Brief regering : Evaluatie van de afspraak over verzending geannoteerde agenda
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3386
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 april 2026
In uw brief van 16 maart jl. verzoekt de vaste Commissie voor Europese Zaken, conform
de tijdens het commissiedebat EU-informatievoorziening van 28 mei 2025 gedane toezegging
(TZ202506001), het parlementair proces rondom de Raad Algemene Zaken (RAZ) te evalueren.
Graag ga ik op dit verzoek in.
Laat ik vooropstellen dat het kabinet en de Kamer hetzelfde belang hebben: het tijdig
en gedegen informeren van de Kamer, juist ook om met elkaar een goed geïnformeerd
Europadebat te voeren. In dat kader heeft mijn voorganger toegezegd te streven naar
eerdere toezending van de geannoteerde agenda’s (GA’s) voor de RAZ. Daarbij is onderkend
dat het kabinet afhankelijk is van het Brusselse tijdschema. In praktijk betekent
dit dat de agenda van de Raad en de onderliggende informatie niet altijd tijdig beschikbaar
zijn, onder meer omdat gerelateerde besluitvorming en voorbesprekingen in Coreper
vaak tot kort voor de RAZ doorlopen. Hierdoor kan een vroeg verzonden GA inhoudelijk
beperkt zijn.
In het afgelopen jaar is ernaar gestreefd de GA uiterlijk tien dagen voor een eventueel
Commissiedebat met uw Kamer te delen. Dat is niet in alle gevallen gelukt, vaak vanwege
de late beschikbaarheid van de definitieve RAZ-agenda. Tegelijkertijd blijkt dit streven
uw Kamer te helpen bij een goede voorbereiding. Ik zal deze termijn als richtsnoer
daarom ook handhaven.
Daarnaast zal het kabinet, conform het verzoek van de Commissie Europese Zaken1, terughoudend zijn om belangrijke ontwikkelingen op het terrein van Europese Zaken
toe te voegen als bijlage bij geannoteerde agenda’s en verslagen. Tegelijkertijd vraag
ik uw begrip dat in een enkel geval – gelet op de snelheid van het Brusselse proces
– het voegen van een appreciatie bij een reeds geplande Kamerbrief de snelste manier
is om de Kamer te informeren.
Ik blijf mij inzetten om uw Kamer tijdig en zo volledig mogelijk te informeren over
de RAZ en ik ben te allen tijde bereid hierover met u in gesprek te gaan.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken