Brief regering : Reactie op aangenomen ontraden moties begroting Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur 2026 (XIV)
36 800 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Nr. 81 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 april 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven
aan de volgende aangenomen ontraden moties tijdens de behandeling van het wetsvoorstel
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026 (36 800 XIV) op 19 maart 2026.
Motie van het lid Graus over voldoende centralisten bij meldpunt 144 Red een dier
(Kamerstuk 36 800 XIV, nr. 46)
De aangenomen motie van het lid Graus verzoekt de regering «zorg te dragen dat het
zeer succesvolle, doch zwaar overbelaste meldpunt 144 Red een dier 24/7 van voldoende
centralisten wordt voorzien op weg naar een alarmcentrale met verplichte opvolging».
Meldpunt 144 is beheersmatig ondergebracht bij de Eenheid Landelijke Expertise en
Operaties van de Politie en wordt dan ook bekostigd vanuit de begroting van het Ministerie
van Justitie en Veiligheid. In september van 2025 heeft de toenmalige Minister van
Justitie en Veiligheid aangekondigd om het meldpunt 144 te versterken met een incidenteel
bedrag van € 2 mln. vanuit het amendement van het lid Teunissen (Kamerstuk 36 600 VI, nr. 111). Met de afgelopen begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid heeft het lid
Teunissen met een amendement (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 67) verzocht om dit bedrag meerjarig vrij te maken voor het meldpunt 144. Dit amendement
is aangenomen. De Minister van Justitie en Veiligheid zal voor het zomerreces in een
brief aan de Tweede Kamer schetsen hoe zij beoogt deze structurele middelen in te
zetten voor een versterking van het meldpunt 144.
Motie van het lid Kostić c.s. over een einde maken aan de handel in kortsnuitige honden
uit het buitenland (Kamerstuk 36 800 XIV, nr. 63)
De aangenomen motie van de leden Kostić, Den Hollander, Graus en Grinwis verzoekt
de regering «binnen een halfjaar met een plan te komen hoe er definitief en zo snel
mogelijk een einde kan worden gemaakt aan de handel in kortsnuitige honden uit het
buitenland die niet in Nederland mogen worden gefokt». Ik deel de wens om zo spoedig
mogelijk een einde te maken aan de import van extreem kortsnuitige honden. Ik zal
voor het zomerreces in een brief aan de Tweede Kamer schetsen hoe ik van plan ben
om dat te realiseren. In deze brief zal ik ook uiteenzetten welke overige opties verkend
zijn, inclusief zoals toegezegd tijdens het debat over de begrotingsbehandeling, het
handelsverbod dat Vlaanderen heeft ingesteld en het verplichten van meetformulieren
voor handelaren van buitenlandse pups.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Indieners
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur