Brief regering : Ontwerpbesluit, houdende wijziging van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023
36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Nr. 190 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Ontvangen ter Griffie op 16 april 2026.
De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer
overgelegd tot en met 1 juni 2026.
De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder
worden gedaan dan op 2 juni 2026.
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 april 2026
Hierbij biedt het kabinet u het ontwerpbesluit aan, houdende wijziging van het Warenwetbesluit
attractie- en speeltoestellen 2023 in verband met de aanpassing van de reikwijdte
en de actualisering van voorschriften. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijst
het kabinet u naar de ontwerpnota van toelichting.
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure
(artikel 32b, tweede lid, van de Warenwet) en biedt de Kamer de mogelijkheid zich
uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van
de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.
Op grond van de aangehaalde bepaling geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging
van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit
niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal
is overgelegd. Op grond van artikel 2.38 van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt
deze termijn in verband met het meireces van de Kamer verlengd tot 1 juni 2026.
Een gelijkluidende brief heeft het kabinet gezonden aan de voorzitter van de Eerste
Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.T.M. Hermans
Indieners
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport