Brief regering : Reactie op de motie van het lid Hoogeveen over onderzoeken of een overdraagbaar heffingsvrij resultaat de gesignaleerde ongelijkheid zou mitigeren (Kamerstuk 32140-292)
32 140 Herziening Belastingstelsel
Nr. 303
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 april 2026
Hierbij bied ik uw Kamer de beantwoording aan van de op 20 maart 2026 ingezonden Kamervragen
van het lid Hoogeveen (JA21) over de verhouding tussen de vermogensaanwasbelasting
en het verbod op een individuele en buitensporige last onder artikel 1 van het Eerste
Protocol bij het EVRM, alsmede over de ongelijke werking van het heffingsvrije resultaat
voor belastingplichtigen met een volatiel rendement en belastingplichtigen met vermogen
in de vermogenswinstsystematiek (kenmerk: 2026Z05634).
Tijdens het Tweeminutendebat Fiscaliteit op 26 maart 2026 heeft het lid Hoogeveen
motie met Kamerstuk 32 140, nr. 292 ingediend. De motie verzoekt de regering te onderzoeken of een overdraagbaar heffingsvrij
resultaat de gesignaleerde ongelijkheid zou mitigeren en de Kamer hierover te informeren
bij het Belastingplan 2027. In de beantwoording van vraag 17 van de Kamervragen zijn
de uitkomsten van het onderzoek weergegeven. Uit het onderzoek blijkt dat een dergelijke
aanpassing in strijd is met een van de beleidsdoelen, namelijk het beperken van het
aantal belastingplichtigen dat aangifte moet doen voor box 3. Daarnaast zijn er negatieve
budgettaire gevolgen die volgens de begrotingsregels gedekt moeten worden. Daar komt
bij dat een overdraagbaar heffingsvrij resultaat voor de Belastingdienst zal leiden
tot een massaal IH-proces. Dit is voor de Belastingdienst een bewerkelijk proces dat
een ingrijpende wijziging in de ICT-systemen van de Belastingdienst vereist en daarnaast
ook naar verwachting veel impact hebben op de uitvoering. Het kabinet is alles overziend
niet voornemens om een overdraagbaar heffingsvrij resultaat te introduceren in het
toekomstige box 3-stelsel. Met deze beantwoording wordt de motie als afgedaan beschouwd.
De Staatssecretaris van Financiën,
E. Eerenberg
Ondertekenaars
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën