Brief regering : Onderhandelingen van belastingverdragen 2026
25 087 Internationaal fiscaal (verdrags)beleid
Nr. 362
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 april 2026
Uw Kamer wordt jaarlijks in het begin van het jaar geïnformeerd over de geplande en
lopende onderhandelingen over belastingverdragen om het parlement in een vroeg stadium
hierbij te betrekken. Door het Ministerie van Financiën wordt op hetzelfde moment
een nieuwsbericht gepubliceerd waarin belangstellenden worden uitgenodigd om aandachtspunten
te delen die voor de onderhandelingen van belang kunnen zijn.1
1. Internationale ontwikkelingen
De Nederlandse economie is sterk internationaal georiënteerd en Nederland heeft daardoor
baat bij duidelijke en evenwichtige afspraken met andere landen over de vraag welk
land bepaald inkomen mag belasten. Dit schept rechtszekerheid voor zowel het bedrijfsleven
als voor individuen dat dubbele belasting wordt voorkomen. Hieronder wordt stilgestaan
bij enkele trends die relevant kunnen zijn bij keuzes over de Nederlandse inzet bij
toekomstige onderhandelingen over belastingverdragen.
Dan gaat het bijvoorbeeld om de keuze om al dan niet in te gaan op de uitnodiging
van een ander land om verdragsonderhandelingen te starten, het initiatief om zelf
andere landen te benaderen of om aan bepaalde lopende verdragsonderhandelingen prioriteit
te geven. Ook de inhoudelijke inzet van Nederland kan hierdoor worden beïnvloed. Voor
landen waarheen veel individuen emigreren zijn afspraken over het mogen belasten van
inkomen uit dienstbetrekking bijvoorbeeld belangrijker dan voor landen waar voornamelijk
bedrijven investeren.
Globalisering, digitalisering & protectionisme
De globalisering van de wereldeconomie heeft in de afgelopen decennia doorgezet, mede
als gevolg van technologische vooruitgang, handelsliberalisering en verhoogde kapitaal-
en arbeidsmobiliteit. Daar staat tegenover dat recentelijk juist sprake lijkt te zijn
van een toename in handelsbelemmeringen, zoals invoertarieven en quota, waarmee landen
trachten hun binnenlandse markten te beschermen. Dit kan leiden tot een verschuiving
in bestaande handels- en investeringsstromen. Belastingverdragen kunnen een rol spelen
in het wegnemen van belemmeringen voor buitenlandse ondernemingen om zich hier te
vestigen en andersom voor Nederlandse ondernemingen om competitief te kunnen opereren
op buitenlandse markten. Een breed verdragennetwerk is daarom in het algemeen behulpzaam
voor het Nederlandse bedrijfsleven en het belang daarvan is nog groter als handelsbelemmeringen
toenemen. Het bedrijfsleven heeft dan meer mogelijkheden om zonder fiscale belemmeringen
hun bedrijfsstructuur in verschillende landen te wijzigen. Dit betekent bijvoorbeeld
dat Nederland de onderhandelingen met een land waarmee nog geen belastingverdrag is
gesloten, kan prioriteren op basis van het economische belang of de verwachting dat
de handelsstromen met dat land toenemen. Zo heeft Nederlands het initiatief genomen
om onderhandelingen met Peru te starten omdat het land een belangrijke handelspartner
is voor Nederland.
Ook verandert door de digitalisering en globalisering de economie en de wijze waarop
bedrijven opereren. Bedrijven kunnen hun producten en diensten aanbieden zonder dat
ze fysiek aanwezig hoeven te zijn in een land. Dit heeft geleid tot een toename in
internationale transacties, in het bijzonder dienstentransacties. Door deze ontwikkeling
zijn er binnen de internationale fiscaliteit discussies over hoe heffingsrechten verdeeld
zouden moeten worden en de vraag of de verdeling van heffingsrechten tussen landen
nog passend is voor de huidige tijd. Want juist fysieke aanwezigheid is een belangrijk
aanknopingspunt bij de huidige verdeling van heffingsrechten.2 Ook bij (potentiële) verdragspartners kan de digitalisering van de economie leiden
tot andere wensen, bijvoorbeeld de wens om een bronbelasting op betalingen voor diensten
(op basis van het brutoinkomen) af te spreken. Op grond van het fiscale verdragsbeleid3 is dat voor Nederland in veel gevallen geen mogelijkheid. De verdeling van heffingsrechten
voor diensten is een van de onderwerpen waar standpunten soms ver uit elkaar liggen
en een belangrijke reden dat het soms niet lukt om een compromis te sluiten. Bijvoorbeeld
in de lopende onderhandelingen van Nederland met Uganda, Nigeria en Zimbabwe liggen
de standpunten ver uit elkaar. Bij onderdeel 4.2.3 worden deze onderhandelingen nader
toegelicht.
Verder worden natuurlijke personen en hun bezittingen ook mobieler. Meer mensen kunnen
hybride of locatieonafhankelijk werken. Ook zijn er mensen die emigreren en bijvoorbeeld
hun pensioen in het buitenland ontvangen. Veel landen bieden bovendien speciale regelingen
om hoogopgeleide werknemers, gepensioneerden of vermogende personen aan te trekken.
Dit vergroot het belang om met deze aspecten rekening te houden in de onderhandelingen
over belastingverdragen. Recent is bijvoorbeeld aan uw Kamer toegezegd dat bij toekomstige
verdragsonderhandelingen met landen met een regime om zeer vermogende personen aan
te trekken hiermee rekening wordt gehouden.4 Ook kan bijvoorbeeld prioriteit gegeven worden aan onderhandelingen met landen waarheen
veel natuurlijke personen emigreren, met name de buurlanden en ook verder binnen Europa,
en wordt daarbij extra aandacht besteed aan bijvoorbeeld bepalingen voor grensoverschrijdende
dienstbetrekkingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de onderhandelingen met België.
Opkomende economieën, veranderende machtsverhoudingen en erosie multilateralisme
Door economische, demografische en geopolitieke ontwikkelingen zullen er verschuivingen
plaatsvinden in de handelsrelaties van Nederland. Zo zullen landen in met name Azië,
Zuid-Amerika en Afrika naar verwachting in de toekomst voor Nederland nog belangrijkere
handelspartners worden. In relatie tot opkomende economieën en (potentiële) handelspartners
waarmee Nederland nog geen belastingverdrag heeft, is het bijzonder belangrijk om
fiscale belemmeringen weg te nemen door middel van het sluiten van een belastingverdrag.
Tegelijkertijd lukt het momenteel zoals hierboven aangegeven juist met enkele Afrikaanse
landen niet om overeenstemming te bereiken vanwege uiteenlopende standpunten over
de verdeling van heffingsrechten. Ik bekijk daarom of het Nederlandse verdragsbeleid
in de toekomst moet worden aangepast en zal uw Kamer daarover later dit jaar nader
informeren.
Deze ontwikkelingen leiden ook tot een veranderende wereldorde, waarin nieuwe economische
en geopolitieke machten opkomen en aan invloed winnen. Binnen de huidige wereldorde
spelen meerdere grote machtsblokken een bepalende rol, waaronder de Verenigde Staten,
de EU, China, India, en Rusland. Achter deze grootmachten bestaat een veelheid van
middelgrote machten. Verschuivingen in de wereldorde werken ook door naar de internationale
fiscaliteit. Bijvoorbeeld in veranderingen in het multilaterale landschap, waarbij
naast de OESO de VN een belangrijkere rol begint te spelen in internationale belastingsamenwerking.
Tegelijkertijd kan de veranderende wereldorde ertoe leiden dat bestaande internationale
instituties aan slagkracht verliezen. Ook op het gebied van directe belastingen staat
multilaterale samenwerking onder druk. Een voorbeeld hiervan is de beperkte voortgang
binnen het OESO Pijler 1-project en de daaraan gerelateerde toepassing van nationaalrechtelijke
digitaledienstenbelastingen door diverse landen. Voor de op het buitenland gerichte
Nederlandse economie is internationale coördinatie van belastingafspraken van groot
belang. Nederland zal echter rekening moeten houden met scenario’s waarbij multilaterale
organisaties en multilaterale afspraken aan invloed inboeten. Het belang van bilaterale
(belastingverdragen) of regionale fiscale afspraken (in EU-verband) neemt dan toe.
In een veranderende wereld is het belangrijk om in te spelen op de bovengenoemde trends
van globalisering, digitalisering en protectionisme en opkomende economieën, veranderende
machtsverhoudingen en erosie van het multilateralisme. Nederland houdt voor de onderhandelingen
over belastingverdragen rekening met deze trends bij het maken van keuzes over de
inzet en prioriteiten.
2. Algemene aspecten belastingverdragen
Nederland heeft zoals hiervoor aangegeven een open economie en relatief kleine thuismarkt,
en dus een groot belang bij een uitgebreid verdragennetwerk. Nederland heeft met bijna
honderd landen een werkend belastingverdrag.5 Een belastingverdrag is bedoeld om de economische relatie tussen beide landen te
verbeteren door rechtszekerheid te verschaffen en dubbele belastingheffing weg te
nemen, waarbij ook een doel is om oneigenlijk gebruik te voorkomen. Het is voor burgers
en bedrijven dan makkelijker om grensoverschrijdend te werken en ondernemen. Daarnaast
kunnen Nederlandse werknemers en ondernemingen bijvoorbeeld op een meer gelijk speelveld
opereren op buitenlandse markten. Ook voor de betrokken belastingdiensten is een belastingverdrag
nuttig vanwege afspraken over administratieve samenwerking en informatie-uitwisseling.
In het algemeen staat Nederland open voor onderhandelingen met bijna ieder land. Vanwege
capaciteitsbeperkingen is het echter noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Voor
het maken van keuzes over het opstarten van onderhandelingen wordt onder meer gekeken
naar de aard en omvang van (potentiële) economische betrekkingen, de mogelijkheid
om verdragsbeleid te realiseren of fiscale knelpunten op te lossen en naar politieke
en diplomatieke overwegingen. Daarbij worden signalen van de Belastingdienst, het
bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgers zorgvuldig meegewogen. Nederland
is in de praktijk natuurlijk ook afhankelijk van de capaciteit en prioriteiten van
het andere land om al dan niet te onderhandelen.
De inhoudelijke inzet bij verdragsonderhandelingen wordt gebaseerd op de Notitie Fiscaal
Verdragsbeleid 2020. Hierin wordt voor diverse fiscale onderwerpen uiteengezet welke
afspraken Nederland nastreeft. Die inzet kan enigszins verschillen afhankelijk van
het land waarmee Nederland in onderhandeling is. Zo is er bij Duitsland en België
extra aandacht voor natuurlijke personen die inkomen verkrijgen uit het buurland.
Ook houdt Nederland in het verdragsbeleid rekening met de bijzondere positie van ontwikkelingslanden.
Ten aanzien van alle landen geldt uiteraard dat de uiteindelijke afspraken in een
belastingverdrag mede worden bepaald door de specifieke kenmerken van het belastingsysteem,
de inzet van de verdragspartner en eventuele compromissen.
Ten slotte wil ik graag kort stilstaan bij de verschillende stappen in de totstandkoming
van een belastingverdrag. De onderhandelingen vinden op ambtelijk niveau plaats en
vergen vaak meerdere rondes. Voorafgaand aan de onderhandelingen wordt door het onderhandelteam
aan mijzelf een mandaat gevraagd gebaseerd op de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2020.
Uw Kamer wordt via deze brief over de voortgang van deze onderhandelingen geïnformeerd
en in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Als de onderhandelingen hebben geleid
tot onderlinge overeenstemming (ambtelijk akkoord) doorlopen beide landen hun interne
procedures om het verdrag te ondertekenen. Vervolgens start de parlementaire goedkeuringsprocedure
waarin het belastingverdrag aan uw Kamer wordt aangeboden. Het verdrag treedt in werking
nadat het door beide landen is geratificeerd en zij elkaar daarvan op de hoogte hebben
gesteld.
3. Terugblik onderhandelingen en goedkeuringsprocedures in 2025
Het wijzigingsprotocol bij het belastingverdrag met Duitsland is afgelopen jaar goedgekeurd
en inwerking getreden per 1 januari 2026. Met deze wijziging zijn afspraken gemaakt
over de fiscale behandeling van thuiswerkende grenswerkers, waardoor incidenteel thuiswerken
makkelijker wordt. Daarnaast is een wijziging van de Belastingregeling tussen Nederland
en Sint Maarten ingediend bij uw Kamer.6 Hiermee worden de internationale minimumstandaarden tegen verdragsmisbruik geïmplementeerd
in de Belastingregeling. Ten slotte is het belastingverdrag met Thailand op 21 november
2025 ondertekend.
Daarnaast hebben in 2025 met de volgende landen onderhandelingen plaatsgevonden: Aruba,
België, Benin, Nigeria, Zimbabwe en Zweden. Ten slotte heeft met Suriname en Egypte
een verkennend gesprek plaatsgevonden. In paragraaf 4 wordt in meer detail bij deze
onderhandelingen en het gesprek stilgestaan.
4. Vooruitblik onderhandelingen en goedkeuringsprocedures 2026
Bij het onderhandelen en goedkeuren van belastingverdragen worden in deze brief drie
perioden onderscheiden. Een land wordt bij de categorie «verkennende fase» genoemd
als een verkennend gesprek heeft plaatsgevonden of concreet is ingepland. Voor een
land in de categorie «onderhandelingsfase» geldt dat een onderhandelronde heeft plaatsgevonden
of concreet is ingepland. Een land wordt bij de categorie «afrondende fase» genoemd
vanaf het moment dat er een ambtelijk akkoord is bereikt en het verdrag ondertekend
en geratificeerd kan worden. Hieronder wordt eerst een schematisch overzicht van de
onderhandelingen en goedkeuringsprocedures gegeven. Vervolgens wordt nader ingegaan
op de individuele landen.
Land
Status
Toelichting
Afrondende fase
Chili
Parlementaire behandeling in Nederland afgerond
Het belastingverdrag is in 2022 in werking getreden.
Het wijzigingsprotocol wacht nog op Chileense goedkeuring.
Colombia
Parlementaire behandeling in Nederland afgerond
Het belastingverdrag is ondertekend op 26 februari 2022 en goedgekeurd door uw Kamer.
Er wordt gewacht op goedkeuring in Colombia.
Sint Maarten
Parlementaire behandeling
Richten op goedkeuring in 2026. Zie ook 4.1.
Bangladesh
Ondertekend
Ondertekend op 12 maart 2024, richten op goedkeuring in eerste helft 2026. Zie ook
4.1.
Thailand
Ondertekend
Ondertekend op 21 november 2025, richten op goedkeuring in eerste helft 2026. Zie
ook 4.1.
België
Ondertekend
Ondertekend op 21 juni 2023, richten op goedkeuring in 2026. Zie ook 4.1.
Benin
Ambtelijk akkoord
Richten op ondertekening en voorleggen aan parlement in 2026. Zie ook 4.1.
Spanje
Ambtelijk akkoord
Richten op ondertekening en voorleggen aan parlement in 2026. Zie ook 4.1.
Zweden
Ambtelijk akkoord
Richten op ondertekening en voorleggen aan parlement in 2026. Zie ook 4.1.
Onderhandelingsfase
Portugal
Lopende onderhandelingen
Zie par. 4.2.1
Roemenië
Lopende onderhandelingen
Zie par. 4.2.1
Aruba
Lopende onderhandelingen
Zie par. 4.2.2
Brazilië
Lopende onderhandelingen
Zie par. 4.2.2
Ecuador
Lopende onderhandelingen
Zie par. 4.2.2
Suriname
Lopende onderhandelingen
Zie par. 4.2.2
Mozambique
Lopende onderhandelingen
Zie par. 4.2.3
Nigeria
Lopende onderhandelingen
Zie par. 4.2.3
Uganda
Lopende onderhandelingen
Zie par. 4.2.3
Zimbabwe
Lopende onderhandelingen
Zie par. 4.2.3
Nieuw-Zeeland
Lopende onderhandelingen
Zie par. 4.2.4
Verkennende fase
Peru
Mogelijk contact najaar 2026
Zie par. 4.2.2
Egypte
Verkenning mogelijk hervatten onderhandelingen
Zie par. 4.2.3
4.1 Afrondende fase
Sint Maarten
De wijziging van de belastingregeling met Sint Maarten is op 9 oktober 2025 ingediend
bij uw Kamer. Momenteel wordt gewerkt aan het beantwoorden van de vragen die zijn
gesteld door de leden van de Tweede Kamer van Nederland. Daarnaast kunnen er nog schriftelijke
vragen door de leden van de Staten van Sint Maarten volgen.
Bangladesh
Het nieuwe belastingverdrag met Bangladesh ter vervanging van het bestaande belastingverdrag
is op 12 maart 2024 ondertekend. In het nieuwe belastingverdrag zijn antimisbruikbepalingen
tegen belastingontwijking opgenomen. Bangladesh is een van de ontwikkelingslanden
die sinds 2013 zijn benaderd voor het opnemen van dergelijke bepalingen. Er is advies
gevraagd aan de Raad van State en het streven is om het verdrag in de eerste helft
van 2026 aan uw Kamer voor te leggen.
Thailand
Het belastingverdrag met Thailand is op 21 november 2025 ondertekend. Er is advies
gevraagd aan de Raad van State en het streven is om het verdrag in de eerste helft
van 2026 ter goedkeuring aan uw Kamer voor te leggen.
België
Het nieuwe belastingverdrag met België is op 21 juni 2023 ondertekend. Voor dit belastingverdrag
stellen België en Nederland een gezamenlijke toelichting op en deze is nagenoeg afgerond.
Het belastingverdrag uit 2001 kent ook een dergelijke gezamenlijke toelichting en
is bedoeld om zoveel mogelijk duidelijkheid te bieden aan de (rechts)praktijk. Gegeven
dit belang vraagt de gezamenlijke toelichting om grote zorgvuldigheid en volledige
overeenstemming tussen beide partijen. Dit heeft tot nu toe enige tijd in beslag genomen.
Er wordt naar gestreefd om het verdrag in 2026 aan uw Kamer voor te leggen. Daarbij
is het wel van belang om alvast aan te geven dat het verdrag aan Belgische zijde ook
door de Gewesten en Gemeenschappen zal moeten worden goedgekeurd.
Benin
Met Benin heeft afgelopen december in Nederland de tweede onderhandelronde plaatsgevonden
met als doel het sluiten van een belastingverdrag. Tijdens deze onderhandelronde is
er ambtelijk akkoord bereikt over het belastingverdrag. Benin behoort tot de armste
categorie ontwikkelingslanden, waardoor Nederland meer ruimte had om tegemoet te komen
aan verdergaande alternatieven. Er wordt naar gestreefd om het verdrag in de eerste
helft van 2026 te ondertekenen en vervolgens aan uw Kamer voor te leggen ter goedkeuring.
Spanje
In 2023 is door de ministerraad reeds goedkeuring verleend voor de ondertekening van
het nieuwe belastingverdrag met Spanje. Daarna is er met Spanje contact geweest over
enkele technische punten. Over deze technische punten is eind 2025 overeenstemming
bereikt. Na het informeren van de ministerraad zal samen met Spanje worden gezocht
naar een geschikt moment voor de ondertekening van het verdrag. Er wordt op gericht
de ondertekening in de eerste helft van 2026 te laten plaatsvinden en het verdrag
vervolgens aan uw Kamer voor te leggen ter goedkeuring.
Zweden
Met Zweden hebben afgelopen jaar twee onderhandelronden plaatsgevonden over een herziening
van het belastingverdrag. De onderhandelronden hebben plaatsgevonden in februari 2025
en in juni 2025. Er is inhoudelijk een ambtelijk akkoord bereikt over een nieuw belastingverdrag
ter vervanging van het verouderde belastingverdrag uit 1991. De aanleiding voor het
opstarten van de onderhandelingen was dat Nederland Zweden had benaderd om de minimumstandaarden
tegen verdragsmisbruik in het verdrag op te nemen en de afspraken over de verdeling
van heffingsrechten over pensioenen te herzien. Er wordt op gericht om het verdrag
in de eerste helft van 2026 te ondertekenen en vervolgens ter goedkeuring voor te
leggen aan uw Kamer.
4.2 Onderhandelingsfase
Voor de beschrijving van de landen in de onderhandelingsfase is een indeling per regio
aangehouden. Daarnaast wordt apart aandacht besteed aan de verdragslanden op de regeling
laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
4.2.1 Europa
België (grenswerkers)
Nederland is met België ook in gesprek over het opnemen van een mogelijke thuiswerkregeling
in het belastingverdrag om (incidenteel) thuiswerken voor grenswerkers te faciliteren.
Dit gesprek heeft nog niet geleid tot concrete afspraken.
Portugal
Nederland wil graag de afspraken over de belastingheffing van pensioen in het huidige
belastingverdrag met Portugal aanpassen. Onder het huidige verdrag kan Nederland namelijk
beperkt heffen over in Nederland gefaciliteerd opgebouwde pensioenen. Hoewel Portugal
wel een heffingsrecht heeft, blijkt Portugal dat in de praktijk slechts beperkt uit
te oefenen. Nederland zet er daarom op in om een bij voorkeur volledige bronstaatheffing
op pensioen af te spreken. Sinds de eerste onderhandelronde in 2019 is er wel contact
geweest met Portugal, maar is het tot dusver nog niet gelukt om de onderhandelingen
een vervolg geven. Daarom wordt Portugal opnieuw benaderd.
Roemenië
Met Roemenië wordt onderhandeld om het huidige belastingverdrag te moderniseren, met
name op het gebied van pensioenen. In een onderlinge overlegprocedure bleek namelijk
dat beide landen pensioenuitkeringen vanuit Nederland aan inwoners van Roemenië belasten.
De onderhandelingen zijn vergevorderd. Het streven is om de onderhandelingen in 2026
af te ronden.
4.2.2 Zuid-Amerika
Aruba
De onderhandelingen met Aruba bevinden zich in de afrondende fase. Over het opnemen
van de minimumstandaarden is reeds overeenstemming. Daarnaast worden afspraken gemaakt
over andere fiscale onderwerpen omdat er in tegenstelling tot Curaçao en Sint Maarten
nog geen bilaterale belastingregeling met Aruba bestaat.7 Er wordt alleen nog onderhandeld om de nieuwe belastingregeling voor beide partijen
budgettair neutraal te maken. Aruba buigt zich momenteel over het meest recente compromisvoorstel
daartoe van Nederland. Er wordt naar gestreefd om in 2026 de onderhandelingen af te
ronden en de nieuwe belastingregeling voor te leggen aan uw Kamer.
Brazilië
Nederland is in onderhandeling met Brazilië, in eerste instantie om de internationale
minimumstandaarden tegen verdragsmisbruik in het belastingverdrag op te nemen. Ook
wordt gesproken over het actualiseren van het verouderde verdrag. In 2024 heeft een
onderhandelronde plaatsgevonden. Hoewel er nog geen overeenstemming is, zijn de onderhandelingen
vergevorderd. Er wordt naar gestreefd om de onderhandelingen in 2026 af te ronden.
Ecuador
Nederland en Ecuador hebben in het verleden uitgesproken een belastingverdrag te willen
sluiten. Daartoe heeft in 2020 een constructief verkennend gesprek plaatsgevonden.
Sindsdien is het echter lange tijd niet gelukt om een onderhandelronde in te plannen.
In november 2025 is er op ministerieel niveau contact geweest over het voornemen om
een belastingverdrag te sluiten. Naar aanleiding van deze bespreking heeft Nederland
recent weer contact opgenomen. Hopelijk lukt het om spoedig een onderhandelronde in
te plannen met Ecuador.
Peru
Nederland heeft op dit moment geen belastingverdrag met Peru. Nederland wil de economische
relatie met Peru verder versterken doormiddel van het sluiten van een belastingverdrag.
Peru is een belangrijke handelspartner van Nederland en het land heeft de grootste
economie van de landen waarmee Nederland nog geen belastingverdrag heeft gesloten.
Ook het bedrijfsleven geeft aan dat een belastingverdrag in hun belang zou zijn. Daarom
heeft Nederland eind vorig jaar de wens voor het onderhandelen van een belastingverdrag
opgebracht bij Peru. Mede afhankelijk van beschikbare capaciteit bij Peru, wordt in
overleg gekeken of het mogelijk is om in de tweede helft van 2026 onderhandelingen
in te plannen.
Suriname
Nederland wil graag het belastingverdrag met Suriname aanpassen, in eerste instantie
om daarin de internationale minimumstandaarden tegen verdragsmisbruik op te nemen.
Daarnaast bevat het verouderde verdrag meerdere mogelijkheden voor actualisatie. In
augustus 2025 heeft een verkennend gesprek plaatsgevonden met Suriname. Het gesprek
is positief verlopen. Beide landen hebben de wens uitgesproken om het gehele verdrag,
dat dateert uit 1975, te actualiseren. In overleg met Suriname wordt een onderhandelronde
gepland.
4.2.3 Afrika
Egypte
Nederland is door Egypte benaderd met het verzoek om het belastingverdrag uit 1991
te actualiseren. Eerdere onderhandelingen hebben niet geleid tot een overeenkomst
(Nederland had Egypte benaderd om antimisbruikbepalingen in de verdragsrelatie op
te nemen). In overleg met Egypte wordt verkend of het mogelijk is om nieuwe onderhandelingen
in te plannen.
Mozambique
Met Mozambique hebben de afgelopen jaren meerdere onderhandelrondes plaatsgevonden.
De laatste onderhandelronde was in 2023. Sindsdien is er onderling inhoudelijk contact
geweest. Dit jaar zal worden bezien of, respectievelijk in hoeverre, de diverse openstaande
punten binnen het verdragsbeleid van Mozambique en Nederland kunnen worden overbrugd.
Nigeria
In juli 2025 heeft een eerste onderhandelronde plaatsgevonden in Nigeria over een
herziening van het huidige belastingverdrag uit 1991. Op veel terreinen lijkt overeenstemming
tussen beide landen mogelijk, maar een ingewikkeld onderwerp betreft de wens van Nigeria
om een zeer uitgebreide bronstaatheffing op diensten op te nemen. Bezien wordt op
welke termijn er een volgende onderhandelronde wordt ingepland.
Uganda
Met Uganda hebben in 2021 drie onderhandelrondes plaatsgevonden over de vervanging
van het huidige belastingverdrag. Ondanks de constructieve besprekingen lukte het
nog niet om op fundamentele punten overeenstemming te bereiken. In december 2024 heeft
na verloop van een wat langere periode digitaal weer een verkennende bespreking plaatsgevonden.
Daarin werd duidelijk dat de posities van beide landen op een aantal punten nog ver
uit elkaar liggen, bijvoorbeeld op het gebied van de belastingheffing van diensten.
In overleg met Uganda wordt gekeken of het zinvol is om op dit moment een nieuwe onderhandelronde
in te plannen.
Zimbabwe
Het belastingverdrag met Zimbabwe uit 1989 voldoet niet aan de internationale minimumstandaarden
tegen verdragsmisbruik. Nederland wil het belastingverdrag daarom heronderhandelen.
Een eerdere heronderhandeling in 2016 heeft niet geleid tot een verdragswijziging.
Zimbabwe liet afgelopen jaar weten graag te willen onderhandelen over een geheel nieuw
belastingverdrag. De eerste onderhandelronde vond in oktober 2025 plaats in Nederland.
Het is nog niet gelukt om overeenstemming te bereiken. Bezien wordt op welke termijn
er een volgende onderhandelronde wordt ingepland.
4.2.4 Oceanië
Nieuw-Zeeland
Nieuw-Zeeland heeft Nederland benaderd over het opstarten van onderhandelingen om
het bestaande belastingverdrag te herzien. Aanleiding is dat het belastingverdrag
verouderd is (het verdrag dateert uit 1980 en is voor het laatste gewijzigd in 2001)
en het modelverdrag van Nieuw-Zeeland is gewijzigd. Afgelopen maart is er een onderhandelronde
in Nederland geweest. De onderhandelingen verliepen in een constructieve sfeer en
een tweede onderhandelronde wordt in het najaar gepland.
4.2.5 Verdragslanden op de regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden
voor belastingdoeleinden
De regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden
bevat de Nederlandse lijst met laagbelastende staten zonder winstbelasting of met
een statutair winstbelastingtarief van minder dan 9% en de EU-lijst van niet-coöperatieve
jurisdicties. Voor landen op deze lijst gelden aanvullende antimisbruikmaatregelen.
Dit betreft bijvoorbeeld de conditionele bronbelasting op rente, royalty’s en dividenden.
De bedoeling van deze bronbelasting is om te voorkomen dat winsten naar laagbelastende
staten verschoven worden.
Als Nederland een belastingverdrag heeft met een land op de lijst, wordt Nederland
beperkt bij het heffen van de conditionele bronbelasting. Nederland heeft deze landen
daarom benaderd om het desbetreffende belastingverdrag zodanig aan te passen dat de
bronbelasting wel geëffectueerd kan worden. Vanaf 2026 geldt dat alleen nog voor Bahrein
en Panama.
Barbados
Barbados is in 2019 op de Nederlandse lijst van laagbelastende staten geplaatst omdat
het statutaire winstbelastingtarief onder de 9% lag. Barbados heeft eerder wetgeving
aangenomen waardoor een statutair tarief van 9% met terugwerkende kracht vanaf 1 januari
2024 van toepassing is. Voor het jaar 2024 gold echter een uitzondering voor bedrijven
waarvan de uiteindelijke moederentiteit is gevestigd in een land dat de wereldwijde
minimumbelasting (Pijler 2) niet heeft geïmplementeerd. Vanwege deze uitzondering
kon niet geconcludeerd worden dat Barbados een algemeen geldend tarief van minimaal
9% had. Barbados heeft bevestigd dat de uitzondering definitief niet meer geldt sinds
1 januari 2025 en daarom is Barbados van de Nederlandse lijst van laagbelastende staten
gehaald. Dit betekent dat de conditionele bronheffing niet langer richting Barbados
toegepast hoeft te worden en het niet langer noodzakelijk is om het belastingverdrag
te herzien.
Bahrein
Bahrein is in 2018 op de Nederlandse lijst van laagbelastende staten geplaatst omdat
het geen winstbelasting heeft. Mede als gevolg van de wereldwijde minimumbelasting
werkt Bahrein wel aan het introduceren daarvan. Bahrein heeft aangegeven dat het voorstel
inmiddels is uitgewerkt en het begin dit jaar bij het parlement ingediend wordt. Dit
kan ertoe leiden dat Bahrein een winstbelasting met een statutair tarief van ten minste
9% krijgt en van de Nederlandse lijst van laagbelastende staten verwijderd kan worden.
Omdat het dan niet langer noodzakelijk is om het belastingverdrag aan te passen en
dit op relatief korte termijn duidelijk zou moeten worden, is het op dit moment niet
opportuun om verdragsonderhandelingen te starten.
Panama
Panama staat sinds 2020 op de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden
(per 2021 opgenomen in de Nederlandse regeling) omdat Panama niet voldoet aan de fiscale
minimum standaard van de Gedragscodegroep8. Panama heeft eerder richting Nederland aangegeven dat het zich serieus inspant om
van de EU-lijst afgehaald te worden. Inmiddels heeft Panama, in samenspraak met de
Gedragscodegroep van de EU, een wetsvoorstel uitgewerkt dat voldoet aan de fiscale
minimum standaard. De Panamese regering heeft de intentie om dit wetsvoorstel in de
eerste helft van 2026 aan het parlement voor te leggen. Als Panama van de EU-lijst
wordt verwijderd, vervalt de noodzaak om het belastingverdrag te heroverwegen. Met
het oog op de gemaakte vooruitgang, in goede samenwerking met de Gedragscodegroep,
en het geplande wetgevingsproces in Panama wordt heroverweging op dit moment niet
opportuun geacht.
5. Tot slot
In deze brief heb ik een overzicht geboden van de belastingverdragen die op termijn
ter goedkeuring aan uw Kamer worden voorgelegd. Ook heb ik de lopende verdragsonderhandelingen
nader toegelicht. In het eerste kwartaal van volgend jaar zal ik uw Kamer hierover
opnieuw informeren. Indien zich in de tussentijd relevante ontwikkelingen voortdoen,
zal ik uw Kamer daarover informeren.
De Staatssecretaris van Financiën,
E. Eerenberg
Indieners
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën