Brief regering : Aanpak vocht- en schimmelproblematiek huurwoningen
32 847 Integrale visie op de woningmarkt
Nr. 1450
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 april 2026
Al jarenlang is vocht- en schimmelproblematiek een van de grootste uitdagingen met
betrekking tot onderhoud voor verhuurders én bewoners. Schimmel in woningen is een
hardnekkig probleem en kan aanzienlijke negatieve gezondheidseffecten voor bewoners
hebben, in het bijzonder voor kinderen. De problematiek is, waarschijnlijk mede door
de energiecrisis en ondanks de al gedane inspanningen, in de afgelopen jaren ook toegenomen.
Uit het Woononderzoek Nederland (WoON2024) blijkt dat in 2024 meer huishoudens last
hadden van vocht- en schimmelproblematiek ten opzichte van 2021. De problemen zijn
het grootst in de private huursector en in huurwoningen van corporaties.
Met deze brief informeer ik u over de voortgang van de aanpak vocht- en schimmelproblematiek.
Hiermee geef ik invulling aan de motie van het lid Beckerman over een landelijk actieplan
tegen schimmelwoningen in samenwerking met huurdersorganisaties, gemeenten en woningcorporaties.1 Eerst besteed ik in deze brief aandacht aan de omvang van vocht- en schimmelproblematiek
in woningen. Vervolgens ga ik in op de aanpak van deze problematiek op het lokale
niveau (de lokale prestatieafspraken) en op het nationale niveau (de Nationale Prestatieafspraken).
Tot slot benoem ik de bouwtechnische ontwikkelingen en de gezondheidseffecten van
vocht en schimmel.
Uitkomsten WoON2024
WoON is een driejaarlijks onderzoek over onder andere de tevredenheid met de woning.
Huishoudens worden voor dit onderzoek gevraagd naar onderhoudskwaliteit van de woning
en naar vocht- en schimmelproblematiek in de woning. Er worden geen vragen gesteld
over de mate van de problematiek.
In 2024 gaf 20 procent van de huishoudens aan last te hebben van vocht en schimmel
in de woning, vergeleken met 15 procent in 2021. Voor corporatiehuurders nam de vocht-
en schimmelproblematiek volgens WoON2024 toe van 24% in 2021 naar 29% in 2024. In
de private huur was er in deze periode een toename van 23% naar 31%. Bij 59 procent
van de huishoudens met schimmeloverlast in de woning komt dit voor in de badkamer.
Andere ruimtes die vaak genoemd worden, zijn de slaapkamer (35 procent) en de woonkamer
(23 procent). Vocht- of schimmelproblemen in de woning komen het meest voor in zeer
stedelijke buurten: daar heeft 29 procent van de huishoudens hiermee te maken. In
de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) is dat aandeel het
hoogst, namelijk 31 procent.
Lokale aanpak het meest effectief
Het Kabinet neemt de aanpak van vocht- en schimmelproblematiek serieus. Zoals ook
blijkt uit het WoON2024-onderzoek kampt een aanzienlijk deel van de huurwoningen met
deze problematiek. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de kwaliteit van de woning,
maar raakt ook direct aan de gezondheid en het welzijn van bewoners.
Tegelijkertijd is duidelijk dat vocht- en schimmelproblematiek een complexe en veelzijdige
opgave is. De oorzaken kunnen verschillen per woning en situatie, en liggen vaak in
een combinatie van bouwtechnische aspecten, gebruik van de woning en externe factoren
zoals grondwaterstanden. Dit vraagt om maatwerk en een aanpak die dicht bij de praktijk
en de betrokken partijen staat. Lokale partijen (bewoners, huurderverenigingen, gemeenten
en corporaties) hebben het beste zicht op de problematiek en een passende aanpak.
Een analyse voor een passende aanpak om vocht- en schimmel terug te dringen kan dus
het beste lokaal worden gerealiseerd.
De lokale prestatieafspraken zijn het juiste instrument om afspraken over vocht- en
schimmel vast te leggen. Ik roep gemeenten, woningcorporaties en huurdersorganisaties
op om vocht- en schimmelproblematiek expliciet en concreet onderdeel te maken van
deze afspraken. Daarbij kan gedacht worden aan afspraken over signalering, opvolging
en monitoring van meldingen en inzet op preventie van huurders. De VNG, Aedes en de
Woonbond spelen een belangrijke rol om hun leden te informeren.
In de herijkte Handreiking lokale prestatieafspraken, die na inwerkingtreding van
de Wet regie wordt gedeeld met corporaties, huurdersorganisaties en gemeenten, wordt
extra aandacht besteed aan de aanpak van vocht- en schimmelproblematiek. De handreiking
stimuleert corporaties, gemeenten en huurdersorganisaties om op lokaal niveau concrete
afspraken te maken. Corporaties moeten ook in hun bod voor de lokale prestatieafspraken
ingaan op de onderwerpen kwaliteit en leefbaarheid. Vocht en schimmel valt onder deze
onderwerpen.
Nationale Prestatieafspraken
Het kader waarbinnen op nationaal niveau de aanpak van vocht- en schimmel bij corporatiewoningen
vorm krijgt zijn de Nationale Prestatieafspraken 2025–2035 (NPA). In de NPA heeft
een effectieve aanpak van schimmel prioriteit gekregen.
In de NPA is afgesproken dat het bestrijden van vocht en schimmel in woningen een
hoge prioriteit heeft, er zijn drie afspraken gemaakt:
1. Inzet woningcorporaties: als de oorzaak in de bouwkundige staat van de woning of het complex ligt, zetten
woningcorporaties zich maximaal in om dit op te lossen of beheersbaar te houden. Daar
waar het aan het gebruik van de woning ligt, helpen woningcorporaties proactief om
samen met de huurder de problematiek aan te pakken. Bij een veranderende grondwaterstand
zoekt de woningcorporatie samen met het Waterschap naar een oplossing.
2. Meldingsbereidheid: Aedes, de VNG en het Rijk intensiveren hun inzet om het melden van vocht en schimmelproblematiek
te verhogen zodat de problematiek tijdig kan worden geadresseerd en er meer inzicht
over de omvang ontstaat. Hierbij werken ze samen met de Woonbond.
3. Onafhankelijke experts: wanneer onduidelijkheid bestaat over de oorzaak van de problematiek (gebouw of bewoning),
corporaties en huurders er onderling niet uitkomen, of wanneer de problematiek niet
(goed) wordt opgepakt en de schimmel terugkeert, worden er onafhankelijke experts
ingezet om dit te beoordelen.
Hieronder geef ik de uitwerking en de voortgang van de bovengenoemde afspraken weer.
1. Inzet woningcorporaties
In 2025 heeft Aedes als vereniging van woningcorporaties in haar congres deze lijn
uitgewerkt met de belofte «bestrijden vocht en schimmel»2. In de belofte beloven woningcorporaties om het voortouw te nemen om samen met huurders
naar de beste oplossing te zoeken als er sprake is van vocht en schimmel. Centraal
in deze belofte staat de beweging om eerst te kijken naar de woning en de technische
oorzaken van vocht en schimmel en daarna huurders te helpen bij het goed gebruik van
een woning. Aedes werkt samen met corporaties aan verschillende hulpmiddelen om deze
belofte waar te maken. Zo is er onder meer een handreiking over vocht en schimmel,
een zelfonderzoek waarmee corporaties inzicht krijgen in de huidige situatie en waar
nog verbeterkansen liggen. Daarnaast is er ook een programma van eisen voor ventilatie
dat adviezen geeft over robuuste ventilatie-eisen bij nieuwbouw of renovatie. Bovendien
deelt Aedes toegankelijk voorlichtingsmateriaal met corporaties, dat bewoners helpt
bij het goed gebruiken en ventileren van hun woning. Ook wordt kennis actief gedeeld,
bijvoorbeeld via webinars en praktijkverhalen waarin corporaties laten zien welke
stappen zij hebben gezet en wat dat heeft opgeleverd.
2. Meldingsbereidheid
De aanpak van vocht en schimmel in individuele gevallen begint met de melding daarvan
door de huurder bij de verhuurder. Hier valt nog een wereld te winnen: Aedes en de
Woonbond constateren dat het aantal meldingen door huurders van vocht en schimmel
bij woningcorporaties achter blijft bij de cijfers uit de driejaarlijkse Woononderzoeken.
Zo’n 30% (2024) van de huurders ervaart overlast van vocht en schimmel, maar het aantal
meldingen ligt veel lager. Redenen waarom huurders niet altijd melding doen kunnen
zijn gelegen in weinig vertrouwen in de verhuurder, bijvoorbeeld vanwege negatieve
ervaringen bij de melding van eerdere (andere) problemen, schroom om met de verhuurder
in contact te treden, weinig vertrouwen dat het probleem wordt opgelost, schaamte
voor de situatie, geen tijd of prioriteit voor andere problemen. Om de problemen goed
te kunnen aanpakken is het cruciaal dat huurders hierover melding (blijven) maken.
Dit vraagt om een aanpak die individuele huurders bereikt en stimuleert om melding
te maken en ook om een blijvende aandacht en alertheid van lokale partijen.
Zoals ik eerder heb aangegeven: het is wenselijk dat de vocht- en schimmelproblematiek
een vast onderdeel wordt in de overleggen die de gemeenten, woningcorporaties en de
huurdersorganisaties hebben in het kader van de jaarlijkse prestatieafspraken. Het
laten terugkomen van dit thema draagt bij aan het gevoel van urgentie bij alle betrokken
partijen en het maken van concrete afspraken over de aanpak van deze problematiek
zal ertoe leiden dat de behoefte aan meetbare resultaten toeneemt. In de eerdergenoemde
«Handreiking prestatieafspraken» komt dit aan de orde en worden partijen opgeroepen
om hier afspraken over te maken.
Op sommige plaatsen heeft men hier al ervaring mee. Een goed voorbeeld om de meldingsbereidheid
te vergroten is de campagne «Het ligt niet altijd aan u!», die huurdersorganisatie
SHY (Samenwerkende Huurdersorganisaties Ymere) in samenwerking met Ymere heeft opgezet
om huurders te stimuleren vocht en schimmel problemen altijd te melden. Daarbij is
afgesproken dat SHY actief geïnformeerd wordt over de meldingen en de aanpak daarvan
door Ymere.
VNG, Aedes, en de Woonbond zullen bij hun achterban aandacht blijven vragen voor de
meldingsbereidheid van de huurders. Het ligt voor de hand om daarbij de gemaakte prestatieafspraken
te betrekken, en gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties te bevragen of de
afspraken leiden tot een groter aantal meldingen. Mochten er geen afspraken zijn gemaakt,
dan is het nuttig om na te gaan waarom dit niet het geval is geweest. Ik blijf verder
met Aedes en de VNG de NPA monitoren, waaronder de afspraken over vocht- en schimmel.
Als we zien dat de resultaten achterlopen op de doelstellingen (de afname van vocht-
en schimmelproblematiek in huurwoningen) ga ik met Aedes en de VNG in gesprek om de
aanpak te versnellen.
3. Vocht- en schimmelexpert
De inzet van vocht- en schimmelexperts is onderdeel van de NPA. Het Rijk stelt hiervoor
een bedrag van € 2 miljoen per jaar beschikbaar van 2027 tot en met 2029. Deze experts
worden ingeschakeld in situaties waarin huurder en verhuurder gezamenlijk niet tot
een oplossing komen, nadat de corporatie onderzoek heeft verricht. De expert stelt
een onafhankelijk rapport op met conclusies en aanbevelingen. Deze werkwijze is geïnspireerd
op de succesvolle aanpak in de gemeente Den Haag.
Uitgangspunt blijft dat verhuurders verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van hun
bezit, inclusief het verhelpen van vocht- en schimmelproblemen. Tegelijkertijd acht
ik het van belang om de inzet van onafhankelijke experts te stimuleren en de urgentie
van het vocht- en schimmelprobleem te onderstrepen. Ik kom daarom met een gerichte,
uitvoerbare aanpak die aansluit bij bestaande lokale initiatieven en verantwoordelijkheden.
Verhuurders (zowel woningcorporaties als particuliere verhuurders) dragen voor 75%
bij aan de kosten van een vocht- en schimmelonderzoek, het Rijk draagt 25% via een
subsidieconstructie aan gemeenten. Eventuele noodzakelijke (bouwkundige) aanpassingen
die volgen uit het onderzoek worden in het geheel betaald door de verhuurder. Ik kies
voor een aanpak op het niveau van woningmarktregio’s, waarbij centrumgemeenten een
coördinerende rol vervullen. Deze keuze sluit aan bij de lokale samenwerking en maakt
maatwerk per regio mogelijk.
De kosten van een onafhankelijk onderzoek bedragen gemiddeld € 1.500 tot € 2.000 per
woning. Op basis van ervaringscijfers uit de gemeente Den Haag wordt verwacht dat
jaarlijks circa 0,1% van de huurders gebruik zal maken van deze mogelijkheid. Bij
een geschatte inzet van circa 4.600 onderzoeken per jaar komt de bijdrage van het
Rijk neer op gemiddeld € 438 per woning. Per woningmarktregio betekent dit een bijdrage
van gemiddeld € 100.000, afhankelijk van omvang en problematiek. Na 2029 is het uitgangspunt
dat verhuurders, in samenwerking met gemeenten en huurdersorganisaties, de werkwijze
zelfstandig voortzetten.
Particuliere huursector
Vocht- en schimmelproblemen komen niet uitsluitend voor in corporatiewoningen, maar
ook in de private huursector. Net als voor corporatiehuurders, geldt voor private
huurders dat zij bij de Huurcommissie terecht kunnen als zij een geschil met hun verhuurder
hebben over – onder andere – (onderhouds)gebreken, zoals schimmel. De Huurcommissie
verstrekt informatie en doet – in geval van een gebrekenprocedure – ook bouwkundig
onderzoek in de woonruimte. Bij ernstige vocht- en schimmelproblemen die niet door
de huurder zelf zijn veroorzaakt, kan de Huurcommissie een tijdelijke huurverlaging
uitspreken. Ernstige schimmelvorming wordt namelijk als een gebrek beschouwd. Wel
geldt dat deze gebreken eerst bij de verhuurder gemeld moeten worden.
Met de Wet betaalbare huur heeft een groter deel van de huurmarkt toegang gekregen
tot de laagdrempelige geschilbeslechting van de Huurcommissie. Hierdoor kunnen nu
ook huurders en verhuurders in het middensegment geschillen voorleggen. Ook heeft
de Huurcommissie de afgelopen jaren hard gewerkt aan het verbeteren van haar toegankelijkheid,
bijvoorbeeld door het instellen van een klantcontactcentrum, waar (ver)huurders terecht
kunnen met vragen over hun huursituatie. Hierdoor is de Huurcommissie beter bereikbaar
geworden, ook bij schimmelproblemen.
Bouwtechnische ontwikkelingen
Het doel van het kabinet is enerzijds om op korte termijn zichtbaar verbetering te
realiseren voor huurders die nu met vocht en schimmel te maken hebben (door middel
van de verhoogde inzet van corporaties en de financiering van vocht- en schimmelexperts),
en tegelijkertijd structureel te werken aan een gezondere woningvoorraad. Vocht- en
schimmelproblematiek hangt vaak samen met zowel de technische staat van de woning
als met ventilatie en betaalbaarheid van energie. Daarom wordt deze aanpak nadrukkelijk
verbonden met de bredere verduurzamingsopgave: betere isolatie en ventilatie leiden
tot gezondere woningen, meer comfort en lagere woonlasten. Oorzaken van schimmel in
huis kunnen zijn een hoge vochtproductie door koken, douchen, was drogen in combinatie
met te weinig ventileren en/of onvoldoende verwarmen, maar ook bouwkundige problemen
als lekkage, koudebruggen, optrekkend of doorslaand vocht of onvoldoende ventilatievoorzieningen.
In dat laatste geval is het van belang dat deze gebreken worden hersteld, eventueel
in combinatie met verduurzaming van de woning.
Verduurzaming leidt vaak tot een beter te verwarmen woning en meer wooncomfort. Tegelijk
moet ervoor worden gewaakt dat er geen vocht- en schimmelproblemen ontstaan, zoals
wanneer er in een verduurzamingsplan onvoldoende aandacht is voor ventilatievoorzieningen
of wanneer er nieuwe koudebruggen ontstaan. Daarom besteedt VRO in campagnes speciale
aandacht aan ventileren in combinatie met isoleren en wordt in voorlichting bijvoorbeeld
via verbeterjehuis.nl aandacht besteed aan een juiste manier van isoleren waarbij bouwfysische problemen
worden voorkomen.
Gezondheidsgevolgen
In november 2025 zijn de GGD-en en de website GGD Leefomgeving een campagne gestart
met las titel «Schimmels? Niet in mijn huis!». Met deze campagne wil de GGD mensen
praktische handvatten bieden voor een gezondere woning. De campagne van de GGD is
opgebouwd rond de 4 V’s tegen schimmel, te weten verwijderen, vocht beperken, verwarmen
en ventileren. Op de website GGD Leefomgeving is voorlichtingsmateriaal te vinden
voor bewoners hoe ze het beste deze vier V’s in hun eigen woning kunnen toepassen.
Er is een gereedschapskist ontwikkeld die voor iedereen te raadplegen is.3
Bij steeds terugkerende schimmels beveelt de GGD aan om advies in te winnen bij de
verhuurder of bij een vakman. De GGD biedt aan, wanneer dit niet tot een oplossing
leidt, om mee te denken en te adviseren. De toolkit van de GGD geeft op deze wijze
op een laagdrempelige manier informatie aan bewoners over wat ze zelf kunnen doen
om vocht en schimmel in hun woning te voorkomen, en wat te doen als de problemen zich
toch blijven voordoen.
Het beperken van schimmel in huis voorkomt gezondheidsklachten als keelpijn, hoesten
en niezen, verstopte neus, piepende adem en benauwdheid, in het bijzonder voor mensen
die daar extra gevoelig voor zijn zoals kleine kinderen en mensen met luchtwegaandoeningen.
Als mensen dit soort gezondheidsklachten hebben, kunnen zij informatie vinden op www.thuisarts.nl om te beoordelen of het nodig is contact op te nemen met hun huisarts.
Tijdens de behandeling van de Wet toekomstbestendige huurcommissie in de Tweede Kamer
op 9 april jl. heb ik toegezegd de Britse Awaab’s Law te onderzoeken. Deze wet verplicht sociale verhuurders in het Verenigd Koninkrijk
om snel actie te nemen bij ernstige gezondheidsrisico’s in woningen, voornamelijk
gerelateerd aan vocht en schimmel. Het Ministerie van BZK zal contact opnemen met
de partners in het Verenigd Koninkrijk en zal de Kamer uiterlijk eind 2026 informeren.
Daarbij merk ik op dat de desbetreffende wetgeving ongeveer zes maanden geleden in
werking is getreden in het Verenigd Koninkrijk, er is dus nog beperkt de tijd geweest
om ervaring op te doen met de nieuwe wetgeving.
Investeringsfaciliteit woningcorporaties
Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om, conform mijn toezegging hierover tijdens
het commissiedebat over de staat van de volkshuisvesting van 11 maart jl. (Kamerstuk
32 847, nr. 1446), een nadere technische toelichting te geven op de in het regeerakkoord afgesproken
investeringsfaciliteit voor woningcorporaties. In het regeerakkoord is opgenomen dat
er een faciliteit in de vennootschapsbelasting (Vpb) wordt geïntroduceerd om de Vpb-lasten
van woningcorporaties te verlagen. Hiervoor wordt taakstellend per 2028 een bedrag
van € 250 miljoen per jaar beschikbaar gesteld, oplopend tot structureel € 325 miljoen
per jaar in 2032. Het kabinet onderzoekt op welke wijze deze faciliteit het beste
vormgegeven kan worden, rekening houdend met onder andere uitvoerbaarheid en juridische
houdbaarheid, waaronder de staatssteunregels en het (overige) EU-recht. De bestedingsreserve
is daarbij een van de opties die op tafel ligt. Om de gewenste hefboom te creëren
op de investeringsruimte van woningcorporaties is het essentieel om de verlaging zo
vorm te geven dat dit structureel bijdraagt aan de mogelijkheden van woningcorporaties
om extra geborgde financiering aan te trekken. Dat betekent onder meer dat de verlaging
van Vpb-lasten moet doorwerken in de financiële beoordeling van het Waarborgfonds
Sociale Woningbouw, zoals de rentedekkingsgraad. Ik verwacht u in het najaar nader
te kunnen informeren over de uitwerking van deze faciliteit in de Vpb.
Tot slot
Met de aanpak vocht en schimmel zet het kabinet een concrete stap richting een structurele
oplossing voor vocht- en schimmelproblematiek in woningen. Door in te zetten op samenwerking
tussen gemeenten, woningcorporaties en huurdersorganisaties wordt ingezet op een lokale,
effectieve en uitvoerbare aanpak.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O’Sullivan
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening