Brief regering : Openstaande moties en toezeggingen op het gebied van digitalisering
26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
Nr. 1510
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT EN VAN BINNENLANDSE
ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 april 2026
Met deze Kamerbrief wordt uw Kamer geïnformeerd over openstaande moties en toezeggingen
op het gebied van digitalisering. In bijlage 1 is opgenomen om welke moties en toezeggingen het gaat en op welke pagina deze te
vinden zijn. De moties en toezeggingen zijn verdeeld over vijf onderdelen, te weten:
1. Digitale weerbaarheid en digitale autonomie.
2. Dienstbare overheid.
3. Digitale samenleving.
4. Data, Artificiële Intelligentie en Algoritmen.
5. Digitalisering algemeen.
Deze brief bevat onderwerpen die vallen onder de Staatssecretaris Digitale Economie
en Soevereiniteit en de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid.
Op deze manier wordt uw commissie in één keer geïnformeerd.
1. Digitale weerbaarheid en digitale autonomie
Motie Kathmann (GL-PvdA) – verkenning mogelijkheden cyberjaarverslag
De motie van het lid Kathmann (GL-PvdA) verzoekt de regering om met overheidsorganisaties
en het bedrijfsleven te verkennen hoe het cyberjaarverslag, op basis van de Internationale
Digitale Rapportage Standaard (IDRS), ingevoerd kan worden als brede standaard op
een wijze die leidt tot lastenverlichting en het verbeteren van de veiligheid, en
in de eerstvolgende verzamelbrief digitalisering te informeren over de uitkomsten.1 Deze verkenning richt zich op zowel de overheid als het bedrijfsleven. In januari
van 2026 is ECP Platform voor de informatiesamenleving met de verkenning gestart.
De verkenning wordt uitgevoerd in samenwerking met alle overheidslagen en het bedrijfsleven
en is naar verwachting in de zomer van 2026 afgerond. Daarna zal deze naar uw Kamer
worden verzonden.
2. Dienstbare overheid
In 2025 zijn verschillende moties over laagdrempelige en empathische ondersteuning
bij regelzaken met de overheid aangenomen, ondersteuning zoals deze ook door de Informatiepunten
Digitale Overheid (IDO’s) wordt geboden. Er zijn meerdere toezeggingen aan uw Kamer
gedaan over dit onderwerp.
Financiën IDO’s
De motie Kathmann (GL-PvdA)2 verzoekt de regering om structureel extra financiële middelen voor IDO-dienstverlening
beschikbaar te stellen. Per 1 januari 2026 is de financieringsvorm voor IDO-dienstverlening
namelijk veranderd. De specifieke uitkering (SPUK) IDO is met tien procent budgetkorting
omgezet naar een fondsuitkering (decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening).3 Uw Kamer is toegezegd om de eerder doorgevoerde tien procent budgetkorting te compenseren.4 Deze compensatie is opgenomen in de Voorjaarsnota 2026 welke op 27 maart jl. aan
uw Kamer is verzonden.5 Bij vaststelling van de Voorjaarsnota 2026 door uw Kamer wordt deze toezegging als
afgedaan beschouwd.
Dienstverlening
De gewijzigde motie van de leden Kathmann (GL-PvdA) en Vermeer (BBB) verzoekt de regering
om de regiefunctie van bibliotheken in het aansturen van Informatiepunten Digitale
Overheid te behouden.6 Er is toegezegd om uw Kamer in het vierde kwartaal van 2025 te informeren over de
bestuurlijke afspraken die bij de uitvoering van de motie hierover worden gemaakt.7 Bovendien is uw Kamer toegezegd om rekening te houden met de uniformiteit van de
dienstverlening.8 Verder verzoekt de motie Vermeer de regering om te waarborgen dat in iedere gemeente
of regio een laagdrempelige, fysieke toegang tot de digitale overheid beschikbaar
blijft, bijvoorbeeld via IDO’s of een gelijkwaardige vorm van eerstelijns publieke
dienstverlening, en hierover bindende afspraken met gemeenten vast te leggen.9
Gemeenten voeren al regie op de IDO-dienstverlening sinds de invoering van de SPUK
IDO in 2022.10 Zij spelen ook een belangrijke rol in de overheidsbrede visie op lokale, fysieke
publieke dienstverlening «Persoonlijk en Dichtbij».11 Gemeenten voeren namelijk regie op het lokale ecosysteem van publieke dienstverlening,
omdat zij hun inwoners en de lokale netwerken het beste kennen. Daarom zijn zij ook
het beste gepositioneerd om bestaande, overheidsbrede ingangen, zoals IDO-dienstverlening
en overheidsbrede loketten, beter in te bedden in de lokale netwerken. Hierbij is
een lokale aanpak op maat de inzet. Deze moet aansluiten bij de behoeften, context
en leefwereld van mensen lokaal, om zo ook het bereik van die dienstverlening te vergroten.
Het bestendigen van enerzijds de regierol van gemeenten en anderzijds de uitvoerende
rol van bibliotheken speelt hierbij een rol. Mocht de lokale context daar echter om
vragen, dan kan de gemeente de IDO-dienstverlening ook bij een andere organisatie
beleggen, mits het niveau van dienstverlening gewaarborgd blijft.
Daarnaast wordt bekeken of wetgeving op de langere termijn een passend instrument
is om de verschillende doelen te bereiken op het gebied van overheidsbrede dienstverlening.
Laagdrempelige en empathische ondersteuning, zoals onder andere geboden door IDO-dienstverlening,
wordt meegenomen in dit bredere wetgevingsvraagstuk. De Staatssecretaris van OCW en
de Minister van BZK zijn hierbij betrokken vanwege de verantwoordelijkheden voor de
bibliotheken en de interbestuurlijke verhoudingen met gemeenten.
Tegelijkertijd wordt geprobeerd uw oproep om op de korte termijn de toegang tot IDO-dienstverlening
voor burgers te waarborgen te verenigen met dit langetermijnperspectief. Er worden
bestuurlijke afspraken gemaakt met gemeenten over de versterking van het lokale netwerk,
het borgen van laagdrempelige ondersteuning en de meest passende financieringsvorm.
Deze gesprekken zijn uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 afgerond. Uw Kamer krijgt
naar verwachting aan het begin van het vierde kwartaal van 2026 een terugkoppeling
over de resultaten van deze gesprekken.
Beschikbaarheid van de Friese taal voor DigiD
Op 24 september jl. is in het commissiedebat Digitale Inclusie aandacht gevraagd voor
het belang van de beschikbaarheid van DigiD in alle talen die in Nederland worden
gesproken, waaronder het Fries. Hierop is uw Kamer toegezegd12 haar te informeren over de beschikbaarheid van andere talen zoals de Friese taal
voor DigiD te onderzoeken. Uw Kamer heeft de motie van het lid Six Dijkstra (NSC)
c.s. aangenomen waarin de regering wordt verzocht om DigiD ook in de Friese taal beschikbaar
te maken.13
Het Rijk en de provincie Friesland hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid en
zorgplicht voor de Friese taal en cultuur. Periodiek maken Rijk en Provincie bestuursafspraken
(de Bestuursafspraak Friese Taal en Cultuur van 2024–2028) waarin diverse prioriteiten
worden aangewezen om de Friese taal verder te beschermen en bevorderen. Het Rijk acht
het van belang dat burgers overheidsdiensten kunnen gebruiken in hun eigen taal, waar
mogelijk en haalbaar.
Uit onderzoek blijkt dat het mogelijk is om de DigiD-app en de website DigiD.nl naar
het Fries te vertalen. Algemene informatie op DigiD.nl kan in het Fries aangeboden
worden en gebruikers kunnen inloggen met DigiD in het Fries voor toegang tot dienstverlening.
In de Wet gebruik Friese taal14 is vastgelegd dat eenieder de Friese taal kan gebruiken in het verkeer met bestuursorganen,
voor zover deze in de provincie Friesland zijn gevestigd. DigiD is een landelijke
dienst die binnen het bestuurlijk verkeer tussen burger en overheidsinstellingen toegang
tot dienstverlening van de desbetreffende overheidsinstellingen faciliteert. Met een
vertaling van de DigiD-app en de website DigiD.nl naar het Fries kunnen gebruikers
in het verkeer met bestuursorganen gevestigd in de provincie Friesland de Friese taal
gebruiken. Het is aan de overheidsinstellingen zelf om de dienstverlening in het Fries
aan te bieden.
Voor het vertalen van DigiD naar het Fries houden we rekening met een doorlooptijd
van negen maanden. De werkzaamheden aan de vertaling van DigiD in het Fries hebben
invloed op andere prioriteiten bij Logius, zoals de Bevoegdheidsverklaringsdienst
Ouderlijk Gezag en Wettelijk Vertegenwoordigen (BVD OG en WV). Het lid Ceder heeft
onlangs in het wetgevingsoverleg van 2 maart aandacht gevraagd voor de digitale toegankelijkheid
van overheidsdienstverlening voor mantelzorgers van mensen met een beperking die handelingsonbekwaam
zijn, waarvoor deze BVD noodzakelijk is. We geven daar nu eerst prioriteit aan en
niet aan de vertaling van DigiD naar het Fries. Met deze informatie is de toezegging
afgedaan.
Motie Ceder (CU) en Bruyning (NSC) – Begrijpelijke invoering BSN op Bonaire, Sint-Eustatius
en Saba
Met de gedeeltelijke inwerkintreding Wet invoering BSN en voorzieningen digitale overheid
BES hebben alle inwoners van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba sinds 11 november 2025
een burgerservicenummer (BSN).15 De motie van de leden Ceder (CU) en Bruyning (NSC) vroeg naar specifiek beleid voor
digibeten en mensen die digitaal op afstand staan bij de invoering van het BSN.16
De voorbereidingen en implementatie is, zoals ook gevraagd in de motie, in nauwe samenwerking
met de openbare lichamen tot stand gekomen en daarbij is nadrukkelijk aandacht besteed
aan begrijpelijke communicatie en voorlichting richting inwoners. Aan de motie Ceder
Bruyning is uitvoering gegeven door:
• Een voorlichtingscampagne, offline en online, te voeren om inwoners te informeren
over wat het BSN is, waarom ze het krijgen en hoe ze met het BSN omgaan.
• Fysieke loketten in te richten waar mensen hun BSN konden ophalen.
• Ervoor te zorgen dat ook na de BSN-ophaalweken inwoners hun BSN kunnen opvragen bij
burgerzaken van de openbare lichamen en informatie kunnen krijgen.
Bij al deze acties is rekening gehouden met de op de eilanden gebruikelijke talen.
In het Aansluitplan Publieke Dienstverlening en Digitalisering, dat in 2026 naar uw
Kamer komt, zal ook aandacht zijn voor mensen die digitaal op afstand staan.17
Evaluatie Wet digitale overheid (Wdo)
De Wet digitale overheid (Wdo) is op 1 juli 2023 gefaseerd in werking getreden. Artikel
23 van de Wdo bepaalt dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(BZK) binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van de Wdo een verslag over de doeltreffendheid
en de effecten van de wet in de praktijk aan beide Kamers toestuurt. Hierbij moet
in het bijzonder aandacht worden geschonken aan de getroffen maatregelen op het gebied
van beveiliging, privacybescherming en de toegankelijkheid van elektronische dienstverlening.
Op grond van artikel 1 van het Besluit houdende departementale herindelingen met betrekking
tot digitale zaken is de Minister van Economische Zaken en Klimaat18 belast met aangelegenheden op het terrein van digitale zaken die voorheen waren opgedragen
aan de Minister van BZK. Ingevolge de portefeuilleverdeling kabinet-Jetten19 is Staatssecretaris Digitale economie en soevereiniteit verantwoordelijk voor de
kaderstelling digitale overheid en daarmee voor de Wdo. De Staatssecretaris BZK is
verantwoordelijk voor de realisatie van de digitale overheid, waaronder de realisatie
en het beheer van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Daarom sturen wij u
gezamenlijk de evaluatie van de Wdo toe. Deze heeft betrekking op de eerste fase die
nu in werking is. De onderzoekers hebben bij deze evaluatie de volgende vraag beantwoord: in hoeverre is de Wdo doeltreffend en wat zijn de effecten van de Wdo, in het bijzonder
op het gebied van privacybescherming en toegankelijkheid van elektronische dienstverlening
in de praktijk?
Zodra de overige bepalingen in werking zijn getreden, zullen ook die geëvalueerd worden
en zal die evaluatie aan beide Kamers toegezonden worden.
Wet digitale overheid
De Wdo is een kaderwet die waarborgen biedt aan burgers en ondernemers bij de dienstverlening
van de digitale overheid. De wet regelt algemene principes, taken en verantwoordelijkheden
en procedures, geen gedetailleerde regels. De wet zorgt zo voor flexibiliteit bij
nieuwe ontwikkelingen. De Wdo is ook toekomstbestendig: belangrijke waarden en zekerheden
voor burgers, zoals gebruikersvriendelijkheid, betrouwbaarheid, veiligheid, privacy
en digitale inclusie zijn geborgd.
De Wdo vormt de eerste tranche van regelgeving ten behoeve van verdere digitalisering
van de overheid en beoogt de beweging naar de inzet van veiligere inlogmiddelen overheidsbreed
te bewerkstelligen. De eerste tranche van de Wdo regelt dat alleen erkende inlogmiddelen
voor toegang tot publieke dienstverlening zijn toegestaan, en biedt ook handvatten
waarmee publieke dienstverleners het juiste beveiligingsniveau van hun dienstverlening
kunnen bepalen. Ook biedt de Wdo de Minister van EZK de bevoegdheid om standaarden
te verplichten in het elektronische verkeer met de overheid en regelt de wet de verantwoordelijkheid
van de Minister van BZK voor het beheer van de voorzieningen en diensten binnen de
GDI.
Op dit moment wordt door mij gewerkt aan een uitvoeringswet, inclusief aanpassing
van de Wdo, waarmee de herziene eIDAS-verordening wordt geïmplementeerd. Hierdoor
wordt het voor burgers mogelijk om veilig en betrouwbaar met een publieke EDI-wallet
in te loggen en gegevens te delen met de overheid, maar ook met andere organisaties.
Belangrijk daarbij is dat burgers daarvoor zelf kunnen kiezen, want gebruik van deze
de wallet wordt vrijwillig. De beleidsvorming wordt naar verwachting dit jaar afgerond.
Op basis hiervan zou eind 2026 een uitvoeringswet in consultatie gebracht kunnen worden.
Verwachting is dat de uitvoeringswet – afhankelijk van de parlementaire behandeling
– in 2028 in werking zou kunnen treden.
Bevindingen onderzoekers
De onderzoekers constateren dat de Wdo (als kader), voor zover in werking getreden,
een toereikend instrumentarium biedt om het beoogde doel te kunnen bewerkstelligen.
De Wdo heeft bijgedragen aan bewustwording rond veilig digitaal handelen en aan het
bepalen van het juiste betrouwbaarheidsniveau bij digitale transacties.
De onderzoekers stellen ook vast dat de Wdo nadrukkelijk de verantwoordelijkheid van
de Minister van BZK voor het beheer van GDI voorzieningen en diensten vastlegt en
ruimte biedt voor de ontwikkeling van aanvullende GDI voorzieningen. Tenslotte wordt
als positief punt aangemerkt dat er al enkele verplichte standaarden zijn aangewezen.
Aanvullend hierop geven de onderzoekers aan dat er in de uitvoering nog wel belangrijke
stappen zijn te zetten om de doelen van de Wdo daadwerkelijk te kunnen bereiken.
Zo is de realisatie van de randvoorwaardelijke ICT-voorzieningen (Stelsel Toegang)
nog niet gereed. Het effect – de toelating van betrouwbare nieuwe inlogmiddelen –
blijft daardoor uit, aldus de onderzoekers. De onderzoekers stellen tevens dat aan
de inrichting van het toezicht op de Wdo nog geen invulling is gegeven. Zij bevelen
aan om het toezicht onder de Wdo te heroverwegen en bij een onafhankelijke toezichthouder
te beleggen.
De onderzoekers wijzen ook op het ontbreken van een voorziening ten behoeve van wettelijke
vertegenwoordiging en op het feit dat DigiD op het betrouwbaarheidsniveau hoog nog
niet breed beschikbaar is.
De onderzoekers bevelen tot slot aan om de dialoog met het veld te intensiveren, en
in te zetten op verwachtingenmanagement bij publieke dienstverleners over de effectuering
van de Wdo, ook in relatie tot toekomstige ontwikkelingen op het terrein van het EDI-stelsel
en de wallet.
Reactie op de bevindingen
Ik ben blij met de constatering van de onderzoekers dat de Wdo een toereikend instrumentarium
biedt om het beoogde doel te kunnen bewerkstelligen en bijdraagt aan het toekomstvast
regelen van de digitale overheid en aan bewustwording rond veilig digitaal handelen
en aan het bepalen van het juiste betrouwbaarheidsniveau van digitale transacties.
De bevindingen worden voor een belangrijk deel herkend en de aanbevelingen worden
ter harte genomen. Daarbij is het belangrijk om aan te geven dat de onderzoekers de
evaluatie niet beperkt hebben tot de artikelen die in werking zijn getreden. Zij doen
ook uitspraken over artikelen die niet inwerking zijn getreden. Ook ziet een deel
van de bevindingen op de realisatie van de Wdo, hetgeen ressorteert onder de Staatssecretaris
van BZK.
Met de realisatie van de randvoorwaardelijke ICT-voorziening, het Stelsel Toegang,
geeft de Minister van BZK uitvoering aan een stelsel waarmee (semi-)publieke dienstverleners
geholpen worden om te voldoen aan de acceptatieplicht van toegelaten inlogmiddelen
onder de Wdo. Het toelaten van private inlogmiddelen zal naar verwachting leiden tot
meer innovatie binnen de markt van inlogmiddelen en burgers en bedrijven krijgen zelf
de keuzevrijheid met welk inlogmiddel ze kunnen inloggen. Daarnaast wordt met het
Stelsel Toegang uitvoering gegeven aan de politieke en maatschappelijke wens om wettelijk
vertegenwoordigen mogelijk te maken, zodat burgers en bedrijven namens een ander digitaal
zaken kunnen doen met de overheid20. Thans lopen de consultaties van het besluit waarin dit geregeld wordt (Verzamelbesluit
digitale overheid i.v.m vertegenwoordigen). Over een verkenning naar gebruiksvriendelijke
alternatieven voor DigiD Hoog is gecommuniceerd in de Verzamelbrief van 11 juli 202521. De acceptatieplicht voor de onder de Wdo toegelaten middelen zal naar verwachting
eind 2027 in werking kunnen treden. Hiervoor is nodig dat een toelatings- en erkenningsproces
is ingericht waarmee belangstellende partijen zich kunnen aanmelden.
De dialoog met het veld over de realisatie van het Stelsel Toegang is vanuit het Ministerie
van BZK al geïntensiveerd. Er is een implementatieteam ingericht dat publieke dienstverleners
informeert over de voortgang van de realisatie van het Stelsel Toegang en de wijze
van aansluiten. Ook worden er op reguliere basis overleggen georganiseerd met publieke
dienstverleners. Daarbij wordt samen met publieke dienstverleners ook uitdrukkelijk
aandacht besteed aan de samenhang tussen het Stelsel Toegang en de wallet/Europese
Digitale Identiteit-stelsel (EDI-stelsel).
Voor wat betreft de naleving van de overige verplichtingen onder de Wdo, zal bij het
aansluiten van de publieke dienstverleners op het Stelsel Toegang worden getoetst
of zij hun diensten hebben geclassificeerd. Mocht er op basis van de praktijk aanleiding
toe zijn, kan het toezicht worden aangescherpt. Het toezicht op publieke dienstverleners
voor wat betreft de beveiliging van de toegang tot elektronische diensten zal met
een auditplicht, volgens de huidige praktijk van de ICT-beveiligingsassessments DigiD, ingericht worden. Daarnaast is, om het feitelijk gebruik te meten,
onder het Stelsel Toegang een monitoringsysteem voorzien, zoals nu bijvoorbeeld ook
gehanteerd wordt voor de GDI-voorzieningen. De aanbeveling om het toezicht onder de
Wdo weg te halen bij verantwoordelijke Ministers en bij een onafhankelijke toezichthouder
te beleggen, neem ik in overweging.
De naleving van een aantal verplichtingen, die gelden onder de Wdo, is nog niet voldoende
ingeregeld. Dit geldt met name voor het toezicht op de naleving van de verplichte
standaarden. De Kamer is bij brief van 16 februari 2026 geïnformeerd dat vanuit de
Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) wordt ingezet op een versterkte aanpak
op het afspreken, invoeren en handhaven van (digitale) standaarden, inclusief ondersteuning
bij het invoeren daarvan.22 Het Ministerie van BZK zet hierbij in eerste instantie in op het, via implementatieteams,
helpen van overheidsorganisaties bij de implementatie van de verplichte standaarden.
Eventuele handhavingsinstrumenten kunnen ingezet worden wanneer deze helpende hand
niet tot het gewenste resultaat leidt.
3. Digitale Samenleving
Motie Koops (NSC) – Concrete voorstellen voor versterkte aanpak online intolerantie
Het lid Koops (NSC) heeft de regering per motie verzocht te komen met concrete voorstellen
voor een versterkte aanpak van online intolerantie, en specifiek met voorstellen om
online-echokamers te doorbreken, en hierbij in ieder geval, in overleg met toezichthouders
en onlineplatforms, te onderzoeken hoe de inzet van trusted flaggers met specifieke expertise op het gebied van antisemitisme kan worden vergroot en versterkt.23 Deze motie sluit aan bij de in het coalitieakkoord opgenomen passages over een veilige
en gezonde online omgeving voor iedereen.24
In het Plan van aanpak tegen online discriminatie staan meerdere concrete voorstellen
voor de aanpak van online intolerantie en het bestrijden van echokamers. Dankzij de
inwerkingtreding van het toezicht op de Digitale Dienstenverordening zijn platformen
verplicht om transparant te zijn over hoe hun algoritmische systemen werken en over
al hun content moderatie beslissingen. Ze worden ook verantwoordelijk gehouden voor
de maatschappelijke risico’s die voortvloeien uit hun diensten, en gebruikers hebben
recht op een niet-gepersonaliseerde «feed». Toezichthouders zijn al verschillende
procedures gestart om deze verplichtingen te handhaven. Vanuit het plan van aanpak
online discriminatie zal dit jaar ook een landelijk gesprek starten over online normen
en waarden. Daarin gaan op fysieke locaties in het land in gesprek over wat we wel
en niet acceptabel vinden online, en gaan we via een eigen niet-polariserend dialoogplatform
het gesprek faciliteren om echokamers te doorbreken. We zetten bovendien in op het
versterken van de uitvoering van de digitaledienstenverordening (DSA) door potentiële
trusted flaggers met specifieke expertise op het gebied van antisemitisme te ondersteunen in het vervullen
van hun rol.25 Daarvoor werken we samen met de Nationaal Coördinator Antisemitisme Bestrijding.
Hiermee is de motie Koops uitgevoerd.
Leeftijdsverificatie-applicatie
In opdracht van de Europese Commissie is afgelopen zomer een blauwdruk voor een online
leeftijdsverificatie-applicatie gepresenteerd.26 Er zijn meerdere toezeggingen aan uw Kamer gedaan die betrekking hebben op deze applicatie.27,
28,
29 De motie van de leden Ceder (CU) en Six Dijkstra (NSC) raakt hier ook aan.30 Het doel van de applicatie is online platforms aansporen om te voldoen aan de verplichtingen
uit de DSA om minderjarigen online te beschermen. Dit EU-initiatief heeft tot doel
een geharmoniseerde, privacybeschermende en gebruiksvriendelijke aanpak te bieden
die in de gehele EU kan worden overgenomen door lidstaten en/of online diensten. Het
idee is dat lidstaten of private partijen deze blauwdruk gemakkelijk om kunnen zetten
naar de nationale context. Dit kan door middel van een aparte (standalone) applicatie voor leeftijdsverificatie óf door de leeftijdsverificatie-functie zoals
technisch beschreven in de blauwprint te integreren in een andere nationale app (bijvoorbeeld
een EUDI Wallet). De Europese Commissie verwacht dit voorjaar ook Zero Knowledge Proof toe te voegen aan de specificaties van deze blauwdruk. Zero Knowledge Proof is een cryptografische methode waarmee kan worden bewezen dat iemand boven een bepaalde
leeftijd is, zonder dat de leeftijd of identiteit van een persoon hoeft te worden
onthuld.
Aan TNO is gevraagd om te kijken naar de organisatorische, juridische, technische
en financiële haalbaarheid van nationale implementatie van een losse standalone leeftijdsverificatie-applicatie in Nederland. Hierbij kijkt TNO ook naar de impact
op belangrijke waarden, zoals privacy, betrouwbaarheid, veiligheid en toegankelijkheid.
Uw Kamer is toegezegd hierover verder geïnformeerd te worden. De resultaten van dit
onderzoek zijn eind januari opgeleverd. Samen met experts worden deze resultaten geapprecieerd.
Op basis van deze appreciatie zal uw Kamer naar verwachting later dit voorjaar geïnformeerd
worden.
Meerjarige publiekscampagne
Aan de Kamer is toegezegd om een meerjarige publiekscampagne over smartphonegebruik
op te zetten en hierop terug te komen.31 De campagne betreft een drieluik en heeft als doel om ouders te stimuleren hun kinderen
online te beschermen en hierbij te ondersteunen met informatie en praktische tips.
Met onderstaande informatie wordt deze toezegging nagekomen.
De lancering van de eerste deelcampagne «Blijf in Beeld bij jouw kind online» vond
plaats op 8 september 2025 en duurde een maand. Het stimuleren van ouders om afspraken
met hun kinderen (7–12 jaar) te maken als zij hun eerste smartphone krijgen stond
hierin centraal. Via televisie (zendtijd Rijksoverheid), branded content, online video’s en banners via sociale media zijn mensen geïnformeerd. In alle gevallen wordt verwezen naar
de website jouwkindonline.nl voor meer informatie en ervaringsverhalen van andere
ouders. Op Rijksoverheid.nl is ook een campagnetoolkit met communicatiematerialen
beschikbaar, zoals beeldmateriaal, video’s, posts op sociale media, en de afsprakenkaart.32
Uit onderzoek blijkt dat de eerste deelcampagne impact had.33 Mensen herkennen de campagne en waarderen deze. Ook snapt men de boodschap en hun
gevoel van urgentie wordt verhoogd. Tegelijkertijd valt er winst te behalen op het
ervaren van persoonlijke risico («dit kan mijn kind overkomen»), het gevoel van handelingsbekwaamheid
en het aantal bezoekers van de website. In augustus herhalen we de campagne op televisie,
tijdens de tweede deelcampagne, en daarnaast maken we nieuwe uitingen voor inzet op
sociale media. Ook verbeteren we de website door meer nadruk te leggen op direct toepasbare
tips en toegankelijkere teksten. Op die manier ondersteunen we de handelingsbekwaamheid
van ouders beter. Uw Kamer wordt ook geïnformeerd over de verdere delen van de publiekscampagne
en de uitkomsten daarvan wanneer deze zijn geëvalueerd.
4. Data, Artificiële Intelligentie en algoritmen
GPT-NL bij de overheid
Tijdens het Notaoverleg Nederlandse Digitaliseringsstrategie op 29 september 2025
is toegezegd dat uw Kamer schriftelijk informatie ontvangt over GPT-NL.34 Met onderstaande informatie wordt deze toezegging nagekomen.
GPT-NL35 is een taalmodel dat zich richt op Nederlandse taal en cultuur, ontwikkeld door TNO
en getraind op basis van kwalitatief hoogwaardige, Nederlandse data die rechtmatig
verkregen zijn. Er is transparantie over de trainingsdata en een deel van de opbrengsten
vloeit terug naar de auteursrechthebbenden. Het basismodel is tot stand gekomen op
basis van een subsidie, die eind 2023 is toegekend door Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland (RVO).
De doorontwikkeling van dit taalmodel wordt, ook in de geest van motie Six Dijkstra
(NSC) c.s.36, gestimuleerd, aangezien deze innovatie kan bijdragen aan de digitale autonomie van
Nederland en in lijn is met Europese waarden. Dit gebeurt in het kader van de Nederlandse
Digitaliseringsstrategie (NDS), waarin GPT-NL onderdeel is van de prioriteit AI. In
de huidige fase beproeven we GPT-NL in de praktijk bij een aantal use cases binnen de overheid. Het gaat onder meer om een digitale assistent op overheid.nl,
een communicatie-assistent die helpt brieven begrijpelijker te maken voor burgers
en ondernemers, en een virtuele gemeente-assistent die burgers helpt antwoorden te
vinden op allerlei vragen in de context van hun gemeente.37 Dat maakt de overheid tot een van de launching customers van GPT-NL.
GPT-NL (TNO) voert zelf ook pilots uit met organisaties binnen en buiten de overheid
om het model te verbeteren. Overheden worden gewezen op het belang van het aanleveren
van betrouwbare data waar dit mogelijk is. Wanneer GPT-NL een passend kwaliteitsniveau
heeft bereikt, zetten we in op het overheidsbreed aanbieden van dit taalmodel. Met
deze acties willen we ook de private sector stimuleren, zodat ook bedrijven overwegen
om data te leveren of het model af te nemen.
5. Digitalisering algemeen
Adviesfunctie digitaliseringsportefeuille en NDS-Raad
Dit kabinet heeft voor het eerst de coördinerende rollen op digitale economie, overheid
en samenleving bij één bewindspersoon belegd. Met deze nieuwe en bredere portefeuille
is het van belang snel en in wisselende samenstellingen integraal advies in te winnen.
Het is daarbij de wens dat de perspectieven van maatschappelijke organisaties, het
bedrijfsleven, medeoverheden, kennisinstellingen en de samenleving samenkomen, waarbij
er afhankelijk van het vraagstuk voldoende ruimte is voor verschillende experts en
samenstellingen.
Om deze reden is ervoor gekozen niet door te gaan met de NDS-Raad.38 De inzet op de Nederlandse Digitaliseringsstrategie blijft onverminderd groot, net
als de samenwerking met het Rijk, de medeoverheden en publieke dienstverleners binnen
het Bestuurlijk Overleg Digitalisering. Ik ben de leden van de NDS-Raad dankbaar voor
hun inzet en zal hun kennis en expertise daar waar passend blijven betrekken. Op een
later moment zal ik het reeds gevraagde advies van de NDS-Raad over de Digitale Dienst
nog in ontvangst nemen. Uw Kamer wordt in de Kamerbrief over de strategische inzet
op mijn digitaliseringsportefeuille verder geïnformeerd over de (her)inrichting van
de bestaande adviestafels.
Coördinerende rollen op digitale overheid
Uw Kamer is toegezegd geïnformeerd te worden over hoe er invulling wordt gegeven aan
een onderzoek naar de ruimte die aan een coördinerend bewindspersoon voor digitalisering
wordt geboden door artikel 44 in de Grondwet; ook in het kader van één digitale overheid.39
De knelpunten in de uitvoering van de coördinerende rol zijn geïnventariseerd. Hieruit
bleek dat de uitoefening van de coördinerende rol in juridische zin niet wordt belemmerd
door artikel 44 Grondwet. Een coördinerend bewindspersoon heeft immers de handelingsopties,
zoals geschetst in het Handelingskader coördinerende bewindspersonen.40 Voor de coördinerende rol op het gebied van digitalisering van de rijksdienst is
een aantal van de in het Handelingskader genoemde opties gerealiseerd via het Coördinatiebesluit
organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen rijksdienst. Zo kunnen kaders vastgesteld
worden ter bevordering van de eenheid, de kwaliteit of de efficiëntie van de bedrijfsvoering
en de informatiesystemen van de ministeries. Bij die kaders kunnen werkzaamheden worden
aangewezen die ten behoeve van alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries
zullen worden uitgevoerd door een daarbij aangegeven organisatieonderdeel van een
van de ministeries. Ook kunnen bij die kaders voorzieningen worden aangewezen die
in verband met de noodzakelijke interoperabiliteit of beveiliging voor bepaalde informatiesystemen
van alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries zullen worden gebruikt.
Gegeven de huidige portefeuilleverdeling binnen het kabinet dient nog te worden bezien
of dit coördinatiebesluit zal moeten worden aangepast.
Verder geldt er een verplichting voor de Ministers om de door de coördinerend bewindspersoon
gevraagde gegevens over de organisatie, de bedrijfsvoering en de informatiesystemen
van de ministeries te verstrekken en kunnen daarbij kaders vastgesteld worden voor
de wijze waarop de gegevens over de informatiesystemen worden verstrekt.
Daarnaast ondersteunt de Wet digitale overheid de coördinerende rol voor de gehele
overheid. Met dit instrumentarium in de hand vullen wij deze kabinetsperiode de coördinerende
rol op het gebied van digitalisering stevig in. Met deze informatie beschouwen we
de toezegging als afgedaan.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
W.J.M. Aerdts
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg
Indieners
-
Indiener
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Medeindiener
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties