Brief regering : Reactie op het onderzoek 'Buiten beeld. De aard, omvang en modi operandi van winkeldiefstal en de weerbaarheid van de Nederlandse detailhandel'
29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit
28 684
Naar een veiliger samenleving
29 628
Politie
Nr. 502
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 april 2026
Met deze brief infomeer ik u over de uitkomsten van het onderzoek «Buiten beeld. De aard, omvang en modi operandi van winkeldiefstal en de weerbaarheid
van de Nederlandse detailhandel», dat ik uw Kamer hierbij aanbied. Het onderzoek is via het Wetenschappelijk Onderzoek-
en Datacentrum (WODC) uitgevoerd door Ipsos I&O en Bureau Beke.
Winkeldiefstal is een breed maatschappelijk probleem. Voor veel ondernemers vormt
winkeldiefstal een hardnekkig vraagstuk, dat leidt tot financiële schade en gevoelens
van onveiligheid en frustratie. Ook het winkelende publiek ervaart negatieve gevolgen
van winkeldiefstal, zowel door de impact op het ervaren winkelklimaat als in de doorberekening
in productprijzen.
Tot dusverre ontbrak het echter aan een actueel en betrouwbaar beeld van de omvang
en aard van winkeldiefstal in de Nederlandse detailhandel. Het doel van het onderzoek
is geweest om meer inzicht te krijgen in de problematiek en de bevindingen mee te
nemen in de preventieve en repressieve aanpak van winkeldiefstal vanuit zowel publieke
als private partijen. Deze brief betreft een weergave van de belangrijkste bevindingen
en aanbevelingen uit het onderzoek en mijn reactie hierop.
Bevindingen onderzoek
Het onderzoek richt zich allereerst op de aard, omvang en modi operandi van winkeldiefstal.
Vervolgens is er gekeken naar de weerbaarheid van de detailhandel tegen winkeldiefstal
en welke instrumenten er kunnen worden ingezet om die weerbaarheid te verhogen. Om
tot deze antwoorden te komen is er gebruik gemaakt van diverse kwalitatieve en kwantitatieve
onderzoeksmethoden.1
De geschatte omvang van winkeldiefstal in de Nederlandse detailhandel in 2024 wordt
geschat op tussen de 647.000 en 1.019.000 winkeldiefstallen.2 Binnen het onderzoek zijn er verschillende methoden en scenario’s verkend om tot
deze schatting te komen, omdat een dergelijke schatting onderhevig is aan verschillende
onzekerheden. Het meest plausibele scenario betreft 833.000 winkeldiefstallen. Er
is een grote kloof tussen het aantal geregistreerde winkeldiefstallen bij de politie
in 2024, bijna 39.000, en de schatting. Het onderzoek verklaart dit doordat er waarschijnlijk
slechts van 1 tot 4 procent van de winkeldiefstallen aangifte wordt gedaan bij de
politie.
Naast het aantal delicten is ook gekeken naar de omvang van de schade van winkeldiefstal.
De schade door winkeldiefstal bestaat uit omzetderving/productschade (directe schade) en de tijd die is gemoeid met de afhandeling
van winkeldiefstal en de kosten van verstoord voorraadbeheer (indirecte schade). De
directe schade door waargenomen winkeldiefstallen in de Nederlandse detailhandel in
2024 wordt geschat op een bedrag tussen € 39 en € 60 miljoen. De onderzoekers schatten
dat een ondernemer voor indirecte schade gemiddeld 3 tot 4 werkdagen per jaar kwijt
is aan de afhandeling van waargenomen winkeldiefstallen, en tussen de € 33 en € 46
miljoen aan verstoord voorraadbeheer.
Winkeldiefstal komt voor in vrijwel alle branches van de Nederlandse detailhandel.
De kenmerken van de winkel (de mate van overzicht, het klantprofiel en de ligging
van de winkel) en het type product (bijvoorbeeld de bruikbaarheid voor heling) hebben
hierbij invloed op de aard en omvang van winkeldiefstal. Of en in welke mate winkeldiefstal
voorkomt in een winkel, hangt af van de specifieke context. Het onderzoek doet hier
geen harde uitspraken over.
De onderzoekers komen tot drie typen winkeldieven. Als eerste de gelegenheidsdief:
bij incidentele winkeldiefstallen, voor eigen gebruik en zonder voorbedacht plan.
Dit is het meest voorkomende type. Als tweede de meervoudige winkeldief, met regelmatige
winkeldiefstallen, zonder duidelijk plan en zonder gebruik te maken van hulpmiddelen.
Als derde de professionele winkeldief, die stelselmatige en geplande winkeldiefstal
pleegt, gericht op heling.
In het onderzoek wordt er onderscheid gemaakt tussen drie categorieën motieven voor
winkeldiefstal:
1. Individuele beweegredenen, zoals economische deprivatie, drugsgebruik en de mogelijkheid
tot doorverkoop.
2. Faciliterende factoren die het plegen van winkeldiefstal «vergemakkelijken», zoals
de ingeschatte (lage) pakkans en geringe consequenties bij betrapping.
3. Principiële argumenten (voor rechtvaardiging), zoals de grote winsten van winkels.
Er worden verschillende werkwijzen van winkeldieven benoemd in het onderzoek. Dit
betreft een niet uitputtende lijst, juist omdat de modus operandi zich aanpast aan
ontwikkelingen in winkelkenmerken (zoals overzichtelijkheid en productaanbod).
1. Het wegstoppen van het product, eventueel met behulp van externe hulpmiddelen zoals
een geprepareerde tas.
2. Het misleiden van winkelpersoneel, bijvoorbeeld met een oude kassabon en een niet-betaald
product.
3. Het gebruiken van de (introductie van de) zelfscankassa, waaronder ook het bewust
selecteren van een goedkoper product bij de zelfscankassa terwijl iemand het duurdere
product meeneemt.
4. De toepassing van speciale vaardigheden.
Een belangrijk gesignaleerd neveneffect vormt het vertonen van agressief en/of gewelddadig
gedrag door een op heterdaad betrapte winkeldief om onder de verdenking van diefstal
uit te komen. Experts en ondernemers in het onderzoek verklaren dat dit komt door
een bredere normvervaging in de samenleving. De opstelling van publiek op de winkelvloer
is volgens de onderzoekers sinds de coronaperiode veranderd.
Tenslotte besteedt het rapport aandacht aan vier externe factoren die kunnen samenhangen
met de aard, omvang en modi operandi van winkeldiefstal. Deze ontwikkelingen zijn
in bredere zin van invloed op de detailhandel of samenleving, maar kunnen wel samenhangen
met bovengenoemde individuele factoren en beweegredenen.
1. Introductie van de zelfscankassa: 77% van de gelegenheidsdaders vindt dat winkeldiefstal
makkelijker is geworden door de introductie van zelfscankassa’s. Ook ondernemers wijzen
op een relatie tussen winkeldiefstal en zelfscankassa’s. Experts plaatsen hier vraagtekens
bij en wijzen ook op het belang van de aanpak van andere vormen van winkeldiefstal.
2. Inflatie: 70% van de daders vindt dat winkeldiefstal aantrekkelijker is geworden doordat
de prijs van producten de laatste tijd sterk is gestegen. Bij experts en ondernemers
is er twijfel over de relatie tussen inflatie en winkeldiefstal.
3. Beschikbaarheid van winkelpersoneel: 41% van de daders vindt dat winkeldiefstal aantrekkelijker
is geworden doordat er minder personeel aanwezig is in de winkels. In het onderzoek
wordt daarbij gewezen op het verloop en vooral het gebrek aan ervaring van veel van
het winkelpersoneel.
4. Normen en normvervaging ten aanzien van winkeldiefstal: slechts 60% van de daders
vindt winkeldiefstal een serieuze overtreding van de wet.
Het onderzoek gaat vervolgens in op een breed scala aan preventieve en repressieve
instrumenten voor winkeldiefstal. De meest genomen preventieve maatregelen zijn volgens
de slachtoffers het begroeten of aanspreken van klanten (66%), camerabewaking (65%)
en communiceren met andere ondernemers over verdachte situaties (27%). Met betrekking
tot repressie (maatregelen na constatering van winkeldiefstal in dit onderzoek), zijn
de meest genomen maatregelen het doen van aangifte (36%) of een melding (31%) bij
de politie. Van de ondernemers geeft daarnaast 28% aan de dader alsnog te laten afrekenen
en 27% legt een (individueel) winkelverbod op.
Er volgt een vijftal aanbevelingen voor maatregelen om de weerbaarheid van de Nederlandse
detailhandel verder te vergroten.
1. Het uitbreiden van training aan winkelmedewerkers, zowel preventief in het herkennen
en signaleren, als bij afhandeling in benaderingsvormen en het controleren van aankopen,
door de detailhandel.
2. Het inzetten van innovatieve technologieën voor de preventie van winkeldiefstal, door
de detailhandel. Denk hierbij bijvoorbeeld aan maatregelen die het verlaten van de winkel lastiger
maken als er nog niet is betaald.
3. Het centraliseren van het aangifteproces binnen winkelketens, door de detailhandel. De investering is vooral zinvol bij winkels met een bepaalde schaal en omvang.
4. Het aanpakken van normvervaging bij gelegenheidswinkeldieven middels een publiekscampagne,
met aandacht voor maatschappelijke normen, door de Rijksoverheid.
5. Het verbeteren van centrale registratie in de systematiek van (collectieve) winkelontzeggingen,
door het Centrum voor Criminaliteitspreventie (CCV).
Beleidsreactie
Ik wil allereerst benadrukken dat ik mij hard maak voor een veilig winkelgebied en
een positief ondernemersklimaat. Winkeldiefstal heeft hierin geen plek. Winkeldiefstal
is een strafbaar feit en het is dan ook van essentieel belang dat dit preventief wordt
voorkomen en repressief wordt aangepakt.
In het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC) werk ik structureel samen
met publieke en private partijen aan de brede aanpak van criminaliteit tegen het bedrijfsleven,
middels de uitvoering van het Actieprogramma Veilig Ondernemen 2023–2026. Het onderzoek
wordt, met de publicatie, dan ook gedeeld met de leden van het NPC.
Vanuit het NPC is er vorig jaar reeds invulling gegeven aan het plan voor het versterken
van de aanpak van winkeldiefstal.3 Uw Kamer is hierover geïnformeerd in het eerste en tweede halfjaarbericht politie
2025.4,
5 Dit onderzoek naar de aard en omvang van winkeldiefstal is een belangrijke bijdrage
aan de actielijn «zicht op de problematiek». Vanuit de publiek-private werkgroep wordt
gekeken naar de opvolging van de aanbevelingen.
Normvervaging
Eén van de aanbevelingen is specifiek gericht aan de Rijksoverheid, te weten de vierde
maatregel die een wens vanuit ondernemers betreft voor een publiekscampagne, met als
doel meer normnaleving door gelegenheidsdieven. Ik verken welke maatregelen mogelijk
zijn om meer normnaleving onder gelegenheidsdieven te bereiken. Ik voer hierover gesprekken,
in samenwerking met gedragsdeskundigen, met de politie, het Openbaar Ministerie, branchevertegenwoordigers
van de detailhandel en Platform Veilig Ondernemen over een kansrijke invulling.
Momenteel werk ik ook samen met de partners van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing
aan de invulling van de Week van de Veiligheid, in oktober 2026. De activiteiten tijdens
deze week richten zich op bewustwording en handelingsperspectief bij ondernemers,
middels onder andere trainingen gericht op geweld tegen winkelpersoneel.
Brede blik
De bevindingen uit het onderzoek zijn niet los te zien van bredere ontwikkelingen
en zichtbare fenomenen in de samenleving. Ik deel de zorgen rondom normvervaging in
de samenleving. Iedereen moet gerust kunnen werken, ondernemen en winkelen in het
winkelgebied. In winkels, maar ook in de horeca, tegen dienstverleners, op straat
en online komt agressie en onbeschoftheid veel te vaak voor. Wij moeten samen opkomen
voor onze normen en waarden zoals we die met elkaar hebben afgesproken. Het herstellen
van het gezag op straat is de komende periode een van mijn prioriteiten.
Ik neem de inzichten mee binnen het traject naar het volgende Actieprogramma Veilig
Ondernemen 2027–2030. In het NPC van april jl. is besproken dat een van de thema’s
binnen dit programma geweld- en vermogenscriminaliteit betreft; hieronder valt ook
winkeldiefstal en geweld tegen winkelpersoneel. Ik zet mij actief in om de bevindingen
en aanbevolen maatregelen bij de juiste partners te agenderen. Dit betreft niet alleen
de partners die uitvoering geven aan de acties uit het Actieprogramma Veilig Ondernemen
voor winkeldiefstal, maar ook aan het tegengaan van gerelateerde fenomenen als heling
en geweld tegen het bedrijfsleven.6
Tenslotte, conform het coalitieakkoord ben ik met de politie en het Openbaar Ministerie
aan het verkennen welke mogelijkheden er zijn om de mogelijkheden bij de politie voor
het afdoen van overtredingen en lichte misdrijven, waaronder (winkel)diefstal, te
verbreden.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid