Brief regering : Stand van zaken van een aantal moties en toezeggingen met betrekking tot de dieren in de veehouderij en reactie op het rapport 'Het kalf in een dierwaardige veehouderij'
28 286 Dierenwelzijn
Nr. 1430 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 april 2026
Voorafgaand aan het debat dieren in de veehouderij en de NVWA van 23 april 2026, informeer
ik de Tweede Kamer met deze brief over de stand van zaken van een aantal moties en
toezeggingen. Daarnaast reageer ik op het rapport «Het kalf in een dierwaardige veehouderij»
van de Dierencoalitie, Stichting Dier&Recht en Wakker Dier en informeer ik de Kamer
over de verzending van de brochure hokverrijking voor varkens.
Moties en toezeggingen over transport:
• Toezegging aan het lid Van der Plas over transport van varkens met staartbijtschade
• Motie-Graus/Van Campen over karkasvervoer (Kamerstuk 28 286, nr. 1345)
• Motie-Vestering over in Europa actief pleiten voor het overnemen van de uitkomsten
van de EFSA-onderzoeken over de maximale temperatuur voor diertransporten (Kamerstuk
21 501-32, nr. 1526),
• Motie-Ouwehand over zich sterk verzetten tegen het voorstel van de Europese Commissie
over diertransporten (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1605),
• Motie-Vestering over een plan voor een einde aan de import van kalfjes (Kamerstuk
28 286, nr. 1309),
• Motie-Ouwehand over verzetten tegen het voorstel van de Europese Commissie om de wrede
methode om kippen ondersteboven aan hun poten te vangen weer toe te staan (Kamerstuk
21 501-32, nr. 1651)
• Motie Tjeerd de Groot over niet akkoord gaan met en zich uitspreken tegen wijzigingen
die verslechtering van dierenwelzijn zullen veroorzaken in de herziening van de Transportverordening
(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1629)
• Motie-Bromet over diertransporten langer dan zes uur verbieden (Kamerstuk 36 755, nr. 31)
• Motie-Van Dekken over een wettelijke verplichting voor gps-apparatuur in veetransportwagens
(Kamerstuk 28 286, nr. 761)
Overige moties en toezeggingen:
• De motie-Van Campen/Bromet over inzet voor verbetering in de veehouderij in de EU
(Kamerstuk 35 746, nr. 21)
• Motie-Van der Plas over eenduidige regels voor dierenwelzijn en geen import van producten
van buiten de EU die niet aan deze regels voldoen (Kamerstuk 28 286, nr. 1281)
• Gewijzigde motie-Beckerman/Grinwis over het beperken van de import van landbouwproducten
met lagere dierenwelzijnseisen dan waaraan Nederlandse veehouders moeten voldoen (Kamerstuk
35 746, nr. 39)
• Toezegging aan het lid Graus over beschutting in de wei
Transport
Toezegging aan het lid van der Plas over transport van varkens met staartbijtschade
Zoals door mijn voorganger toegezegd in het Tweeminutendebat uitvoerbaarheid op het
boerenerf van 20 februari 2025 informeer ik de Kamer over het transport van varkens
met staartbijtschade. In datzelfde Tweeminutendebat werd al aangegeven dat staartbijten
een multifactorieel probleem is dat soms moeilijk beheersbaar is. Zelfs onder geoptimaliseerde
omstandigheden kan staartbijten nog voorkomen. De aanwezigheid van staartschade kan
consequenties hebben voor de transportwaardigheid van deze dieren. Daarbij ontstaat
een spanningsveld tussen voorschriften in de Europese Transportverordening ter bescherming
van dieren tijdens het vervoer en het economische belang van een varkenshouder om
zoveel mogelijk varkens met (lichte) staartbijtschade af te kunnen voeren naar het
slachthuis. Varkens met staartbijtschade vormen naast een risico voor het dierenwelzijn
en de diergezondheid ook een mogelijk risico voor de voedselveiligheid. In de Europese
regelgeving is het voedselveiligheidsrisico van staartbijtschade geborgd via het uitvoeren
van aanvullende keuringshandelingen in de slachthuizen. Bij een toename van het aantal
varkens met staartbijtschade zal er meer vraag zijn naar NVWA-capaciteit en zal de
slachtcapaciteit onder druk komen te staan.
In Nederland worden de Europese richtsnoeren voor het bepalen van de geschiktheid
voor het vervoer van varkens en de indicator factsheets van het Europees Referentiecentrum voor Dierenwelzijn voor varkens (EURCAW Pigs)
gebruikt om te beoordelen of voldaan wordt aan de norm met betrekking tot transportwaardigheid
in de Europese Transportverordening. Beide geven aan dat varkens met staartbijtschade
met zwelling, tekenen van ontsteking en gedeeltelijk of geheel verlies van de staart
niet geschikt voor vervoer zijn en dat varkens met lichte staartbijtschade (genezen
of lichte bijtwonden zonder zwelling) transportwaardig zijn. De Europese richtsnoeren
geven aan dat vervoer van varkens met lichte staartbijtschade onder voorwaarden moet
plaatsvinden. Een voorwaarde die nu onder andere toegepast wordt, is meer ruimte bij
transport per varken. Niet alle varkens met staartschade mogen dus vervoerd worden
naar het slachthuis. Transporteurs geven aan terughoudend te zijn om varkens met staartbijtschade
te transporteren. Redenen die worden aangegeven zijn: 1) het risico dat de NVWA een
boete oplegt, wanneer de NVWA een andere afweging maakt over een varken met staartbijtschade
dan de vervoerder en 2) doordat varkens meer ruimte nodig hebben, kunnen er minder
varkens met één vervoermiddel vervoerd worden. Ook blijken slachthuizen deze varkens
niet altijd te accepteren, omdat het logistieke proces op het slachthuis negatief
wordt beïnvloed wanneer veel varkens met (lichte) staartbijtschade worden aangevoerd,
waardoor de slachtcapaciteit daalt. Dit creëert onzekerheid bij varkenshouders over
de afvoermogelijkheden van varkens met staartbijtschade vanaf de varkenshouderij met
als gevolg terughoudendheid om toe te werken naar het stoppen met staartcouperen.
Om deze situatie grondig en vanuit verschillende perspectieven te bekijken en te zoeken
naar mogelijke oplossingen, werken verschillende sectorpartijen en de NVWA onder regie
van mijn departement nauw samen aan oplossingsrichtingen voor het transport van varkens
met (lichte) staartbijtschade en de logistieke uitdagingen van slachthuizen bij de
verwerking van varkens met lichte staartbijtschade. Een belangrijk uitgangspunt is
dat de oplossing resulteert in een borging van het dierenwelzijn en de voedselveiligheid
die ten minste vergelijkbaar is met de huidige situatie. Dit jaar wordt een aantal
oplossingsrichtingen verder uitgewerkt om het handelingsperspectief duidelijk te maken
voor varkenshouders die te maken krijgen met uitbraken van staartbijten. Onderdeel
hiervan is een pilot gericht op het optimaliseren van 1) een uniforme beoordeling
van varkens met lichte staartbijtschade en 2) de transportvoorwaarden voor deze varkens.
Tijdens de pilot wordt ook de impact van deze optimalisatie voor varkenshouders en
slachthuizen in kaart gebracht. Eind dit jaar zal de Kamer geïnformeerd worden over
het verdere verloop van dit traject.
Motie-Graus/Van Campen over karkasvervoer (Kamerstuk 28 286, nr. 1345)
De motie-Graus/van Campen, aangenomen tijdens het tweeminutendebat dieren in de veehouderij
van 16 oktober 2024, verzoekt de regering een begin te maken met een pilot in de transitie
naar karkasvervoer, in plaats van gesleep met levende dieren. Mijn voorganger heeft
deze motie toentertijd zo geïnterpreteerd (Kamerstuk 2025D35658) dat deze gaat over de vraag hoe langeafstandstransport van levende dieren beëindigd
kan worden en ik volg deze interpretatie. Mijn inzet in Europa bij de herziening van
de Transportverordening ziet daar ook op. Daarbij is het algemene doel een verschuiving
naar karkasvervoer in plaats van vervoer van levende dieren te creëren. Hiermee doe
ik de motie-Graus/van Campen af.
De motie-Vestering over in Europa actief pleiten voor het overnemen van de uitkomsten
van de EFSA-onderzoeken over de maximale temperatuur voor diertransporten (Kamerstuk
21 501-32, nr. 1526), de motie-Ouwehand over zich sterk verzetten tegen het voorstel van de Europese
Commissie over diertransporten (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1605), de motie-Vestering over een plan voor een einde aan de import van kalfjes (Kamerstuk
28 286, nr. 1309), de motie-Ouwehand over verzetten tegen het voorstel van de Europese Commissie om
de wrede methode om kippen ondersteboven aan hun poten te vangen weer toe te staan
(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1651) en de motie Tjeerd de Groot over niet akkoord gaan met en zich uitspreken tegen
wijzigingen die verslechtering van dierenwelzijn zullen veroorzaken in de herziening
van de Transportverordening (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1629)
De Kamer heeft meerdere moties aangenomen in relatie tot diertransporten. Voor het
transport van levende dieren over de weg of per trein geldt dat de Europese Transportverordening
alleen strengere nationale regels toestaat voor transporten die volledig worden uitgevoerd
op het eigen grondgebied. Daarnaast is er enkel ruimte voor een nationale aanpak als
het een invulling van een open norm uit de Transportverordening betreft. Dit geldt
bijvoorbeeld voor de beleidsregel voor maximumtemperatuur bij diertransporten, die
ik conform wens van de Tweede Kamer aan ga passen van 35 graden naar 30 graden. Over
dit voornemen informeer ik de Kamer gelijktijdig met deze brief.
Voor al deze moties geldt dat deze in Europees verband worden uitgevoerd en ingebracht
worden in de Europese onderhandelingen. Er is echter sprake van een zeer uitdagend
krachtenveld, waarmee strategisch moet worden omgegaan. Een ruime meerderheid van
de lidstaten vindt het voorstel voor de herziening van de transportverordening van
het Europese Commissie te ver gaan, en pleit voor minder vergaande regels. Slechts
een beperkt aantal lidstaten, waaronder Nederland, steunt ambitieuzere transportregels.
De uiteindelijke herziene verordening zal het resultaat zijn van onderhandelingen
tussen de lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement. Nederland blijft
zich daarbij inzetten voor een zo ambitieus mogelijk resultaat. Hiermee beschouw ik
deze moties als afgedaan.
De motie-Bromet over diertransporten langer dan zes uur verbieden (Kamerstuk 36 755, nr. 31)
De bovengenoemde inzet in de EU sluit ook aan op het verzoek van de motie van het
lid Bromet die verzoekt om diertransporten langer dan 6 uur te verbieden. Voor deze
motie geldt dat ik dit nog in zal brengen in de onderhandelingen zodra dit thema in
de Raadswerkgroep aan de orde is. Zodra dit is gebeurd, wordt de Kamer hierover geïnformeerd.
De motie-Van Dekken over een wettelijke verplichting voor gps-apparatuur in veetransportwagens
(Kamerstuk 28 286, nr. 761)
De recent gepubliceerde Publiek-Private Samenwerking (PPS) Toekomstbestendig Diertransport1 haakt in op de motie-Van Dekken (Kamerstuk 28 286, nr. 761) die om een wettelijke verplichting voor GPS-apparatuur in veetransportmiddelen vraagt.
Deze verplichting is er al vanuit de Europese Transportverordening voor veetransportmiddelen
voor lang transport (>8 uur). Uit het onderzoek blijkt dat de manier waarop GPS-data
inzichtelijk gemaakt kan worden nogal verschilt. Daardoor is het lastig deze data
te analyseren. Daarnaast is deze data niet direct inzichtelijk voor de chauffeur,
waardoor die er niet direct op in kan spelen. Bij de tijdens het onderzoek gevolgde
transporten is gebleken dat er geen sprake is geweest van dusdanig rijgedrag waardoor
het comfort van dieren tijdens het transport is aangetast. Digitalisering en data-analyse
zijn een belangrijk onderdeel van de herziening van de transportverordening. Daarbij
neem ik de resultaten van dit onderzoek mee en zal ik pleiten voor uniforme en analyseerbare
data van GPS-systemen op alle veetransportmiddelen. Hiermee voer ik de motie-Van Dekken
(Kamerstuk 28 286, nr. 761) uit.
Houden van dieren in de veehouderij
Reactie op rapport dierwaardige kalverhouderij
Op 4 maart 2026 heeft de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur (LVVN) mij verzocht om een reactie op het rapport «Het kalf in een dierwaardige
veehouderij» van de Dierencoalitie, Stichting Dier&Recht en Wakker Dier (Kamerstuk
2026D08409). Met deze brief kom ik tegemoet aan dit verzoek. De kalversector is een belangrijke
partner in het traject om te komen tot dierwaardige veehouderij. Het rapport «Het
kalf in een dierwaardige veehouderij» richt zich op routes voor het dierwaardig houden
van kalveren in de Nederlandse veehouderij. Het rapport bouwt voort op de scenariostudie
Kalverketen (Kamerstuk 2021D17999) en verwijst voor de onderbouwing naar EFSA, de zes leidende principes voor een dierwaardige
veehouderij (RDA), de Dierinhoudelijke toets en de Quickscan opgesteld door Universiteit
Utrecht. Daarnaast worden er ervaringen beschreven van pionierende veehouders en ketenspelers
die zich inzetten voor een dierwaardige kalverhouderij. Ook wordt in het rapport beschreven
tegen welke regelgeving, vergunningen en financiële obstakels deze veehouders en ketenspelers
aanlopen in hun route naar een dierwaardige kalverhouderij. De knelpunten en oplossingsrichtingen
die in het rapport worden benoemd zijn herkenbaar en weeg ik samen met de hiervoor
genoemde rapportages en de uitgevoerde impactanalyses mee in het kader van het traject
dierwaardige veehouderij (zowel als onderdeel van de verdere uitwerking van het convenant
als bij de ontwerp-AMvB waarin de commentaren vanuit de internetconsultatie momenteel
verwerkt worden). De ontwerp-AMvB zal rond de zomer bij het parlement worden voorgehangen.
Nieuwe brochure hokverrijking en nestbouwmateriaal voor varkens
Wageningen UR heeft begin dit jaar in opdracht van het Ministerie van LVVN en in overleg
met de NVWA een nieuwe geactualiseerde brochure «hokverrijking en nestbouwmateriaal
voor varkens» uitgebracht1. De brochure biedt varkenshouders praktische handvatten bij de keuze die ze op hun
bedrijf kunnen maken bij het verstrekken van hokverrijking aan varkens en van nestbouwmateriaal
aan kraamzeugen.
In de nieuwe brochure zijn nieuwe inzichten verwerkt over wat geschikt verrijkingsmateriaal
en nestbouwmateriaal is. Een belangrijk nieuw inzicht volgt uit rechterlijke uitspraken.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft voorjaar 2024 geoordeeld
dat varkens permanent moeten kunnen beschikken over hokverrijkingsmateriaal dat zowel
eetbaar als wroetbaar moet zijn. Bijvoorbeeld stro of luzerne dat op de vloer ligt
zodat het voor de varkens wroetbaar is. Dat betekent onder andere dat kettingen niet
meer worden beschouwd als hokverrijking binnen de wettelijke kaders (artikel 2.22
lid 1 Besluit houders van dieren). De nieuwe brochure is actief onder de aandacht
van de varkenshouders gebracht.
Overig
De motie-Van Campen/Bromet over inzet voor verbetering in de veehouderij in de EU
(Kamerstuk 35 746, nr. 21)
In een gezamenlijke brief met de collega-Ministers, verantwoordelijk voor dierenwelzijn
van Denemarken, Zweden, Oostenrijk en Duitsland aan Eurocommissaris Várhelyi van februari
2025 (Kamerstuk 2025D35658) is het belang in herinnering gebracht van een ambitieuze benadering van dierenwelzijn
bij het houden van dieren, inclusief de actualisatie van bestaande wetgeving en de
introductie van nieuwe wetgeving op gebieden waar momenteel slechts zeer algemene
of geen wetgeving bestaat. Hiermee beschouw ik de motie-Van Campen/Bromet die de regering
verzoekt om zich in Europees verband hard te maken voor verbetering van dierenwelzijn
in de veehouderij in de EU (Kamerstuk 35 746 nr. 21) als afgedaan.
De motie-Van der Plas over eenduidige regels voor dierenwelzijn en geen import van
producten van buiten de EU die niet aan deze regels voldoen (Kamerstuk 28 286, nr. 1281) en de gewijzigde motie-Beckerman/Grinwis over het beperken van de import van landbouwproducten
met lagere dierenwelzijnseisen dan waaraan Nederlandse veehouders moeten voldoen (Kamerstuk
35 746, nr. 39)
In Europees verband is inzet gepleegd om verbeteringen door te voeren bij de voorgenomen
herziening van de Europese dierenwelzijnswet- en regelgeving en om tegelijkertijd
duidelijke, geharmoniseerde regels vast te stellen die zowel het welzijn van dieren
als de concurrentiepositie van onze veehouders ondersteunen. Hiermee beschouw ik de
moties-Van der Plas en Beckerman/Grinwis als afgedaan.
Toezegging aan het lid Graus over beschutting in de wei
Zoals toegezegd aan het lid Graus (PVV) in het debat dieren buiten de veehouderij
en dierproeven van 2 oktober 2025, informeer ik de Kamer over de voortgang van het
project Beschutting voor dieren in de weide binnen het programma Kennis op Maat. Het
doel van dit project was om praktische en juridische kennis over beschutting te verspreiden
onder dierhouders, gemeentes en andere betrokkenen. Het project is begin van dit jaar
succesvol afgerond. De resultaten (een praktijkgids en stappenplan voor dierhouders,
en een wegwijzer voor gemeentes en provincies), zijn te vinden op Groen Kennisnet.
Het project is bovendien via verschillende bijeenkomsten onder de aandacht gebracht
bij relevante stakeholders, waaronder DierVizier (een samenwerkingsverband van gemeenten,
LVVN, dierenwelzijnsorganisaties en kennisinstellingen). Hiermee is deze toezegging
afgedaan.
Beschutting in de wei is een van de thema’s binnen het plan van aanpak voor hittestress
bij landbouwhuisdieren (Kamerstuk 28 286, nr. 1296). Via dit plan werken LVVN, de NVWA en sectorpartijen samen aan verschillende initiatieven
om hittestress te voorkomen of te beperken. Het afgelopen jaar hebben de betrokken
partijen zich wederom ingezet voor de uitvoering van de verschillende acties in dit
plan, zoals de evaluatie en doorontwikkeling van het nationaal plan voor veetransport
bij extreme temperaturen. En in de zomerperiode hebben de betrokken partijen de risico’s
van hittestress onder de aandacht gebracht via onder andere nieuwsberichten en sociale-
mediakanalen. Op dit moment is er geen aanleiding om het plan van aanpak te actualiseren.
Mocht hier in de toekomst reden voor zijn, dan wordt dit in gang gezet. In de tussenliggende
periode wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang van de lopende acties.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Indieners
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur