Brief regering : Reactie op verzoek commissie over petitie met betrekking tot erfelijke aanleg voor kanker
32 793 Preventief gezondheidsbeleid
Nr. 885
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 april 2026
Met deze brief reageert het kabinet op het verzoek van de Kamer van 26 februari 2026
om een reactie te geven op de petitie inzake erfelijke aanleg voor kanker.
De indieners vragen onder meer aandacht voor het beter informeren van familieleden,
het laagdrempelig aanbieden van erfelijkheidsadvies, DNA-onderzoek en periodieke screening,
en het uitzonderen van deze zorg (in bijzonder het DNA-onderzoek) van het verplicht
eigen risico. Ook vragen zij om meer regie en coördinatie vanuit het Ministerie van
VWS bij het bereiken van risicogroepen.
Allereerst wil het kabinet de indieners danken voor hun betrokkenheid en inzet voor
dit belangrijke onderwerp. Erfelijke aanleg voor kanker kan grote gevolgen hebben
voor mensen en hun families. Het is van belang dat mensen tijdig geïnformeerd worden,
zodat zij weloverwogen keuzes kunnen maken en passende zorg en ondersteuning krijgen.
De oproep in de petitie voor meer regie vanuit de overheid is begrijpelijk, maar het
is van belang hierbij te benadrukken dat de organisatie en uitvoering van deze zorg
in eerste plaats bij het zorgveld zelf ligt. Zorgprofessionals, zorgaanbieders en
andere betrokken partijen zijn verantwoordelijk voor het toepassen van richtlijnen
en het organiseren van passende zorg en de informatievoorziening.
In Nederland wordt de zorg voor mensen met (een vermoeden van) erfelijke kanker vormgegeven
binnen het stelsel van medisch-specialistische zorg en volgens geldende professionele
richtlijnen. Dit betreft onder meer genetische diagnostiek, counseling en het informeren
van familieleden. Deze zorg wordt geleverd door gespecialiseerde centra en zorgprofessionals,
waarbij multidisciplinaire samenwerking centraal staat. Daarnaast zijn er diverse
initiatieven vanuit het zorgveld zelf, gericht op het verbeteren van opsporing, informatievoorziening
en onderzoek. Zo werken verschillende partijen samen binnen de Nederlandse Kankeragenda
aan het doel dat mensen met een erfelijke belasting beter geïnformeerde keuzes kunnen
maken over erfelijkheidsonderzoek1. Ook lopen er verschillende initiatieven gericht op het verbeteren van registratie,
het eerder inzetten van genetisch testen («mainstreaming») en het beter bereiken van
familieleden. Het kabinet vindt het van belang dat deze initiatieven uit het veld
worden voortgezet en verder ontwikkeld. Juist de samenwerking tussen zorgverleners,
onderzoekers, patiëntenorganisaties en andere betrokken partijen is hierbij essentieel.
In de petitie wordt in het bijzonder verzocht om zorg rondom het opsporen van erfelijke
vormen van kanker, waaronder DNA-onderzoek, uit te zonderen van het verplicht eigen
risico. De indieners geven aan dat het eigen risico voor sommige mensen een belemmering
kan vormen om deze zorg te benutten.
Het Nederlandse zorgstelsel is zo ingericht dat op iedere verzekerde van 18 jaar of
ouder het verplicht eigen risico van toepassing is. Uitzonderingen gelden alleen voor
bepaalde zorgvormen, zoals de huisartsenzorg en verloskundige zorg. Zorg rondom klinisch
genetisch onderzoek, waaronder DNA-diagnostiek naar erfelijke vormen van kanker, valt
onder de medisch-specialistische zorg en telt daarom mee voor het eigen risico. Daarbij
wordt geen onderscheid gemaakt of de medische noodzaak voor zorg ontstaat door bijvoorbeeld
een aandoening, een ongeval, of door ziekte.
Het kabinet wil de zorg toegankelijk en betaalbaar houden, ook voor toekomstige generaties.
Uitzonderingen op het eigen risico zorgen ervoor dat de druk op de collectieve zorguitgaven
stijgt. De kosten van de zorg moeten solidair gedragen worden. Tegelijkertijd vraagt
een solidair zorgstelsel ook iets van zorggebruikers zelf. In lijn met het principe
van passende zorg vindt het kabinet het gerechtvaardigd dat mensen die gebruik maken
van zorg, via het eigen risico een beperkt deel van de kosten zelf dragen. Uitzonderingen
op het eigen risico passen daar niet bij, omdat zij de druk op de collectieve zorguitgaven
vergroten en daarmee de solidariteit onder druk zetten. Het kabinet is dan ook niet
voornemens om de kosten voor DNA-onderzoek uit te zonderen van het eigen risico.
Het kabinet waardeert het dat de indieners aandacht vragen voor het belang van tijdige
opsporing en preventie bij erfelijke kanker, en blijft de ontwikkelingen en initiatieven
op dit terrein volgen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.Th.M. Hermans
Indieners
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport