Brief regering : Geannoteerde agenda Jeugd- en Sportraad op 11 en 12 mei 2026 en verslagen van de voorgaande Jeugd- en Sportraad van 28 november 2025
21 501-34 Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport
Nr. 455
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 april 2026
Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de formele EU – Onderwijs-, Jeugd-,
Cultuur en Sportraad (OJCS-Raad), voor de onderdelen Jeugd en Sport. De Raad vindt
plaats in Brussel op maandag 11 mei (Jeugd) en dinsdag 12 mei (Sport) onder het Cypriotisch
voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie.
In de bijlage wordt de Nederlandse inzet van de Jeugd- en Sportraad nader toegelicht.
Ik ben voornemens namens Nederland deel te nemen aan de Sportraad. Ik ben niet voornemens
deel te nemen aan de Jeugdraad en laat me voor deze raad vervangen door de plaatsvervangend
Permanent Vertegenwoordiger in Brussel.
Ook ontvangt u hierbij de verslagen van de voorgaande Jeugd- en Sportraad van 28 november
jl.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
GEANNOTEERDE AGENDA OJCS RAAD – JEUGD
Jeugd – Maandag 11 mei 2026
Voor de Jeugdraad staan de volgende onderwerpen geagendeerd:
I. Raadsresolutie over de uitkomsten van de 11e cyclus EU-jongerendialoog;
II. Raadsresolutie over de herziening van het werkplan EU-jeugdstrategie 2025–2027;
III. Beleidsdebat.
I. Raadsresolutie uitkomsten 11e cyclus EU-jongerendialoog
Inhoud
De EU-jongerendialoog is een participatiemechanisme in de Europese Unie (EU) om beleid
met jongeren te maken. De 11e cyclus van de EU-jongerendialoog werd geleid door het voorzitterschapstrio Polen,
Denemarken en Cyprus. Tijdens deze 11ecyclus stond het Europese jeugddoel «Connecting EU with Youth» centraal. Cyprus heeft gedurende haar termijn aandacht gevraagd voor het belang
om de jeugdvriendelijkheid van beleid op nationaal en Europees niveau te vergroten.
Daartoe worden in deze resolutie aanbevelingen gedaan aan de lidstaten en de Europese
Commissie (EC) om de betrokkenheid van jongeren in de beleidsvorming te bevorderen.
Zo wordt aan de EC onder meer gevraagd om de EU-jongerendialoog breed onder de aandacht
te brengen en rekening te houden met diversiteit onder de jongeren, aandacht te hebben
voor transparantie, communicatie en vereenvoudiging van processen om deelname aan
Europese programma en projecten mogelijk te maken. Ook de wordt de EC uitgenodigd
om de goede follow-up van en continuïteit tussen de verschillende cycli van de EU-jongerendialoog
voort te zetten en te versterken.
De lidstaten wordt gevraagd kennis te nemen van de uitkomsten van de meest recente
EU-jongerendialoog en aandacht te hebben voor om jongeren uit rurale gebieden en sociaaleconomisch
kwetsbare groepen. Ze worden uitgenodigd om participatiemechanismen voor jongeren
te ontwikkelen en te versterken, in de beleidsvorming rekening te houden met toekomstige
generaties en in te zetten op digitale geletterdheid en ethisch gebruik van AI.
Achtergrond
• De 11ecyclus van de EU-jongerendialoog heeft als thema «Connecting EU with Youth» en vond plaats onder het trio-voorzitterschap van Polen, Denemarken en Cyprus;
• De resolutie is gebaseerd op de bijdragen van Europese jongeren (onder andere verkregen
via enquêtes, de EU-jongerenconferenties, evenementen en workshops) en de resultaten
die zijn opgehaald tijdens de drie voorzitterschappen. Polen legde het accent op veiligheid
en vertrouwen in de democratische instellingen en Denemarken richtte zich op het gezamenlijk
met jongeren werken aan de toekomst van het Erasmus+ programma;
• Het volgende trio-voorzitterschap wordt vervuld door Ierland, Litouwen en Griekenland.
Het overkoepelende thema van deze 12ecyclus luidt: «Information and constructive dialogue».
Inzet Nederland
• Nederland zet in op een inclusieve samenleving waarbij jongeren worden betrokken en
kunnen participeren in democratische processen. Nederland vindt jongerenparticipatie
belangrijk en onderschrijft het belang van de EU-jongerendialoog en de halfjaarlijkse
EU-jongerenconferenties als instrument om jongerenparticipatie te bevorderen;
• In Nederland worden initiatieven gericht op het vergroten van de jongerenparticipatie
op verschillende niveaus georganiseerd. Zo heeft de NJR vorig jaar een ontwerp voor
een nationale jeugdstrategie gelanceerd. Implementatie gaat plaatsvinden via een jeugdconvenant;1
• Bij jeugdwetgeving wordt de kinderrechtentoets toegepast. In dat kader wordt met jongeren
gesproken om hun mening te horen op het wetsvoorstel;
• Daarnaast neemt Nederland actief deel aan de EU-jeugddialoog, onder meer via de nationale
werkgroep. In deze werkgroep werkt het Ministerie van VWS met de jongerenvertegenwoordigers
Europese Zaken en projectleider en/of bestuurslid internationaal van de NJR en het
Nationaal Agentschap (NA) voor Europese jongerenprogramma’s samen aan de implementatie
van de EU-jeugddialoog;
• Nederland kan instemmen met de voorgestelde raadsresolutie. De aanbevelingen moeten
worden gezien als uitnodigend en zijn niet bindend.
Indicatie krachtenveld Raad
Naar verwachting kunnen alle lidstaten akkoord gaan met de tekst.
II. Raadsresolutie herziening werkplan EU-jeugdstrategie 2025–2027
Inhoud
De raadsresolutie gaat over het werkplan 2025–2027 waarmee de EU-jeugdstrategie nader
wordt uitgewerkt. Deze EU-jeugdstrategie geldt voor de periode 2019 tot en met 2027
en werd eerder met de Kamer afgestemd. In het werkplan worden de activiteiten van
het huidige voorzitterschapstrio en de plannen van het volgende voorzitterschapstrio
beschreven.
Het is gebruikelijk om deze raadsresolutie aan het einde van elk voorzitterschapstrio
op te stellen. Met het werkplan worden aankomende voorzitterschappen uitgenodigd om
mogelijkheden te creëren voor de lidstaten en belangenorganisaties om na te denken
over de toekomst van de Europese samenwerking ten aanzien van jongeren.
Achtergrond
• De resolutie sluit o.a. aan op de bestaande EU-jeugdstrategie 2019–2027 en bijbehorende
EU-jeugddoelen, de EU-jeugddialoog en de uitkomsten van het Jaar van de Jeugd in 2022;
• Het werkplan is gebaseerd op de inbreng van twee opeenvolgende EU-voorzitterschapstrio:
het huidige trio Polen, Denemarken, Cyprus met centraal thema «Connecting EU with Youth» en het volgende trio Ierland, Litouwen, Griekenland met het centrale thema «Information and constructive dialogue»;
• De raadsresolutie over het werkplan kan worden gezien als een kompas voor de komende
activiteiten van het Voorzitterschap en de EC.
Inzet Nederland
• Nederland vindt het belangrijk dat er samen met jongeren wordt gewerkt aan het nader
uitwerken van de EU-jeugdstrategie en daarin opgenomen EU-jeugddoelen;
• De raadsresolutie houdt rekening met diversiteit in bevoegdheden binnen de lidstaten.
De aanbevelingen moeten gezien worden als uitnodigingen en zijn niet bindend. Nederland
kan instemmen met de voorgestelde raadsresolutie.
Indicatie krachtenveld Raad
Naar verwachting kunnen alle lidstaten akkoord gaan met de tekst.
III. Beleidsdebat
Inhoud
Ten tijde van het opstellen van deze geannoteerde agenda is het achtergronddocument
voor het beleidsdebat nog niet door Cyprus gedeeld. Naar verwachting zal het debat
gaan over het bevorderen en versterken van jeugdvriendelijk beleid.
Inzet Nederland
Nu het achtergronddocument voor het beleidsdebat nog niet is verstrekt, kan de Nederlandse
inzet nog niet worden vastgesteld. De bijdrage van Nederland zal in lijn zijn met
het kabinetsbeleid.
GEANNOTEERDE AGENDA OJCS RAAD – SPORT
Sport – Dinsdag 12 mei
Tijdens de raad staan de volgende onderwerpen geagendeerd:
I. Raadsconclusies over sporttoerisme;
II. Lunchdebat over mentale gezondheid in de sport;
III. Beleidsdebat over actief ouder worden door sport;
IV. AOB punt Nederland over hersenletsel in de sport.
I. Raadsconclusies over sporttoerisme
Achtergrond
Tijdens het Cypriotisch voorzitterschap zijn raadsconclusies opgesteld over sporttoerisme.
Met sporttoerisme worden toeristische activiteiten bedoeld waarbij reizen is ingegeven
door deelname aan sport of beweging, of door het bezoeken en volgen van sportevenementen,
wedstrijden of andere sportgerelateerde evenementen. Het begrip omvat dus zowel actieve
deelname als het kijken naar sport. Sporttoerisme is een vorm van toerisme die lokaal
en regionaal kan bijdragen aan werkgelegenheid, investeringen en economische groei.
Tegelijkertijd wordt benadrukt dat sporttoerisme duurzaam moet worden georganiseerd,
met betrokkenheid van lokale gemeenschappen en met oog voor milieu en als een evenwichtiger
alternatief voor massatoerisme.
De lidstaten worden uitgenodigd om sporttoerisme strategisch en geïntegreerd te benaderen,
door beleid op het gebied van sport, toerisme en duurzaamheid beter op elkaar af te
stemmen, in lijn met de relevante SDG-doelen voor 2030. Ook worden lidstaten opgeroepen
om Europese, internationale en grensoverschrijdende samenwerking te stimuleren tussen
nationale, regionale en lokale overheden, samen met publieke, private en vrijwillige
partners. Daarnaast worden lidstaten gevraagd om, waar passend, financiële middelen
beschikbaar te stellen voor duurzaam sporttoerisme, onder meer voor mobiliteit, infrastructuur,
digitalisering, onderzoek en grensoverschrijdende projecten. Verder wordt nadruk gelegd
op het bevorderen van sportgerelateerde toeristische activiteiten, duurzame vervoersoplossingen,
inclusie van ondervertegenwoordigde groepen, spreiding van toerisme over regio’s en
seizoenen, en milieubewuste organisatie van activiteiten met betrokkenheid van lokale
gemeenschappen.
De Europese Commissie wordt uitgenodigd om de uitwisseling van informatie, en kennis
over duurzaam sporttoerisme tussen lidstaten en relevante stakeholders te ondersteunen,
onder meer via bestaande initiatieven en gestructureerde platforms. Daarnaast wordt
de Commissie gevraagd onderzoek en dataverzameling rond sporttoerisme te stimuleren.
De sportsector en andere relevante stakeholders worden opgeroepen om langdurige samenwerkingen
aan te gaan, ook met publieke en private partijen, om duurzaam sporttoerisme verder
te ontwikkelen. Daarnaast wordt ingezet op vrijwilligerswerk, betrokkenheid van lokale
gemeenschappen en sociale inclusie bij sporttoeristische activiteiten en evenementen.
Ook wordt van organisatoren van sportevenementen verwacht dat zij duurzaamheid en
sociale verantwoordelijkheid structureel meenemen in de planning. Tot slot worden
stakeholders gestimuleerd om bij te dragen aan dataverzameling, kennisdeling en onderzoek.
Inzet Nederland
Nederland is voornemens in te stemmen met de voorliggende raadsconclusies en heeft
op ambtelijk niveau actief deelgenomen aan het opstellen van de raadsconclusies. Nederland
heeft geen actief beleid op sporttoerisme en heeft daarom voornamelijk ingezet op
het belang van duurzaamheid en het stimuleren van duurzame mobiliteit.
II. Lunchdebat over mentale gezondheid in de sport
Doel en inhoud lunchdebat
Het onderwerp van het lunchdebat is mentale gezondheid in de sport. Tijdens het lunchdebat
wordt aan alle lidstaten gevraagd om te reflecteren op de volgende twee vragen:
• Hoe kunnen lidstaten sportbeleid verder ontwikkelen of versterken om de psychologische
druk te verminderen en het mentaal welzijn van atleten, coaches, officials en de bredere
sportarbeidsmarkt beter te ondersteunen?
• Welke EU-acties of vormen van samenwerking zouden lidstaten het best kunnen ondersteunen
bij het aanpakken van mentale gezondheidsuitdagingen en het bevorderen van welzijn
in de sport?
Inzet Nederland
Nederland ziet mentale gezondheid als een integraal onderdeel van prestaties in de
sport en beschouwt welzijn en prestaties als onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op
basis van uitgebreid onderzoek onder atleten en coaches zet Nederland in op het versterken
van aandacht en ondersteuning voor mentale gezondheid. Daarbij ligt de focus niet
alleen op atleten, maar ook op coaches en de bredere sportomgeving, omdat een veilige
en ondersteunende context essentieel is. Nederland zal benadrukken dat het een gestructureerde
aanpak heeft met gespecialiseerde coördinatoren voor prestatiegedrag en mentale gezondheid
binnen alle topsportcentra. Nederland zal benadrukken dat door te blijven investeren
in professionele ondersteuning en kennisdeling het wil bijdragen aan het welzijn van
sporters op de lange termijn. Tenslotte zal Nederland het belang van kennisdeling
tussen de lidstaten benoemen, met daarbij expliciet de oproep aan de EU om dit te
coördineren.
III. Beleidsdebat over actief ouder worden door sport
Doel en inhoud beleidsdebat
Het onderwerp tijdens het beleidsdebat is actief ouder worden door sport: het stimuleren
van gezondheid, welzijn en participatie. Tijdens het beleidsdebat wordt aan alle lidstaten
gevraagd om te reflecteren op de volgende twee vragen:
• Hoe kunnen sport- en beweegmogelijkheden toegankelijker en aantrekkelijker worden
gemaakt naarmate mensen ouder worden, vooral voor degenen die minder actief zijn?
• Hoe kunnen intergenerationele sportactiviteiten verder worden ontwikkeld om deelname
en sociale betrokkenheid op alle leeftijden te ondersteunen?
Inzet Nederland
Ongeveer 60% van de 65-plussers in Nederland voldoet niet aan de beweegrichtlijnen.
Nederland zal benadrukken hoe deze groep wordt meegenomen in het sportbeleid en welke
initiatieven er worden ondernomen om ouderen meer te laten sporten en bewegen.
IV. AOB: Hersenletsel in de sport
Doel en inhoud
De NLsportraad adviseerde in september 2025 het kabinet om concrete maatregelen te
nemen tegen hersenletsel in sport, ook al is de wetenschappelijke kennis hierover
nog in ontwikkeling. Aanleiding is onder meer het advies van de Gezondheidsraad, waaruit
blijkt dat herhaalde klappen of stoten tegen het hoofd het risico op chronisch hersenletsel
en dementie vergroten, vooral bij kinderen en jongeren. In de beleidsreactie op dit
rapport heeft de voormalig Staatssecretaris voor sport toegezegd dit onderwerp Europees
te agenderen. Er is daarom begin dit jaar een vragenlijst uitgestuurd naar alle EU-lidstaten
waarin hen is gevraagd hoe zij sportgerelateerd hersenletsel beoordelen en welke voorbeelden
of onderzoeken daarover bekend zijn. Ook is gevraagd naar bestaande maatregelen, voor
wie die gelden, hoe ze worden gehandhaafd en wat de effecten zijn. Verder is er gevraagd
naar helmplichten en de samenwerking tussen sport en zorg,
Inzet Nederland
Nederland zal via een AOB-punt benadrukken dat het rapport van de NLsportraad de directe
aanleiding vormde voor deze uitvraag. Daarbij zal Nederland aangeven dat het de aanbevelingen
uit het rapport momenteel bekijkt, maar dat het in eerste instantie aan de autonome
sportsector zelf is om hier eventueel mee aan de slag te gaan. Ook zal Nederland de
lidstaten bedanken die op de uitvraag hebben gereageerd en informatie hebben aangeleverd.
Daarnaast worden alle lidstaten opgeroepen om nieuwe kennis en onderzoeken over dit
onderwerp actief met elkaar te blijven delen. Het gezamenlijke doel is om het aantal
sporters in Europa dat met hersenschade in aanraking komt zo veel mogelijk te beperken.
Verslag OJCS – Jeugdraad d.d. 27-11-2025
Op 27 november 2025 vond in Brussel de Jeugdraad plaats onder het Deense voorzitterschap
van de Raad van de Europese Unie (EU). Op de agenda stond een beleidsdebat over de
versterking van de veerkracht van jongeren via het Erasmus+ programma.
Het beleidsdebat ging over de toekomstige programmaperiode 2028–2034 van Erasmus+.
Lidstaten werden gevraagd hoe het Erasmus+ programma van 2028–2034 kan bijdragen aan
het versterken van de weerbaarheid van jongeren en welke instrumenten en acties op
EU-niveau lidstaten zouden kunnen ondersteunen bij het vergroten van maatschappelijke
en democratische betrokkenheid van jongeren.
De Europese Commissie benadrukte dat versterking van de weerbaarheid van burgers essentieel
is voor de bescherming van democratie, veiligheid en stabiliteit in de EU. Zij stelde
voor Erasmus+ 2028–2034 te baseren op twee pijlers: (1) ontwikkeling van levens- en
arbeidsmarktrelevante vaardigheden, en (2) versterking van maatschappelijke en democratische
betrokkenheid en Europese waarden. De Commissie kondigde een vereenvoudiging van de
programmastructuur aan, met minder administratieve lasten, kortere aanvraagprocedures
en meer flexibiliteit in de inzet van middelen. De Commissie onderstreepte het belang
van blijvende jongerenparticipatie via bestaande instrumenten, zoals de EU-Jeugddialoog
en de Youth Advisory Board, en stelde voor het Europees Solidariteitskorps (ESC) te
integreren in Erasmus+ tot één toegankelijk geheel voor jeugdactiviteiten.
Erasmus+ wordt door vrijwel alle lidstaten als een succesverhaal gezien. Tegelijkertijd
werd breed opgeroepen tot vermindering van administratieve lasten ter bevordering
van de toegankelijkheid en inclusie van het programma. Verder moet Erasmus+ zich volgens
lidstaten richten op de ontwikkeling van levens- en werkvaardigheden, met bijzondere
aandacht voor kritisch denken, mediawijsheid en digitale weerbaarheid, mede om desinformatie
en polarisatie tegen te gaan. Daarnaast onderstreepten lidstaten het belang van jeugdparticipatie,
niet-formeel leren en jeugdwerk voor het versterken van EU-burgerschapsbesef en het
borgen van democratische waarden in een context van geopolitieke spanningen. In dat
verband pleitten zij voor nauwere betrokkenheid van jongeren bij maatschappelijke
en democratische processen, waaronder beleidsvorming. Ten aanzien van de voorgestelde
integratie van het Europees Solidariteitskorps vroegen meerdere lidstaten om behoud
van de eigenheid en zichtbaarheid van jeugdonderdelen binnen het programma. Enkele
lidstaten spraken zich uit voor het gescheiden voortzetten van de programma’s. Ook
Nederland benadrukte het belang van Erasmus+ voor het versterken van de weerbaarheid
van jongeren, onder meer via internationale uitwisseling, jeugdwerk en actieve jeugdparticipatie.
Daarbij wees Nederland specifiek op het belang van toegankelijke participatiemogelijkheden
in beleids- en democratische processen en sprak het steun uit voor de verdere uitwerking
van de Youth Advisory Board van de Europese Commissie.
Ten slotte werd kort vooruitgeblikt op het werkprogramma van het aankomende Cypriotische
voorzitterschap van de Raad van de EU.
Verslag OJCS – Sportraad d.d. 28-11-2025
Op 28 november 2025 vond in Brussel de Sportraad plaats onder het Deense voorzitterschap
van de Raad van de Europese Unie (EU). Tijdens de Raad werd een resolutie over de
vertegenwoordiging van EU-lidstaten in de Foundation Board van het Wereld Anti-Doping
Agentschap (WADA) en de coördinatie van lidstaatstandpunten voorafgaand aan WADA-bijeenkomsten
zonder interventies aangenomen. Daarnaast werd een beleidsdebat gehouden over democratie
en transparantie in sport en werden enkele door lidstaten ingebrachte diversenpunten
behandeld.
Het beleidsdebat richtte zich op het versterken van democratie, transparantie en integriteit
in internationale sportfederaties en op de bescherming van het Europees Sportmodel.
Daarbij benadrukte het voorzitterschap dat deze EU-waarden onder druk staan door toenemende
commercialisering en gesloten competities. Lidstaten werden uitgenodigd te reflecteren
op twee vragen: (1) hoe de EU en haar lidstaten internationale sportfederaties concreet
kunnen ondersteunen bij het versterken van democratisch en transparant bestuur, en
(2) hoe het Europees Sportmodel – gebaseerd op open competities en solidariteit –
kan worden beschermd tegen breakaway leagues en de verplaatsing van competities buiten
Europa.
De Europese Commissie benadrukte dat autonomie van de sportsector gepaard moet gaan
met verantwoordelijkheid, transparantie en sterke governance-standaarden. Publieke
steun en investeringen dienen hieraan te worden gekoppeld. De EU en lidstaten kunnen
internationale sportfederaties ondersteunen via dialoog en capaciteitsopbouw, maar
onderstreepten ook het belang van politieke daadkracht en publiek draagvlak om governance-verbeteringen
bij internationale organisaties af te dwingen.
Lidstaten benadrukten breed het belang van transparant en democratisch bestuur als
fundament van het Europees Sportmodel, maar uitten zorgen over toenemende commercialisering,
gebrek aan transparantie in besluitvorming en de dreiging van gesloten competities.
Veel lidstaten pleitten voor het koppelen van publieke financiering aan governance-
en ethische criteria en voor de ontwikkeling van gezamenlijke EU-richtsnoeren voor
goed bestuur. Daarnaast werd door meerdere lidstaten aangedrongen op versterkte transparantie-
en rapportageverplichtingen, inclusief financiële openheid. Ook werd het belang van
betrokkenheid van sporters, vrijwilligers en grass-rootsclubs breed onderstreept.
Er bestond brede consensus tegen break-away leagues en tegen het verplaatsen van Europese
competities buiten Europa; enkele lidstaten pleitten ervoor om meer internationale
evenementen naar Europa te halen. Nederland onderstreepte het belang van transparant
en democratisch bestuur als voorwaarde voor de legitimiteit van sportorganisaties
en benadrukte daarbij het belang van transparantie bij de toewijzing en organisatie
van grote sportevenementen. Nederland wees daarnaast op versterkte Europese vertegenwoordiging
in internationale sportbesturen en op het belang van grass-roots-structuren en vrijwilligers
als fundament van het Europees Sportmodel.
Tot slot lichtte Italië onder een diversenpunt toe dat de VN-resolutie inzake de Olympische
Wapenstilstand voor de Winterspelen Milano-Cortina 2026 in consensus is aangenomen.
Tevens werd kort vooruitgeblikt op het werkprogramma van het aankomende Cypriotische
voorzitterschap.
Indieners
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport