Brief regering : Reactie op twee onderwerpen ten aanzien van defensiepersoneel
36 800 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026
Nr. 75
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 april 2026
Tijdens de procedurevergadering van 9 april jl. zijn door het lid Boon (PVV) ten aanzien
van twee onderwerpen reacties gevraagd voorafgaand aan het Commissiedebat personeel
van 15 april. In deze brief ga ik op beide verzoeken in.
Verkorten mbo-opleiding
Het lid Boon heeft naar aanleiding van een recent verschenen media-artikel gevraagd
om een reactie op het besluit een mbo-opleiding te verkorten (uw kenmerk 2026Z07502/2026D16889). Het artikel heeft betrekking op het verkorten van de opleiding Veiligheid en Vakmanschap
(VeVa) Grondoptreden (GROP) mbo-niveau 2 van anderhalf naar één jaar. Deze aanpassing
is het resultaat van een gezamenlijk traject dat Defensie met 21 regionale opleidingscentrums
(roc’s) heeft doorlopen.
Het is van belang te benadrukken dat de VeVa-opleiding geen eindpunt vormt, maar het
startpunt is van een breder opleidingstraject. Studenten die vanuit de VeVa GROP-opleiding
instromen, doorlopen na hun diplomering de militaire vervolgopleiding bij Defensie.
In deze militaire opleiding worden zij verder opgeleid in onder meer militaire basisvaardigheden,
optreden in operationele omstandigheden en fysieke en mentale weerbaarheid. De militaire
opleiding bouwt daarmee voort op de kennis en vaardigheden die in de VeVa-opleiding
zijn opgedaan.
Door deze samenhang tussen de mbo-opleiding en de militaire vervolgopleiding ontstaat
één doorlopende leerlijn, waarin overlap wordt voorkomen en de beschikbare opleidingscapaciteit
doelmatiger wordt benut. Dit betekent dat de verkorting van de mbo-opleiding er niet
toe leidt dat het totale opleidingsniveau omlaag zou gaan. Het leidt juist tot een
efficiëntere inrichting van het totale leertraject. Het uitgangspunt blijft dat militairen
pas worden ingezet nadat zij de volledige militaire opleiding succesvol hebben afgerond
en voldoen aan alle gestelde eisen op het gebied van startbekwaamheid en inzetbaarheid.
De doorlopende leerlijn wordt ondersteund door de aankomende wet VABA (Verbetering
aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) die per 1 augustus 2026 in werking moet
treden. Deze wet heeft als doel mbo-opleidingen beter aan te laten sluiten op de praktijk
van werk en beroep. Vergelijkbare éénjarige opleidingen bestaan al langer succesvol.
Zo kan bijvoorbeeld de opleiding niveau 2 Beveiliging worden afgerond binnen 8–12
maanden. Dit is een voorbeeld dat vergelijkbaar is met de opleiding GROP. Daarnaast
biedt ROC Zadkine in Rotterdam circa 40 opleidingen aan die in één jaar kunnen worden
afgerond.
Het proces om de opleiding aan te passen is zorgvuldig doorlopen. De roc’s en Defensie
hebben gezamenlijk een kritische taakanalyse (een systematische analyse waarin wordt
gekeken welke taken essentieel zijn voor het functioneren van het individu en de organisatie)
uitgevoerd en naar aanleiding daarvan is een kwalificatiedossier tot stand gekomen.
Dit betreft het document dat beschrijft wat een student moet kennen en kunnen om een
diploma te halen.
De roc's hebben in het traject nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de uitvoerbaarheid
en de belasting voor studenten. Deze aandachtspunten zijn expliciet meegenomen in
de afspraken met Defensie, onder andere door maatwerk mogelijk te maken voor studenten
die meer tijd nodig hebben. In het proces is daarnaast steeds de nodige aandacht geweest
voor de kwaliteit van de opleiding in combinatie met de haalbaarheid.
Daarom hebben Defensie en de onderwijsinstellingen afspraken gemaakt over onder meer
voldoende stageplaatsen (Beroeps Praktijkvorming (BPV), begeleiding, doorstroommogelijkheden
en monitoring. Ook wordt de verkorte opleiding gefaseerd ingevoerd, met een overgangsjaar
waarin de lange en de kortere variant naast elkaar bestaan. Deze werkwijze geeft scholen
ruimte om op eigen tempo over te stappen en zorgt voor continuïteit voor studenten.
Alle roc’s hebben ingestemd met de eenjarige opleiding.
Leeftijdsgrenzen militairen
Het lid Boon verzoekt daarnaast om een reactie op een brief die de vaste commissie
voor Defensie heeft ontvangen met het verzoek tot heroverweging en loslaten van de
leeftijdsgrens voor instroom en inzet van militairen (uw kenmerk 2026Z05784/2026D16886). De kernboodschap van de steller van deze brief is het verzoek om de leeftijdsgrens
van militairen te heroverwegen en los te laten voor niet-fysiek zware functies, te
werken met functie-specifieke eisen, en kandidaten individueel te beoordelen op geschiktheid,
inzetbaarheid en gezondheid.
Militairen worden gekeurd om als militair te kunnen dienen bij Defensie en moeten
voldoen aan de militaire basis eisen. Deze eisen zijn gedifferentieerd naar cluster,
gebaseerd op de te verwachte fysieke inspanningen in de verdere loopbaan van de militair.
Recent is een extra basiscluster toegevoegd waarmee de aanstellings- en keuringseisen
voor bepaalde functies zijn verlaagd.
De steller heeft het in zijn brief over een uniforme leeftijdsgrens van 55 jaar en
6 maanden die geldt voor instroom en inzet. Daarbij moet een onderscheid worden gemaakt
tussen instroom en inzet. Defensie hanteert geen uniforme leeftijdsgrens voor instroom.
De leeftijdsgrenzen voor instroom van beroepsmilitairen bij Defensie zijn momenteel
gespecificeerd naar categorieën zoals manschappen en korporaals, onderofficieren en
officieren en liggen vooralsnog tussen de 27 en 37 jaar. Daarbinnen wordt gedifferentieerd,
bijvoorbeeld door rekening te houden met de duur van de opleiding en het te behalen
rendement daarna. Voor reservisten hanteert Defensie geen vaste leeftijdsgrenzen.
Uiteraard wordt er wel rekening gehouden met de relatie tussen de leeftijd van de
kandidaat en de functie die hij of zij gaat uitoefenen.
Momenteel beziet Defensie of de leeftijdsgrenzen voor beroepsmilitairen voor instroom
verder kunnen worden verruimd. Hierover wordt overleg gevoerd tussen de sociale partners.
Wanneer het overleg hierover is afgerond zullen we uw Kamer nader informeren zoals
ook verzocht in de motie van het lid Boon over dit onderwerp (Kamerstuk 36 800-X, nr. 43 van 5 maart 2026).
Waar het gaat om inzet, gelden voor Defensie op zich geen leeftijdsgrenzen. De Verenigde
Naties (VN) hanteren echter wel een norm van 55 jaar voor VN-missies. Hier hebben
we dus als Defensie wel rekening mee te houden.
De Staatssecretaris van Defensie,
D.G. Boswijk
Indieners
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie