Brief regering : Inzet internationale kindontvoering India
29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde
33 836
Personen- en familierecht
Nr. 1019
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE
EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 april 2026
Met deze Kamerbrief komen we, mede namens de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
tegemoet aan het verzoek gedaan tijdens het ordedebat van 3 maart jl. alsmede tijdens
de procedurevergadering van de vaste commissie Justitie en Veiligheid van 19 maart jl.
over de stand van zaken ten aanzien van de ontvoering van het meisje Insiya naar India.
Zoals uw Kamer bekend is, verstrekt het kabinet in beginsel geen informatie over individuele
zaken.
De schrijnende zaak van Insiya heeft op zowel het Ministerie van Buitenlandse Zaken
als het Ministerie van Justitie en Veiligheid onverminderd de aandacht. Het kabinet
is er ten zeerste van doordrongen hoezeer een kinderontvoering ingrijpt in het leven
van alle betrokkenen. Zoals in antwoord op eerdere Kamervragen1 is aangegeven, kaart Nederland op verschillende niveaus en op diverse manieren de
zaak bij de Indiase autoriteiten aan. Daarbij wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd
voor de uitspraak van het Gerechtshof op 13 mei 2024 en de bekrachtiging daarvan door
de Hoge Raad in november 2025, waarmee de uitspraak in de strafzaak onherroepelijk
is geworden. Alle mogelijke inzet wordt gepleegd om dit vonnis ten uitvoer te leggen.
Tevens blijft Nederland in India onder de aandacht brengen dat de Nederlandse rechter
inmiddels al jaren geleden heeft geoordeeld dat de moeder het eenhoofdig gezag heeft.
Ook wordt het grote belang van contactherstel tussen dochter en moeder met klem onder
de aandacht gebracht. In genoemde contacten met de Indiase regering is door India
aangegeven dat niet in de lokale rechtsgang kan worden getreden, net zoals dat in
Nederland het geval zou zijn.
Tot slot heeft uw Kamer tijdens het ordedebat van 3 maart jl. gevraagd naar de relatie
van kinderontvoeringen met het handelsakkoord tussen de EU en India. Deze relatie
is er niet. Het af te sluiten handelsakkoord tussen de EU en India betreft afspraken
over het verminderen van handelsbelemmeringen over en weer en bevat geen inhoudelijke
of juridische aanknopingspunten voor deze zaak, noch breder over samenwerking in kinderontvoeringszaken.
Het kabinet blijft zich onverminderd inzetten voor de terugkeer van Insiya.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
Indieners
-
Indiener
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Medeindiener
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.