Brief regering : Politiek akkoord nieuw Douanewetboek van de Unie
31 934 Douane
Nr. 109
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 april 2026
Op 26 maart jongstleden (jl.) is tijdens de laatste politieke triloog, na drie jaar
intensieve onderhandelingen tussen de Europese Commissie, de Raad van de Europese
Unie en het Europees Parlement een akkoord bereikt over het nieuwe Douanewetboek van
de Unie (hierna: nDWU). De enorme groei in e-commerce, het toegenomen aantal taken
van de Douane en de huidige geopolitieke omstandigheden maken modernisering van de
douaneregels noodzakelijk.
Het kabinet is verheugd met het akkoord over het nDWU. Met het nDWU wordt een belangrijke
stap gezet in de noodzakelijke hervorming van de douane-unie van de Europese Unie
(EU). Om handel moderner en eerlijker te maken, worden met het akkoord douaneprocessen
vernieuwd en wordt de douanesamenwerking tussen lidstaten in de EU versterkt. Vlak
na de zomer zullen er in het Europees Parlement en in de Raad nog formele stemmingen
plaatsvinden, waardoor het politieke akkoord wordt geformaliseerd. Met deze brief
informeer ik uw Kamer over de belangrijkste uitkomsten van de onderhandelingen en
het vervolgproces.
1. Aanleiding tot hervorming van het Douanewetboek
De huidige douanewetgeving sluit niet meer goed aan bij de realiteit van vandaag.
Door de sterke groei van internationale handel, de opkomst van e-commerce en de aanhoudende
geopolitieke instabiliteit moeten douanediensten toezicht houden op veel grotere en
complexere goederenstromen, waarbij het aantal aangiften snel is toegenomen. Traditionele
werkwijzen en risicogericht toezicht zijn in deze context steeds minder effectief.
Tegelijkertijd stellen we in Europa strenge eisen aan producten die onze markt op
mogen komen rondom duurzaamheid, veiligheid en eerlijke productie. De Douane is de
autoriteit die hierop moet controleren. Ook is het belang van het beschermen van de
buitengrenzen van de Europese Unie vanwege de aanhoudende geopolitieke instabiliteit
de afgelopen jaren flink toegenomen.
Op dit moment kan onvoldoende gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die digitalisering
en data-analyse bieden. Iedere EU-lidstaat heeft bijvoorbeeld eigen nationale IT-systemen.
Deze systemen zijn niet altijd in staat met elkaar te communiceren of data uit te
wisselen. Dit veroorzaakt onnodige administratieve lasten voor het bedrijfsleven en
extra werk voor de Douane. Ook vergroot dit uiteindelijk de kansen op fouten en fraude.
Met het nDWU wordt de douane-unie toekomstbestendig gemaakt, waardoor ze beter kan
inspelen op bovengenoemde uitdagingen. Het nDWU omvat een brede modernisering van
het douanestelsel die verder reikt dan e-commerce. Vanwege de omvang en impact op
handel en logistiek wordt de hervorming gefaseerd over meerdere jaren ingevoerd. De
hervorming heeft tot doel om met innovatieve nieuwe instrumenten de handel te vergemakkelijken,
douanerechten doeltreffender te innen en strenger te controleren op niet-conforme,
gevaarlijke of onveilige goederen.
Het akkoord komt het gezamenlijke Europese belang van het versterken van de douane-unie
ten goede, waarin de lidstaten gezamenlijk de buitengrenzen van de Europese Unie beschermen
en goederen in de douane-unie vrij kunnen bewegen. Met een sterkere douane-unie zijn
Europese douanediensten beter geëquipeerd om de financiële en economische belangen
van de EU te beschermen, fraude en illegale handel tegen te gaan, eerlijke handel
te bevorderen, en de veiligheid van mensen, dieren, planten, consumenten en het milieu
te waarborgen. Intensieve samenwerking tussen de lidstaten en de Europese instellingen
heeft geleid tot een snelle en doelgerichte modernisering met voordelen voor het gehele
EU-gebied. De eerste maatregelen uit dit akkoord worden dit jaar al ingevoerd.
Hieronder licht ik de belangrijkste resultaten uit de Europese onderhandelingen over
het nDWU toe. Ik ga hierbij tevens in op de resultaten ten aanzien van de Nederlandse
prioriteiten.
2. EU-Douaneautoriteit en EU-Douane datahub
In het nDWU wordt een Europese Douaneautoriteit opgericht (EUCA). EUCA moet de samenwerking
tussen de nationale douanediensten en met andere autoriteiten versterken, en het douanetoezicht
binnen de Europese Unie moderniseren waardoor efficiënter toezicht aan de buitengrens
van de unie mogelijk wordt. Door de expertise van de lidstaten te bundelen, krijgt
EUCA een sleutelrol in de versterking van het douanetoezicht op het grensoverschrijdende
goederenverkeer, criminaliteitsbestrijding en het versterken van de interne markt.
EUCA zal daarnaast het gezamenlijk risicobeheer op de goederenstromen verder versterken.
EUCA zal worden gevestigd in Lille.1
Het doel van de EU-Douane datahub is om goederenstromen sneller en efficiënter te
verwerken. De exacte specificaties van de EU-datahub worden uitgewerkt in lagere Europese
regelgeving. Goede samenwerking tussen EUCA en het Europese bedrijfsleven is daarbij
volgens Nederland een belangrijke randvoorwaarde.
Met de EU-Douane datahub wordt een reeks gecentraliseerde elektronische diensten en
systemen ontwikkeld. In deze datahub komt alle relevante informatie over zendingen
die de EU binnenkomen en verlaten samen. Hiermee ontstaat een nieuwe wijze om informatie
te vergaren, verwerken en verbinden.
Door de nieuwe EU-Douane datahub hoeven bedrijven en andere partijen in de logistieke
keten straks relevante data maar één keer aan te leveren, en hoeven zij niet meer
bij iedere stap in het proces een douaneaangifte in te dienen. Deze informatieverplichtingen
komen op termijn geheel in de plaats van de traditionele douaneaangifte. Het overgaan
van aangiften naar indienen van data is een grote verandering omdat de verplichting
tot leveren van data bij andere partijen komt te liggen dan de partijen die op dit
moment de aangiften verzorgen. Dit vergt tijdige voorbereiding van het bedrijfsleven.
In de bepalingen van het nDWU met betrekking tot de EU-douane datahub zijn expliciete
waarborgen opgenomen ten aanzien van toegang, soevereiniteit en vertrouwelijkheid.
De datahub bevindt zich momenteel nog in de ontwerpfase en is nog niet gerealiseerd.
Ik zal in de komende periode nauw betrokken blijven bij de verdere ontwikkeling en
implementatie, teneinde te waarborgen dat deze randvoorwaarden adequaat worden geborgd.
De EU-Douane datahub wordt eerst alleen voor e-commercezendingen verplicht. Hierna
zal de datahub gefaseerd – tot 2034 – een deel van de huidige IT-systemen van de Europese
douanediensten vervangen voor de overige goederenstromen. Dit betreft een majeure
aanpassing in de Europese douanesystemen, die in een relatief kort tijdsbestek moet
worden gerealiseerd. Er is hier dan ook een reëel risico op vertraging wat in het
uiterste geval kan leiden tot het risico op uitval van geautomatiseerde ondersteuning
van de douaneprocessen. Specifiek om deze reden is er een «safeguard clause» opgenomen.
Hiermee kan de Commissie in samenwerking met lidstaten een tijdelijke technische oplossing
uitwerken mocht de datahub niet tijdig gereed zijn.
3. Toegang mkb tot douanefaciliteiten, vertegenwoordiging en logistieke processen
Het EU-certificaat dat bedrijven in de internationale handel bestempelt als betrouwbare
partner op douanegebied blijft behouden (de zogenoemde AEO-status). Hiermee blijven
douanevereenvoudigingen beschikbaar voor het mkb. Ook blijven zowel directe als indirecte
douanevertegenwoordiging bestaan. Door deze maatregelen blijft het mkb onder gunstige
voorwaarden internationaal opereren.
Voor bedrijven die aan bepaalde eisen voldoen, zoals het aantoonbaar op orde hebben
van de interne beheersing en de (directe) aansluiting van de administratie met de
op te richten EU-Douane datahub, wordt het mogelijk om de zogenoemde «Trust and Check»
status te verkrijgen. Dat betekent dat deze bedrijven vergaande vereenvoudigingen
toegekend krijgen. Op deze manier zal het nDWU bijdragen aan de vereenvoudiging van
de logistiek in de EU.
De toegang voor het mkb tot vereenvoudigingen blijft bestaan, de rol en verantwoordelijkheden
van vertegenwoordigers (logistiek dienstverleners) verandert wel. Dit vergt een tijdige
betrokkenheid van de (Nederlandse) logistieke sector om goed voorbereid te zijn.
4. Een nieuw systeem omtrent E-commerce
In mijn brief van 2 april jl. ben ik ingegaan op de oplossingen die het nDWU biedt
voor de problematiek omtrent e-commerce.2 Hier gaf ik aan dat e-commercezendingen individuele geadresseerde zendingen zijn
met een waarde tot en met € 150,–, die rechtstreeks van niet in de EU gevestigde leveranciers
aan de Europese consument worden verzonden. Sinds de opkomst en wijdverbreide adoptie
van onlineplatformen afkomstig uit derde landen is een significante groei waarneembaar
in het volume van e-commercezendingen.
Nederland is een lidstaat waar veel e-commercezendingen de Unie binnenkomen. Deze
zendingen zijn voor de Douane lastig te controleren. Dit komt doordat controlebevindingen
van individuele producten niet te extrapoleren zijn naar een groter geheel zoals dit
wel bij bulkzendingen (een veelvoud van hetzelfde goed) het geval is. Dit leidt ertoe
dat de Douane aanzienlijk meer handelingskosten maakt om de e-commercestroom te controleren dan bij andere productstromen die onder douanetoezicht staan.
Tegelijkertijd is de non-conformiteit aan Europese productregelgeving bij deze stroom
zeer hoog. Hier kan gedacht worden aan goedkoop kinderspeelgoed waar gifstoffen in
aanwezig zijn of brandgevaarlijke kleine elektronica.
In het nDWU wordt ingezet op een modern kader voor e-commerce. De maatregelen die
daaraan bijdragen, worden hierna toegelicht.
4.1. Duidelijkere verantwoordelijkheden
Op dit moment is het niet duidelijk wie in de keten verantwoordelijk is voor de fiscale
en niet-fiscale (VGEM) verplichtingen omtrent e-commercezendingen. De douanevertegenwoordiger
of een logistiek dienstverlener voorziet in de aangifte, maar de consument is op basis
van de huidige wet- en regelgeving vaak de importeur. Dit betekent dat de consument
verantwoordelijk is voor de naleving van de producteisen van een bepaalde zending.
Dit is een ongewenste situatie.
Om bovenstaande situatie op te lossen introduceert het nDWU de «importer for distance
sales». De «importer for distance sales» is verplicht ervoor te zorgen dat goederen
die de EU in geïmporteerd worden, voldoen aan alle toepasselijke wet- en regelgeving
die door de douaneautoriteiten wordt gehandhaafd. Zowel de leverancier van de goederen
als de partij die de afstandsverkoop faciliteert (bijvoorbeeld een platform) kan optreden
als «importer for distance sales». Wie in een specifiek geval als «importer for distance
sales» optreedt, blijkt impliciet uit het aanleveren van de vereiste gegevens in de
datahub voor de betreffende zending. De «importer for distance sales» moet beschikken
over een indirecte vertegenwoordiger die is gevestigd binnen de Europese Unie. Hierdoor
is voor de Douane altijd duidelijk wie verantwoordelijk is voor een zending en kan
de verantwoordelijke partij ten allen tijde worden aangesproken.
4.2. Een systeem dat bulk stimuleert
Het nDWU introduceert verschillende maatregelen die moeten stimuleren dat er vooral
gebruik wordt gemaakt van bulkzendingen. Vanuit controleperspectief heeft dit bulkmodel
de voorkeur boven miljoenen individuele pakketjes, dit is immers makkelijker en effectiever
te controleren door de Douane.
Een van deze maatregelen is de introductie van een douane-entrepot voor e-commerce,
het zogenoemde «Customs Warehouse for Distance Sales» (CWDS). Het gaat om een douane-entrepot
waarin e-commercegoederen in bulk worden opgeslagen voordat deze door de Douane worden
vrijgegeven. De Douane kan in dit douane-entrepot de controle op bulkzendingen uitvoeren
en hierna kunnen de pakketten individueel verzonden worden. Alleen aantoonbaar betrouwbare
bedrijven met een Trust & Check status kunnen de vergunning krijgen om een «Customs
Warehouse for Distance Sales» te opereren.
Daarnaast stimuleert het nDWU deze beweging door een zogenoemde «Union Handling Fee»
(UHF), oftewel een Europese handling fee, in te voeren. De UHF wordt specifiek in
het leven geroepen om controles op de e-commercestroom te vergoeden. Het gaat om een
vast bedrag dat geheven zal worden als kostenvergoeding voor de handelingskosten die
de Douane maakt om e-commercegoederen te controleren en vrij te geven. Omdat de handelingskosten
voor de bulkcontroles in het CWDS aanzienlijk lager zullen zijn dan voor individuele
pakketjes zal het bedrag van de UHF voor goederen in het CWDS lager zijn. Dit betekent
dat de invoer van bulkzendingen goedkoper zal worden dan het versturen van individuele
pakketjes.
De UHF zal naast de in december jl. overeengekomen afschaffing van de de-minimisvrijstelling
bestaan. De afschaffing van de de-minimisvrijstelling houdt in dat er per aangifteregel van zendingen tot een waarde tot en
met € 150 een fixed rate van € 3 invoerrechten moet worden betaald. Deze fixed rate
zal bestaan van 1 juli 2026 tot de invoering van de EU-Douane datahub in 2028. Hierna
zal er per zending een invoertarief worden berekend. Momenteel werkt de Europese Commissie
de lagere wetgeving voor de inrichting van deze datahub uit (waaronder de technische
specificaties).
Op dit moment is het nog onduidelijk op welke wijze de Europese Commissie, samen met
de lidstaten, de UHF wil vormgeven. Dit wordt uitgewerkt in lagere Europese regelgeving.
Ik pleit er in Europees verband voor om de vormgeving van de afschaffing de-minimisvrijstelling
en de Europese Handling Fee zoveel mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Dit komt
de uitvoerbaarheid voor zowel de Douane als het bedrijfsleven ten goede. In mijn brief
van 2 april jl. gaf ik aan dat de voorziene hoogte € 2 per aangifteregel voor individuele
zendingen bedraagt. Ook de hoogte van het bedrag van de Europese handeling fee wordt
in lagere Europese regelgeving vastgesteld. Het uiteindelijke bedrag kan dus nog afwijken
van het genoemde bedrag.
In antwoorden op schriftelijke vragen van uw Kamer is aangegeven dat Nederland ervoor
pleit om de Europese Handling Fee zo spoedig mogelijk in werking te laten treden.3 Vanwege formele stappen waaraan de implementatie is verbonden, is het de verwachting
dat deze maatregel op 1 november 2026 in werking zal treden.
4.3. Handhaving bij systematische overtredingen
Nederland is in de onderhandeling geen voorstander geweest van het invoeren van minimumboetes.
Het kabinet is van mening dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor proportionele,
doeltreffende en afschrikkende sancties en hierin beleidsruimte behoeven. Daarnaast
is het kabinet van mening dat een rechter, gelet op de omstandigheden van het geval,
de bevoegdheid moet behouden om geen sanctie op te leggen. Het door de Commissie voorgestelde
minimumkader voor douaneovertredingen en minimumboetes is in het akkoord grotendeels
vervallen, met uitzondering van de minimumboetes in de e-commercestroom bij systematische
overtredingen. Omdat juist in deze volatiele stroom kwaadwillenden douaneaangifte
kunnen doen in landen waar de boetes het laagst zijn of waar het minst wordt gecontroleerd,
acht het kabinet een minimumkader in dit geval gerechtvaardigd.
Bij systematische overtredingen op het gebied van e-commerce wordt het met het nieuwe
Douanewetboek mogelijk effectiever op te treden. Bij constatering van een eerste systematische
overtreding bedraagt de boete 1%–4% van de importwaarde van het voorgaande jaar. Bij
een tweede overtreding binnen zes maanden wordt deze boete 3%–6%, en bij een derde
overtreding kan het platform tijdelijk offline worden gezet door daarvoor aangewezen
instanties. Hierna mogen de Douaneautoriteiten ten minste zes maanden de goederen
van het bedrijf niet vrijgeven.
5. Definitie importeur
Naast de «importer for distance sales» introduceert het nDWU ook het importeursbegrip
voor import anders dan e-commerce. Dit vervangt het huidige begrip van «de aangever».
Op dit moment kan er onduidelijkheid bestaan over wie de aangever is in verschillende
stappen in het douaneproces. Ook zijn de verantwoordelijkheden voor fiscale en niet-fiscale
wetgeving niet altijd duidelijk gedefinieerd. Met de nieuwe definitie van importeur
is er altijd een duidelijke partij verantwoordelijk voor de goederen. Deze partij
moet voldoen aan zowel fiscale als niet-fiscale verplichtingen.
6. Overige Nederlandse prioriteiten
Tot slot is er in het akkoord rekening gehouden met knelpunten die het Nederlands
bedrijfsleven momenteel ervaart. Het akkoord voorziet erin dat bij overschrijdingen
van de waarde en/of hoeveelheden die opgenomen zijn in de voorwaarden van douanevergunningen
de douaneschuld teniet kan gaan. Dit enkel indien er geen werkelijk gevolg is voor
het functioneren van de betreffende douaneregeling waarvoor de vergunning is afgegeven,
en er geen sprake is van misleiding. Nederland vond het heffen en innen van een douaneschuld
in die gevallen disproportioneel. Uw Kamer heeft het kabinet via een motie verzocht
zich in te zetten voor een oplossing in de Europese wetgeving voor deze gevallen.4 Met de genoemde aanpassing in het nDWU, beschouw ik deze motie als afgedaan.
Tevens zijn, mede dankzij Nederlandse inzet, de termijnen voor tijdelijke opslag vastgesteld
op 90 dagen, en niet de drie tot zes dagen die de Europese Commissie heeft voorgesteld.
Deze termijn sluit beter aan bij de logistieke realiteit in de grote zeehavens zoals
die van Rotterdam.
7. Vervolgstappen en implementatie
Voor het nieuwe Douanewetboek in werking kan treden, volgen nog enkele stappen. Eerst
worden de teksten vertaald en juridisch gecontroleerd door de Europese Commissie in
samenwerking met de lidstaten. De formele stemmingen in het Europees Parlement en
de Raad volgen (naar verwachting) vlak na de zomer. Hierna wordt de Verordening formeel
gepubliceerd en treedt deze in werking. De artikelen uit de Verordening worden gefaseerd
van toepassing in de daaropvolgende jaren.
In het komende jaar zal de lagere Europese regelgeving uitgewerkt worden in zogeheten
uitvoerings- en gedelegeerde handelingen. Tevens zal ik de nationale douanewetgeving
zo aanpassen dat deze overeenkomt met het nieuwe Douanewetboek van de Unie. Door de
snelle inwerkintreding van de Verordening (gefaseerd van een dag na publicatie tot
twaalf maanden na publicatie) zal dit een uitdagend wetgevingsproces worden. Dit is
een risico, waarvoor ik ook de aandacht vraag aan uw Kamer. Het is voor de operationalisering
van het nieuwe douanewetboek van de Unie van belang dat het nationale wetgevings-
en parlementaire proces tijdig wordt afgerond, uiterlijk in september 2027.
De implementatie van het wetboek betekent een uitdagende periode voor zowel bedrijfsleven
als Douane. Omdat de systematiek voor het leveren van gegevens verandert en de verantwoordelijkheden
voor vele schakels in de logistieke keten wijzigt, is tijdige voorbereiding noodzakelijk.
Voor de Douane betekent de implementatie van het nDWU niet alleen een grote verandering
van de basisprocessen van de organisatie, ook zal het bedrijfsleven gedurende die
periode moeten worden voorgelicht.
8. Conclusie
Het kabinet is tevreden met de behaalde resultaten in de onderhandelingen over het
nDWU. Met het nDWU wordt de douane-unie gemoderniseerd en kan de Douane beter inspelen
op actuele uitdagingen. De belangen van het bedrijfsleven, waaronder het mkb en de
logistieke sector blijven in de hervormingen gewaarborgd. Dankzij de hervormingen
kunnen de Europese douanediensten, en dus ook de Nederlandse Douane, niet alleen goed
inspelen op toekomstige uitdagingen, maar worden ze ook beter in staat gesteld om
de huidige problemen en veranderingen aan te pakken.
De Staatssecretaris van Financiën,
E. Eerenberg
Indieners
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën