Brief regering : Beleidsbrief Defensie
36 800 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026
Nr. 78
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
Onze veiligheid staat onder druk. Geopolitieke competitie, conflicten aan de randen
van Europa en het Koninkrijk én razendsnelle technologische ontwikkelingen maken dreigingen
voor Nederland direct voelbaar. Oude zekerheden verdwijnen. Nieuwe machtsblokken staan
op, die het spel niet volgens regels willen spelen. Met de terugkeer van klassieke
machtspolitiek staat voor een aantal grootmachten niet langer samenwerking centraal,
maar het veiligstellen van nationale belangen en het recht van de sterkste. Daarbij
zijn technologie en toegang tot kritieke grondstoffen geopolitieke machtsfactoren
geworden.
De aanhoudende Russische agressie, het duidelijkst zichtbaar in de oorlog in Oekraïne,
en een steeds assertiever China vormen samen de grootste uitdagingen voor onze veiligheid
sinds het einde van de Koude Oorlog. Het handelen van deze landen beperkt zich niet
alleen tot Europa, maar kent een wereldwijd karakter. Daarnaast hebben de oorlog in
Iran en de instabiliteit in het Midden-Oosten, Venezuela en in het Caribisch gebied
ook directe impact op onze veiligheidsbelangen. Technologie verandert het karakter
van conflicten in hoog tempo. Drones, data, elektronische oorlogvoering, kunstmatige
intelligentie en ruimtecapaciteiten bepalen in toenemende mate het verschil tussen
winnen en verliezen. Bovendien is de relatie tussen de Verenigde Staten en Europa
aan verandering onderhevig. De VS blijft een belangrijke bondgenoot, maar het is tijd
dat Europa de regie pakt voor de veiligheid van ons continent. We hebben voor onze
veiligheid te lang geleund op anderen, we moeten zelf met onze bondgenoten op eigen
benen staan.
De dreiging voor de veiligheid van Nederland is geen abstract toekomstscenario, maar
de realiteit van vandaag. De MIVD en AIVD waarschuwen ons dat Rusland na het beëindigen
van de oorlog in Oekraïne in het meest ongunstige scenario mogelijk minder dan een
jaar nodig heeft om voldoende capaciteiten op te bouwen voor een militaire operatie
tegen NAVO-bondgenoten. Nu al hebben we dagelijks te maken met hybride dreigingen
zoals cyberaanvallen, spionage en desinformatiecampagnes, die erop gericht zijn onze
samenleving te ontwrichten. We bevinden ons wat dat betreft in een grijs gebied tussen
vrede en oorlog: de grey zone.
Rusland is niet de enige dreiging voor het Koninkrijk der Nederlanden. Ook de ambities
van China raken vitale veiligheidsbelangen, met name op het gebied van economische
veiligheid en de internationale rechtsorde. Daarnaast vormt de aanhoudende instabiliteit
in Venezuela een dreiging voor het Caribisch deel van het Koninkrijk, onder meer door
grensoverschrijdende criminaliteit. Tegelijkertijd raken de spanningen en mogelijke
escalatie van conflicten in het Midden-Oosten onze veiligheid en welvaart, bijvoorbeeld
door verstoringen in de energievoorziening en internationale handel.
In onze eerste weken als Minister en Staatssecretaris van Defensie hebben wij van
dichtbij de bevlogenheid, professionaliteit en trots ervaren van iedereen die bij
Defensie werkt. Dag in, dag uit zetten militairen en burgers zich met kennis, inzet
en betrokkenheid in voor de veiligheid van het Koninkrijk. Die toewijding en het professionalisme
die we overal in de organisatie tegenkomen, maken indruk en onderstrepen het grote
belang van het werk dat bij Defensie elke dag wordt verricht. We kijken ernaar uit
om tijdens de komende werkbezoeken verder kennis te maken met zoveel mogelijk collega’s
en om nog beter te zien wat er in de praktijk speelt.
Het is onze gezamenlijke taak om samen met onze bondgenoten ons Koninkrijk te beschermen
en te verdedigen. Defensie vervult daarin een kerntaak, maar kan dit niet alleen.
Noodzakelijke groei en versterking van de krijgsmacht gaan hand in hand met de versterking
van de weerbaarheid van Nederlandse maatschappij. In een tijd van groeiende dreiging
en een vervagende grens tussen vrede en conflict staat heel Nederland voor een grote
opgave: onze vrijheid, democratische rechtsstaat en manier van leven beschermen. Een
weerbare samenleving vraagt om gezamenlijke inzet van overheid, bondgenoten, bedrijfsleven,
vitale sectoren en burgers. Samen bouwen we aan onze veiligheid. Zo willen wij ook
graag met uw Kamer werken. Bel als er wat is. Wees niet terughoudend om ons te betrekken
bij uw vragen en zorgen. We weten dat we veel van de samenleving vragen, en willen
daarover met u in gesprek blijven.
In het coalitieakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 848, nr. 31) hebben we afspraken gemaakt over hoe we Defensie in deze kabinetsperiode willen
versterken. Het vorige kabinet heeft met de groei naar 2% van het bbp de basis versterkt.
Met de stap die dit kabinet – in navolging van de afspraken van de NAVO-top in Den Haag
vorig jaar – zet richting de 3,5% van het bbp kunnen we écht bouwen aan de toekomstbestendige
krijgsmacht. In onze kabinetsperiode groeit het budget van Defensie naar 2,8% van
het bbp en zullen we veel nieuwe mensen verwelkomen; militairen en burgers, in vaste
dienst of als reservist. Naast investeringen vraagt het versterken van Defensie ook
om een verdere mentaliteitsverandering: van vredesdividend naar gevechtskracht.
Met deze brief informeren wij uw Kamer op hoofdlijnen over wat we gaan doen in deze
kabinetsperiode, in het licht van het coalitieakkoord en het veranderende dreigingsbeeld.
De nadere uitwerking volgt in de Defensienota 2026, die wij voor het zomerreces aan
uw Kamer aanbieden. In de Defensienota beschrijven wij het dreigingsbeeld, de taken
en strategische doelstellingen, de wijze waarop we bouwen aan een toekomstbestendige
krijgsmacht en de koers voor versterking. Wij realiseren ons dat verhoogde investeringen
vragen om duidelijkheid over doelen, prioriteiten en resultaten. Daarom zal de Defensienota
2026 nadrukkelijk richting geven aan welke keuzes gemaakt worden en hoe dit bijdraagt
aan geloofwaardige afschrikking en verdediging, het beschermen van het Koninkrijk
en de maatschappelijke weerbaarheid. De budgettaire verwerking van de Defensienota
– en investeringen uit het coalitieakkoord – volgt in de Ontwerpbegroting 2027.
Wij kijken ernaar uit om onze opgave de komende periode samen met uw Kamer, de samenleving
en alle (veiligheids)partners op te pakken, zodat ons Koninkrijk, Europa en de NAVO
op ons kunnen rekenen.
Tot slot, in het coalitieakkoord hebben drie partijen – D66, VVD en CDA – afspraken
gemaakt over de maatregelen die nodig zijn om Nederland weer vooruit te krijgen. Beleidsbrieven
zoals deze zijn daar een nadere uitwerking van op specifieke beleidsonderwerpen. Dat
laat onverlet dat de opgaven waar dit kabinet voor staat vragen om één overheid die
duidelijk kiest, samenwerkt en levert. In gezamenlijkheid. Alleen door samen te werken
kunnen we resultaten boeken waar mensen op rekenen. Daar is de inzet van de volledige
Rijksdienst, de medeoverheden en de publieke dienstverleners keihard bij nodig. Hierbij
hecht dit kabinet veel waarde aan de samenwerking met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden
en maatschappelijke organisaties.
Opgave
We moeten zo snel mogelijk, samen met onze bondgenoten, invulling geven aan een geloofwaardige
afschrikking en in staat zijn om te vechten in een grootschalig conflict. Gelijktijdig
moeten we in het grijze gebied tussen vrede en oorlog dreigingen onderkennen en tegenmaatregelen
kunnen nemen. Dat is onze belangrijkste opgave. De tijd is schaars: we moeten versnellen
wat werkt, opschalen waar nodig en het voortzettingsvermogen op orde brengen. Daarbij
blijven we Oekraïne onverminderd steunen.
In een onzekere wereld moet Defensie strategisch wendbaar en daadkrachtig zijn om
samen met huidige en nieuwe partners tijdig te anticiperen op nieuwe dreigingen en
onze nationale veiligheidsbelangen te beschermen. In Nederland, het Caribisch deel
van het Koninkrijk, in Europa, maar ook daarbuiten. Denk hierbij aan het beschermen
van onze handelsroutes, crisisbeheersingsoperaties, het ondersteunen van civiele autoriteiten
bij rampen en crises en conflicten die worden versterkt door klimaatverandering.
Bouwen aan een toekomstbestendige krijgsmacht
In de context van onze grootste opgave moet Defensie beschikken over een moderne krijgsmacht,
met meer capaciteiten op land, ter zee, in de lucht en in het cyber- en ruimtedomein.
De kern is dat de krijgsmacht in staat moet zijn om, samen met bondgenoten, mogelijke
tegenstanders af te schrikken, waar nodig wereldwijd proactief tegenmaatregelen te
kunnen nemen onder de drempel van een gewapend conflict (grey zone) en, als het nodig is, het gevecht te winnen. De krijgsmacht is daarmee volledig
inzetbaar, schaalbaar en voorbereid op een grootschalig conflict in NAVO-verband.
Tijd en tijdigheid zijn hierbij belangrijke uitgangspunten. Hiertoe zetten we in op
korte termijn effecten door het vergroten van de operationele gevechtskracht en versterken
van het voortzettingsvermogen.
Een toekomstbestendige krijgsmacht vraagt om meer mensen, capaciteiten om eigen eenheden
te beschermen, modern materieel, innovatie en de randvoorwaarden om realistisch te
oefenen, trainen en opleiden. Wij zetten in op een krijgsmacht met een wendbare en
robuuste ondersteuning die kan opschalen met militairen, reservisten en burgers, met
bijbehorende logistiek, munitie en voorraden, IT, verbindingen, vastgoed en oefenruimte.
De oorlog in Oekraïne laat zien dat het karakter van conflicten verandert. Hier moeten
we ons op aanpassen. Met de investering van dit kabinet bouwen we aan een krijgsmacht
die gereed is voor het gevecht van vandaag en tegelijk voorbereid is op het gevecht
van de toekomst. We doen dit met een slimme mix van massaal inzetbare, vervangbare
systemen en hoogtechnologische capaciteiten. Waar het kan zetten we onbemenste systemen
in om risico’s voor militairen te verlagen, sneller en effectiever te handelen, en
inzet langer vol te houden.
Koers voor versterking
Om een toekomstbestendige krijgsmacht te kunnen opbouwen en behouden, zijn vijf punten
essentieel. Deze hangen uiteraard met elkaar samen, en vormen als geheel noodzakelijke
randvoorwaarden voor het realiseren van deze ambitie.
1) Een sterker Nederland en Europa in de NAVO
Internationale defensiesamenwerking is een voorwaarde voor effectieve en geloofwaardige
afschrikking, verdediging en inzetbaarheid van de krijgsmacht. De NAVO en de EU zijn
de twee belangrijkste samenwerkingsverbanden voor de veiligheid in het Europese deel
van het Koninkrijk. De NAVO blijft de hoeksteen van onze collectieve veiligheid, met
de VS als belangrijke bondgenoot. Tegelijkertijd zijn onze toekomst en welvaart onlosmakelijk
verbonden met een sterk Nederland en Europa. Daarom is het tijd dat Nederland en Europa
meer verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid op het eigen continent. Nederland
loopt voorop in het verder ontwikkelen van een sterker Europa binnen de NAVO, waarbij
de EU essentieel is om binnen de NAVO meer verantwoordelijkheid te nemen. Nederland
zet zich onder andere in voor het gezamenlijk ontwikkelen van militaire capaciteiten,
het versterken van de Europese defensie-industrie en het wegnemen van de juridische
en administratieve belemmeringen voor de krijgsmacht. Hiervoor gaan we actief het
gesprek aan met onze Europese partners over wie wat gaat doen. Door het versterken
van Europese defensiesamenwerking en de Europese defensie-industrie bouwen we onze
collectieve veiligheid op en nemen onze afhankelijkheden af. Oekraïne vormt een onlosmakelijk
onderdeel van onze inzet voor Europese veiligheid.
2) Defensie midden in de maatschappij
Veiligheid is een opgave van ons allemaal. Defensie vervult daarin een kerntaak, maar
kan dit niet alleen. Een weerbare samenleving vraagt om gezamenlijke inzet van overheid,
bondgenoten, bedrijfsleven, vitale sectoren en burgers. We realiseren ons dat het
bouwen aan een moderne en toekomstbestendige krijgsmacht veel van de samenleving vraagt.
Denk bijvoorbeeld aan voldoende financiële middelen en personeel, productiecapaciteit
van de defensie-industrie om snel te kunnen leveren, te herstellen en voorraden aan
te vullen, maar ook aan de toenemende noodzaak voor meer structurele (juridische en
fysieke) ruimte voor Defensie. Kortom, de geopolitieke situatie vraagt veel van de
Defensieorganisatie, maar minstens zoveel van onze samenleving.
Er is ook een andere kant. Defensie heeft de samenleving op allerlei vlakken veel
te bieden en we maken er werk van om kansen waar iedereen van profiteert te benutten.
Zo zorgen we met het gericht versterken van de Nederlandse kennis-, innovatie- en
industriële basis er ook voor dat de Nederlandse maatschappij profiteert van de extra
defensie-uitgaven. Zo kunnen investeringen in Defensie innovatieve oplossingen voor
maatschappelijke opgaven voortbrengen. We versterken de verbinding met regio’s, bedrijven
en onderwijs, onder meer via reservistenafspraken en partnerschappen die ook de weerbaarheid
van de samenleving vergroten. Daarnaast kijken we hoe we de regio’s bij de uitvoering
van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie kunnen versterken. En bij het beheer en de inrichting van Defensieterreinen versterken
we ook de natuur. Zo werken we tegelijkertijd aan veiligheid en benutten we waar mogelijk
koppelkansen in de ruimtelijke opgave waar Defensie voor staat.
Daarom moet Defensie zichtbaar en duurzaam verweven zijn met de samenleving, want
alleen samen houden we Nederland veilig.
3) Onze mensen
Onze mensen zijn onze kracht en doorslaggevend om onze doelen te realiseren, zij moeten
presteren onder zowel alledaagse als extreme omstandigheden. Defensie is een veerkrachtige,
flexibele en inclusieve organisatie en een werkgever die divers talent aantrekt, vormt,
ontwikkelt en behoudt om in oorlog en vrede invulling te geven aan onze taken. In
een cultuur van verbondenheid, veiligheid, verantwoordelijkheid en vertrouwen kunnen
onze mensen zichzelf zijn en zich ontwikkelen.
Onze inzet en wens is dat we in ons land militairen waarderen. We kunnen iedereen
gebruiken om ons Koninkrijk te beschermen en te verdedigen. Defensie werkt nog dit
jaar als nadere uitwerking van de Defensienota 2026 aan een herijkte HR-visie- en
HR-strategie. Onze opgave en ontwikkelingen op het gebied van arbeidsmarkt, demografie,
technologie en maatschappij maken dit noodzakelijk. De Defensie-enquête is het instrument
dat kan worden ingezet om de beoogde groei te versnellen en om dus sneller op te kunnen
schalen. Tegelijkertijd werken we ook uit hoe we de selectieve opkomstplicht – de
gradueel verplichtende stappen binnen het Dienmodel – kunnen vormgeven. De enquête
en – indien nodig – een (vorm van) selectieve opkomstplicht maken het voor Defensie
mogelijk om een dienmodel te bouwen met een (gradueel) meer verplichtend karakter
tussen vredestijd en oorlogstijd. Daarbij gaat het dus van vrijwillig nadenken over
vrijwillig dienen, tot verplicht nadenken over vrijwillig dienen naar ultimo in de
laatste stap verplicht nadenken over verplicht dienen. Nog voor de zomer ontvangt
u een eerste uitwerking van het model.
4) Industrie en innovatie
Investeringen in kennis, innovatie en industrie zijn nodig om een toekomstbestendige
krijgsmacht te bouwen, voor leveringszekerheid en om de strategische autonomie in
Nederland en Europa te vergroten.Om het voortzettingsvermogen van onze krijgsmacht
te garanderen, zet Defensie nog meer in op snellere productie en het opschalen van
de Nederlandse en Europese Defensie-industrie. Dit stimuleren we door ernaar te streven
om minstens 50% van ons materieel aan te schaffen in Nederland en Europa. Ook maken
we slimme afspraken met internationale partners om de Nederlandse en Europese strategische
autonomie te vergroten en streven naar minstens 40% gezamenlijke aanschaf.
Om technologische voorsprong te creëren en het gevecht van de toekomst te kunnen winnen,
investeren we fors meer in innovatie. Een Defensie innovatie autoriteit moet zorgen
voor versnelde hoogtechnologische militaire capaciteiten van Nederlandse bodem en
disruptieve innovaties. Voor het zomerreces wordt uw Kamer met de Defensienota 2026
nader geïnformeerd over deze autoriteit. Verder werken we aan sterke regionale en
internationale innovatie- en industrie ecosystemen en creëren daarbij de benodigde
(financiële) randvoorwaarden.
Tot slot, om de doelstellingen uit de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie
2025–2029 (Kamerstuk 31 125, nr. 134) stelt Defensie in afstemming met onder andere EZK een Nationaal Programma Defensie
Industrie & Innovatie op. Deze wordt in Q3 2026 met uw Kamer gedeeld. Deze zal met
industrie, kennispartners en regio’s opgesteld worden en het toekomstbeeld schetsen
waar naartoe gewerkt wordt.
5) Digitale transformatie van de krijgsmacht
In Oekraïne zien we hoe drones, data en elektronische oorlogvoering het gevecht beïnvloeden.
Het kunnen anticiperen hierop is cruciaal om te kunnen winnen. Digitalisering stelt
Defensie in staat om – beter dan de tegenstander – samenhangende effecten te bereiken,
informatie- en beslisdominantie te bereiken en continu nieuwe en huidige technologieën
om te zetten in gevechtskracht. Daarom versnellen we in digitale vernieuwing en investeren
we in robuuste communicatie- en informatiedominantie, cyberveiligheid, met aandacht
voor autonomie en bescherming van kritieke infrastructuur. Dit vraagt om snelle IT,
goede verbindingen en moderne digitale randvoorwaarden, zodat onze mensen hun werk
kunnen doen onder alle omstandigheden.
De hierboven beschreven koers voor versterking is ambitieus, en ook noodzakelijk.
De druk is hoog, de tijd dringt en er staat veel op het spel. Daarom leggen wij de
komende periode de nadruk op versnellen wat werkt, opschalen waar nodig en het voortzettingsvermogen
op orde brengen.
Overzicht wetgevingstrajecten
Om de koers daadwerkelijk te realiseren zijn aanpassingen in wet- en regelgeving nodig.
Wij werken daarom aan verschillende wetgevingstrajecten die elkaar versterken. Ons
doel is deze trajecten zo snel mogelijk bij uw Kamer aan te bieden.
Vastleggen 3,5% (NAVO-norm) in Wet financiële Defensie-verplichtingen
Op de NAVO-top in Den Haag hebben bondgenoten afgesproken de Defensie-uitgaven te
laten groeien naar 3,5% van het bbp in 2035. Op 1 januari 2026 is de Wet financiële
defensieverplichtingen (Wfd) in werking getreden, waarmee de regering verplicht wordt
jaarlijks minimaal 2% van het bbp uit te geven aan Defensie. De 3,5% NAVO-norm wordt
wettelijk vastgelegd. Hiermee zorgen we voor lange termijn financiële zekerheid voor
de krijgsmacht en de defensie-industrie.
Wet op de defensiegereedheid
Om beter voorbereid te zijn op een mogelijk conflict en zorg te dragen voor geloofwaardige
afschrikking is het noodzakelijk om blijvend te werken aan de gereedstelling van de
krijgsmacht. Huidige wetten en regels houden vaak nog onvoldoende rekening met de
bijzondere aard van de activiteiten van de krijgsmacht. De Wet op de defensiegereedheid
(Wodg) biedt daarom een passend wettelijk kader voor een goede en tijdige gereedstelling
van de krijgsmacht.
Dit doet de Wodg door het creëren van grondslagen en het vereenvoudigen of versnellen
van complexe procedures. Hiermee worden juridische belemmeringen, via gerichte afwijkingen,
weggenomen. De wet maakt het bijvoorbeeld mogelijk om beter realistische oefeningen
met onbemenste luchtvaartuigen boven militaire terreinen uit te voeren, cyberspecialisten
op te leiden en te trainen, en netwerk- en informatiesystemen te bewaken en beveiligen,
maar ook zaken als laag- en nachtvliegen, schieten in het donker en het aanleggen
van loopgraven op eigen terrein. De Wodg heeft betrekking op de fysieke leefomgeving,
de informatieomgeving, personeel en inkoop. Mede in het licht van de aangenomen motie
bij de begrotingsbehandeling1 van Defensie is de inzet om het wetsvoorstel zo snel mogelijk bij uw Kamer aan te
bieden. Deze wet maakt het ook mogelijk om alle jongeren van 17 tot 27 jaar een brief
te sturen met een vrijwillige enquête.
Nieuwe en versterkte wetgeving op de inlichtingen en veiligheidsdiensten
De MIVD en de AIVD beschermen de nationale veiligheid binnen de kaders van de Wet
op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2017). Deze wet wordt versneld herzien,
waarbij we toewerken naar een dreigingsgerichte wet. Hierdoor kan de MIVD slagvaardiger
optreden in de grey zone en tijdens grootschalig conflict of missies de krijgsmacht beter ondersteunen. Er
komt gedifferentieerd toezicht op operaties tegen statelijke actoren die een voortdurende
bedreiging vormen voor de nationale veiligheid en voor het onderscheppen van militaire
communicatie. Dit gebeurt om de MIVD een betere informatiepositie te geven op de inzet
en voorbereiding van militaire middelen van (potentiële) opponententen zodat deze
kennis kan worden gebruikt voor onze gereedstelling en afschrikking. Daarnaast wordt
de benodigde samenwerking met het bedrijfsleven en kennisinstellingen van een expliciete
grondslag voorzien. Ook komt er in het belang van de hernieuwde focus op afschrikking
en verdediging een voor de MIVD toekomstbestendige grondslag voor samenwerking met
nationale partners.
Herziening Oorlogswet voor Nederland
De Oorlogswet voor Nederland (OWN) bevat noodbevoegdheden voor de Minister van Defensie
en het militair gezag in het geval van buitengewone omstandigheden. Herziening van
de OWN is noodzakelijk omdat deze is verouderd en dient aan te sluiten bij de dreigingen
die er vandaag de dag zijn, dan wel in de nabije toekomst kunnen ontstaan. Bijvoorbeeld
met betrekking tot het cyberdomein, drones en hybride dreigingen is het noodzakelijk
dat afdoende bevoegdheden voorhanden zijn. De herziening van de OWN maakt onderdeel
uit van de Rijksbrede herziening van het staatsnoodrecht.
Overige voor Defensie relevante wetstrajecten
Wet weerbaarheid defensie en veiligheid gerelateerde industrie
In voorbereiding op een mogelijk conflict, en om zorg te dragen voor geloofwaardige
afschrikking, is het in aanvulling op de Wodg ook nodig om afspraken te maken over
wat nodig is voor het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. Daar heeft de krijgsmacht
namelijk ook hulp van de industrie bij nodig om onze samenleving te kunnen beschermen.
Het Wetsvoorstel weerbaarheid defensie en veiligheid gerelateerde industrie (Wwdvgi)
helpt ons strategisch relevante ondernemingen uit de Nederlandse Defensie Technologische
Industriële Basis (NLDTIB) beter te positioneren en te beschermen. Tegelijkertijd
maakt de wet het mogelijk om ons optimaal voor te bereiden op een mogelijk conflict.
Deze wet is in voorbereiding door de Minister van Economische Zaken met nauwe betrokkenheid
van de Minister van Defensie. Dit is een noodzakelijke aanvulling op het huidige industriebeleid
om de inzet- en leveringszekerheid van de krijgsmacht te vergroten.
Wetgeving schaduwvloot
In het kader van de aanpak van vals gevlagde schepen werken de Ministers van Infrastructuur
en Waterstaat en Justitie en Veiligheid op dit moment aan spoedwetgeving om de mogelijkheden
voor optreden tegen vals gevlagde schepen te verruimen.Deze spoedwetgeving is gericht
op het tegengaan van sanctieontwijking en het versterken van toezicht op scheepvaart
in de Nederlandse exclusieve economische zone en zal voor het zomerreces naar de Raad
van State worden gezonden en na het zomerreces aan uw Kamer worden voorgelegd.
Uw Kamer wordt tussentijds geïnformeerd over de voortgang, waaronder de uitkomsten
van consultaties en de belangrijkste keuzes, per traject.
De Minister van Defensie,
D. Yeşilgöz-Zegerius
De Staatssecretaris van Defensie,
D.G. Boswijk
Indieners
-
Indiener
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie -
Medeindiener
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie