Brief regering : Reactie op vragen ten aanzien van de definitie van Onderneming in Moeilijkheden
32 637 Bedrijfslevenbeleid
Nr. 758
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
Uw Kamer heeft mij gevraagd te onderzoeken of een beleidsinstructie, met een ruimere
definitie van het begrip «eigen vermogen» in de definitie van Onderneming in Moeilijkheden
(OIM), een mogelijkheid is om meer ondernemingen toegang te verlenen tot nationale
steunmaatregelen waarbij sprake is van staatssteun. Middels deze brief kom ik terug
op de toezeggingen die zijn gedaan tijdens het start- en scale-up-debat van 18 december
jl.1 en het verdienvermogen debat van 9 april jl.2
Het kabinet neemt de problemen rondom de OIM-definitie serieus en is er veel aan gelegen
om knelpunten hierop weg te nemen. Ik begrijp de impact op ondernemers en het kabinet
zet alles op alles om zo snel mogelijk tot een duurzame oplossing te komen. De huidige
OIM-definitie heeft impact op bijna het gehele Nederlandse subsidie instrumentarium
en wordt het meest gevoeld wanneer innovatieve ondernemingen hier gebruik van maken.
Bij subsidieverleningen, moet per aanvraag getoetst worden of de aanvrager voldoet
aan de staatsteunregels, ook als deze partij in het verleden eerder subsidie heeft
ontvangen.
Zoals ik al eerder aan uw Kamer heb gecommuniceerd is het niet mogelijk om met een
nationale beleidsinstructie, die een ruimere definitie geeft van het begrip «eigen
vermogen», het OIM-probleem op te lossen.3 Waar ik nog wel ruimte zie is ten aanzien van het anticiperend toepassen van de nieuwe
regels vanaf de publicatie van het definitieve voorstel van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening
(AGVV) die in het vierde kwartaal van dit jaar verwacht wordt.
Alvorens verder in te gaan op wat ik doe voor ondernemingen die op dit moment onterecht
als OIM worden gekwalificeerd, zal ik in deze brief allereerst ingaan op mijn inzet
voor de komende periode om op Europees niveau tot een passende definitie te komen.
Een nieuwe, werkbare Europese definitie van de OIM is van groot belang om structureel
iets te doen aan deze problematiek. Tot slot ga ik in deze brief in op extra acties
die ik doe om deze ondernemers te helpen.
Inzet in Europees verband
U kunt begrijpen dat ook ik teleurgesteld ben in de zeer beperkte mogelijkheden om
deze belangrijke groep ondernemers nu al te helpen. Mijn inzet is dan ook om de OIM-definitie
op EU-niveau zo snel mogelijk aangepast te krijgen, of door te zorgen voor een uitzondering
op de definitie op EU-niveau voor bepaalde steun voor innovatieve start- en scale-ups.
Mijn ambtsvoorgangers en ik dringen al geruime tijd bij de Europese Commissie (EC)
aan op herziening van de OIM-definitie – en met mij verschillende andere lidstaten.4 Mede door de Nederlandse inzet is het probleem erkend door de EC en opgenomen in
de recent gepubliceerde start- en scale-up strategie van de EC.
De EC is op 25 februari 2025 een publieke consultatie gestart voor een herziening
van de AGVV. Het voorstel bevat wijzigingen in de toepassing van de OIM-kwalificatie
in de AGVV. De belangrijkste wijziging is de uitzondering voor onderzoeks-, ontwikkelings-
en innovatiesteun voor niet-beursgenoteerde, innovatieve ondernemingen, die niet ouder
zijn dan 10 jaar.
Dit helpt jonge innovatieve ondernemingen die gebruik willen maken van deze soorten
steun, maar nog niet alle knelpunten zijn hiermee opgelost. Ook zijn de termen «start-up»
en «innovatieve onderneming» nog niet gedefinieerd. In mijn reactie op de consultatie
van dit voorstel pleit ik daarom voor meer fundamentele aanpassingen.
Om deze problematiek extra te benadrukken bij de EC heb ik het voortouw genomen om
samen met andere lidstaten een statement aan de EC sturen om het belang van een snelle
maar ook meer fundamentele oplossing te benadrukken. Onder andere Duitsland, Letland,
Luxemburg, Polen, Slowakije, Tsjechië en Spanje hebben op het moment van schrijven
aangegeven het gezamenlijke statement te steunen. Inhoudelijk is er ook steun vanuit
andere lidstaten, die deze punten via een nationale inbreng zullen sturen naar de
EC. Dit gezamenlijke paper stuur ik ter informatie ook mee naar uw Kamer.
Nationale maatregelen tot de Europese herziening
De AGVV geeft de mogelijkheid om de regels met terugwerkende kracht toe te passen.
Daarom kan anticiperend gehandeld worden op de aankomende wijzigingen van de AGVV
op het moment dat het definitieve voorstel is gepubliceerd. Dit zal naar verwachting
in het vierde kwartaal van dit jaar zijn. Het conceptvoorstel van de EC dat er op
dit moment ligt, biedt nog geen duidelijke, vaststaande en definitieve oplossing op
EU-niveau en biedt onvoldoende ruimte om innovatieve ondernemingen te ondersteunen.
Het is van belang dat de EC snel tot een daadwerkelijke en definitieve oplossing komt.
Ondertussen heb ik de opdracht gegeven te starten met voorbereidende werkzaamheden
zodat ik snel over kan gaan tot anticiperend handelen wanneer de EC een definitief
voorstel van de AGVV presenteert.
Extra acties voor ondernemers
Om deze groep ondernemers nu al zo veel mogelijk tegemoet te komen is de afgelopen
periode al een aantal acties ondernomen. In de afgelopen anderhalf jaar heeft RVO,
in samenwerking met EZK, een proactieve communicatielijn ontwikkeld. Dit heeft geleid
tot een klantgerichte aanpak richting bedrijven, waarbij in de voorfase van een subsidieaanvraag
gezamenlijk wordt bekeken hoe OIM-problematiek kan worden opgeheven met financiële
actie door het bedrijf. Deze aanpak heeft geresulteerd in een significant herstel:
70% van de bedrijven die ten tijde van hun subsidieaanvraag als OIM kwalificeerden
vallen niet langer onder OIM door voorlichting en aanvullende acties van de bedrijven
als gevolg daarvan.
Ook kijk ik naar andere opties zoals het gebruiken van de de-minimisverordening waarbij de OIM-definitie niet geldt (op grond van de de-minimisverordening
is verlening van steun tot EUR 300.000 over een periode van drie jaar mogelijk).
Stakeholders
In dit dossier trek ik veel op met diverse stakeholders (waaronder TechLeap Invest-NL
en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen) in het veld en met bedrijven zelf. Mede
dankzij hun inzet wordt er vanuit Nederland veelvuldig gereageerd op Europese consultaties,
wat bijdraagt aan de onderbouwing van de urgentie en concrete verbetervoorstellen
richting de EC.
Ook ben ik in gesprek gegaan met diverse Venture Capital fondsen. Zij spelen een informerende-
en anticiperende rol richting start- en scale-ups om te voorkomen dat ze een OIM-status
krijgen. De uitgewisselde kennis en ervaring is gedeeld tussen de fondsmanagers om
toe te passen in hun portfolio’s.
Als laatste organiseert TechLeap met partners op 11 mei een gratis webinar om start-
en scale-ups te informeren over mogelijkheden hoe om te gaan met deze definitie. Ambtenaren
van mijn ministerie dragen hier ook aan bij.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
H.G. Herbert
Indieners
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat