Brief regering : Visietraject toekomst sociale advocatuur
31 753 Rechtsbijstand
29 279
Rechtsstaat en Rechtsorde
Nr. 315
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
Zoals is toegezegd in onder meer de voortgangsbrief aanpak versterking toegang tot
het recht van 11 december 20251 en de beantwoording op de vragen over de begroting van het Ministerie van Justitie
en Veiligheid2, wordt uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van het visietraject voor de toekomst
van de sociale advocatuur. Daarnaast ga ik in de brief in op enkele kortetermijnmaatregelen
en geef ik een inhoudelijke reactie op het recent gepubliceerde onderzoeksrapport
Aanbod in beeld van het Kenniscentrum Stelsel gesubsidieerde Rechtsbijstand (Kenniscentrum).3 Ook informeer ik u met deze brief over het onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek-
en Datacentrum (WODC) naar alternatieve bedrijfsstructuren voor advocaten, Moderne praktijkstructuren voor advocaten:In het belang van een goede rechtsbedeling, dat op 22 april door het WODC is gepubliceerd.
Toegang tot het recht voor iedereen is van groot belang voor onze democratische rechtsstaat.
Sociaal advocaten spelen een cruciale rol in de toegang tot het recht van mensen die
de kosten van een advocaat niet of niet geheel kunnen dragen. Het is dan ook van belang
dat er een duurzaam aanbod van sociaal advocaten is in Nederland. De afgelopen jaren
zien we ons echter geconfronteerd met een dalend aantal sociaal advocaten: de uitstroom
is consequent groter dan de instroom.4 Dit heeft verschillende oorzaken, waaronder de vergrijzing, krapte op de arbeidsmarkt,
de vergoedingen en het imago.5 Zonder adequate maatregelen stevent er een tekort aan sociaal advocaten op ons af.
Ik zie het als mijn taak om het tij te keren.
Eerder is uw Kamer door de voormalig Staatssecretaris Rechtsbescherming geïnformeerd
over de twee wegen die gevolgd worden om de sociale advocatuur te versterken: de redelijke
vergoeding en de toekomstbestendigheid. Wat betreft de redelijke vergoeding, wordt
vanaf 2027 structureel € 30 miljoen geïnvesteerd om een groot deel van de aanbevelingen
van de commissie-Van der Meer II op te volgen. Gelet op de urgentie zijn incidentele
middelen aangewend om deze aanbevelingen al per 1 februari 2026 mogelijk te maken.6
Om de toekomstbestendigheid van de sociale advocatuur te versterken is naar aanleiding
van het arbeidsmarktonderzoek van Panteia in 2023 al een plan van aanpak gemaakt.7 Met dit plan van aanpak zijn verschillende maatregelen in gang gezet voor de versterking
van de sociale advocatuur, maar een visie voor de lange termijn ontbrak. De maatregelen
waren vooral gericht op de korte en middellange termijn. Voor de lange termijn was
het nodig om een gezamenlijke, toekomstgerichte aanpak vast te stellen. Daarom is
begin 2025 gestart met een visietraject voor de toekomst van de sociale advocatuur.
Visietraject toekomst sociale advocatuur
Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft in het visietraject samengewerkt met
de Raad voor Rechtsbijstand (RvR), Nederlandse orde van advocaten (NOvA) en de Vereniging
Sociaal Advocatuur Nederland (VSAN). Het doel van het traject is om te komen tot een
visie en concrete doelen en maatregelen te stellen om die visie te bereiken.
Begin 2025 is de onderzoeksfase doorlopen. Dit heeft geresulteerd in vier pijlers:
onderwijs, imago, bedrijfsstructuren en doelmatige bedrijfsvoering. Uw Kamer is daarover
bij brief van 26 juni 2025 geïnformeerd.8 Zoals in die brief is genoemd, geldt een redelijke vergoeding op basis van het Besluit
vergoedingen rechtsbijstand 20009 als randvoorwaarde bij deze pijlers. In het najaar van 2025 is een breed netwerk
geconsulteerd bestaande uit onder meer diverse (sociaal) advocaten, wetenschappers,
rechtsbijstandsverzekeraars, de Rechtspraak, het Juridisch Loket, uitvoeringsinstanties,
een lokale ombudsman en rechtenstudenten. Met deze brede input is de visie geformuleerd,
die eind 2025 met uw Kamer is gedeeld.10
In het eerste kwartaal van 2026 zijn per pijler doelen geformuleerd en daaraan maatregelen
gekoppeld om deze doelen te bereiken. Deze doelen zijn gebaseerd op ideeën die gedurende
het visietraject zijn opgehaald. De doelen zijn ambitieus geformuleerd, zijn toetsbaar
en beschrijven wat er veranderd of bereikt moet zijn om de visie dichterbij te brengen.
De doelen kunnen in elkaars verlengde liggen en/of elkaar versterken. De maatregelen
en/of inspanningen zijn de acties, projecten of initiatieven die nodig zijn om de
doelen te realiseren. Uiteindelijk dragen alle doelen gezamenlijk bij aan de visie.
Er is niet één oplossing om het dalend aanbod van sociaal advocaten tegen te gaan.
Sommige maatregelen, in het bijzonder die onder de pijlers bedrijfsstructuren en doelmatige
bedrijfsvoering, moeten nog nader worden verkend en/of uitgewerkt. Daarbij worden
ook de uitvoerbaarheid en budgettaire consequenties in kaart gebracht. De eventuele
uitvoering van de in deze brief genoemde maatregelen wordt ingepast binnen de budgettaire
kaders en is onder andere afhankelijk van de financiële besluitvorming over de verdeling
van de beschikbare middelen uit het coalitieakkoord.
Ik heb er vertrouwen in dat met deze visie de weg wordt ingezet naar een duurzame
en toekomstbestendige sociale advocatuur. Het waarborgen van de toegang tot het recht
voor iedere burger zie ik als prioriteit. Dit blijkt ook uit het Coalitieakkoord (bijlage
bij Kamerstuk 36 848, nr. 31) waarin staat dat het kabinet zal investeren in de sociale advocatuur. Ik ga daarom
voortvarend met de uitwerking van deze maatregelen aan de slag.
Hieronder is een overzicht opgenomen van de visie, pijlers, doelen en voorlopige maatregelen.
VISIE
Het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand is aantrekkelijk, heeft goede voorwaarden
en is toekomstgericht. Er is een stabiel aanbod van vakbekwame, mensgerichte advocaten.
Hiermee dragen we bij aan de versterking van de toegang tot het recht.
Pijler onderwijs
Op universiteiten en hogescholen met een rechtenopleiding is de aandacht voor de sociale
advocatuur nog altijd beperkt. Veel studenten zijn onvoldoende bekend met dit belangrijke
beroep en hebben bovendien regelmatig een negatief beeld.11 Hoewel de afgelopen jaren mooie stappen zijn gezet om de sociale advocatuur meer
onder de aandacht te brengen, blijft structurele inbedding in het rechtenonderwijs
noodzakelijk. Door gerichte en consistente aandacht binnen de opleiding wordt de bekendheid
met de sociaal advocatuur vergroot en wordt de volgende generatie geïnspireerd om
voor dit maatschappelijk essentiële beroep te kiezen.
• Doel 1: In 2027 is er op meerdere universiteiten een «toga-experience» met gelijke aandacht
voor sociaal advocatuur, rechtspraak en OM.
• Doel 2: In 2027 is er binnen een eerstejaars vak aandacht voor de sociale advocatuur op alle
universiteiten met een rechtenopleiding en hogescholen met een vorm van rechtenonderwijs.
• Maatregelen/inspanningen
De komende periode worden de gesprekken met universiteiten en hogescholen voortgezet
over de verdere concretisering van zowel de toga-experience als een eerstejaars vak
met aandacht voor de sociale advocatuur. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan de inhoudelijke
uitwerking, ondersteuning en evaluatie van beide doelen, zodat deze initiatieven een
vaste plek krijgen bij de verschillende onderwijsinstellingen met een vorm van rechtenonderwijs.
Hiervoor blijft mijn ministerie in gesprek met de Raad der Decanen Rechtsgeleerdheid
en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, om te voorkomen dat de maatregelen
binnen deze pijler los komt te staan van het brede onderwijsaanbod. Voor de toga-experience
zijn in 2026 incidentele middelen beschikbaar binnen de opgave toegang tot het recht.
Pijler imago
Er bestaan nog steeds verschillende, vaak achterhaalde, negatieve stereotypen over
sociale advocatuur. Door actief te werken aan een positiever en realistischer beeld
en de maatschappelijke waarde van de sociale advocatuur te benadrukken, wordt nieuw
talent aangetrokken en de zichtbaarheid en maatschappelijke relevantie voor dit cruciale
beroep vergroot.
• Doel 1: De onderwijscampagne «Ik ben sociaal advocaat» wordt in 2026 uitgebreid naar een
bredere doelgroep dan alleen studenten. Het bereik wordt vergroot met jaarlijks 3–4
grootschalige acties (o.a. social media, podcasts, video’s, documentaires en tv) die
de maatschappelijke impact van sociaal advocaten op de rechtsstaat zichtbaar maken.
• Doel 2: In 2026 wordt verkend of er jaarlijks terugkerende praktijkgerichte experiences gerealiseerd
kunnen worden bij minimaal drie bestaande kantoren of samenwerkingsverbanden, die
representatief zijn voor het vak. Daarmee krijgen studenten en starters een herkenbaar
en positief beeld van het werken als sociaal advocaat.
• Maatregelen/inspanningen
Jaarlijks wordt ingezet op meerdere gerichte communicatieacties via onder meer social
media, podcasts en andere mediaplatforms. Daarbij wordt specifieke aandacht besteed
aan rechtsgebieden waar de tekorten het grootst zijn. Het bereik en de impact van
de acties wordt gemonitord. Voor de uitbreiding van de campagne zijn binnen de opgave
toegang tot het recht incidentele middelen gereserveerd in 2026. Daarnaast wordt contact
gezocht met universiteiten en advocatenkantoren om te werken aan de ontwikkeling van
praktijkgerichte kantoorexperiences.
Pijler bedrijfsstructuren
Het aantal sociaal advocaten daalt. De komende tien jaar bereiken ongeveer 2.500 sociaal
advocaten de pensioengerechtigde leeftijd en zal er dus een grote groep uitstromen.
Tegelijkertijd zijn er duidelijke signalen van een tekort aan opleidingsplekken. In
combinatie met dreigende tekorten binnen specifieke rechtsgebieden en regio’s, zet
dit de toegankelijkheid van de rechtsbijstand onder druk. Het is daarom van belang
in te zetten op zowel instroom als behoud van sociaal advocaten, en daarbij ruimte
te bieden voor innovatieve organisatievormen en samenwerkingsverbanden met een doelmatige
bedrijfsvoering, opleidingscapaciteit en een positief imago. Dit draagt uiteindelijk
bij aan een duurzaam en toekomstbestendig stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.
• Doel: Binnen tien jaar (uiterlijk in 2037) zijn er 3.00012 sociaal advocaten ingestroomd en/of behouden (geactiveerd13). De instroom wordt (bij voorkeur) gerealiseerd bij kantoren en samenwerkingsverbanden
die bijdragen aan een duurzame beroepspraktijk. Belangrijke elementen zijn: werken
in teamverband, een substantieel aantal toevoegingszaken doen, ruimte bieden voor
opleiding en begeleiding van nieuwe aanwas en bij voorkeur focussen op rechtsgebieden
en regio’s waar de tekorten het grootst zijn.
• Maatregelen/inspanningen
Om het doel te bereiken start ik met een uitwerking van een vorm van kantoortoeslag.
Ik zie dit als een belangrijke impuls voor de instroom en het behoud van sociaal advocaten.
Samen met de bij het visietraject betrokken partijen worden onder meer de uitvoerbaarheid
en de budgettaire consequenties in kaart gebracht. Ook zal nagedacht worden over gedragen,
uitvoerbare en controleerbare randvoorwaarden, bijvoorbeeld ten aanzien van opleiding
van advocaat-stagiairs, kantoorgrootte, aantal toevoegingspunten, kwaliteitsborging
en duurzame bedrijfsvoering in samenwerkingsverband. Via monitoring en evaluatie moet
de effectiviteit en uitvoerbaarheid worden geborgd.
Pijler doelmatige bedrijfsvoering
Sociaal advocaten ontbreekt het doorgaans aan kennis, tijd en/of financiën om de juiste,
geïnformeerde keuzes te maken voor software waarmee hun bedrijfsvoering doelmatiger
ingericht kan worden en zij de focus kunnen leggen op de rechtsbijstandsverlening
aan kwetsbare groepen. Tegelijkertijd is er onvoldoende opleidingscapaciteit en zijn
kantoren onvoldoende in staat om het ondernemersrisico van advocaat-stagiairs in loondienst
te dragen. Dit sluit niet aan bij de voorkeur van veel startende advocaten om in dienstverband
te werken in plaats van als zelfstandige. Het stimuleren van een efficiënte bedrijfsvoering
en van opleidingscapaciteit zal uiteindelijk de ruimte bieden om advocaat-stagiairs
in loondienst ervaring op te laten doen binnen de sociale advocatuur en hen te behouden.
• Doel 1: Vanaf 2027 is er voor sociaal advocaten in beeld gebracht welke basisbedrijfspakketten
beschikbaar zijn en voldoen aan de behoefte, zodat hiermee éénduidig gewerkt kan worden
aan onder meer dossier- en relatiebeheer, tijdschrijven, boekhouding, administreren
en archiveren.
• Doel 2: Eind 2029 is er een voorstel om traineeshiptraject te starten voor sociaal advocaat-stagiairs
die gedurende de periode van de advocaatstage via dit traineeship gedetacheerd worden
bij een sociaal advocatenkantoor. De advocaat-stagiairs zijn in loondienst van de
organisatie achter het traineeship. Het traineeship geeft ook een goede boost aan
de pijler «imago» en «onderwijs».
• Maatregelen en inspanningen:
De komende periode wordt een verkenning gestart naar bestaande basisbedrijfspakketten
voor sociaal advocaten, waarin softwareaanbieders, standaarden, efficiëntie, compliance
en toekomstbestendigheid in kaart worden gebracht. Daarbij wordt ook gekeken naar
de kansen die digitalisering en AI-toepassingen bieden om de werkdruk te verlichten
en de dienstverlening te ondersteunen. Onderdeel van deze verkenning is het beter
in beeld brengen van de behoeften van sociaal advocaten. Op basis van deze inzichten
wordt bezien welke vorm van ondersteuning het meest passend is, bijvoorbeeld in de
vorm van een breed toepasbaar pakket of een overzicht van bestaande mogelijkheden
dat sociaal advocaten helpt bij hun keuzes. Bij de verkenning worden tevens de resultaten
van het project van de Raad en de NOvA voor een Sociaal kantoor van de toekomst meegenomen.
Ook wordt gekeken of en hoe een organisatie kan worden ingericht voor kwaliteitsbewaking
en eventuele collectieve inkoop. Voor de verkenning zijn in 2026 incidentele middelen
gereserveerd binnen de opgave toegang tot het recht.
Ten behoeve van het traineeshiptraject voor sociaal advocaat-stagiairs worden de behoefte
en randvoorwaarden in kaart gebracht. Daarbij wordt ook contact gezocht met andere
togaberoepen om synergie en kennisuitwisseling te bevorderen. Het traineeship vervangt
de beroepsopleiding advocatuur niet, maar kan een waardevolle en praktijkgerichte
aanvulling hierop zijn, waarbij het doel ook moet zijn dat de stagiair behouden blijft
voor het betreffende kantoor en het stelsel. Voor het in kaart brengen van het traineeship
zijn in 2026 incidentele middelen beschikbaar binnen de opgave toegang tot het recht.
Terugkoppeling bijeenkomst 12 maart 2026
Op 12 maart 2026 heb ik een indrukwekkende afvaardiging van commerciële en sociale
kantoren mogen ontvangen. Daarbij heb ik benadrukt dat het onze gezamenlijke verantwoordelijkheid
is om zes miljoen rechtzoekenden daadwerkelijk toegang te bieden tot gesubsidieerde
rechtsbijstand, met nadruk op vakbekwame en mensgerichte sociaal advocaten. Ik neem
daarbij mijn stelselverantwoordelijkheid, maar verandering bereiken we ook samen,
door bruggen te bouwen, krachten te bundelen en iedere dag opnieuw het recht voor
iedereen toegankelijk te maken.
De bijeenkomst zelf is door mijn ministerie als waardevol ervaren en heeft geleid
tot aanscherping van maatregelen en nieuwe inzichten voor de verdere uitwerking van
die visie. Daarbij is onderstreept dat met name de pijler bedrijfsstructuren prioriteit
heeft. Gewezen is op de noodzaak om bestaande structuren te doorbreken en ruimte te
bieden voor innovatieve organisatievormen.
Ten aanzien van de doelmatige bedrijfsvoering is benadrukt dat ICT-ondersteuning snel
beschikbaar kan zijn en er veel goede opties zijn. Ook is gewezen op de behoefte aan
inzicht in beschikbare marktoplossingen en dat vormen van gezamenlijke inkoop en een
centrale ICT-vraagbaak verkend kunnen worden. Dit scheelt met name beginnende kantoren
tijd. Deze inzichten worden meegenomen in de verdere uitwerking, waarbij ook wordt
bezien waar samenwerking met commerciële kantoren een concrete bijdrage kan leveren.
Daarnaast zijn waardevolle aandachtspunten naar voren gekomen op het gebied van instroom,
opleiding en imago. Zo geven kantoren aan dat gerichte aandacht in de bachelorfase
als effectief wordt ervaren. Studenten krijgen zo een duidelijker beeld van de rechtsgebieden
en werkzaamheden van de sociaal advocaat. In dat kader is ook de behoefte uitgesproken
voor stagevergoeding voor de begeleiding van een student-stagiair. Verder is voorgesteld
om in wervings- en selectieactiviteiten, bijvoorbeeld bij recruitment door grotere
kantoren, ook casuïstiek te betrekken die de positie van rechtzoekenden in de sociale
advocatuur zichtbaar maakt. Verder is gewezen op het belang van maatregelen die niet
alleen gericht zijn op instroom, maar ook op behoud, bijvoorbeeld door financiële
ondersteuning bij de overstap naar de sociale advocatuur en door vormen van samenwerking
tussen sociale en commerciële kantoren, zoals gecombineerde studentstages. Deze en
andere suggesties worden betrokken bij de verdere uitwerking van de maatregelen.
Kortetermijnmaatregelen
Ondanks de al in gang gezette maatregelen en de recente verbetering van de vergoedingen,
is het mogelijk dat zich op korte termijn tekorten voordoen in de sociale advocatuur.
Bijvoorbeeld op een bepaald rechtsgebied of in een bepaalde regio. Daarom ben ik met
de RvR en de NOvA in gesprek over eventuele gerichte, kortetermijnmaatregelen die
kunnen worden ingezet. Hierbij zijn de volgende maatregelen aan bod gekomen.
• Het aanpassen van de inschrijvingsvoorwaarden van de RvR.
Uit het rapport Aanbod in beeld van het Kenniscentrum is gebleken dat er in sommige
regio’s/meerdere regio’s een laag aanbod is van advocaten op onder andere het terrein
van het sociaal zekerheidsrecht, het arbeidsrecht en huurrecht. De RvR werkt samen
met de NOvA aan het aanpassen van de inschrijvingsvoorwaarden zodat voorwaardelijke
inschrijving vooralsnog mogelijk wordt voor de rechtsgebieden sociaal zekerheidsrecht,
huurrecht en arbeidsrecht. Met een voorwaardelijke inschrijving kunnen advocaten sneller
ingeschreven worden voor deze rechtsterreinen en zo eerder zelfstandig toevoegingen
aanvragen op deze rechtsterreinen. Daarbij houdt de RvR oog voor de kwaliteit. Het
doel is om de aanpassing van de inschrijvingsvoorwaarden per 1 juli 2026 in te voeren.
• Stimuleren van kantoren die weinig of geen toevoegingen doen
Uit het rapport Aanbod in beeld blijkt ook dat bijna 25% van de bij de RvR ingeschreven advocaten geen of één tot
10 toevoegingen per jaar doet. De RvR beziet op dit moment hoe deze advocaten te stimuleren
om meer zaken op toevoegingsbasis te doen. In het bijzonder op de rechtsgebieden waar
een laag aanbod is en in regio’s waar nog weinig advocaten op toevoegingsbasis actief
zijn.
• Waar mogelijk verbeteren procedure EXU
Voor lastige en zeer tijdrovende zaken kunnen advocaten extra uren (EXU) aanvragen
bij de RvR. Er zijn signalen dat advocaten deze EXU niet aanvragen omdat de aanvraag
daarvan veel tijd kost en er een beeld heerst dat de EXU vaak niet worden toegekend,
ondanks dat ruim 90% van de gevraagde extra uren wordt toegekend. Ook kan er nu volgens
de regelgeving geen rekening gehouden worden met de bewerkelijkheid van een cliënt.
De RvR bestudeert de signalen en beziet of en hoe de procedure voor het aanvragen
van EXU verbeterd kan worden en of nadere communicatie gewenst is.
Beleidsreactie onderzoek Aanbod in beeld
Zoals toegezegd in mijn brief aan uw Kamer van 5 maart 202614, geef ik in deze brief een inhoudelijke reactie op het onderzoek «Aanbod in beeld: Inzicht in ontwikkelingen rondom het aanbod in de sociale advocatuur» van het Kenniscentrum. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie
van Justitie en Veiligheid, de RvR en de NOvA. De aanleiding voor het onderzoek was
het dalend aanbod aan sociaal advocaten en in het bijzonder, signalen van mogelijke
tekorten aan sociaal advocaten in specifieke regio’s en op bepaalde rechtsgebieden.
De onderzoeksvraag luidt als volgt: «Hoe ziet het aanbod van sociaal advocaten in Nederland eruit en hoe heeft zich dat
de laatste vijf jaren ontwikkeld?»
Het onderzoek Aanbod in beeld bevestigt wat in eerdere onderzoeken15 ook al is gevonden: het aanbod van sociaal advocaten neemt af door een uitstroom
die consequent groter is dan de instroom van nieuwe sociaal advocaten. Daarbij wordt
het risico op verdere afname vergroot door de toenemende vergrijzing in de beroepsgroep
en een dalend aantal advocaten in de leeftijdscategorieën tussen 35–45 jaar en onder
de 35 jaar. Het aantal advocaten dat zaken behandelt op basis van een toevoeging daalt,
terwijl het totaal aantal toevoegingen sinds 2021 stijgt. Opvallend is verder dat
er een groep advocaten is die wel bij de RvR staat ingeschreven, maar geen toevoegingen
doet. Deze groep is gegroeid van 15% van het aantal bij de RvR ingeschreven advocaten
in 2015, naar 27% in 2024. Daar bovenop doet 18,6% minder dan tien toevoegingen. De
werklast concentreert zich dus bij een steeds kleinere groep advocaten. Daarnaast
is een toename te zien in het aantal advocaten dat in een éénpersoonspraktijk werkt.
In 2024 werkte 28% van de sociaal advocaten in een dergelijke praktijk, ten opzichte
van 21% in 2015. Van alle toevoegingen die in 2024 werden aangevraagd, werd ongeveer
een derde behandeld door een advocaat die bij een éénpersoonspraktijk werkte.
Verder biedt het onderzoek inzicht in de ontwikkeling van het aanbod in de verschillende
regio’s en rechtsgebieden. Met name in het noordoosten van het land, in Drenthe en
Oost-Groningen, is het aantal ingeschreven advocaten per inwoners en Wrb-gerechtigden
laag. In bijna alle regio’s neemt het aantal ingeschreven advocaten in de meeste specialisaties
af. Dit verschilt per specialisatie en regio. Vooral voor de specialisaties personen-
en familierecht, verbintenissenrecht en strafrecht is sinds 2015 een sterke afname
van advocaten te zien. Op de rechtsgebieden waar in de onderzoeksperiode specialistische
inschrijvingsvoorwaarden zijn ingevoerd is de afname van het aantal actieve advocaten
groter. Dit geldt onder meer bij arbeidsrecht, huurrecht, sociale voorzieningen en
sociale verzekeringen.
Ik ben het Kenniscentrum zeer erkentelijk voor het onderzoek dat het heeft verricht.
Het biedt een feitelijke basis waarmee waar nodig gericht maatregelen kunnen worden
ingezet. Zoals hierboven beschreven ben ik met de RvR en NOvA in gesprek over kortetermijnmaatregelen,
waarbij ik uitdrukkelijk de inzichten uit het onderzoek Aanbod in beeld betrek. Deze gesprekken hebben zoals hiervoor beschreven al een drietal maatregelen
opgeleverd die de komende tijd nader worden uitgewerkt of doorgevoerd binnen de budgettaire
kaders. Daarnaast zijn de inzichten uit het onderzoek nuttig voor de verdere uitwerking
van de doelen en maatregelen van het visietraject. Het geeft inzicht in de regio’s
en/of rechtsgebieden waar de nood het hoogst is zodat de maatregelen gericht kunnen
worden ingezet. Bijvoorbeeld de toga-experiences op universiteiten buiten de randstad.
Naast de inzichten in de ontwikkeling van het aanbod van sociaal advocaten in de afgelopen
jaren roepen de bevindingen ook vragen op. Voor een nadere duiding van sommige inzichten
acht ik vervolgonderzoek nodig. Daarom heb ik recent bij het Kenniscentrum het verzoek
neergelegd nader onderzoek te doen naar de volgende nog ontbrekende inzichten:
• Het huidige aantal bij de RvR ingeschreven advocaten en aantal advocaten die zaken
op basis van een toevoeging behandelen per 100.000 inwoners of 100.000 Wrb-gerechtigden,
zegt op zichzelf nog niets over feitelijke tekorten aan advocaten in bepaalde regio’s
of rechtsgebieden en daarmee beperkte toegang tot het recht. Het is op dit moment
onvoldoende duidelijk in hoeverre regionale verschillen problematisch zijn, onder
meer omdat rechtzoekenden ook gebruik kunnen van advocaten in aangrenzende regio’s.
De vraag naar rechtsbijstand is daarvoor nog onvoldoende in beeld.
• Er ontbreekt inzicht in toekomstige tekorten als gevolg van pensionering. Het is op
dit moment nog niet duidelijk waar, en op welk rechtsgebied en in welke regio’s, de
grootste uitstroom wordt verwacht en wat dat betekent voor het aanbod aan sociaal
advocaten.
• De regionale en inhoudelijke spreiding van stagiairs mist. Onduidelijk is momenteel
in welke regio’s opleidingsplekken missen en voor welke specialisaties.
• Het valt op dat 27% van de bij de RvR ingeschreven advocaten geen toevoegingen aanvragen.
In deze groep zit mogelijk onbenut potentieel voor het stelsel van gesubsidieerde
rechtsbijstand. Om eventueel in te zetten op eventuele (her)activering van deze groep
advocaten is nader inzicht in deze groep van belang. Onbekend is waar deze advocaten
werkzaam zijn, voor welke specialisaties zij staan ingeschreven en wat hen eventueel
zou kunnen stimuleren om (meer) toevoegingen aan te vragen.
• Daarnaast zou ik graag meer inzicht krijgen in de organisatie- en samenwerkingsvormen
van sociaal advocatenkantoren. Onder meer de verhouding tussen eenpersoonspraktijken
en samenwerkingsverbanden en de motieven om wel of niet in kantoorverband te werken.
Ik zie hier ook een verband met het vervolgonderzoek naar alternatieve bedrijfsstructuren
in de advocatuur van het WODC dat op 22 april is gepubliceerd.16 Hieronder ga ik daar nader op in.
Motie Van Nispen
Met het onderzoek Aanbod in beeldis uitvoering gegeven aan de motie van het Kamerlid Van Nispen (SP) van 15 april 2025
waarin hij de regering verzoekt de RvR opdracht te geven het aanbod aan sociale advocatuur
per regio en rechtsgebied te monitoren en de mogelijkheid te geven om bij gesignaleerde
tekorten in overleg met de NOvA de noodzakelijke maatregelen te treffen.17 Zoals hierboven gezegd ben ik ook in gesprek met de NOvA en de RvR over kortetermijnmaatregelen.
Bovendien krijgt het onderzoek op verzoek van de RvR vervolg door middel van doorlopende,
jaarlijkse, monitoring van de ontwikkelingen beschreven in het onderzoek Aanbod in beeld. Hiermee beschouw ik de motie van het Kamerlid Van Nispen als afgedaan.
WODC-onderzoek naar alternatieve bedrijfsstructuren voor advocaten
Op 22 april 2026 is het WODC-onderzoek naar alternatieve bedrijfsstructuren voor advocaten,
Moderne praktijkstructuren voor advocaten. In het belang van een goede rechtsbedeling, gepubliceerd. Dit onderzoek, dat in opdracht van WODC is uitgevoerd door de Erasmus
Universiteit Rotterdam, is een vervolg is op het eerdere WODC-rapport over alternatieve
bedrijfsstructuren voor advocaten dat in het najaar van 2023 verscheen.18 Daaruit kwam naar voren dat verruiming van de regelgeving kansen biedt voor innovatieve
praktijkstructuren die de belangen van rechtzoekenden bevorderen, waaronder de betaalbaarheid
en toegankelijkheid van juridische dienstverlening. Het vervolgonderzoek ligt in het
verlengde daarvan en richt zich op de concrete behoeften in Nederland.
Het recent gepubliceerde vervolgonderzoek gaat over de behoefte aan moderne praktijkstructuren
in de advocatuur, in het licht van de wens om de toegang tot het recht te bevorderen.
Om het palet aan beschikbare praktijkstructuren modern te houden, is onderzocht in
hoeverre er in Nederland een maatschappelijke behoefte is aan vernieuwende praktijkstructuren
en, zo ja, hoe deze moeten worden gereguleerd. Met deze brief bied ik u de resultaten
van dit onderzoek aan. Een inhoudelijke beleidsreactie volgt in het najaar van 2026.
Op voorhand kan ik u melden dat er in dit onderzoek ook interessante aanknopingspunten
en kansen staan die betrokken kunnen worden bij de maatregelen uit het visietraject.
In de praktijk is zichtbaar dat de markt zelf ook niet stil staat en ontwikkelingen
gaande zijn die aansluiten bij de hierboven genoemde pijlers, doelen en maatregelen.
Ik noem hier bijvoorbeeld de ontwikkelingen rondom Sociaal Advocaten Rotterdam, de
opstart van de coöperatievorm Suyt Sociaal Advocaten en de overname van een sociaal
advocatenkantoor door BrandMR. Deze innovatieve organisatiemodellen onderstrepen dat
er in de praktijk kansen liggen om bij te dragen aan kwalitatief goede en toegankelijke
rechtsbijstand en daarmee aan de versterking van de toegang tot het recht voor iedereen
in Nederland ongeacht de omvang van hun portemonnee.
Slot
De afgelopen jaren heb ik in mijn werk veel mensen ontmoet die afhankelijk waren van
laagdrempelige rechtshulp. Mensen die afhaakten toen zij niet de juiste rechtsbijstand
kregen, waardoor zij verder van het hart van onze samenleving kwamen te staan. Deze
ervaringen houd ik in gedachten wanneer ik met betrokken partijen en advocaten spreek
over een stabiel en toekomstbestendig aanbod van vakbekwame en mensgerichte sociaal
advocaten. Advocaten die kwetsbare mensen beschermen, escalatie voorkomen, houvast
bieden, de samenleving een spiegel voorhouden en vergeten mensen een stem geven.
Inmiddels zijn de vergoedingen per 1 februari 2026 verhoogd, maar zoals uit deze brief
blijkt blijft het daar niet bij. De komende periode ga ik samen met de bij het visietraject
betrokken partijen aan de slag met de hierboven weergegeven doelen en maatregelen.
In sommige doelen, zoals die onder de pijler onderwijs, zijn al belangrijke stappen
gezet.19 Hetzelfde geldt voor de kortetermijnmaatregelen. De bevindingen in de rapporten Aanbod in beeld en Moderne praktijkstructuren voor advocaten neem ik mee in de verdere uitwerking van het visietraject.
Zoals gezegd in het Coalitieakkoord wil dit kabinet investeren in de sociale advocatuur.
De uitvoering van deze ambitie is onder andere afhankelijk van de financiële besluitvorming
over de verdeling van de beschikbare middelen uit het coalitieakkoord. Op dit moment
kan ik daar nog geen duidelijkheid over geven. In de verdere uitwerking van de doelen
en maatregelen uit het visietraject wil ik prioriteit geven aan de regio’s en rechtsgebieden
waar de tekorten het meest nijpend zijn, zodat eventuele beschikbare middelen zo effectief
mogelijk kunnen worden ingezet voor het borgen van de toegang tot het recht.
Uw Kamer wordt via de jaarlijkse voortgangsbrief over de aanpak versterking toegang
tot het recht geïnformeerd over de voortgang met betrekking tot de versterking van
de sociale advocatuur, of zoveel eerder als daar aanleiding toe is.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
Indieners
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid