Brief regering : Kabinetsinzet t.a.v. de ministeriële vergadering van de Raad van Europa op 14 en 15 mei in Moldavië
20 043 Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa
CL/ Nr. 159
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 april 2026
Zoals gebruikelijk wordt uw Kamer jaarlijks in aanloop naar de ministeriële vergadering
van het Comité van Ministers (CM) van de Raad van Europa (RvE) geïnformeerd over de
kabinetsinzet. Dit jaar zal deze ministeriële vergadering plaatsvinden op 14 en 15 mei
a.s. in Chisinau, Moldavië.
Graag benut ik deze gelegenheid om uw Kamer verslag te doen van de High Level Conferentie
over het Europees Sociaal Handvest van 18–19 maart jl. in Moldavië.
Inleiding
De jaarlijkse ministeriële vergadering van het CM vindt plaats in een tijd van ongekende
geopolitieke dynamiek. Brede Europese samenwerking die de Raad faciliteert op de thema’s
mensenrechten, democratie en rechtsstaat is blijvend relevant. Dat geldt ook voor
prioritaire terreinen als accountability voor Oekraïne, migratie en het tegengaan
van desinformatie en buitenlandse inmenging.
Deze context is tevens relevant in het kader van het aanstaande CM-voorzitterschap
van het Koninkrijk der Nederlanden van mei tot november 2027. Momenteel wordt door
het kabinet gewerkt aan de prioriteiten en inzet voor dit voorzitterschap. Hierover
wordt uw Kamer vóór het a.s. herfstreces geïnformeerd.
De precieze agenda van de ministeriële vergadering in mei is nog niet bekend. Wel
heeft het Moldavische voorzitterschap aangegeven dat de hiernavolgende thema’s aan
bod zullen komen.
Steun aan Oekraïne
Accountability
Tijdens de vergadering zal er aandacht zijn voor gerechtigheid voor Oekraïne. Zoals
bekend is Nederland «lead nation» op punt 7 («Restoring Justice for Ukraine») van de tien punten «Peace Formula» van de Oekraïense President Zelensky. Specifiek zal de vergadering aandacht besteden
aan de totstandkoming van het Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen
Oekraïne (Agressietribunaal) en de Claimscommissie, de accountability instrumenten binnen het raamwerk van de RvE. In juni 2025 is het bilaterale verdrag
tussen de RvE en Oekraïne ter oprichting van het Agressietribunaal getekend. Recent
is overeenstemming bereikt over de tekst van aanname van de Enlarged Partial Agreement (EPA) van het Tribunaal, en inmiddels hebben 15 landen, waaronder Nederland, de intentie
tot aansluiting ingediend. De verwachting is dat tijdens de ministeriële de benodigde
16 of meer landen zich hebben aangesloten, zodat de EPA kan worden aangenomen. Daarnaast
is op 16 december jl. tijdens de diplomatieke conferentie in Den Haag het Oprichtingsverdrag
voor de Claimscommissie Oekraïne opengesteld voor ondertekening en hebben inmiddels
35 landen en de EU het verdrag ondertekend.
Nederland zal het belang blijven benadrukken van spoedige operationalisering van deze
instrumenten en samen met Oekraïne en de RvE aan outreach doen om dit te bewerkstelligen. De inzet van het kabinet is dat in ieder geval tijdens
het voorzitterschap van het Koninkrijk in 2027 beide instrumenten operationeel kunnen
zijn.
Naoorlogse wederopbouw
Nederland blijft Oekraïne de komende jaren onverminderd en met een meerjarige inzet
steunen. Hierbij zijn politieke, militaire en niet-militaire steun onlosmakelijk met
elkaar verbonden: een geïntegreerde inzet leidt tot onderlinge versterking. Blijvende
steun is nodig om toekomstige Russische agressie af te schrikken en om een duurzame
vrede te realiseren.
Nederland heeft Oekraïne de afgelopen jaren bilaterale, niet-militaire steun geboden
ten behoeve van kritiek herstel en wederopbouw. Sinds februari 2022 gaat het om ca.
EUR 1,3 miljard aan gerealiseerde ODA-uitgaven tot en met 2025. De Nederlandse steun
richt zich op herstel van energie-infrastructuur, drinkwatervoorzieningen, woningen
en ziekenhuizen, verlichting van de humanitaire en sociale noden, gezondheidszorg,
humanitaire ontmijning en ondersteuning van de private sector.
De meest urgente noden die worden genoemd in het Rapid Damage and Needs Assessment (RDNA5), alsmede specifieke expertise die Nederland kan leveren, zijn leidend in
de thematische en financiële verdeling. De kosten voor het herstel en wederopbouw
van Oekraïne worden volgens de RDNA5 geschat op meer dan EUR 500 miljard.
Nederland zal zich bovendien blijven inzetten op het gebied van mensenrechten, rechtsstaat
en democratie, o.m. via het Council of Europe Action Plan for Ukraine. Op basis van dit actieplan verleent de RvE ondersteuning aan Oekraïne op terreinen
die van cruciale waarde zijn voor de wederopbouw van het land, zoals economische weerbaarheid,
verstevigde staatsinstituties en de bescherming van fundamentele rechten.
Migratie
In het voorjaar van 2025 kwam een oproep van een aantal Europese landen tot een dialoog
binnen de RvE over de toepassing van artikel 3 en 8 van het Europees Verdrag voor
de Rechten van de Mens (EVRM) in het migratiedomein en de mogelijkheden voor lidstaten
om de belangrijkste uitdagingen op het gebied van asiel en migratie aan te pakken.
Nederland heeft zich er sindsdien, samen met gelijkgezinde lidstaten, voor ingezet
dat asiel- en migratiebeleid in deze context verder wordt aangescherpt binnen de daarvoor
geëigende paden van de RvE. Hierbij heeft Nederland oog gehouden voor het waarborgen
van de integriteit van het EVRM en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
Deze inzet heeft ertoe geleid dat het CM op 10 december jl. opdracht heeft gegeven
tot het opstellen van een politieke verklaring die verdere duiding geeft aan hoe de
partijen bij het EVRM uitleg geven aan het verdrag. Het CM zal deze politieke verklaring
naar verwachting aannemen tijdens de ministeriële vergadering.
Op het moment van schrijven is het concept voor de politieke verklaring nog niet beschikbaar.
Wel zijn de elementen die als basis dienen voor de politieke verklaring met consensus
aangenomen in de Steering Committee for Human Rights.1 Deze elementen vormen volgens het kabinet een goede basis voor de politieke verklaring.
De elementen gaan uit van het feit dat mensenrechten ten alle tijden gewaarborgd dienen
te worden. Dit onderschrijft het kabinet. Tegelijkertijd benadrukken de elementen
de ruimte van Staten binnen het systeem van de RvE en het Europees Verdrag voor de
Rechten van de Mens (EVRM) om hun eigen asiel- en migratiebeleid te voeren, waaronder
innovatieve oplossingen. Onderdeel hiervan zijn bijvoorbeeld de beginselen van subsidiariteit
en de margin of appreciation die lidstaten hebben. Ook benadrukken de elementen het belang van een eerlijke balans
tussen het algemeen belang en de noodzaak om individuele rechten te beschermen. Verder
onderstrepen de elementen dat het verbod op foltering en onmenselijke en vernederende
behandeling onder Artikel 3 EVRM absoluut is, en dat een situatie enkel binnen de
reikwijdte van Artikel 3 EVRM valt, indien sprake is van een minimumniveau van ernst
– dit is bijvoorbeeld relevant voor Nederland in Dublinzaken. Ook verwelkomt het kabinet
de aandacht voor synergie in de uitleg van het EVRM op internationaal en nationaal
niveau. De elementen onderschrijven het belang van het EVRM en van de onafhankelijkheid
van de rechtspraak. Het kabinet is van mening dat, als de politieke verklaring met
consensus wordt aangenomen deze gelezen kan worden als een interpretatieve verklaring
van de verdragspartijen, in de zin dat deze onder het verdragenrecht een «later tot
stand gekomen overeenstemming» vormt over de uitleg of toepassing van het EVRM. Met
deze brief acht het kabinet de toezegging aan het lid Boomsma, gedaan door de Minister
van Asiel en Migratie in het Commissiedebat JBZ-Raad van 4 maart jl. over het informeren
over de inzet van het kabinet ten aanzien van de politieke verklaring afgedaan.
Weerbare democratie en Foreign information manipulation and interference (FIMI)
Europese democratieën staan voor grote en steeds veranderende uitdagingen. Gezien
deze ontwikkelingen is begin 2024 het «Nieuw Democratisch Pact»2 (NDP) geïnitieerd door de RvE. Dat bouwt onder meer voort op de tien Reykjavík Principles for Democracy, die in mei 2023 zijn aangenomen op de RvE-Top in IJsland. Deze principes beschrijven
in grote lijnen wat de RvE verstaat onder een goed functionerende democratie. Nederland
heeft actief bijgedragen aan de ontwikkeling van parameters om de principes te vertalen
naar gedeelde, concretere beginselen van de democratische rechtsstaat. Het vervolgwerk
richt zich op het verder praktisch toepasbaar maken van de parameters voor lidstaten.
Daarbij vervult Nederland een actieve rol, in lijn met de inzet om te investeren in
de weerbaarheid van de Nederlandse en Europese democratie en de bescherming ervan
ten aanzien van dreigingen van buitenaf.
Verder heeft Nederland bijgedragen aan de feasibility study voor een juridisch instrument van de RvE over Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI). Deze studie bevat een probleemanalyse en benoemt de hiaten en uitdagingen
in de internationale aanpak van FIMI. De studie is op 27 maart jl. aangepast en aangenomen
door het comité CDPC. Op basis van dit haalbaarheidsrapport zal het CM een besluit
nemen over de vervolgstap. Het kabinet bestudeert de laatste versie van het rapport
en zal in lijn met het coalitieakkoord zijn positie bepalen.
Externe dimensie van de Raad van Europa
De RvE werkt momenteel aan een strategie voor de externe dimensie van de organisatie,
gebaseerd op versterkte samenwerking met internationale en regionale organisaties,
verhoogde strategische samenwerking met waarnemers en niet-lidstaten en verbreding
van deelname aan RvE-instrumenten.
De RvE heeft in zijn 76-jarig bestaan een groot track-record opgebouwd ten aanzien van normering, monitoring en samenwerking op de terreinen van
democratie, mensenrechten en rechtsstaat. Verscheidene RvE-instrumenten, zoals het
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Verdrag van Istanbul en het Kaderverdrag
inzake Kunstmatige Intelligentie, worden ook ver buiten de grenzen van Europa beschouwd
als toonaangevend en pionierend. Het bijzondere aan het overgrote deel van de meer
dan tweehonderd RvE-instrumenten, is dat deze ook open staan voor niet-RvE-lidstaten.
Het kabinet zet zich in voor een zo groot mogelijk bereik van de voor het Koninkrijk
prioritaire RvE-instrumenten, middels toetreding door niet-lidstaten, zodat de normeringsniveaus
gelijk worden getrokken en efficiënte samenwerking op prioritaire thema’s met andere
landen mogelijk is. Dat is in het belang van de RvE, Europa en het Koninkrijk.
Ten aanzien van de externe dimensie is het tevens van belang dat de RvE en andere
internationale organisaties, zoals de EU, OVSE en de VN, zo goed mogelijk samenwerken,
teneinde elkaars inzet te versterken en duplicatie te voorkomen. Dit gebeurt al op
veel terreinen. Zo is de EU fervent afnemer van RvE-rapporten op het gebied van rechtsstaat
die worden gebruikt in het kader van de toetredingsprocessen en is de EU tot diverse
RvE-instrumenten toegetreden. Tevens vindt er op grote schaal gezamenlijke programmering
plaats van de EU en RvE in diverse RvE-lidstaten. Het kabinet zal zich doorlopend
blijven inzetten om het belang van complementariteit voor het voetlicht te brengen.
High Level Conferentie Europees Sociaal Handvest
Op 18 en 19 maart 2026 vond de High-Level Conferentie (HLC) over het Europees Sociaal
Handvest (ESH) van de RvE plaats in Chişinǎu, Moldavië. In de brief van 9 maart 20263 informeerde de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid u over de inzet van
Nederland bij de HLC. De conferentie stond in het teken van de bijdrage van sociale
rechten, vastgelegd in het ESH, aan democratische stabiliteit en veiligheid en de
aanpak van ongelijkheid. De President van Moldavië, Maia Sandu, opende de conferentie
en ging in op de nauwe verwevenheid van sociale rechten en democratie. De Nederlandse
inzet richtte zich op het onderstrepen van het belang van het normatieve raamwerk
van het ESH-systeem als fundament voor sociale rechtvaardigheid. Het normatieve raamwerk
is cruciaal voor democratische stabiliteit en veiligheid in Europa. Ook de uitdagingen
op het gebied van werk, in het licht de huidige economische, demografische en technologische
veranderingen zijn daarbij aan bod gekomen. De HLC heeft een aantal concrete resultaten
bereikt. Negen lidstaten hebben stappen gezet en extra bepalingen of instrumenten
onder het ESH geratificeerd. Daarnaast is er een politieke verklaring (Chişinau Declaration4) vastgesteld, die niet juridisch bindend is, maar wel richtinggevend voor toekomstige
voorstellen binnen de RvE. In de verklaring zijn gedeelde principes en het belang
van het ESH-raamwerk en ratificatie van de ESH-bepalingen en -instrumenten herbevestigd.
Lidstaten hebben zich daarnaast uitgesproken voor het belang van effectieve implementatie
van sociale rechten, waaronder fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, waardigheid op
de werkplek, bescherming van kwetsbare groepen en toegang tot een effectieve sociale
dialoog. Portugal kondigde aan tijdens het Portugees voorzitterschap van de RvE in
2029 de volgende HLC te organiseren.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.