Brief regering : Beleidsbrief Binnenlandse Zaken
36 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026
Nr. 97
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
Nederland kent een sterke democratische rechtsstaat. De kracht daarvan zit niet alleen
in instituties en wetten, maar vooral in mensen. De democratie werkt dankzij burgers
die stemmen, meedenken en bijdragen aan de samenleving. Maar die betrokkenheid is
geen vanzelfsprekendheid. We moeten onder ogen zien dat de democratische rechtsstaat
onder druk staat, van buitenaf en van binnenuit.
Internationale spanningen, buitenlandse beïnvloeding en desinformatie vormen een risico
voor het democratisch proces. Ook blijft binnen Nederland het aantal bedreigingen
en intimidaties van lokale bestuurders en politici zorgwekkend.
Dit vraagt om waakzaamheid. De overheid moet haar instituties versterken en haar bestuurders
beschermen. Maar het is minstens zo belangrijk mensen te stimuleren om zich in te
zetten voor hun dorp, stad en land.
Daarvoor zijn sterke lokale gemeenschappen nodig met inwoners die naar elkaar omzien.
In steeds meer regio’s staan voorzieningen onder druk: van dorpshuizen en bibliotheken
tot buurtsupermarkten en buslijnen. Inwoners ontmoeten elkaar minder, waardoor de
sociale samenhang afneemt. Hier ligt ook een rol voor de overheid: ruimte laten aan
gemeenschappen waar dat kan, maar ook regie nemen waar nodig. Bijvoorbeeld in Groningen
en Noord-Drenthe, waar de opgave bijzonder groot is. Aardbevingen veroorzaken daar
nog altijd schade en onzekerheid bij inwoners. Het herstel is in volle gang, maar
nog niet klaar. Het kabinet zet zich in voor een spoedig herstel en gaat koste wat
het kost en zo lang als het duurt door met de schadeafhandeling en versterkingsoperatie
voor de bewoners in Groningen en Noord-Drenthe en met het inlossen van de ereschuld
aan de regio.
Het gaat pas goed met Nederland als het overal in ons land goed gaat. Dat is helaas
geen vanzelfsprekendheid.
De regio is een plek waar overheden samenwerken aan belangrijke maatschappelijke vraagstukken
en heeft om die reden een belangrijke waarde. Wij zien de regio als één van de fundamenten
voor een sterk Nederland waarin elke regio telt en zetten ons hier actief voor inzetten.
Deze opgaven vragen om een slagvaardige overheid en uitstekende interbestuurlijke
samenwerking. Daarom werken we aan een moderne rijksdienst die levert, problemen aanpakt
en dichter bij mensen staat. Ook maken we met gemeenten, provincies en waterschappen
heldere afspraken over de onderlinge samenwerking. Uitgangspunt hierbij is een gedeelde
verantwoordelijkheid en wederzijds vertrouwen. Want burgers en ondernemers moeten
erop kunnen vertrouwen dat de overheid er voor hen is: in Den Haag, maar ook in hun
directe omgeving.
In het coalitieakkoord hebben drie partijen – D66, VVD en CDA – afspraken gemaakt
over de maatregelen die nodig zijn om Nederland weer vooruit te krijgen. Beleidsbrieven
zoals deze zijn daar een nadere uitwerking van op specifieke beleidsonderwerpen. Dat
laat onverlet dat de opgaven waar dit kabinet voor staat vragen om één overheid die
duidelijk kiest, samenwerkt en levert. In gezamenlijkheid. Alleen door samen te werken
kunnen we resultaten boeken waar mensen op rekenen. Daar is de inzet van de volledige
Rijksdienst, de medeoverheden en de publieke dienstverleners keihard bij nodig. Hierbij
hecht dit kabinet veel waarde aan de samenwerking met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden
en maatschappelijke organisaties.
Het kabinet zet daarmee in op drie prioriteiten: een weerbare democratische rechtsstaat,
sterke en vitale regio’s, en een slagvaardige overheid die goed samenwerkt.
1. Weerbare democratische rechtsstaat
Het kabinet versterkt de onafhankelijkheid van democratische instituties en verbetert
de rechtsbescherming van burgers. Ook werkt het kabinet aan een aanpak tegen desinformatie
en buitenlandse beïnvloeding en zorgt het voor betere bescherming van ambtsdragers.
Het kabinet stimuleert daarnaast actief burgerschap en democratisch bewustzijn.
2. Sterke en vitale regio’s
Het kabinet werkt samen met regio’s aan leefbaarheid en gemeenschapsvoorzieningen
in dorpen en wijken, en volgt daarbij de aanbevelingen van het rapport Elke Regio
Telt. Met het oprichten van het Gemeenschapsfonds zet het kabinet onder meer in op
het ondersteunen van ontmoetingsplekken zoals dorpshuizen en verenigingsgebouwen.
Voor Groningen en Noord-Drenthe geldt een bijzondere verantwoordelijkheid. De herstel-
en versterkingsoperatie gaat onverminderd door. Het kabinet benoemt een regeringscommissaris
om de schadeafhandeling soepel te laten verlopen, de versterkingsoperatie zo voortvarend
mogelijk af te ronden en krijgt de taak om toe te zien dat de ereschuld ingelost wordt.
3. Goed en slagvaardig bestuur
Het kabinet bouwt aan een overheid die levert en burgers vertrouwt. Beleid en regelgeving
worden eenvoudiger en voorspelbaarder, met oog voor wat in de praktijk uitvoerbaar
is. De digitale dienstverlening wordt verbeterd en de rijksdienst efficiënter. Dat
lukt alleen als Den Haag de handen ineenslaat met gemeenten, provincies en waterschappen.
Het kabinet is met medeoverheden in gesprek om tot een samenwerkingsagenda te komen
die richtinggevend is voor de interbestuurlijke samenwerking. Het kabinet volgt de
aanbevelingen van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen op.
Hieronder zullen we per prioriteit onze plannen uiteenzetten.
I. Weerbare democratische rechtsstaat
We leven in een tijd van autocratisering, waarbij ook gevestigde westerse democratieën
onder druk staan. Zo laat het meest recente rapport van het Variëteiten van Democratie
Instituut (V-Dem) zien dat in 2025 slechts 7 procent van de wereldbevolking in een
liberale democratie leefde, en dat er in 2025 meer landen autocratiseerden dan landen
die democratiseerden.
Grillige geopolitiek, ongewenste buitenlandse beïnvloeding, desinformatie en bedreigingen
en intimidaties richting ambtsdragers ondermijnen onze democratische rechtsstaat.
Dit vraagt om waakzaamheid en waar nodig versterking van onze instituties.
Het beschermen en versterken van de democratische rechtsstaat is daarom een kernopgave
van dit kabinet. Dit vraagt om tempo en daadkracht. Het kabinet maakt zich sterk voor
een sterke rechtsstaat, een weerbare democratie, een veerkrachtig democratisch bestel
en gelijke behandeling voor iedereen. Uitgangspunt is dat een weerbare democratische
rechtsstaat niet alleen steunt op goede wetten en sterke instituties, maar ook op
dragers van de rechtsstaat, vertrouwen van burgers, bescherming van grondrechten en
een samenleving waarin iedereen volwaardig kan meedoen. Het kabinet komt daarom met
een samenhangende aanpak voor het versterken van de democratische rechtsstaat.
Weerbaar democratisch bestel
Voor een weerbare democratische rechtsstaat is een sterk en onafhankelijk democratisch
bestel onmisbaar. Het kabinet hecht vanwege die reden veel belang aan een democratisch
bestel dat transparant, onafhankelijk, integer en bestuurbaar is. Op nationaal, provinciaal
en lokaal niveau. Zo streven wij naar behandeling en inwerkingtreding van de Wet op
de politieke partijen per 1 januari 2028, waarmee ook een wettelijke grondslag voor
de financiering voor lokale politieke partijen wordt geregeld.
Daarnaast zet het kabinet stappen om ook het functioneren van het parlementair stelsel
verder te versterken. In dat kader bouwt het voort op de aanbevelingen van de staatscommissie
Remkes en de kabinetsreactie daarop.1
Naar aanleiding daarvan zijn drie grondwetsvoorstellen ingediend die tot doel hebben
om bij te dragen aan een heldere rolverdeling tussen de Kamers. Het gaat om een wijziging
van de manier waarop de Eerste Kamer wordt gekozen, de invoering van een terugzendrecht
voor de Eerste Kamer en een aanpassing van de grondwetsherzieningsprocedure. Het kabinet
zal de benodigde stappen zetten om de verdere parlementaire behandeling van deze voorstellen
mogelijk te maken.
Tegelijkertijd wordt bezien hoe de onafhankelijkheid van democratische instituties
kan worden versterkt en hoe ongeschreven regels kunnen worden verduidelijkt, bijvoorbeeld
door meer checks and balances in te bouwen in benoemingsprocedures voor de Kiesraad, de voorgenomen Nederlandse
autoriteit politieke partijen (Napp) en rijksbrede adviescolleges, en door toezichthouders
en inspecties van adequate middelen en bevoegdheden te voorzien.
Het kabinet staat daarbij ook voor een sterke lokale democratie waarin bestuurders
en volksvertegenwoordigers dichtbij burgers staat. Dat vraagt ook om investeren in
de aantrekkelijkheid van het politieke ambt langs verschillende wegen. Het gaat dan
enerzijds om goede en aantrekkelijke rechtspositionele randvoorwaarden. Anderzijds
moet er blijvend aandacht zijn voor thema’s als werkdruk en een goede en effectieve
ondersteuning van raads- en statenleden. Daarom blijven we de komende periode investeren
in het versterken van deze ondersteuning door te streven naar een strategische griffie,
een effectieve rekenkamer en een sterke, onafhankelijke ombudsfunctie.
Ook onderzoekt het kabinet welke verdere aanpassingen kunnen bijdragen aan de bestuurbaarheid
van Nederland. Daarbij wordt in ieder geval verkend hoe in het kiesstelsel voor de
Tweede Kamer voorkeursstemmen meer gewicht kunnen krijgen. Ook wordt bezien hoe dit
doel zich verhoudt tot de aangenomen motie-Bikker (CU) c.s. om hier geen nieuw onderzoek
naar de kiesdrempel te doen.2
Het kabinet werkt verder aan vernieuwingen van het verkiezingsproces, onder meer via
versterking en digitalisering van de kandidaatstellingsprocedure, een voorstel voor
een nieuw stembiljet en het voortzetten van het wetsvoorstel over bijstand in het
stemhokje. Daarnaast wordt gewerkt aan betere geschilbeslechting bij verkiezingen.
De hoofdlijnen hiervan worden nader uitgewerkt. Het streven is om uw Kamer hierover
eind dit jaar nader te informeren. Tot slot wordt iedere verkiezing uitgebreid geëvalueerd
met als doel na te gaan welke verbeteringen in het verkiezingsproces nodig zijn. Het
voornemen is de uitgebreide evaluatie van de Tweede Kamerverkiezing 2025 en de gemeenteraadsverkiezingen
2026 voor het zomerreces aan uw Kamer toe te sturen.
Bij de Eerste Kamer is het initiatiefvoorstel-Van Nispen inzake het correctief bindend
referendum aanhangig. Dit bevat de tweede lezing voor het wijzigen van de Grondwet
in verband met de invoering van een bindend correctief referendum. Het voorstel is
in eerste lezing door beide Kamers aanvaard. Na verdere behandeling van het Grondwetsvoorstel
zal BZK de voorbereiding van uitvoeringswetgeving ter hand nemen.
Zo werkt het kabinet aan instituties die niet alleen stevig, zorgvuldig en onafhankelijk
zijn, maar ook beter zijn toegerust op de eisen van deze tijd. Niet alleen voor Europees
Nederland, maar ook voor de inwoners van Aruba, Curaçao en Sint Maarten wordt bezien
hoe deelname aan verkiezingen toegankelijker kan worden gemaakt, bijvoorbeeld bij
verkiezingen voor het Europees Parlement. We gaan hierover in overleg met vertegenwoordigers
van de eilanden om in kaart te brengen welke belemmeringen, en welke mogelijkheden
er zijn om die weg te nemen. We zijn voornemens uw Kamer hierover voor het einde van
dit jaar te informeren.
Weerbare democratie
Een weerbare democratie bestaat uit processen die onder alle omstandigheden betrouwbaar
blijven functioneren en een open publiek debat waarin beweringen publiekelijk kunnen
worden getoetst. Elke vorm van heimelijke, gecoördineerde beïnvloeding van democratische
processen en het publieke debat is volstrekt onwenselijk. Daarom werken we aan wetgeving
en de inrichting van een organisatie die buitenlandse desinformatie gericht op ondermijning
van de democratische rechtsstaat structureel kan detecteren. Eind 2026 informeert
het kabinet uw Kamer over de stand van zaken.
In het licht van toenemende veiligheidsdreigingen werkt het kabinet tevens aan maatregelen
die continuïteit van kritieke overheidsdiensten en democratische processen in tijden
van crisis en nood waarborgen en de maatschappelijke weerbaarheid versterken. Daarbij
kan de kracht en het potentieel van de samenleving worden benut. Daarom wordt ook
gekeken naar hoe de overheid kan samenwerken met de samenleving.
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) beschermt de nationale veiligheid
en de democratische rechtsorde. Door de toenemende (digitale) dreigingen en een volatiele
geopolitieke context kan onze democratische rechtsorde onder druk komen te staan.
Dat vraagt om sterke en goed toegeruste inlichtingen- en veiligheidsdiensten die een
veelheid aan dreigingen tegen onze nationale veiligheid tijdig kunnen onderkennen
en tegengaan. Daarom zet het kabinet in op een toekomstbestendig, techniekneutraal
en dreigingsgericht wettelijk kader met effectieve bevoegdheden en passende waarborgen.
De inlichtingen- en veiligheidsdiensten hebben namelijk een nieuwe en versterkte wet
nodig die past bij de huidige en toekomstige binnen- en buitenlandse dreigingen, geopolitieke
en technologische veranderingen en de toenemende digitalisering van de samenleving.
Daarnaast richt de AIVD zich op het slim inzetten van technologische toepassingen
en ontwikkelingen. Technologisch vooroplopen is een essentieel onderdeel van de algehele
weerbaarheid. Verder zet de AIVD in op het versterken van de eigenstandige en unieke
inlichtingenpositie. Daarmee wordt bijgedragen aan de ambitie van het kabinet om de
Europese strategische autonomie te verstevigen. Daar hoort ook de intensivering van
de samenwerking op Europees niveau op het gebied van inlichtingen en veiligheid bij.
Centraal staat het versterken van de weerbaarheid van democratische instellingen en
de samenleving, onder meer tegen hybride activiteiten van (non-)statelijke actoren.
Een weerbare democratie rust tot slot niet alleen op instituties en processen, maar
ook op een sterke samenleving en sociale cohesie. Daarvoor zijn plekken nodig waar
mensen elkaar ontmoeten, invloed kunnen uitoefenen en zeggenschap kunnen vormgeven
over beleid dat hen raakt. Daarom zet het kabinet in op de versterking van maatschappelijk
initiatieven, de samenwerking met maatschappelijke organisaties en burgerschap. Ook
investeert het in democratisch ethos, onder meer via burgerschapsonderwijs en ProDemos.
Weerbaar en integer bestuur
Het kabinet staat voor de veiligheid van lokale politieke ambtsdragers. Zoals in het
coalitieakkoord is aangegeven, gaat het kabinet de mensen die zich inzetten voor de
rechtsstaat beter beschermen. We blijven ons in dit kader uitspreken tegen agressie
en intimidatie van decentrale politieke ambtsdragers. Het Ondersteuningsteam Weerbaar
Bestuur biedt doorlopend weerbaarheidssessies bij gemeenteraden, provinciale staten
en waterschappen door het hele land. En we maken in 2026 wederom 3 miljoen euro beschikbaar
voor veilige vergaderingen en bijeenkomsten van gemeenteraden. Het kabinet beziet
met de beroepsverenigingen van ambtsdragers en de partners van justitie en veiligheid
welke kansen er zijn om daders minder te laten wegkomen met hun daden.
Daarnaast leggen we ons toe op het versterken van de integriteit van het openbaar
bestuur, onder meer door wettelijke normen te verbeteren en lokale bestuurders te
ondersteunen met kennis en hulpmiddelen. In het vierde kwartaal van dit jaar wordt
de Kamer hierover geïnformeerd via de monitor integriteit en veiligheid. Tevens hebben
we oog voor integriteit binnen decentrale overheden. Er is een wetsvoorstel bij uw
Kamer ingediend dat het uitvoeren van een risicoanalyse integriteit voor decentrale
bestuurders verplicht stelt, vastlegt welke waarborgen daarbij in acht moeten worden
genomen en welke omgang met financiële belangen door bestuurders vastlegt. Ook loopt
er in dat kader een traject om tot kwaliteitseisen voor integriteitsonderzoek te komen.
Dat traject is primair gericht op onderzoeken naar vermeende integriteitsschendingen
door decentrale politieke ambtsdragers.
In dezelfde lijn zet het kabinet de modernisering van de procedure voor de vervolging
van ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen voort, naar aanleiding van de
aanbevelingen van de commissie-Fokkens. De Minister van Justitie en Veiligheid en
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werken aan twee wetsvoorstellen.
Het streven is om beide voorstellen in de loop van het voorjaar bij uw Kamer in te
dienen.
Het kabinet zet ook in op het bevorderen van integer gedrag van rijksambtenaren. Onderdeel
daarvan is het versterken van de weerbaarheid van rijksambtenaren tegen druk en verleidingen
vanuit de georganiseerde criminaliteit. Hierbij hoort ook bescherming van ambtenaren
die als klokkenluider een misstand melden van ernstige situaties die het maatschappelijk
belang raken.
Een weerbare democratie vraagt echter niet alleen om integer bestuur, maar ook om
een transparante voorstelling van zaken. Bijvoorbeeld met betrekking tot politieke
beïnvloeding. In dat licht is het kabinet voornemens een uitvoeringswet voor de Europese
regels over transparantie en gerichte politieke reclame en een wetsvoorstel voor een
lobbyregister in te dienen dat praktisch en werkbaar is voor zowel overheid als belangenbehartigers.
Transparantie en toegang tot overheidsinformatie zijn ook van essentieel belang voor
participatie van burgers, het kunnen controleren van de overheid en het kunnen doen
van onderzoek. We blijven als kabinet daarom inzetten op een ambitieuze en betekenisvolle
open overheid. Op basis van de wetsevaluatie van de Wet open overheid (Woo) gaan we
werken aan een beter toepasbare en uitvoerbare Woo.
Ten slotte hecht het kabinet aan goede positionering van het lokale bestuur in het
veiligheidsdomein. Veiligheid vraagt niet alleen om een landelijke of nationale aanpak.
Het lokaal bestuur speelt een essentiële rol in de organisatie van de veiligheid van
ons land, ook als het gaat om kleine criminaliteit of om wezenlijke dreigingen zoals
georganiseerde misdaad, heimelijke beïnvloeding of de voorbereiding op langdurige
maatschappelijke ontwrichting. Daarom is een goede lokale inbedding van het veiligheidsbeleid
van doorslaggevend belang. Daar willen we ons komende periode voor inzetten.
Sterke rechtsstaat
Een sterke rechtsstaat is betrouwbaar, menselijk, transparant en integer, en moet
zich tegelijk kunnen weren tegen dreigingen. Het kabinet zet in op een pakket van
maatregelen, met bijzondere aandacht voor de Wet versterking waarborgfunctie Algemene
wet bestuursrecht (Awb), rechtsbescherming en de weerbaarheid van de Rijksdienst tegen
georganiseerde criminaliteit.
De Wet versterking waarborgfunctie Awb, waaronder het recht op vergissen en het gebruik
van begrijpelijke taal door de overheid, maakt de dienstverlening van de overheid
menselijker en toegankelijker. Na de (internet)consultatie en de uitvoeringstoetsen
wordt het wetsvoorstel aangepast om de uitvoerbaarheid te verbeteren. Een toegankelijke
overheid alleen is echter niet genoeg. Een sterke rechtsstaat vraagt ook om goede
rechtsbescherming. Er wordt verder gewerkt aan de wijziging van artikel 120 van de
Grondwet, zodat rechters wetten kunnen toetsen aan de klassieke grondrechten uit de
Grondwet.
Voor beide voorstellen geldt dat na verwerking van consultatiereacties en besluitvorming
over de dekking van de financiële gevolgen, de volgende stap het indienen is van een
adviesaanvraag bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Het kabinet is, net
als de rechterlijke instanties, geen voorstander van de instelling van een grondwettelijk
hof en kiest dus uitsluitend voor de variant waarin het voor alle rechters mogelijk
zal worden om wetten aan de klassieke grondrechten in de Grondwet te toetsen
Verder werkt het kabinet aan meer maatregelen die raken aan de weerbare democratische
rechtsstaat. Het demonstratierecht is een fundamenteel onderdeel van onze democratie.
We moeten dit recht waarborgen en beschermen tegen mensen die hier misbruik van maken.
Om dit te waarborgen wordt onder andere gewerkt aan een aanpassing van het wettelijk
kader. Zo is het kabinet voornemens om voor burgemeesters een bevoegdheid te creëren
voor het verplaatsen van demonstranten en andere groepen van personen die de wet overtreden.
Daarnaast onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om in de Wet openbare manifestaties
een noodbevoegdheid voor burgemeesters in het leven te roepen, om bij ernstige verstoringen
van de openbare orde beter te kunnen optreden. Ook wordt ingezet op een herziening
van strafbepaling van de Wet openbare manifestaties, zodat strafbare feiten gepleegd
tijdens demonstraties zwaarder worden gewogen. Uw Kamer is in december 2025 geïnformeerd
over de uitkomsten van het WODC-onderzoek naar demonstratierecht en de maatregelen
die lopen. Voor het zomerreces ontvangt u een uitgebreidere reactie op het rapport
en inzicht in het vervolg.
Grondrechten en gelijke behandeling voor iedereen
Een weerbare democratische rechtsstaat vraagt niet alleen om sterke instituties en
goede procedures, maar ook om de vanzelfsprekendheid dat iedereen gelijkwaardig wordt
behandeld en volwaardig kan meedoen. Waar mensen zich uitgesloten, achtergesteld of
ongelijk behandeld voelen, raakt dat de samenleving en de geloofwaardigheid van de
democratie en overheid zelf.
Het kabinet blijft zich daarom onverminderd inspannen voor verdere bewustwording over
het slavernijverleden, het koloniale verleden en de doorwerking daarvan in het heden.
Daarnaast wordt de aanpak van discriminatie en racisme verder versterkt. Voor het
zomerreces zullen we uw Kamer informeren over de wettelijke verankering van het werk
van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Overheidsorganisaties
worden begeleid bij het doorlopen van de Discriminatietoets Publieke Dienstverlening
van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Daarnaast bereidt het kabinet
een wetsvoorstel voor tot uitbreiding van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb)
met eenzijdig overheidshandelen. Het concept-wetsvoorstel Bijstand bij discriminatie,
dat op 23 maart in opengesteld voor (internet)consultatie, regelt een landelijke antidiscriminatievoorziening
met fysieke loketten. Verder wordt in 2026 een publiekscampagne over het melden van
discriminatie en racisme gelanceerd. Ter uitvoering van het Regenboogakkoord zal het
kabinet de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel tot wijziging
van de Awgb en het Wetboek van Strafrecht door het vervangen van de termen «homo-
en heteroseksualiteit» door «seksuele gerichtheid» en de explicitering van de grond
«geslacht» zo snel mogelijk naar uw Kamer te zenden.
Vanuit de werkgeversverantwoordelijkheid voor sector Rijk zet het kabinet in op het
bevorderen van een sociaal veilige en gelijkwaardige omgangscultuur en organisatie
binnen de Rijksoverheid waarin beduidend minder ongewenst of grensoverschrijdend gedrag
voorkomt (onder andere pesten, racisme, discriminatie, agressie en ongewenste seksuele
aandacht of intimidatie). Ook hier geldt dat bij ernstige situaties die aan te merken
zijn als een misstand en het maatschappelijk belang raken ambtenaren beschermd kunnen
worden als klokkenluider. We zetten ons in voor een toegankelijke organisatie met
gelijke kansen en een personeelsbestand representatief voor de Nederlandse arbeidsmarkt.
II. Sterke en vitale regio’s
Het gaat pas goed met Nederland als het overal in ons land goed gaat; van Sluis tot
Appingedam en van Harlingen tot Margraten. Dat is helaas geen vanzelfsprekendheid.
Het beleid was namelijk decennialang vooral gericht op sterker maken wat al sterk
is, waardoor veel minder aandacht is geweest voor andersoortige gebieden. Door Elke
regio telt! is hier langzaamaan een verschuiving in te zien en wordt de kracht van
de regio’s beter benut. Er is meer aandacht voor regionale verschillen, brede welvaart
en maatschappelijke impact bij beleidsontwikkeling en in bijvoorbeeld wetten en regelingen
die worden gemaakt. Maar we zijn er zeker nog niet. Dit vergt een lange adem. Daarom
onderschrijft het kabinet nadrukkelijk het adagium dat elke regio telt. Dit gedachtegoed
moet structureel ingebed worden in rijksbeleid. Rekening houden met regionale verschillen
en maatschappelijke effecten is geen keuze of programma, het moet het uitgangspunt
zijn. Een voorbeeld hiervan is de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO).
De vraag of bij nieuwe of gewijzigde taken of beleid, die gevolgen hebben voor medeoverheden,
voldoende rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van en verschillen tussen
regio’s komt als onderdeel van de UDO aan de orde. Wij zetten ons in voor een verdere
inbedding van de regio’s in het rijksbeleid.
Veel maatschappelijke opgaven vragen om samenwerking over gemeentegrenzen heen. Het
kabinet wil de regionale schaal steviger verankeren in de inrichting van het openbaar
bestuur. Daarom wordt gewerkt aan een visie op de rol van regio’s en regionale samenwerking.
Deze visie moet bijdragen aan een slagvaardig en democratisch gelegitimeerd samenspel
tussen overheden op regionale schaal. Voornemen is deze eind 2026 naar de Tweede Kamer
te zenden.
Tegelijkertijd moet er ook goed nagedacht worden over de gevolgen van verdergaande
regionalisering voor de herkenbaarheid, slagvaardigheid en democratische legitimatie
van het bestuur.
In het coalitieakkoord is een drietal zaken die raken aan sterke regio’s afgesproken:
1. Het kabinet zet de uitwerking van Elke Regio Telt! voort,
2. Er worden strategische agenda’s met regio’s gemaakt, en
3. Er wordt een Gemeenschapsfonds in het leven geroepen.
Ambtsvoorgangers hebben met het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NVPR) uitwerking
gegeven aan het rapport Elke Regio Telt! en daarmee de basis gelegd voor duurzame
regionale ontwikkeling en versterking van de kwaliteit van leven, wonen en werken
in deze regio’s. De ambitie van dit kabinet is om daar de komende periode een stap
in vooruit te zetten, met expliciete aandacht voor de grensligging en de samenwerking
die is opgebouwd met de buurlanden. Een belangrijk onderdeel hierbij is ook de aandacht
voor passend rijksbeleid met aandacht voor regionale verschillen.
De huidige langjarige samenwerking en gezamenlijke plannen en uitvoeringsagenda’s
die op dit moment met 11-NPVR regio’s worden gemaakt, zijn één van de belangrijke
manieren om een extra stap te zetten. Hier ligt de prioriteit.
Hoewel we al veelvuldig samenwerken tussen Rijk en regio bijvoorbeeld in het Nationaal
Programma Vitale Regio’s, de NOVEX (gebieden en provincies), de Regio Deals of Agenda
Stad of door de leden van dit kabinet in hun afzonderlijke portefeuilles, is het kabinet
zich ervan bewust dat er andere regio’s zijn met grote opgave die op dit moment met
de huidige inzet in de regio of tussen rijk en regio mogelijk onvoldoende effectief
kunnen worden opgepakt. Het is van belang om naast de uitdagingen in de regio’s ook
oog te hebben voor strategische kansen voor de toekomst en de op dit moment nog onontgonnen
en/of onderbenutte economische kracht van regio’s. Naast de 11 regio’s binnen het
NPVR wil het kabinet daarom ook met andere regio’s werken aan agenda’s.
In dit kader ziet het kabinet de passage uit het coalitieakkoord over het maken van
strategische agenda’s met regio’s. Dit kabinet wil tot aan de zomer de tijd nemen
om met een aantal provincies of regio’s in gesprek te gaan over de bestaande inzet
in de regio en of iets anders nodig is om de grote opgaven waar bepaalde regio’s mee
te maken hebben aan te pakken en om kansen beter te benutten. Om die reden zal het
kabinet in gesprek gaan met Rivierenland, West-Brabant, Fryslân, Flevoland en Zeeland.
Op basis van deze gesprekken wordt uw Kamer voor het zomerreces nader geïnformeerd
over de wijze van invulling aan de passage over strategische agenda’s in het coalitieakkoord,
tot welke andere regio’s zich die eventueel kunnen uitstrekken en of we daarbij gebruik
kunnen maken van bestaande structuren en samenwerkingsverbanden. Hierbij zal ook worden
ingegaan op de vraag welke organisatie dat aan rijkszijde vergt.
Het Rijk werkt aan de oprichting van een Gemeenschapsfonds om, samen met overheid,
samenleving en bedrijfsleven, voorzieningen voor ontmoeting en gemeenschapskracht
in dorpen en wijken, zoals buurthuizen, verenigingsgebouwen en winkels, te realiseren,
duurzaam in stand te houden en om zo dragende krachten in de gemeenschap, zoals buurtverbinders
en dorpsondersteuners, te versterken. Dit is essentieel voor het versterken van de
samenredzaamheid van gemeenschappen en de sociale structuren in de regio’s. Hierbij
wordt aandacht gegeven aan regio’s waar ontmoetingsplekken en gemeenschapskracht sterk
onder druk staan. Dat laat onverlet dat er ook andere plekken zijn in Nederland die
gebaat zijn bij versterking van de inzet, ook daar is aandacht voor.
De komende maanden wordt aan de slag gegaan met de verdere uitwerking van het fonds
waarbij in ieder geval de volgende ontwerpcriteria worden meegenomen: maatschappelijke
impact, doelmatigheid, doeltreffendheid en uitvoerbaarheid, samenwerking met maatschappelijke
partners, hefboomwerking via cofinanciering en partnerschappen, en het wegnemen van
belemmeringen in de publiek-maatschappelijke samenwerking.
Dit kabinet wil daarnaast investeren in gemeenschapsontwikkeling en zorgzame buurten
waar ontmoeting centraal staat. Hiervoor is, naast het Gemeenschapsfonds, in de periode
2027 tot en met 2030 jaarlijks € 40 miljoen op de begroting van het Ministerie van
VWS gereserveerd om de sociale cohesie in wijken en buurten verder te versterken.
Wij blijven ons inzetten voor het behoud en de versterking van rijkstalen, regionale
talen, erkende talen en dialecten. We ondersteunen onderzoek, onderwijs en lokale
initiatieven en werken samen met provincies, gemeenten en maatschappelijke organisaties
om deze talen levend en zichtbaar te houden voor huidige en toekomstige generaties.
Herstel en perspectief Groningen en Noord-Drenthe
Een slagvaardige overheid die levert en haar beloftes waarmaakt is belangrijk voor
het herstel van vertrouwen in de overheid. Dit geldt ook voor de hersteloperatie in
Groningen. Alleen door toezeggingen na te komen kunnen stappen gezet worden richting
herstel van de regio en herstel van vertrouwen. Het kabinet blijft zich dan ook inzetten
voor de gedupeerden van aardbevingen in Groningen en Noord-Drenthe. De hersteloperatie
is nog volop bezig. Het Rijk werkt samen met de provincie Groningen, de vijf versterkingsgemeentes,
het Instituut Mijnbouwschade Groningen en de Nationaal Coördinator Groningen aan de
Agenda voor Herstel. We streven naar het beter helpen en ondersteunen van bewoners
door te werken als één overheid.
Naast de hersteloperatie zal het kabinet zich ook blijven inzetten voor het inlossen
van de ereschuld. Via de isolatieaanpak, de Sociale en de Economische Agenda levert
het Rijk een generatie lang een bijdrage aan de brede welvaartsontwikkeling in Groningen
en Noord-Drenthe. Dit wordt ook vastgelegd in de Wet Groningen die recent door uw
Kamer is behandeld. In de afgelopen jaren is er door bewoners, ondernemers, onderwijs-
en kennisinstellingen, maatschappelijke partijen, medeoverheden en het Rijk hard gewerkt
om samen de sociale en economische agenda’s op te stellen. Inmiddels is de uitvoering
gestart. Het kabinet wil voortbouwen op dit fundament en de kracht van Groningen en
Noord-Drenthe benutten én versterken. Jaarlijks zal het kabinet de voortgang en resultaten
laten monitoren in de Staat van Groningen en Noord-Drenthe, en hierover in gesprek
gaan met bewoners, maatschappelijke organisaties en medeoverheden.
Om de stabiliteit in de hersteloperatie te bevorderen benoemt het kabinet een regeringscommissaris.
Deze regeringscommissaris zal zich inzetten voor een soepele afhandeling van schade
en een voortvarende uitvoering van de versterkingsoperatie, en krijgt de taak om toe
te zien dat de ereschuld voortvarend ingelost wordt.
III. Goed en slagvaardig bestuur
De maatschappelijke opgaven van deze tijd vragen om goed en slagvaardig bestuur. Dat
betekent een overheid die concrete resultaten levert, die luistert naar burgers, ondernemers
en professionals. Een overheid die focust op wat nodig is, duidelijke keuzes maakt
en eerlijk is over wat wel en niet kan. Een overheid die dat doet door samen te werken.
Wij zetten in op fundamenteel eenvoudigere wet- en regelgeving met meer aandacht voor
wat in de praktijk uitvoerbaar is en tot merkbaar resultaat leidt. Tevens wil het
kabinet werken met multidisciplinaire en domeinoverstijgende teams voor grote opgaven
(over de Haagse muren heen), de digitale dienstverlening verbeteren en de organisatie
van de Rijksdienst efficiënter en productiever maken, de digitale dienstverlening
verbeteren en de organisatie van de Rijksdienst efficiënter en productiever maken.
Voor het oplossen van vraagstukken is ook samenwerking nodig met medeoverheden.
Goed bestuur
Goede samenwerking tussen overheden is essentieel om grote maatschappelijke vraagstukken
gezamenlijk, slagvaardig en effectief aan te pakken. Zoals ook is benadrukt in het
rapport «Samen bouwen aan resultaten» van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen,
vraagt dit om heldere afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en randvoorwaarden
voor uitvoering.3
Het kabinet geeft uitvoering aan de bouwstenen en adviezen uit dit rapport. Dat betekent
onder meer dat vooraf, bij het ontwerp van nieuw beleid, expliciet aandacht wordt
besteed aan de uitvoerbaarheid voor medeoverheden. Meer concreet dat er sprake is
van een goede balans tussen de ambities, de taken en uitvoeringskracht van decentrale
overheden om de met beleid beoogde effecten te realiseren. Binnen de actieagenda Goed
Bestuur gaan we daarom samen met medeoverheden aan de slag met het oplossen van maatschappelijke
vraagstukken en het vergroten van de slagkracht.
Daarbij is het van belang dat structureel overleg plaatsvindt tussen de verschillende
bestuurslagen, met name op die momenten waarop de uitvoeringspraktijk hiertoe aanleiding
geeft. Het met elkaar inzicht bieden in de resultaten op opgaven is hierbij van groot
belang.
Dit biedt duidelijkheid en stabiliteit, zodat iedere bestuurslaag zijn rol goed kan
vervullen.
Het kabinet is met provincies, waterschappen en gemeenten reeds in gesprek om dit
najaar tot een samenwerkingsagenda te komen die richtinggevend is voor de interbestuurlijke
samenwerking. Deze heeft de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden als
uitgangspunt voor de maatschappelijke opgaven in het sociaal en fysiek domein en op
het gebied van bestuur en veiligheid, economie en de regionale uitwerking daarvan.
Dit in nauwe samenhang met de ministeriële taskforces. Een samenwerkingsagenda vormt
daarbij het leidende kader voor de samenwerking en hiermee wordt uitvoering gegeven
aan gezamenlijke opgaven.
Goed en slagvaardig bestuur vergt ook uitvoerbaar beleid. Een belangrijk instrument
om de samenwerking tussen overheden verder te versterken, is het standaard uitvoeren
van een Uitvoeringstoets Decentrale Overheden (UDO). Deze UDO wordt toegepast bij
nieuwe of gewijzigde taken of beleid, die gevolgen hebben voor medeoverheden, vanaf
de start van de beleidsvorming. Door deze werkwijze wordt vroegtijdig inzicht verkregen
in de uitvoerbaarheid, financiële gevolgen en organisatorische impact van beleid.
Dit draagt bij aan realistische afspraken, betere beleidsuitvoering en een evenwichtige
samenwerking tussen bestuurslagen.
Goed en slagvaardig bestuur is ook gediend bij een heldere inrichting en goede wetgeving.
In dit kader is de afgelopen tijd de laatste hand gelegd aan het Beleidskader decentraal
en gedeconcentreerd bestuur. Met dit beleidskader kan het Rijk taken en bevoegdheden
aan het best passende bestuurlijke niveau toedelen, mede op basis van staatsrechtelijke
kenmerken van de verschillende bestuurslichamen. Het beleidskader zal nog voor het
zomerreces aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Met de voorgenomen wijziging van
de Financiële-verhoudingswet levert het kabinet een bijdrage aan een beter passende
bekostigingssystematiek en vermindering van het aantal specifieke uitkeringen, door
inzet van de Bijzondere Fondsuitkering (BFU). Dit leidt mede tot minder administratieve
en controlelasten en vergroting van de beleidsvrijheid voor medeoverheden. De wijziging
zal voor het zomerreces aan de Tweede Kamer worden aangeboden.
Tenslotte: goed en slagvaardig bestuur leert ook uit de praktijk. Dat is een belangrijk
uitgangspunt bij de aanpak om mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag beter
te helpen en zo overlast tegen te gaan. Dit kabinet zet onder coördinatie van BZK
de brede aanpak van de problematiek door. Samen met JenV, VWS, VRO en SZW wordt invulling
gegeven aan deze brede aanpak, inclusief wonen en bestaanszekerheid. Er zijn daarbij
vier prioritaire opgaves die de komende twee jaar politieke richting en landelijke
slagkracht vergen. Dit zijn: i) meer (doorstroming van) plekken, ii) gegevensdeling,
iii) landelijke regie met uitwerking in een lokale aanpak iv) betrouwbare en structurele
financiering.4 Door landelijk regie te nemen op deze vraagstukken en de randvoorwaarden vast te
leggen in bestuurlijke afspraken, stellen we gemeenten/regio’s in staat om lokaal
ook structureel regie te nemen op deze domeinoverstijgende opgave.
Slagvaardige overheid
Het kabinet bouwt aan een slanke en slagvaardige overheid die focust op wat echt nodig
is. We stellen een helder doel: een overheid die eenvoudig en betrouwbaar is, die
slagvaardig en wendbaar opereert, die eerlijk is over wat kan en verantwoordelijkheid
neemt voor haar handelen, een overheid die geworteld is in de samenleving en dichtbij
mensen staat. We herstellen vertrouwen door te laten zien: de overheid kan wél leveren.
Het is daarom cruciaal te komen tot één Rijksdienst die eenvoudig functioneert, flexibel
en wendbaar is georganiseerd, opgavegericht werkt en realisatiekracht heeft. We vernieuwen
de Rijksdienst om zo slagvaardig te kunnen werken aan de opgaven die er toe doen.
In de Taskforce Slagvaardige Overheid werken meerdere bewindspersonen samen, onder
leiding van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan
de opdracht voor de zomer een actieagenda op te stellen dat de koers uitzet voor de
realisatie van een slagvaardige overheid. Het kabinet informeert uw Kamer middels
een separate brief over de nadere uitwerking van deze Taskforce en de eerste resultaten
voor het zomerreces.
Daarin wordt in ieder geval ingegaan op de onderstaande vier actielijnen waar het
kabinet aan werkt.
1. Vereenvoudiging van beleid en regelgeving
Beleid en regelgeving worden door burgers, ondernemers en professionals als te complex
en gedetailleerd ervaren. Minder en simpeler beleid en regelgeving geeft burgers en
bedrijven lucht, maakt uitvoeringsorganisaties effectiever en efficiënter en zorgt
dat de overheid betere dienstverlening kan leveren. Daarom zetten we in op zowel het
beperken van het opstellen van nieuwe regels als het schrappen van overbodige regels.
Het kabinet zal jaarlijks een Vereenvoudigingswet naar de Kamer sturen met voorstellen
vanuit departementen, toezichthouders en uitvoeringsorganisaties. De eerste Vereenvoudigingswet
zal op korte termijn gepubliceerd worden ten behoeve van internetconsultatie.
2. Vernieuwing en productiviteitsverhoging Rijksdienst
We voegen als Rijksoverheid zelf ook de daad bij het woord en zorgen voor minder en
betere regels binnen onze eigen organisaties. We geven niet alleen burgers en bedrijven,
maar ook ambtenaren en professionals meer vertrouwen. We zetten in op sterk publiek
leiderschap in de top van de Rijksoverheid met nadruk op realisatiekracht, samenwerking
en deskundigheid. Daarnaast uniformeren en standaardiseren we de bedrijfsvoering binnen
het Rijk, en sturen op minder vrijblijvendheid. We verkennen of er zelfstandige bestuursorganen
zijn die onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van een Minister kunnen worden
gebracht. Daarnaast gaat het kabinet aan de slag met een efficiëntere overheid en
een minder omvangrijk ambtenarenapparaat. Dit is ook de inzet van de rijksbrede taakstelling.
3. Doorbreken van de Haagse muren
De grote maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat, kan Den Haag niet alleen
oplossen. Daarvoor is een brede samenwerking nodig tussen medeoverheden, ministeries,
publieke dienstverleners en maatschappelijke partners. We moeten de handen ineenslaan
en samenwerken op het gebied van beleid, uitvoering, toezicht, maatschappelijk middenveld,
bedrijfsleven en politiek.
4. Uitstekende (digitale) publieke dienstverlening
Burgers en bedrijven mogen verwachten dat de overheid toegankelijk en dienstbaar is.
Die hen helpt op een manier die past bij hun situatie, en die voor mensen te begrijpen
is.
Ondersteuning van de verandering
Een overheid die anders werkt en die zich anders kan organiseren als de opgave daarom
vraagt, staat er niet van vandaag op morgen. Om deze beweging te richten voeren we
activiteiten uit langs de volgende vier lijnen:
Van buiten naar binnen
De overheid is er voor de burgers en ondernemers in Nederland. Het is belangrijk dat
hun zorgen en signalen richting geven aan de prioritering van het handelen van de
overheid. We verbeteren het gestructureerd ophalen en bijeenbrengen van die zorgen
en signalen, en het handelen hiernaar.
Samen en doen
Om de ambities voor een slagvaardige overheid waar te maken moet binnen de overheid
op alle stappen in de actieagenda Slagvaardige overheid worden samengewerkt. We zetten
hierbij consequent zo snel mogelijk de stap van denken naar doen. We maken inzichtelijk
wat we doen, hoe de activiteiten zich tot elkaar verhouden en wat de effecten zijn.
Op basis van deze gegevens sturen we bij.
Sturen en besluiten
De sturing op actieagenda moet bijdragen aan het gewenste tempo. Besluiten worden
in gezamenlijkheid voorbereid, waarbij we de stemmen betrekken die gehoord moeten
worden. Maar wanneer we besluiten genomen hebben wordt ook verwacht dat deze worden
uitgevoerd.
Impact in beeld
De activiteiten die uitgevoerd worden, moeten leiden tot een slagvaardige overheid
en bijdragen aan het vergroten van het vertrouwen van burgers en ondernemers in de
overheid. We brengen dit in beeld en rapporteren hierover. Hierbij is er ook aandacht
voor de (maatschappelijke) kosten en baten van de acties die we in het kader van de
actieagenda ondernemen, en hetgeen er juist niet langer zal worden gedaan.
Ter afsluiting
In deze brief hebben wij stilgestaan bij onze prioriteiten: weerbare democratische
rechtsstaat, sterke en vitale regio’s en goed en slagvaardig bestuur. Wij kijken ernaar
uit om ons de komende tijd in te zetten voor deze belangrijke opgaven en hierover
het gesprek met uw Kamer te blijven voeren.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg
Planningsoverzicht
Betreft moment van indiening bij de Tweede Kamer.
Q2 2026
Grondwetsvoorstel modernisering van de procedure voor de vervolging van ambtsdelicten
van Kamerleden en bewindspersonen
Financiële verhoudingswet
Q3 2026
Wetsvoorstel Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties en Centraal Meldpunt Identiteitsfraude
Vereenvoudigingswet (eerste; volgt jaarlijks)
Q4 2026
Wetsvoorstel (verzamelwet) stroomlijning verkiezingsproces
Wetsvoorstel Bijstand bij discriminatie
Q1 2027
Wetsvoorstel versterking en digitalisering van de kandidaatstellingsprocedure
Q2 2027 en later
Wetsvoorstel nieuw stembiljet
Wetsvoorstel oprichting detectieorgaan buitenlandse desinformatie
Wetsvoorstel lobbyregister
Wijziging van de Wet Openbare Manifestaties en de Gemeentewet (demonstratierecht)
Wettelijke verankering van het werk van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie
en Racisme
Wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling in verband met eenzijdig overheidshandelen
Zo snel mogelijk voor advies naar Raad van State na besluit over financiële dekking
Wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie
Grondwetsvoorstel tot invoering van constitutionele toetsing
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties