. Parallel is de internetconsultatie gestart. In dit programma staan de oplossingsrichtingen,
instrumenten en maatregelen die we willen aanbieden om PAS-melders weer in een legale
situatie te brengen. Hierbij wordt voortgeborduurd op de maatwerkaanpak PAS-melders.
In dit programma zal ook een eerste schets worden gegeven van hoe voor een legale
status gezorgd kan worden voor ondernemers die door een onrechtmatige overheidshandeling
zonder toereikende Natura 2000-activiteit toestemming opereren vanuit de opdracht
in artikel 22.21a3. Ook hiervoor staat de overheid namelijk aan de lat. Deze ondernemers worden ook
geconfronteerd met handhavingsverzoeken en ervaren problemen bij bedrijfsovername.
Daarom zal voor deze groep ondernemers een verdere verkenning nodig zijn om deze opgave
beter in beeld te krijgen en te kijken hoe de opgave kan worden uitgevoerd. In het
coalitieakkoord is tevens opgenomen dat het pakket waar de Taskforce mee zal komen
ook ruimte biedt om interimmers te kunnen legaliseren. Deze opgave zal het kabinet
buiten de bandbreedte van het PAS-programma oppakken. Ook hiervoor zal een verkenning
worden gestart om een eerste inschatting te maken van hoe groot de groep interimmers
is en op welke manier oplossingen kunnen worden geboden aan interimmers.
Het kabinet wil ook stappen zetten op een aantal andere onderwerpen uit het Coalitieakkoord
of onderwerpen waarover wij de komende periode nadere informatie aan u willen sturen.
Deze onderwerpen worden hieronder toegelicht.
Een toekomstbestendig voedselsysteem
Voedselzekerheid
De voedselzekerheid in Nederland is groot. Door geopolitieke spanningen en conflicten
en door klimaatverandering en extremer weer komen er steeds meer risico’s, zoals verstoring
van de aanvoer van belangrijke grondstoffen voor de voedselvoorziening en tegenvallende
oogsten. Daarom is het belangrijk de weerbaarheid van het voedselsysteem te waarborgen
en zo mogelijk te vergroten. Onze inzet zullen we neerleggen in een strategische agenda
voedselzekerheid gericht op het borgen van voldoende, veilig en voedzaam voedsel voor
alle Nederlanders. In deze strategische agenda zullen we ingaan op de huidige situatie
op het gebied van voedselzekerheid in Nederland en Europa. Vervolgens gaan we in op
hoe Nederland minder kwetsbaar kan worden voor schokken door in te blijven zetten
op een robuuste en innovatieve voedselketen in Nederland, op diversificatie van import-
en exportstromen en op een robuust voedselsysteem in het geval van een acute crisis.
Wij vinden het daarbij belangrijk om snel van start te gaan maar dit zorgvuldig te
doen in een proces waarin het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties betrokken
worden. Voor de zomer zal de Staatssecretaris van LVVN de Kamer informeren over de
bouwstenen en de aanpak om te komen tot de strategische agenda voor voedselzekerheid.
Dierenwelzijn en diergezondheid
De maatschappelijke zorgen rond dierenwelzijn vragen zowel van de sector als van consumenten
stappen om tot een dierwaardige veehouderij te komen. In de Taskforce Stikstof, Natuur
en Landbouw werken wij daarom aan een AMvB dierwaardige veehouderij. Maar onze inzet
is breder. Het ministerie heeft medeverantwoordelijkheid voor het welzijn van álle
gehouden dieren, en richt zich op ambitieus beleid om ook dierenwelzijn buiten de
veehouderij te verbeteren. Ook richten we ons op de Transitie Proefdiervrije Innovatie.
Onze inzet ten aanzien van het welzijn van dieren in de veehouderij is verwoord in
de brief over dierenwelzijn die uw Kamer op 16 april heeft ontvangen4. Over onze inzet ten aanzien van dieren buiten de veehouderij wordt u geïnformeerd
rond de zomer, voorafgaand aan een debat over dit onderwerp.
Een toekomstbestendig voedselsysteem en een dierwaardige veehouderij vragen daarnaast
om een stevige inzet op diergezondheid, goede en toegankelijke diergeneeskundige zorg,
monitoring en bestrijding van dierziekten en zoönose. Het kabinet werkt in 2026 aan
de volgende stap richting grootschalige vaccinatie tegen vogelgriep en aan versterking
van de veterinaire beroepsgroep en de markt voor diergeneeskundige zorg. Voor de zomer
van 2026 reageert het kabinet op de uitkomsten van het marktonderzoek van de Autoriteit
Consument en Markt (ACM) naar de diergeneeskundige zorg en komt met een aanpak ter
versterking van de veterinaire beroepsgroep en diergeneeskundige zorg in Nederland.
Visserij en aquacultuur
Het kabinet zet in op een duurzame en toekomstbestendige visserij door middel van
sociale en technische innovaties. De hoge brandstofkosten als gevolg van de crisis
in het Midden-Oosten tonen de noodzaak om in te zetten op het toekomstbestendig maken
van de visserijvloot door middel van innovatie en het verbeteren van de energie-efficiëntie.
Dit doen we in samenwerking met andere Noordzeelanden en Europese partners, waarbij
wordt ingezet op proportionele, uitvoerbare en handhaafbare Europese wet- en regelgeving
die zoveel mogelijk aansluit bij de Nederlandse situatie. De inzet op innovatie en
verduurzaming van de visserij en aquacultuur wordt de komende twee jaar ondersteund
met middelen uit het Europese fonds en uit nationale middelen via diverse subsidieregelingen
zoals regelingen om de energie-efficiëntie van vaartuigen te verhogen, investeringen
in controlemaatregelen en het ondersteunen van innovatieve projecten.
Samen met sectorvertegenwoordigers, gemeenten en provincies en natuurorganisaties
werken wij aan een Uitvoeringsagenda voor de Visie op voedsel uit zee en grote wateren5. Deze agenda bevat concrete acties van alle deelnemende partijen om de visie te realiseren:
een robuuste sector die regionaal, gezond en duurzaam voedsel produceert en een goede
boterham verdient binnen de draagkracht van het ecosysteem. Het streven is om de agenda
dit voorjaar als gezamenlijk product aan de Tweede Kamer aan te bieden.
Voor de Waddenzee, Noordzeekustzone en andere gebieden waar garnalenvissers actief
zijn, werkt LVVN met betrokken partijen aan een toekomstvisie. Op verzoek van de sector
is een vrijwillige saneringsregeling opgesteld. Het kabinet verkent hoe flankerend
beleid ingezet kan worden om de impact voor visserijgemeenschappen te mitigeren en
garnalenvissers die blijven vissen te ondersteunen.
Ook voor de schaal-, schelp en zeewierkweek ontwikkelen wij beleid. De randvoorwaarden
voor de verdere opschaling van zeewierkweek werken wij de komende periode uit in een
specifiek beleidskader. Dit ontvangt uw Kamer voor het einde van dit kalenderjaar.
Tevens verkennen wij de mogelijkheden voor viskweek in gesloten circulatiesystemen.
Natuurbeheer, -behoud en -verbetering
Natuur in Nederland is onmisbaar: ze zorgt voor schoon drinkwater, goede landbouwgrond,
voldoende water, schone lucht, waterberging, landschapskwaliteit, verkoeling in de
stad, waarmee ze bijdraagt aan onze economie, welzijn, gezondheid, recreatie, toerisme
en leefbaarheid. Tegelijkertijd staat de Nederlandse natuur onder druk door droogte,
versnippering van natuurgebieden, stikstof, vervuild water en andere drukfactoren.
Sinds 18 augustus 2024 is de Europese Natuurherstelverordening (NHV) van kracht. De
NHV bevat verplichtingen voor herstel van ecosystemen op land, aan de kust, in zoet
water, bos, landbouwgebieden, rivieren, steden en in de zee. Ook zijn er specifieke
doelstellingen voor bijen en andere bestuivers. In mei informeren wij u over de voortgang
van de implementatie hiervan. Europese lidstaten moeten uiterlijk 1 september 2026
een Ontwerp-Natuurplan indienen bij de Europese Commissie. Deze zomer delen wij het
Ontwerp Natuurplan met uw Kamer.
Een definitief Natuurplan moet uiterlijk op 1 september 2027 worden ingediend. We
streven ernaar om dan ook de uitvoeringswetgeving en bestuurlijke afspraken rond te
hebben, zodat we effectief aan de slag kunnen. Voorzien wordt om definitieve bestuurlijke
afspraken samen te laten lopen met de nieuwe afspraken in het kader van het Natuurpact
voor na 2027.
Invasieve exoten
Invasieve exoten vormen een belangrijke drukfactor voor de biodiversiteit in ons land.
In het landelijk aanvalsplan dat uw Kamer in januari 2026 ontving ligt de focus op
het treffen van voorzorgsmaatregelen zodat invasieve exoten Nederland niet binnenkomen,
zich niet kunnen vestigen en niet verder verspreiden6. Dit jaar gaan Rijk en provincies aan de slag met het verkennen van handelsverboden
voor een aantal specifiek «Nederlandse exoten», het verstevigen van de wetenschappelijke
kennisbasis, meer inzet op vroege uitschakeling, vergroten van de bewustwording en
het verbeteren van de informatievoorziening. Voor een vervolg van de inzet na 2026,
waaronder een gebiedsgerichte inzet tegen wijdverspreide invasieve exoten in natuurgebieden
spelen provincies een belangrijke rol.
Wolven
De maatschappelijke aandacht voor wolven is groot. Het wolvenbeleid richt zich op
vier sporen. Ten eerste het zoveel mogelijk voorkomen van incidenten door voorlichting
via het Landelijk Informatiepunt Wolven en via het landelijk initiatief veebescherming.
Ten tweede stelt het kabinet voor de zomer regelgeving (AMvB) op waarmee het verjagen
van wolven voor veehouders eenvoudiger wordt en beheer op lange termijn mogelijk gemaakt
kan worden. Ten derde werken wij voor de zomer aan regelgeving (AMvB) voor een betere
aanpak van probleemwolven die incidenten met mensen en huisdieren veroorzaken. Het
vierde spoor richt zich op een gunstige staat van instandhouding op langere termijn.
Dit is nodig vanuit natuurregelgeving, maar ook om in de toekomst de wolf te kunnen
beheren. Hiervoor zoeken wij samenwerking met buurlanden met wie wij onze wolvenpopulatie
delen, zodat wij de gedeelde populatie gezamenlijk kunnen definiëren.
Grutto
Het gaat al lang niet goed met de grutto en andere boerenlandvogels, ondanks de grote
inspanningen die de afgelopen 50 jaar zijn gedaan, vooral met het agrarisch natuurbeheer.
Met de NHV is er vanuit Europa extra aandacht gekomen hiervoor. De Europese Commissie
heeft Nederland daarnaast in gebreke gesteld ten aanzien van de grutto, die beschermd
is door de Vogelrichtlijn. De urgentie om de gruttopopulatie te herstellen is groot.
In december 2025 is de Intentieverklaring Aanvalsplan Grutto door LVVN en alle twaalf
provincies ondertekend. Het kabinet werkt de Intentieverklaring met de provincies
uit in een gezamenlijk Afsprakenkader. Het agrarisch natuurbeheer vormt daarin een
essentieel onderdeel. Maar ook natuurbeheer vanuit het Subsidiestelsel Natuur en Landschap
(SNL), predatiebeheer, waterbeheer, ruimtelijke ordening en grondbeleid zijn belangrijke
onderdelen van het Aanvalsplan Grutto. De noodzakelijke maatregelen voor de grutto
worden in de gebieden van Aanvalsplan Grutto met voorrang, in samenhang, versneld
en geborgd uitgevoerd. Het afsprakenkader maakt dat concreet. Het Afsprakenkader wordt
in juni ondertekend.
Caribisch Nederland
Voor Caribisch Nederland heeft uw Kamer op 8 juli 2025 de eerste fase van het Natuur
en Milieu Beleidsplan Caribisch Nederland 2020–2030 (NMBP) ontvangen, samen met de
Staat van de Natuur. Het kabinet zet het NMBP voort. Per Voorjaarsnota heeft het kabinet
eveneens € 7,5 miljoen vrijgemaakt ten behoeve van de natuur in Caribisch Nederland.
In januari 2026 heeft de rechter de Staat in het ongelijk gesteld in de procedure
van Greenpeace tegen de Staat over de (gevolgen van) klimaatverandering op Bonaire.
In de uitspraak heeft de rechtbank het gebrek aan financiering voor het NMBP negatief
meegewogen in het oordeel. Uw Kamer ontvangt in het najaar 2026 een brief waarin de
invulling van het NMBP voor de komende vier jaar wordt geschetst, rekening houdend
met het vonnis van de rechtbank inzake klimaatadaptatie op Bonaire.
Hierin werken we nauw samen met de Minister van KGG en van IenW, die de coördinerende
verantwoordelijkheid voor klimaatmitigatie en -adaptatie hebben. In samenwerking met
BZK-Koninkrijksrelaties is LVVN actief betrokken bij de besteding van de middelen
voor voedselzekerheid in Caribisch Nederland en de landen in het Koninkrijk.
Een sociaal en economisch vitaal platteland
Een goede kwaliteit van de natuur en van ons cultuurlandschap en het versterken van
de sociale en economische vitaliteit zijn van belang om de kwaliteit van leven, wonen
en werken te waarborgen. Het kabinet ziet dit als essentieel onderdeel van het beleid
om landbouw en natuur in evenwicht te brengen en de vergunningenproblematiek op te
lossen. Dit is daarom onderdeel van de scope van de taskforce. Aanvullend zet het
kabinet in op een aantal andere voorwaarden voor een vitaal platteland. De basis hiervoor
wordt gelegd in de Nota Ruimte die later dit jaar uitkomt.
Bedrijfsopvolging en generatievernieuwing
Voor een sterke landbouw en een sociaaleconomisch vitaal platteland zijn jonge landbouwers
en zij-instromers onmisbaar. Zij houden niet alleen de sector innovatief en draaiend,
maar zorgen ook voor leven en dynamiek in onze landelijke gebieden. Investeren in
hun toekomst is dan ook een investering in de kracht van Nederland als geheel. In
het coalitieakkoord kiezen we duidelijk om de jonge landbouwers en tuinders te ondersteunen
en daarmee de vergrijzing in de landbouw tegen te gaan. Dit is nodig: in 2025 werd
slechts 8% van onze boerderijen beheerd door boeren jonger dan 40 jaar. Zonder een
doorlopende instroom van nieuwe generaties staat de continuïteit van onze landbouwsector
onder grote druk.
Uw Kamer wordt via de structurele communicatie over het GLB geïnformeerd over de ontwikkelingen
rond de subsidie Vestigingssteun voor jonge landbouwers en de subsidie Generatievernieuwing
in de landbouw. De laatstgenoemde gaat op 19 mei 2026 van start. Ook informeren wij
u over de ontwikkeling van de nationale strategie voor generatievernieuwing in de
landbouw. Daarnaast monitoren we het lopende programma «Voor de volgende generatie», zetten we praktijkgericht onderzoek naar bedrijfsopvolging voort en verkennen we
hoe het Investeringsfonds duurzame landbouw of andere fondsen jonge boeren bij bedrijfsovername
kunnen helpen.
Ruimte voor ondernemers
Het kabinet wil ondernemers meer ruimte geven door het beperken van onnodige regeldruk
en administratieve lasten. Hierbij willen we wet- en regelgeving aanpassen daar waar
dat kan, en bijvoorbeeld inzetten op een high trust, high penalty systeem, waarbij ondernemers die zich aan de regels houden vertrouwen krijgen en
daar waar het mis gaat hard wordt ingegrepen. LVVN doet mee met het Rijksbrede actieprogramma
Minder Druk met Regels. Via dit kanaal zullen we uw Kamer ook informeren over de voortgang bij LVVN als
het gaat om het verminderen van regeldruk.
Pacht
Zoals uw Kamer weet, is er een brede maatschappelijke wens om de pachtwetgeving te
moderniseren om zo de verhoudingen te verbeteren en de verduurzaming van de landbouw
te ondersteunen. Dit heeft ook geresulteerd in de initiatiefnota «De wijsheid in pacht» van uw Kamer in 2025. Voor het conceptwetsvoorstel van de pachtregelgeving is van
15 december 2025 tot 9 februari 2026 in een internetconsultatie geweest. Mijn ambtsvoorganger
heeft aan uw Kamer de verwachting uitgesproken7 dat het wetsvoorstel in het tweede kwartaal voor advies aan de Raad van State zou
kunnen worden aangeboden en rond de zomer van 2026 bij uw Kamer zou kunnen worden
ingediend.
Uit de vele reacties blijkt waardering voor de beoogde herziening, zoals de inzet
op meer langjarige pacht en het vergemakkelijken van duurzaamheids-afspraken. Tegelijk
geven de reacties aanleiding voor verdieping van de overwegingen, bijvoorbeeld ten
aanzien van uitvoering, gevolgen voor andere wet- en regelgeving of verdere uitwerking
van lagere regelgeving. De complexiteit vraagt zorgvuldigheid en daarmee ook tijd.
Wij verwachten daarom dat we het wetsvoorstel rond de zomer aan de Raad van State
kunnen voorleggen. Dat betekent dat het wetvoorstel op zijn vroegst eind van dit jaar
bij uw Kamer kan worden ingediend.
Kennis en innovatie
Er liggen veel kansen om met innovaties te werken aan een toekomstbestendige voedselvoorziening,
aan voedselzekerheid, aan groei en aan het oplossen van de maatschappelijke opgaven
rondom natuur, water, klimaat en dierwaardigheid. Voor het zomerreces informeren wij
uw Kamer over een brede innovatieagenda. De volgende zaken kunnen deel zijn van die
agenda: AI, drones, groen gas, sensortechnologie, robotisering, biotechnologie/genetica,
kweekvlees/innovatieve fermentatie en innovaties voor een toekomstbestendige visserij.
Om innovaties van de grond te krijgen is samenwerking tussen publieke organisaties,
private organisaties en kennisinstellingen essentieel. Bij de uitwerking van de innovatieagenda
wordt tevens onderzocht op welke manier privaat kapitaal betrokken kan worden zodat
ook de impact van de publieke middelen verder verhoogd wordt. Samen met het bedrijfsleven
werken we nationaal én internationaal aan het verstevigen van de koploperspositie
op het gebied van kennis en innovatie en versterken we de concurrentiekracht en het
verdienvermogen.
Inzet in EU-verband
Uit het voorgaande blijkt dat de ambities van LVVN op nationaal niveau vragen om duidelijke
en betrouwbare beleidskeuzes. Tegelijkertijd speelt de Europese Unie (EU) op vrijwel
alle beleidsterreinen van LVVN een belangrijke rol. Veel beleid op het gebied van
landbouw, visserij en natuur komt via Europese wet- en regelgeving tot stand. De samenwerking
met de Europese Commissie (hierna: Commissie) en EU-lidstaten is daarmee van groot
belang voor LVVN. Het kabinet wil een constructieve en leidende rol spelen in de EU
door voorstellen proactief naar voren te brengen, waarbij nadruk ligt op het gezamenlijk
komen tot toekomstbestendige oplossingen en duidelijke keuzes voor de natuur en de
agrarische en visserijsectoren.
Op onderwerpen zoals stikstof en de grutto heeft Nederland ook in EU-verband huiswerk
te doen. Op andere onderwerpen, zoals innovatie, dierenwelzijn en ruimte voor ondernemers,
heeft Nederland juist veel te bieden. In onze eerste gesprekken met de relevante Eurocommissarissen
en enkele collega-ministers uit andere EU-lidstaten werd al snel duidelijk dat we
elkaar over en weer nodig hebben en van elkaar kunnen leren.
Over de gehele LVVN EU-inzet wordt uw Kamer dit voorjaar geïnformeerd via een Kamerbrief.
Deze brief schetst de prioriteiten en uitgangspunten die de komende tijd leidend zijn
voor de inzet van LVVN in de EU. Daarnaast informeert het kabinet de Kamer volgens
de staande EU-informatieafspraken doorlopend over de wetgevingsvoorstellen van de
Commissie en het bijbehorende kabinetsstandpunt via de BNC-fiches.
Voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) wordt momenteel onderhandeld over
de teksten van de nieuwe verordening. Naar verwachting lopen deze onderhandelingen
door tot in 2027. Uw Kamer wordt geïnformeerd over de hoofdlijnen, inzet voor en voortgang
van de onderhandelingen.
Ter afsluiting
Met deze brief hebben wij u inzicht gegeven in de eerste stappen die wij zetten. We
staan voor grote opgaven waarbij we een balans zoeken tussen economie, natuur en sociaal
perspectief, om zo onszelf en de generaties na ons een aantrekkelijk perspectief te
kunnen bieden. Alleen met de gezamenlijke inzet en kennis van medeoverheden, boeren,
tuinders en vissers, en van ketenpartijen, natuurbeheerders en -organisaties, het
bredere bedrijfsleven en lokale initiatieven is het mogelijk om daarin verder te komen.
Wij kijken er naar uit om de komende tijd met u in gesprek te gaan, samen te werken
en ons in te zetten voor deze opgaven.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Indieners
-
Indiener
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Medeindiener
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur