Brief regering : Fiche: Mededeling Terrorismebestrijdingsagenda EU
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4308
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 april 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 5 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche – Verordening Industrial Accelerator Act (Kamerstuk 22 112, nr. 4306).
Fiche – Mededeling Europese Industriële Maritieme Strategie (EIMS) (Kamerstuk 22 112, nr. 4307).
Fiche – Mededeling Terrorismebestrijdingsagenda EU.
Fiche – Richtlijn vuurwapensmokkel (Kamerstuk 22 112, nr. 4309).
Fiche – Roaming Westelijke Balkan (Kamerstuk 22 112, nr. 4310).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Fiche: Mededeling Terrorismebestrijdingsagenda EU
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH
EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’s ProtectEU: Agenda om terrorisme te
voorkomen en te bestrijden
b) Datum ontvangst commissiedocument
26 februari 2026
c) Nr. Commissiedocument
COM(2026) 101
d) EUR-Lex
EUR-Lex – 52026DC0101 – EN – EUR-Lex
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet van toepassing
f) Behandelingstraject Raad
Raad Justitie en Binnenlandse Zaken
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Justitie en Veiligheid
2. Essentie voorstel
Op 26 februari 2026 publiceerde de Europese Commissie (hierna: Commissie) de EU-agenda
voor het voorkomen en bestrijden van terrorisme (hierna: agenda). De agenda is onderdeel
van de Europese strategie voor interne veiligheid1 en bouwt voort op de terrorismebestrijdingsagenda uit 20202 en houdt rekening met de veranderende dreiging, gekenmerkt door onder meer snelle
online radicalisering, een diffuus dreigingsbeeld en rekrutering van jongeren, en
recente geopolitieke ontwikkelingen. Het doel van de agenda is om de strategische
richting te bepalen voor een hernieuwde en omvattende aanpak van terroristische en
gewelddadig extremistische dreigingen in de Europese Unie (EU). Het fundament van
de agenda bestaat uit zes pijlers.
In de eerste pijler zet de Commissie in op de adequate voorbereiding op dreigingen.
Daarvoor wil de Commissie informatieanalyse en veilige informatiedeling op EU-niveau
ondersteunen, bijvoorbeeld door het prioriteren van verschillende onderzoeksonderwerpen
die hieraan gelieerd zijn. Voorbeelden hiervan zijn vroegsignaleringscapaciteit, technologische
innovatie en bescherming tegen (nieuwe) aanslagmiddelen.
In de tweede pijler zet de Commissie de maatschappijbrede aanpak voor radicaliseringspreventie
voort. Het EU Kenniscentrum voor radicaliseringspreventie (hierna: Kenniscentrum)
blijft belangrijk voor kennisdeling en ondersteuning van lidstaten. Minderjarigen
en mentale gezondheid zijn hierin belangrijke thema’s. Ook zet de Commissie in op
(online) weerbare gemeenschappen, door burgers en professionals te ondersteunen bij
effectieve reacties op gewelddadig extremistische online content. Ten aanzien van
het bestrijden van alle vormen van haat overweegt de Commissie een wetsinitiatief
om de definitie van online haatmisdrijven te harmoniseren. Specifiek gericht op het
tegengaan van antisemitisme versnelt de Commissie de implementatie van de EU Strategy on Combating Antisemitism and Fostering Jewish Life en moedigt de Commissie lidstaten aan om de aanbevelingen uit de project-based collaboration (PBC) Antisemitisme op te volgen.
In de derde pijler versterkt de Commissie de bescherming van (kwetsbare) personen
en jongeren online. Lidstaten worden onder meer aangemoedigd om effectieve implementatie
en naleving van de verordening Terroristische Online-Inhoud (TOI) en de wet inzake
Digitale Diensten (DSA) te garanderen, waar ook de Commissie op zal inzetten. De TOI-verordening
wordt geëvalueerd, versterkt en aangevuld met een nog te ontwikkelen Europese hash-sharing database waarmee lidstaten en hostingdienstverleners terroristische en gewelddadig extremistische
content kunnen markeren, matchen en verwijderen. De Commissie versterkt daarnaast
de samenwerking met online dienstverleners binnen het EU Internet Forum (EUIF). Dit
kan specifieke acties omvatten bij het naleven en handhaven van de DSA, zoals ontwikkeling
en implementatie van vrijwillige richtlijnen en gedragscodes. Daarnaast zal het EUIF
de samenwerking tussen de gaming-sector en wetshandhaving bevorderen en zal het de
haalbaarheid van richtlijnen ter bestrijding van rekrutering onderzoeken. Europol
werkt aan gerichte capaciteit om misbruik van online gaming te monitoren en analyseren.
De vierde pijler omvat het beschermen van personen in de fysieke omgeving en het versterken
van het grenstoezicht. Om de opsporing en monitoring van personen die (mogelijk) een
terroristische dreiging voor de EU vormen te verbeteren, streeft de Commissie ernaar
om de uitwisseling van gegevens met vertrouwde derde landen via onder meer het Schengeninformatiesysteem
(SIS) te verbeteren en de samenwerking tussen lidstaten en het vrijwillig delen van
informatie rondom terrorisme signaleringen te stimuleren. Ook de implementatie van
de Screeningsverordening en de terugkeer van derdelanders die een veiligheidsrisico
vormen heeft de aandacht van de Commissie. Tot slot onderzoekt de Commissie de mogelijkheden
om het gebruik van passagiersgegevens in de strijd tegen terrorisme en ernstige criminaliteit
uit te breiden naar vervoersmodaliteiten over land en zee, waar tot nu toe alleen
passagiersgegevens van luchtvervoerders gebruikt worden.
Om toegang tot aanslagmiddelen te beperken, zet de Commissie in op het versterken
van de wetgeving omtrent vuurwapenhandel en -misdrijven, precursoren voor explosieven
en pyrotechnische artikelen. Ook presenteert de Commissie in 2026 een nieuw Chemische,
Biologische, Radiologische en Nucleaire (CBRN) Preparedness and Response Action Plan en heeft zij recent een EU Actionplan on Drone and Counter-Drone Security gepresenteerd.3
In de vijfde pijler wil de Commissie opsporing en vervolging binnen Europa versterken,
voor een snelle en gecoördineerde respons op terroristische dreigingen en aanslagen.
Hiervoor zal de Commissie het mandaat van zowel Europol als Eurojust herzien, om hun
positie, analysecapaciteit en onderlinge samenwerking te versterken en operationele
en forensische ondersteuning aan lidstaten te verbeteren. Daarnaast wordt verkend
hoe verbeterde samenwerking tussen onder meer Eurojust, UNITAD4 en het National Centre for International Judicial Cooperation of Iraq, lidstaten kan ondersteunen bij het vervolgen van uitreizigers. Om terrorismefinanciering
te traceren en bestrijden worden de mogelijkheden voor een EU-breed financieel terughaalsysteem
onderzocht. De Commissie ondersteunt samenwerking met en informatiedeling tussen financiële
inlichtingenafdelingen en inlichtingendiensten, om ongewenste buitenlandse financiering
te bestrijden.
In de zesde pijler zet de Commissie in op het versterken van internationale samenwerking
binnen alle eerdergenoemde pijlers.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
De veiligheid van Nederland is onlosmakelijk verbonden met die van de EU: terroristische
dreigingen binnen de EU raken ook onze eigen veiligheid. Het kabinet zet zich onverminderd
in voor het voorkomen en bestrijden van terrorisme. Dit komt onder meer tot uitdrukking
in de integrale aanpak op terrorisme die strekt van lokaal niveau tot aan internationale
samenwerking, zoals beschreven in de Nationale Contraterrorisme Strategie (NCTS).5 Nederland heeft een duurzame, robuuste en wendbare aanpak, waarbij een breed scala
aan zorg- en veiligheidspartners zich inzet om terrorisme en gewelddadig extremisme
te voorkomen. De aanpak focust op gerichte preventie, repressie en herstel, zowel
offline als online. Ook intensieve internationale samenwerking is nodig om terrorisme
effectief aan te pakken. Het kabinet acht Europese samenwerking van groot belang en
zet zich hier onverminderd voor in. De integrale benadering die de Commissie hanteert
in de nieuwe agenda heeft veel raakvlakken met de Nederlandse aanpak.
Ten aanzien van preventiebeleid zet het kabinet in op een brede, integrale benadering.
De focus ligt hierbij op de online dimensie, de lokale aanpak en jongeren. Er zijn
grote zorgen over de snelle online radicalisering van jongeren.6 Bescherming van het online domein tegen terrorisme en extremisme vormt daarom een
prioriteit voor Nederland. De Versterkte Aanpak Online rust op vier pijlers: een structurele
en normerende dialoog met de internetsector, een sterk en toekomstbestendig wettelijk
instrumentarium, handvatten voor de lokale aanpak en een actieve internationale inzet.7 Om te voorkomen dat personen (verder) radicaliseren wordt binnen de lokale aanpak
radicalisering ingezet op het ondersteunen van de veerkracht van groepen en individuen
die vatbaarder kunnen zijn voor extremistische denkbeelden. Om tijdig te kunnen signaleren
en te handelen wordt samenwerking tussen professionals uit het sociaal-, onderwijs-
en zorgdomein en het veiligheidsdomein ondersteund en versterkt. Personen die radicaliseren
worden besproken in het multidisciplinaire casusoverleg. Hierin stellen lokale professionals
samen een plan van aanpak op om risico’s vanuit deze personen zoveel mogelijk te verkleinen
en beschermende factoren te versterken. Om radicalisering (van jongeren) tegen te
gaan wordt geïnvesteerd in het versterken van weerbaarheid van jongeren, het trainen
van professionals om signalen van radicalisering te herkennen en het doorontwikkelen
van de detentie- en re-integratieketen.
Een belangrijk doel van het Nederlandse contraterrorismebeleid is gericht op het verstoren
van dreigingen en het beschermen van personen, objecten en vitale processen. Hiertoe
hecht het kabinet grote waarde aan Europese informatiesystemen en interoperabiliteit,
waarbij zowel informatie-uitwisseling tussen nationale en Europese informatiesystemen,
als tussen verschillende Europese informatiesystemen van belang is. In dat kader wordt
hard gewerkt aan de implementatie van de grootschalige EU-informatiesystemen en de
Screeningsverordening.8 In het SIS wordt onder meer informatie uitgewisseld over personen en voorwerpen die
betrokken zijn bij terrorisme-gerelateerde activiteiten. Sinds maart 2021 delen landen
die gebruik maken van SIS9 matches met aan terrorisme gerelateerde SIS-signaleringen ook met Europol. Nederland
doet dit in beperkte mate. Het kabinet zal zorgvuldig wegen of en, zo ja, onder welke
voorwaarden het delen van uit Nederland afkomstige gegevens in Europese informatiesystemen
(waaronder SIS) met derde landen opportuun is, ook gelet op het waarborgen van fundamentele
rechten en gegevensbescherming. SIS is een belangrijk kanaal voor onder meer contraterrorisme-onderzoeken;
het Europese karakter en de veiligheid van dit kanaal moeten worden behouden voor
deze doeleinden. Nederland verwerkt momenteel op basis van de Passenger Name Records (PNR)-Richtlijn10 passagiersgegevens van luchtvervoerders in de strijd tegen terrorisme en ernstige
criminaliteit. Nederland heeft daarbij, in tegenstelling tot sommige andere EU-lidstaten,
geen nationale wetgeving voor het gebruik van passagiersgegevens van maritieme of
landvervoersbedrijven. Ten aanzien van de aanpak van modus operandi en aanslagmiddelen
richt Nederland zich in de kern op het verhogen van de weerbaarheid, het faciliteren
van een adequate bestrijding van terrorisme en extremistisch geweld en het beperken
van de beschikbaarheid van aanslagmiddelen.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de EU-agenda voor het voorkomen en bestrijden van terrorisme.
De agenda bouwt voort op stappen die eerder gezet zijn in de aanpak van terrorisme
en beoogt een brede, geïntegreerde aanpak. In dit verband is blijvende en aanvullende
inzet nodig om de actuele en diffuse dreiging gericht te bestrijden. In algemene zin
onderschrijft het kabinet de voorstellen van de Commissie om de weerbaarheid van de
EU te vergroten tegen terrorisme, de veiligheid van mensen zowel offline als online
te beschermen en de samenwerking met internationale partners te versterken. Het kabinet
gaat hieronder in op een aantal specifieke thema’s, waarbij aanknopingspunten worden
gezien.
Het kabinet is tevreden dat de agenda het belang onderkent van een brede aanpak en
dat daarbinnen in het bijzonder aandacht is voor een aantal elementen die ook in de
Nederlandse aanpak een grote rol hebben. Het kabinet verwelkomt de inzet van de Commissie
voor het beschermen van personen online. In het kader van de TOI-verordening worden
momenteel verwijderverzoeken en verwijderbevelen voor schadelijke content verstuurd.
In Nederland is de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal
(ATKM) op grond van de Uitvoeringswet Terroristische Online-Inhoud (Uitvoeringswet
TOI), waarmee de TOI-verordening is geïmplementeerd, bevoegd om verwijderbevelen uit
te vaardigen aan online platformen ten aanzien van terroristische content. Op dit
moment onderzoekt het kabinet of in Nederland ook het instrumentarium van verwijderverzoeken
(weer) actief kan worden ingezet – voor gewelddadig extremistische content. Hoewel
verdere verduidelijking van juridische verplichtingen wenselijk is, is het daarbij
van belang dat een mogelijke vereenvoudiging van de TOI-verordening in geen geval
leidt tot een vermindering van de druk op online platformen om verantwoordelijkheid
te nemen. Het is daarnaast in de basis een goede ontwikkeling dat er een Europese
hash-sharing database11 wordt ontwikkeld. Het kabinet zal de verdere vormgeving hiervan nauwlettend volgen,
en kijkt tevens uit naar de resultaten van de Europese evaluatie van de TOI-verordening,
die dit jaar worden verwacht. Deze evaluatie zal naast de uitkomsten van de nationale
evaluatie van de Uitvoeringswet TOI worden gelegd om integraal te bezien waar verdere
verbeteringen mogelijk of noodzakelijk zijn. Ook deze evaluatie wordt dit najaar verwacht.
Uw Kamer zal hierover worden geïnformeerd.
Het is waardevol dat platformen zelf erkennen dat terrorisme en gewelddadig extremisme
systeemrisico’s vormen. De DSA verplicht hen dan ook tot het nemen van mitigerende
maatregelen tegen deze content. Voor een goede uitwerking van de DSA is de naleving
en effectief toezicht hierop van groot belang. In dat kader verwelkomt het kabinet
de nadruk op intensievere samenwerking tussen de Commissie en de digitale-diensten-coördinatoren,
in Nederland de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Striktere naleving van de DSA
is essentieel en vormt een centraal onderdeel van de Nederlandse Versterkte Aanpak
Online. Het EUIF blijft het belangrijkste Europese gremium om in dialoog te blijven
met platformen. Het kabinet zal zich blijvend inzetten voor verdere verbetering van
de functionaliteit van dit forum en het behoud van de focus op online extremisme en
terrorisme.
In het bijzonder verwelkomt het kabinet dat de nieuwe agenda expliciet verwijst naar
de mogelijkheid om een vrijwillige gedragscode op te zetten, zoals eerder bepleit
in het Nederlands-Duits-Franse non-paper.12 In dit non-paper dat op 17 december 2025 aan uw Kamer is gezonden, wordt de Commissie
opgeroepen tot het treffen van aanvullende maatregelen ter bestrijding van online
radicalisering, gewelddadig extremisme en terrorisme, in de vorm van een gedragscode.
De opname van deze mogelijkheid in de agenda vormt een belangrijke stap richting meer
gestructureerde en gezamenlijke afspraken met platformen over de aanpak van terroristische
en extremistische content online. Het kabinet kijkt dan ook nadrukkelijk uit naar
concrete voorstellen en initiatieven vanuit de Commissie om dit verder uit te werken
en te operationaliseren. Het kabinet hecht eraan dat daarbij ook de effectiviteit
en uitvoerbaarheid (incl. bijbehorende regeldruk) van de voorgestelde maatregelen
en het belang van een werkbare definitie van gewelddadige extremistische content in
acht worden genomen en zal dit nauwgezet in de gaten houden. Daar waar mogelijk zal
Nederland actief bijdragen aan het komen tot een werkbare definitie conform de motie
van het lid Michon-Derkzen (VVD).13 Tot slot is het positief dat er meer aandacht uitgaat naar de aanpak van borderline content, zoals ook door Europol wordt onderstreept, naar online gaming-omgevingen in de context
van online radicalisering en naar de rol van AI in online radicalisering en de integratie
in de bredere agenda.
Met betrekking tot het beschermen van personen in de fysieke omgeving verwelkomt het
kabinet de inzet van de Commissie om werk te maken van de implementatie van verschillende
EU wetsvoorstellen die de afgelopen jaren zijn aangenomen om het toezicht aan de EU-buitengrenzen
te verbeteren en daarmee ook bijdragen aan het tegengaan van terroristische reisbewegingen.
Later dit jaar zal het SIS «information alert», waarnaar de Commissie verwijst, live gaan. Hiermee krijgt Europol een initiërende
rol. Zo kunnen de lidstaten op voorstel van Europol en op basis van informatie uit
betrouwbare derde landen relevante alerts in het SIS invoeren, zodat informatie over
terroristen en verdachten beschikbaar is voor grens- en rechtshandhavingsautoriteiten.
Het blijft aan de lidstaten om te bepalen of zij het alert in het systeem willen zetten.
In algemene zin heeft de Commissie in de ProtectEU-strategie een ingrijpende herziening van het Europol-mandaat aangekondigd. Het kabinet
benadrukt dat de huidige ondersteuning door Europol voldoet aan het merendeel van
de vastgestelde behoeften van onze operationele diensten. Met betrekking tot verbeterde
samenwerking met derde landen hecht het kabinet er aan zorgvuldig te kunnen (blijven)
afwegen of en onder welke voorwaarden uit Nederland afkomstige gegevens in Europese
informatiesystemen (waaronder SIS) worden gedeeld met derde landen. Het is belangrijk
om fundamentele mensenrechten, EU-gegevensbescherming en veiligheidseisen hierbij
in het oog te houden. Het gebruik van passagiersgegevens speelt een essentiële rol
bij het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terrorisme en ernstige criminaliteit,
zonder de reismogelijkheden van reguliere passagiers te belemmeren. Gezien het grensoverschrijdende
karakter van terrorisme steunt het kabinet het initiatief van de Commissie om, in
samenwerking met de lidstaten en de transportsector, de mogelijkheden te onderzoeken
voor het verder versterken van het bestaande Europese Advance Passenger Information (API)/Passenger Name Records (PNR)-raamwerk. Dit omvat onder andere het delen van best practices op het gebied van het gebruik van passagiersgegevens binnen Europees verband. Het
kabinet volgt de ontwikkelingen rondom het voornemen van de Commissie om de mogelijkheden
te onderzoeken om het gebruik van passagiersgegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden
uit te breiden naar maritieme en landvervoerders op de voet. Op dit moment is het
kabinet niet voornemens om, vooruitlopend op de Europese ontwikkelingen, hier aanvullende
nationale wetgeving voor op te stellen.
In de agenda wordt verwezen naar het EU Actionplan on Drone and Counter-Drone Security. Het kabinet verwelkomt de voorstellen uit dit actieplan en heeft de Tweede Kamer
hierover in het desbetreffende BNC-fiche geïnformeerd.14 Het kabinet onderschrijft de ambitie van de Commissie om nieuwe trends en ontwikkelingen
op het gebied van modus operandi en aanslagmiddelen nauwgezet te monitoren, en om
onderzoek hiernaar een integraal onderdeel van deze inspanningen te laten zijn. Daarnaast
spreekt het kabinet haar waardering uit voor het werk van de Commissie met betrekking
tot het voorstel voor een richtlijn ter bestrijding van de illegale handel in vuurwapens
en andere vormen van vuurwapencriminaliteit, de herziening van de EU-verordening over
precursoren voor explosieven en het CBRN Preparedness and Response Action Plan. In deze initiatieven ziet het kabinet, naast het belang van een robuust EU-breed
programma voor training en oefeningen, tevens mogelijkheden om de internationale informatie-uitwisseling
verder te versterken. Een verbeterde uitwisseling van informatie kan bijdragen aan
het tijdig signaleren van nieuwe trends en ontwikkelingen en ondersteunt daarmee de
bredere doelstellingen van de Commissie. Tegelijkertijd wil het kabinet de aandacht
vestigen op de toenemende zorgen rondom het misbruik van pyrotechnische artikelen
en de momenteel beperkte controle op de beschikbaarheid van deze artikelen binnen
de Europese Unie. In dit licht wil het kabinet het belang benadrukken van voortgang
in het proces rond de herziening van Richtlijn 2013/29/EU. Deze richtlijn ziet op
de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden
van pyrotechnische artikelen. Het kabinet heeft deze zorgen reeds onder de aandacht
gebracht in een brief aan de Commissie die in april 2025 is verzonden.15 In aanvulling daarop zal binnenkort een nieuwe gezamenlijke brief van de Ministers
van Nederland, Frankrijk en Zweden over dit onderwerp aan de Commissie worden verzonden.
Ten aanzien van de inzet van de Commissie op het tegengaan van terrorismefinanciering
en ongewenste buitenlandse financiering, benadrukt het kabinet het belang om onderscheid
te blijven maken tussen deze twee onderwerpen. Gerichte financiële stromen richting
de EU kunnen overigens wel bijdragen aan onder andere radicalisering en polarisatie.
Het kabinet benadrukt, wat betreft het versterken van de juridische samenwerking,
om in het bijzonder aandacht te hebben en blijven houden voor (samenwerking ten behoeve
van) cumulatieve vervolging voor zowel terrorisme als internationale misdrijven zoals
oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en genocide. Aandacht hiervoor
is van belang, omdat het zorgt voor volledige strafrechtelijke aansprakelijkheid en
gerechtigheid voor slachtoffers.
In lijn met de NCTS, blijft het kabinet ook in Europees verband inzetten op gezamenlijke
bestrijding van terrorisme en gewelddadig extremisme en het versterken van onze veiligheid.
Daarnaast wordt internationaal contraterrorismebeleid vormgegeven middels verschillende
multilaterale fora zoals de Anti-ISIS-coalitie en het Global Counter Terrorism Forum (GCTF). Gezamenlijk kunnen nieuwe mondiale terrorismedreigingen geïdentificeerd, geduid
en aangepakt worden, in lijn met onze nationale prioriteiten. Daarbij blijft het uitwisselen
van informatie en de samenwerking tussen lidstaten ook bilateraal van groot belang.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Naar verwachting zal een grote meerderheid van de EU-lidstaten de agenda ondersteunen.
In algemene zin onderschrijven alle lidstaten het belang van een brede aanpak van
terrorisme en extremistisch geweld. De verwachting is dat lidstaten beperkt commentaar
en wensen tot aanscherpingen op onderdelen zullen hebben, zoals versterking van de
aanpak van de online dimensie van terrorisme en extremistisch geweld en de bescherming
van kritieke infrastructuur. Naar verwachting kan de strategie op steun rekenen van
het Europees Parlement.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief ten aanzien van de bevoegdheid. De mededeling
heeft betrekking op de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. Op het terrein van
de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is sprake van een gedeelde bevoegdheid
tussen de EU en de lidstaten (artikel 4, lid 2, sub j, VWEU). Daarnaast bevindt een
aantal van de aangekondigde plannen en maatregelen zich dicht tegen of op het terrein
van nationale veiligheid. Op grond van artikel 4, lid 2, VEU dient de EU de essentiële
staatsfuncties, zoals de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de
nationale veiligheid te eerbiedigen.
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief ten aanzien van de subsidiariteit. De
mededeling heeft tot doel lidstaten te ondersteunen in het bestrijden van terrorisme
en gewelddadig extremisme. Gezien het inherent grensoverschrijdende karakter van de
relevante dreigingen, waaronder de online dreiging, kan dit niet alleen door lidstaten
op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt. Daarom is een EU-aanpak
nodig. Verder is de Unie het beste gepositioneerd om de agenda te bewerkstelligen
gelet op de aard en de omvang ervan. Om die redenen is optreden op het niveau van
de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
Het kabinet heeft een positieve grondhouding ten aanzien van de proportionaliteit.
De mededeling heeft tot doel lidstaten te ondersteunen in het bestrijden van terrorisme
en gewelddadig extremisme. Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling
te bereiken, doordat de zes voorgestelde pijlers en de daarbij horende acties, namelijk
het versterken van adequate voorbereiding op dreigingen, het versterken van de radicaliseringspreventie,
de grotere inzet op de bescherming van (kwetsbare) personen en jongeren online, het
versterken van grenstoezicht samen met zowel opsporing en vervolging in Europa als
internationale samenwerking, allemaal wezenlijk bijdragen aan het bestrijden van terrorisme
en gewelddadig extremisme binnen de Unie. Bovendien gaat het voorgestelde optreden
niet verder dan noodzakelijk, doordat de mededeling bestaande samenwerking en initiatieven
versterkt en nieuwe voorstellen doet zonder de ruimte van lidstaten te beperken of
verdere verplichtingen op te leggen dan noodzakelijk.
d) Financiële gevolgen
Er wordt geen concrete informatie gegeven over eventueel verwachte financiële impact
op de hoogte of uitgaven van de EU-begroting. Het kabinet is van mening dat de benodigde
EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële
kaders van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2021–2027, en dat deze moeten passen
bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting van de EU.
Er wordt geen concrete informatie gegeven over eventueel verwachte financiële gevolgen
voor de lidstaten. Vooralsnog lijkt het erop dat de agenda geen financiële gevolgen
voor het Rijk heeft. Eventuele budgettaire gevolgen voor de nationale begroting worden
in ieder geval ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement,
conform de regels van de budgetdiscipline.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De mededeling zelf bevat geen nieuwe wettelijke maatregelen en geeft daarmee geen
aanleiding om gevolgen te verwachten op regeldruk en administratieve lasten, voor
de overheid, bedrijfsleven of burgers. Enkele initiatieven die in de mededeling worden
benoemd, worden nog verkend door de Commissie. Mogelijke regeldrukeffecten van deze
initiatieven worden in kaart gebracht bij concretere en/of wetgevende voorstellen.
De uiteindelijke regeldruk en administratieve lasten zijn afhankelijk van de specifieke
invulling van de doelen in concreet aangekondigde beleidsmaatregelen. Het is niet
uit te sluiten dat zowel de uitvoering van afzonderlijke beleidsmaatregelen als de
uitvoering van de beleidsmaatregelen in onderling verband bezien aanleiding geven
tot nieuwe regels of verhoging van de uitvoeringslasten. Bij de uitwerking van eventuele
maatregelen zal het kabinet zich inspannen om onwenselijke gevolgen voor de regeldruk,
administratieve lasten en andere uitvoeringslasten te voorkomen of te mitigeren. Daarbij
dient ook rekening gehouden te worden met eventuele gevolgen voor lokale overheden.
Tegen de achtergrond van de huidige geopolitieke ontwikkelingen, draagt de agenda
bij aan het vergroten van de weerbaarheid van de EU tegen terroristische dreigingen
die hier mogelijk het gevolg van zijn. Gelet op het gedeeltelijke transnationale karakter
van de EU-inzet op terrorismebestrijding kan de agenda geopolitieke gevolgen hebben.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken