Brief regering : De Nederlandse inzet tijdens de Toetsingsconferentie van het Non-Proliferatieverdrag (NPV) 2026 op het terrein van nucleaire ontwapening, non-proliferatie en het vreedzaam gebruik van nucleaire technologie
33 783 Nucleaire ontwapening en non-proliferatie
Nr. 53
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 april 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de Nederlandse inzet tijdens de Toetsingsconferentie
van het Non-Proliferatieverdrag (NPV) op het terrein van nucleaire ontwapening, non-proliferatie
en het vreedzaam gebruik van nucleaire technologie. Het NPV vormt het centrale kader
voor internationale inspanningen op het gebied van nucleaire wapenbeheersing, non-proliferatie
en ontwapening, gericht op het beperken van nucleaire risico’s en het bevorderen van
internationale veiligheid en stabiliteit.
De Toetsingsconferentie vindt plaats van 27 april tot en met 22 mei 2026 op het VN-hoofdkantoor
in New York. Leden van de Staten-Generaal zijn per Kamerbrief (2026D09254) uitgenodigd om aan de Toetsingsconferentie deel te nemen. Het Ministerie van Buitenlandse
Zaken verzorgt voor aanvang van de Toetsingsconferentie graag een inhoudelijke ambtelijke
briefing voor (deelnemende) Kamerleden. Ik zal na afloop van de Toetsingsconferentie
rapporteren over de resultaten.
Nucleaire wapenbeheersing, non-proliferatie en ontwapening in een veranderende wereld
Europa heeft te maken met fundamentele veiligheidsuitdagingen door geopolitieke dreigingen,
internationale verschuivingen en technologische ontwikkelingen. Het internationale
klimaat wordt gekenmerkt door machtsrivaliteit, toegenomen onvoorspelbaarheid, het
beëindigen en/of aflopen van wapenbeheersingsverdragen en druk op bestaande internationale
normen en afspraken. De bereidheid tot het zoeken en vinden van compromissen neemt
af, terwijl multilaterale afspraken, dialoog en vertrouwen juist essentieel zijn om
het risico op kernwapengebruik alsook verdere verspreiding van kernwapens te beperken
en stappen richting wapenbeheersing en uiteindelijk ontwapening mogelijk te maken.
Zo heeft de illegale oorlog van Rusland tegen Oekraïne het Europese veiligheidsklimaat
fundamenteel veranderd en de situatie in het nucleaire domein (nog verder) verslechterd.
Rusland heeft nucleaire dreigementen gebruikt om NAVO-landen te weerhouden van militaire
steun aan Oekraïne, moderniseert al langer zijn kernwapenarsenaal, introduceert nieuwe
nucleaire overbrengingsmiddelen en ondermijnt de mondiale wapenbeheersingsarchitectuur.
In februari dit jaar is het New START-verdrag verlopen, waarmee de limieten op de
strategische kernwapenarsenalen van de Verenigde Staten en Rusland, evenals de bijbehorende
verificatiemechanismen, zijn weggevallen. Tegelijkertijd breidt China zijn nucleaire
arsenaal in hoog tempo en op ondoorzichtige wijze uit, terwijl het zich onttrekt van
enige dialoog over wapenbeheersing. In het huidige conflict in het Midden-Oosten evenals
tijdens de Twaalfdaagse Oorlog van juni 2025, wijzen de VS en Israël op de zorgen
over Irans nucleaire programma en de vermeende ontwikkeling van een kernwapen als
directe aanleiding voor hun aanvallen op Iran. Daarnaast zijn er al lange tijd zorgen
over de proliferatie van kernwapens en nucleaire activiteiten van Noord-Korea. Het
nucleaire wapenbeheersings- en ontwapeningsdossier staat onder toenemende druk.
In de huidige Europese veiligheidscontext is geloofwaardige en effectieve nucleaire
afschrikking door de NAVO voor Nederland van essentieel belang. Het fundamentele doel
van de nucleaire capaciteit van de NAVO is om vrede te bewaren, dwang te voorkomen
en agressie af te schrikken. Nederland draagt met de uitvoering van de kernwapentaak
bij aan de bondgenootschappelijke afschrikking, en dus aan de veiligheid van het NAVO-verdragsgebied
en van Nederland zelf.
Tegen de achtergrond van genoemde toenemende internationale druk, zal de Nederlandse
inzet erop gericht blijven de nucleaire afschrikking van de NAVO en de Nederlandse
kernwapentaak daarbinnen te beschermen, met volledige inachtneming van de verplichtingen
onder het NPV. De zogeheten nuclear sharing arrangements van de NAVO bestaan reeds decennia en zijn volledig in lijn met het NPV. Ze waren
onderdeel van de onderhandelingen over het NPV en geen van de verdragspartijen heeft
formeel bezwaar aangetekend tegen de afspraken bij de ondertekening van het verdrag
in 1968, de inwerkingtreding in 1970 of in de decennia daarna. Nauwe afstemming binnen
de NAVO is essentieel, zodat het bondgenootschap eensgezind en geloofwaardig kan blijven
optreden op het gebied van nucleaire afschrikking.
Uw Kamer is recent geïnformeerd over het kabinetsbesluit om in te gaan op het Franse
aanbod voor een strategische dialoog over Europese nucleaire en conventionele afschrikking
(zie Kamerstuk 33 279, nr. 40). Dit versterkt de Europese dimensie van de Franse nucleaire afschrikking en komt
daarmee de veiligheid van het NAVO-grondgebied en dus ook Nederlandse veiligheid ten
goede.
Een kernwapenvrije wereld blijft het uiteindelijke doel van de NAVO en ook van Nederland.
In deze veranderende wereld maakt het kabinet doorlopend een afweging tussen het streven
naar een wereld zonder kernwapens en de veiligheidssituatie van het moment. Eenzijdige
ontwapening door NAVO-bondgenoten maakt de wereld voor Nederland niet veiliger. Ontwapening
is een complex proces van lange adem. Omdat dit doel van veel spelers afhankelijk
is en gekoppeld is aan de mondiale veiligheidssituatie, is het per definitie een proces
met stapsgewijze, incrementele vooruitgang en soms – al dan niet tijdelijke – achteruitgang.
Het huidige tijdsgewricht vraagt om realisme ten aanzien van de ontwapeningsdoelen
van het NPV. De mondiale strategische stabiliteit is met de hierboven beschreven ontwikkelingen
verstoord. Nu kernwapenstaten elkaar niet vertrouwen verkleint dit op korte termijn
de kans op serieuze stappen op ontwapeningsgebied. Onze inzet op afschrikking en verdediging
is erop gericht om, wanneer de tijd er rijp voor is, weer tot gesprekken te komen
en ondertussen aandacht te vragen voor risico-reductie.
In een situatie zonder formele wapenbeheersingskaders neemt het belang van risicoreductie,
transparantie en het voorkomen van misrekening toe. Daarom beschouwt Nederland nucleaire
risicoreductie niet langer als louter aanvullend, maar als een zelfstandig na te streven
doel en als een belangrijke stap in de richting van ontwapening. Risicobeperking is
een doel op zichzelf maar draagt daarnaast ook bij aan het opbouwen van het vertrouwen
tussen landen, hetgeen nodig is om op termijn het gestelde doel van een wereld zonder
kernwapens te bereiken.
Nederlandse inzet elfde NPV-Toetsingsconferentie
De huidige uitdagingen voor de internationale veiligheid, stabiliteit en nucleaire
wapenbeheersing onderstrepen het belang van een effectief functionerend NPV als hoeksteen
van het mondiale non-proliferatiebeleid.
Het kabinet beschouwt de drie pijlers van het NPV als gelijkwaardig en onderling verbonden:
ontwapening, non-proliferatie en vreedzaam gebruik van kernenergie. Het Verdrag, dat
een breed scala aan verplichtingen kent onder de drie pijlers, vergt blijvend onderhoud.
In een steeds verder gepolariseerde wereld zijn dialoog en vertrouwen geen gegeven
meer. Nederland blijft daarom inzetten op het openhouden van communicatiekanalen,
het bijdragen aan reeds bestaande brede coalities en het bevorderen van praktische,
vertrouwenwekkende maatregelen die bijdragen aan risico-reductie en het voorkomen
van misrekening en escalatie.
Nederland is zich goed bewust van de grote meningsverschillen en geopolitieke spanningen
die succes tijdens de elfde Toetsingsconferentie bemoeilijken. Het NPV geniet echter
nog steeds brede steun onder de Verdragspartijen. Van de 191 Verdragspartijen bij
de tiende Toetsingsconferentie in augustus 2022 waren er 190 bereid de slottekst te
ondersteunen, ondanks aanzienlijke compromissen die alle landen hebben moeten accepteren.
Enkel Rusland stemde tegen.
Institutioneel blijft Nederland actief bijdragen aan het versterken van het NPV-toetsingsproces.
Alle Verdragspartijen stemden in 2022 in met de oprichting van een werkgroep om de
NPV-toetsingscyclus te versterken, een initiatief van het, destijds door Nederland
voorgezeten, Non-Proliferation and Disarmament Initiative (NPDI). Nederland acht aanpassing noodzakelijk om de effectiviteit, transparantie
en continuïteit van het NPV-proces te waarborgen en blijft zich ook na de bijeenkomst
van deze werkgroep inzetten om deze discussie te vervolgen en waar mogelijk verdere
stappen te bevorderen die bijdragen aan een sterker en toekomstbestendig toetsingsproces.
Nederland blijft streven naar universalisering van het NPV en roept alle staten die
dat nog niet gedaan hebben op toe te treden tot het Verdrag als niet-kernwapenstaat.
Onverlet het in Artikel X neergelegde recht op terugtrekking uit het NPV, hecht Nederland
eraan dat helderheid bestaat over de gevolgen daarvan. De terugtrekking van Noord-Korea,
evenals herhaalde dreigingen van Iran om zich uit het Verdrag terug te trekken, onderstrepen
het belang van duidelijke afspraken over de praktische consequenties van uittreding.
Nederland blijft zich inzetten voor de bevestiging dat terugtrekking geen afbreuk
doet aan verplichtingen en aansprakelijkheden die zijn ontstaan vóór uittreding, met
inbegrip van verplichtingen ten aanzien van nucleair materiaal en installaties verkregen
als Verdragspartij, en voor passende voorwaarden bij nucleaire samenwerking en export.
Tijdens de Toetsingsconferentie zal Nederland focussen op het boeken van tastbare
vooruitgang waar dat wél mogelijk is. In dat licht zal Nederland de inzet van de facilitator
en de co-organisatoren van het proces richting een massavernietigingswapenvrije zone
in het Midden-Oosten blijven steunen en de staten in de regio blijven oproepen zich
constructief op te stellen. Het is echter ook van belang dat geen enkel onderwerp
andere thema’s van de Toetsingsconferentie in gijzeling kan houden.
Vanzelfsprekend onderhoudt de Nederlandse delegatie nauw contact met het Nederlandse
en internationale maatschappelijk middenveld en kennisinstellingen over de Toetsingsconferentie.
Nederlandse inzet onder pijler I: Ontwapening
Nederland zet zich in voor alomvattende, onomkeerbare en controleerbare nucleaire
ontwapening in lijn met artikel VI van het NPV. Ook in de huidige omstandigheden hecht
Nederland waarde aan verdere stappen richting ontwapening, in samenhang met versterking
van de non-proliferatiearchitectuur en maatregelen die de kans op gebruik van kernwapens verlagen. In het
kader van het NPV worden uitsluitend de VS, het VK, Frankrijk, Rusland en China als
kernwapenstaat erkend; andere landen die feitelijk kernwapens bezitten, worden niet
als kernwapenstaat in de zin van het Verdrag beschouwd. Nederland roept alle kernwapenstaten
op hun verplichtingen onder artikel VI volledig en geloofwaardig na te komen, met
speciale aandacht voor de staten met de grootste kernwapenarsenalen (niet alleen Rusland
en de VS, maar ook China) die daarmee een bijzondere verantwoordelijkheid dragen voor
strategische stabiliteit.
Tegen de achtergrond van het wegvallen van het New START-verdrag hebben de VS aangegeven
met Rusland, China en andere kernwapenstaten in gesprek te willen over nucleaire wapenbeheersing
en zich daarbij niet te willen beperken tot strategische arsenalen. Deze gesprekken
zullen ook tijdens de Toetsingsconferentie aan bod komen. Nederland onderschrijft
het belang van uitvoerbare, verifieerbare en doelgerichte nucleaire wapenbeheersingsafspraken
die de Europese veiligheid ondersteunen.
Nederland erkent dat er risico’s bestaan zolang er kernwapens zijn, die onder andere
voortkomen uit mogelijke misperceptie en miscommunicatie, alsmede escalerende nucleaire
retoriek. In dit verband spreekt Nederland zich uit tegen dergelijke onverantwoorde
retoriek en de ontwikkeling van nieuwe nucleaire wapensystemen door Rusland, evenals
tegen de snelle en intransparante uitbreiding van het Chinese kernwapenarsenaal en
het uitblijven van Chinese betrokkenheid bij wapenbeheersings- en risicoreductiedialogen.
De ontwikkeling van opkomende technologieën leidt bovendien tot een gevoel van urgentie
omtrent nucleaire risico’s, onder meer vanwege de mogelijke impact van cybercapaciteiten,
kunstmatige intelligentie en hypersonische wapens op nucleaire commandostructuren,
besluitvorming en strategische stabiliteit. Risicobeperkende maatregelen – zoals het
verbeteren van crisiscommunicatie en het voeren van dialoog over de nucleaire doctrines
– hebben tot doel de voorspelbaarheid te vergroten, de kans op (on)bedoelde escalatie
tijdens een crisis te verminderen en miscalculaties te voorkomen, zoals ook aangegeven
in de brief aan de Kamer in 2020 betreffende de Vervolgstudie nucleaire risicobeperking
(Kamerstuk 33 783, nr. 46).
Nederland blijft ook de inwerkingtreding van het Alomvattend Kernstopverdrag (Comprehensive Nuclear Test-Ban Treaty – CTBT) bevorderen. Ondanks dat dit Verdrag nog niet in werking is getreden, heeft
het reeds geleid tot een vrijwel universele naleving van het moratorium op nucleaire
(test)explosies en het opzetten van een Internationaal Monitoringssysteem (IMS). Nederland
roept alle landen die volgens het Verdrag omwille van de omvang van hun nucleaire
activiteiten voor inwerkingtreding het Verdrag dienen te ratificeren op om dit te
doen. Ook blijft Nederland pleiten voor onderhandelingen over een Splijtstofstopverdrag
(Fissile Material Cut-Off Treaty – FMCT), zonder randvoorwaarden vooraf. Daarbij roept Nederland alle kernwapenstaten
op om tussentijds een (vrijwillig) moratorium op de productie van splijtstoffen voor
kernwapens te hanteren.
Ten aanzien van het Verdrag voor het Verbod op Kernwapens (Treaty on the Prohibition of Nuclear Weapons – TPNW) deelt Nederland de humanitaire zorg over kernwapens, maar blijft het van
mening dat effectieve ontwapening alleen kansrijk is met betrokkenheid van kernwapenstaten
en met robuuste verificatie. Nederland zet daarom in op versterking van het NPV-kader
en praktische maatregelen die daadwerkelijk bijdragen aan risicoreductie, toekomstige
reducties en ontwapening, zoals meer transparantie over nucleaire doctrines en uitbreidingen
van arsenalen, vertrouwenwekkende maatregelen tussen kernwapenbezitters, het verder
ontwikkelen van technieken om toekomstige reducties en ontwapening te monitoren en
verifiëren en het bevorderen van wapenbeheersings- en strategische stabiliteitsdialogen
tussen kernwapenbezitters.
Nederlandse inzet onder pijler II: Non-proliferatie
Nederland onderstreept dat de universele toepassing van de waarborgen van het Internationaal
Atoomenergieagentschap (International Atomic Energy Agency – IAEA) van fundamenteel belang is voor het non-proliferatieregime en daarmee een voorwaarde voor ieder vreedzaam gebruik van nucleaire
technologie. Nederland blijft uitdragen dat een Alomvattende Waarborgovereenkomst
in combinatie met het Aanvullend Protocol1 de internationale verificatiestandaard vormt, en roept staten die deze verdragen
nog niet met het IAEA hebben gesloten op dit alsnog te doen en de verdragen volledig
toe te passen.
Nederland heeft in 2025/2026 het stelsel van IAEA-waarborgen voor Aruba, Curaçao,
Sint Maarten en Caribisch Nederland verder verankerd met het sluiten van het Aanvullend
Protocol en wijziging van het Protocol inzake Kleine Hoeveelheden ten behoeve van
de Caribische delen van het Koninkrijk. De goedkeuring van deze verdragen ligt naar
verwachting in de tweede helft van 2026 tezamen met de noodzakelijke uitvoeringswetgeving
voor Caribisch Nederland in uw Kamer voor. Hiermee wordt het non-proliferatiekader
binnen het gehele Koninkrijk eenduidig en toekomstbestendig.
Nederland blijft daarnaast inzetten op nucleaire beveiliging en veiligheid, effectieve
exportcontrole en consequente normhandhaving bij proliferatierisico’s. De Russische
invasie van Oekraïne heeft aangetoond hoe gewapend conflict directe en ernstige risico’s
kan opleveren voor nucleaire veiligheid, beveiliging en waarborgen, met name door
militaire acties bij en rond kerncentrales zoals Tsjernobyl en Zaporizja. Nederland
blijft deze risico’s actief onder de aandacht brengen binnen het IAEA.
Ook het nucleaire programma van Iran vraagt om blijvende aandacht voor verifieerbare
naleving en voor de rol van onafhankelijke IAEA-rapportage. In juni 2025 stelde de
IAEA-Bestuursraad vast dat Iran tekortschiet in de waarborgverplichtingen, in november
2025 herhaalde de Bestuursraad dit oordeel. Sinds de juni 2025 aanvallen op Irans
nucleaire installaties hebben er geen IAEA-inspecties plaatsgevonden bij de getroffen
installaties, en slechts zeer beperkte inspecties bij de installaties die destijds
niet aangevallen zijn. Onder de huidige omstandigheden vinden er helemaal geen IAEA-inspecties
meer plaats en zijn diplomatieke inspanningen voor een nieuw akkoord stilgevallen.
Herstel van effectief toezicht blijft van groot belang zodra de veiligheidssituatie
dit weer toelaat. Nederland blijft alle betrokken partijen oproepen om, zodra mogelijk,
de draad van diplomatieke onderhandelingen weer op te pakken met het oog op regionale
en internationale veiligheid.
Ten slotte blijft Nederland ook helder over Noord-Korea: terugkeer naar het NPV en
stappen richting verifieerbare denuclearisatie blijven noodzakelijk.
Nederlandse inzet onder pijler III: Vreedzaam gebruik
Nederland herbevestigt het onvervreemdbare recht van alle Verdragspartijen op onderzoek,
gebruik en productie van kernenergie en nucleaire technologie voor vreedzame doeleinden
(artikel IV), zonder discriminatie en in overeenstemming met de artikelen I-III. Nederland
benadrukt daarbij dat vreedzaam gebruik onlosmakelijk gepaard gaat met de hoogste
normen voor veiligheid, beveiliging en waarborgen, om vertrouwen in internationale
samenwerking te behouden.
Nederland blijft de rol van het IAEA ondersteunen bij het vergroten van de toegang
tot vreedzame toepassingen (onder meer in gezondheid, landbouw, water en milieu),
met bijzondere aandacht voor capaciteitsopbouw en de behoeften van ontwikkelingslanden.
Vooruitzicht
De wereld is onveiliger geworden en de ruimte voor vooruitgang op wapenbeheersing,
non-proliferatie en ontwapening wordt hierdoor bemoeilijkt. Dat maakt de opdracht
niet kleiner maar groter: het NPV overeind houden, proliferatie voorkomen, en nucleaire
risico’s concreet verminderen – terwijl we blijven werken aan het uiteindelijke doel
van een wereld zonder kernwapens.
Tegelijkertijd is het kabinet realistisch over de mogelijkheden om in de huidige geopolitieke
context, waarin consensusbesluitvorming in algemene zin maar zeker ook in het wapenbeheersingsdomein
onder druk staat, tot brede overeenstemming te komen. Het succes van het NPV dient
niet uitsluitend te worden afgemeten aan de totstandkoming van nieuwe consensusdocumenten,
waaronder een uitkomstdocument van de Toetsingsconferentie, maar vooral aan de mate
waarin het verdrag op dagelijkse basis bijdraagt aan stabiliteit en het beperken van
proliferatierisico’s. Nederland zal tijdens de Toetsingsconferentie van 2026 de waarde
van het NPV beklemtonen en inzetten op resultaatgerichtheid, verificatie, naleving
en risicoreductie, met behoud van onze kernwaarden en onze verantwoordelijkheid voor
de veiligheid van Nederland en Europa.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken