Brief regering : Verslag Landbouw- en Visserijraad 30 maart 2026 en terugkoppeling gesprek met de Eurocommissaris voor Gezondheid en Dierenwelzijn
21 501-32 Landbouw- en Visserijraad
28 286 Dierenwelzijn
Nr. 1775 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID
EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 april 2026
Op 30 maart jl. vond de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad) plaats in Brussel.
Met deze brief informeren wij de Kamer over de uitkomsten van de Raad. Daarnaast informeert
de Staatssecretaris de Kamer over zijn gesprek met de Eurocommissaris voor Gezondheid
en Dierenwelzijn Várhelyi over de onderwerpen bont en dieren in kooien, conform zijn
toezegging tijdens het Commissiedebat van 25 maart jl.
I. Verslag Landbouw- en Visserijraad d.d. 30 maart 2026
Energietransitie in de visserij en aquacultuursectoren
De Raad hield een gedachtewisseling over de energietransitie in de visserij- en aquacultuursectoren.
Eurocommissaris Kadis noemde de energietransitie van doorslaggevend belang om de visserij-
en aquacultuursectoren te beschermen tegen de volatiliteit van de energieprijzen alsmede
voor het doel van een klimaatneutraal Europa in 2050. De Europese Commissie (hierna:
Commissie) kondigde aan dat de Visie voor Visserij en Aquacultuur in 2040 ook een
roadmap voor de energietransitie zal bevatten. Daarnaast meldde de Commissie dat zij
verkent of de huidige verordening voor het Europees Fonds voor Maritieme Zaken, Visserij
en Aquacultuur (EMFAF) kan worden aangepast, om barrières in de regelgeving met betrekking
tot de energietransitie aan te passen.
Vrijwel alle lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten het belang van het aanpassen
van de regelgeving om de energietransitie te ondersteunen. Hierbij werd opgeroepen
tot snelheid, ook in het licht van de snel stijgende brandstofprijzen, waardoor vissersschepen
niet meer rendabel kunnen vissen. De Staatssecretaris wees in dit kader specifiek
op de noodzaak om belemmeringen aan investeringssteun voor vaartuigen groter dan 24 meter
op te heffen en om meer flexibiliteit in de regelgeving om bewezen energiezuinigere
vistechnieken toe te passen.
Verschillende lidstaten benoemden dat de Europese financieringsvoorstellen voor visserij
onder het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) een beperking kennen en dat de
voorgestelde middelen ontoereikend zullen zijn om de energietransitie vorm te geven.
Nederland wees op het belang van een bredere Omnibusverordening voor vereenvoudiging
van visserijregelgeving, omdat het huidige regelgevende kader te veel beperkingen
en onzekerheden oplevert, die private investeringen in de visserij- en aquacultuursectoren
belemmeren.
Diversenpunt van Italië over noodsteun voor de visserij
Het diversenpunt van Italië, waarin werd opgeroepen tot noodsteun voor de visserij
in het licht van de gestegen brandstofprijzen, werd door een aantal lidstaten ondersteund.
De Commissie gaf hierop aan dat ze verkent of het crisismechanisme onder het EMFAF
geactiveerd kan worden. Hiermee zouden lidstaten in staat gesteld worden om bestaande
middelen uit het EMFAF (dat voor 70% uit Europees en voor 30% uit nationaal geld bestaat)
in te zetten om de visserijsector te ondersteunen. Nederland heeft Italië bedankt
voor het adresseren van het diversenpunt en aangegeven benieuwd te zijn naar de reactie
van de Commissaris.
In verschillende bilaterale gesprekken met andere lidstaten heeft de Staatssecretaris
het gesprek gevoerd over de energietransitie, innovatie en andere zaken. In navolging
van de motie-Flach (Kamerstuk 23 432, nr. 713) werd in deze gesprekken ook de huidige situatie omtrent de stijgende brandstofprijzen
en de impact die dit heeft op de visserijsector besproken. In deze gesprekken heeft
de Staatssecretaris gewezen op het belang van versnelde inzet op het verhogen van
de energie-efficiëntie en het belang van pulsvisserij om brandstofbesparing te bewerkstelligen.
Als er vanuit de Commissie meer informatie bekend is over de mogelijke activatie van
het crisismechanisme onder het EMFAF, zal de Kamer daarover geïnformeerd worden.
Diversenpunt van Frankrijk en Nederland over de urgentie van het hervatten van onderhandelingen
met Noordoost-Atlantische kuststaten voor een allesomvattend akkoord over makreel
Frankrijk en Nederland uitten zorgen over de status van het makreelbestand en de geïsoleerde
positie van de Europese Unie (EU) in de onderhandelingen en kregen daarbij steun van
verschillende andere lidstaten. De lidstaten wezen op het belang van een alomvattend
akkoord tussen alle kuststaten over een langdurig duurzaam beheer van makreel. De
Staatssecretaris noemde onder dit agendapunt ook het belang om meer grip te krijgen
op Russische overbevissing van het makreelbestand.
In december 2025 zijn het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Faeröer en IJsland onderling,
zonder de EU, overeengekomen om niet het hoofdadvies van de International Council
for the Exploration of the Sea (ICES), maar het tweede scenario uit het wetenschappelijk
advies te volgen. In dit tweede scenario is het risico dat het bestand onder het biologisch
minimum komt enkele procenten hoger dan in het eerste scenario. In februari 2026 heeft
Groenland besloten ook dit scenario als basis te nemen voor haar vangstmogelijkheden.
Omdat dit zorgt voor een ontbrekend gelijk speelveld en de impact voor het makreelbestand
beperkt is, indien alleen de EU zich aan een zeer streng vangstadvies zou houden,
terwijl de sociaal-economische gevolgen voor de Europese visserijsector heel groot
zouden zijn, kiest de Raad ervoor om het gelijke speelveld met de andere kuststaten
te herstellen en de totale vangsthoogte voor makreel ook op basis van het tweede ICES-scenario
vast te stellen. Dit biedt tevens de mogelijkheid voor de EU om op gelijke basis door
te onderhandelen met de andere kuststaten over een robuuste verdeelsleutel en lange
termijn managementstrategie voor een duurzaam beheer van het makreelbestand. De Commissie
gaf aan dat het ondanks vele gesprekken niet gelukt is een akkoord te bereiken over
de verdeelsleutel. De Commissie blijft zich inzetten voor het beschermen van het EU-belang.
Diversenpunt van Duitsland over de noodzaak van een duidelijke verbetering en vereenvoudiging
van de EU-visserijregels, in het bijzonder de regels rondom het wegen van visproducten
Duitsland gaf aan dat het Commissievoorstel voor een uitvoeringsverordening voor controleregels
nog verbetering behoeft. In het bijzonder wees Duitsland op de disproportionaliteit
van de voorstellen voor regels rondom het wegen van visproducten. Duitsland gaf aan
dat er praktische regels nodig zijn met voldoende implementatietijd. Duitsland vroeg
ook aandacht voor de problemen rondom de invoering van het IT CATCH-systeem. Het Duitse
diversenpunt kreeg brede steun vanuit de Raad, ook vanuit Nederland. De Staatssecretaris
vroeg naast de weegverplichtingen aandacht voor de disproportionaliteit van het voorstel
voor controlebenchmarks, benadrukte dat de impact van cameratoezicht bij weeglocaties
niet onderschat moet worden en noemde ook in dit kader de behoefte aan een bredere
Omnibusverordening voor vereenvoudiging van visserijregels. De Commissie nam nota
van de opmerkingen van de lidstaten en gaf aan het voorstel opnieuw te bekijken. Wel
benadrukte de Commissie daarbij het belang van een nauwkeurige weging en dat bij de
uitvoeringsverordening niet teruggekomen kan worden op verplichtingen uit de Controleverordening
zelf. De Commissie noemde ook de resultaten tot nu toe van het IT CATCH-systeem en
gaf aan dat het gebruik van het systeem verplicht blijft voor alle lidstaten en marktdeelnemers.
Diversenpunt van de Europese Commissie over de uitvoeringsdialoog kleinschalige visserij
De Commissie informeerde de Raad over de uitvoeringsdialoog kleinschalige visserij.
De dialoog vond in november 2025 plaats met vissers uit verschillende lidstaten, adviesraden,
sociale partners en ngo’s. De Europese visserijsector bestaat voor 75% uit kleinschalige
en kustvisserij en dit deel van de sector levert 50% van de werkgelegenheid. De prioriteiten
voor de ondersteuning van dit deel van de sector zijn innovatie en generatievernieuwing.
Belangrijke belemmeringen en uitdagingen voor dit deel van de sector zijn inconsistente
implementatie van regelgeving en administratieve complexiteit van toegang tot Europese
financiering (EMFAF). Verschillende lidstaten onderstreepten het belang van de kleinschalige
en kustvisserij voor de EU, en benadrukten het belang van vereenvoudiging van regelgeving
om de uitdagingen aan te kunnen pakken. Naast belemmerende regelgeving en regeldruk
wezen de lidstaten ook op klimaatverandering als grote uitdaging voor het toekomstperspectief
van dit vlootsegment.
Visie voor Landbouw en Voedsel
De Raad sprak over de Visie voor Landbouw en Voedsel (hierna: Visie), die de Commissie
op 19 februari 2025 publiceerde. De Commissie blikte terug op de stappen die in het
afgelopen jaar zijn gezet om uitvoering te geven aan de Visie en keek daarbij vooruit
naar aankomende beleidsinitiatieven. De Commissie benadrukte het strategische belang
van de landbouwsector, het belang van stabiliteit van deze sector, het bevorderen
van duurzame landbouwpraktijken, het verhogen van het concurrentievermogen van de
EU, het verder vereenvoudigen van beleid en het herzien van de Richtlijn Oneerlijke
Handelspraktijken.
Net als Nederland spraken verschillende lidstaten brede steun uit voor de Visie, en
ze verwelkomden de initiatieven van de Commissie. Ook waren deze lidstaten positief
over de voortgang die in het afgelopen jaar is geboekt, onder andere met de bio-economiestrategie,
de strategie voor generatievernieuwing in de landbouw en de vereenvoudigingsagenda.
De Minister onderstreepte specifiek het belang van innovatie. Veel lidstaten benadrukten
de noodzaak van voldoende financiering en het belang van voldoende budget voor het
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De Minister gaf over het GLB aan de verschuiving
van een benadering van voorwaarden aan steun naar financiële prikkels te verwelkomen
en pleitte ervoor dat boeren betaald worden voor de bijdragen die zij leveren aan
ecosysteemdiensten. Er werd door meerdere lidstaten een dringende oproep gedaan voor
vereenvoudiging van de regelgeving en voor het behoud van flexibele, strategische
maatregelen die inspelen op de behoeften van de sector en de huidige geopolitieke
situatie. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, verwelkomden de nadruk die de Visie
legt op voedselzekerheid en crisisparaatheid, en benadrukten het toenemende belang
hiervan gezien de huidige geopolitieke ontwikkelingen. Sommige lidstaten, waaronder
Nederland, onderstreepten ook het belang van een toekomstbestendige veehouderijsector
en gaven hierbij aan uit te kijken naar de Strategie voor de veehouderij, die de Commissie
heeft aangekondigd. Ten slotte riep de Minister op de inzet ook gericht te houden
op de versterking van de positie van de boer in de keten, onder meer door een herziening
van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken en de ontwikkeling van een EU-benchmarkingsysteem
voor het beoordelen van duurzaamheidsinspanningen op boerderijniveau.
Handelsgerelateerde landbouwvraagstukken
De Commissie informeerde de Raad over de laatste handelscijfers en de stand van zaken
in lopende bilaterale onderhandelingen over handelsakkoorden. De Commissie ging in
op de recent gesloten onderhandelaarsakkoorden tussen de EU en Australië en de EU
en India. Daarbij gaf de Commissie aan dat deze akkoorden kansen bieden voor de export
van landbouwgoederen, terwijl tegelijkertijd de gevoelige landbouwsectoren worden
beschermd. Beide akkoorden moeten juridisch opgeschoond worden, voordat ze door de
Commissie aan de Raad worden aangeboden ter besluitvorming. Met betrekking tot het
Mercosur-akkoord gaf de Commissie aan dat de voorlopige toepassing op 1 mei a.s. zal
starten. Met betrekking tot de crisis in het Midden-Oosten gaf de Commissie aan dat
deze leidt tot hogere transportkosten en hogere kunstmestprijzen. De Commissie kijkt
welke kortetermijnmaatregelen er mogelijk zijn om deze prijzen te dempen, naast maatregelen
die voortkomen uit het aankomende Actieplan Meststoffen dat voor de zomer zal worden
gepresenteerd.
In de Raad was in het algemeen steun voor het afsluiten van handelsakkoorden, hoewel
sommige lidstaten een meer protectionistische aanpak voorstaan als het gaat om geïmporteerde
producten. Nederland en een aantal andere lidstaten benadrukten de geopolitieke relevantie
van handelsakkoorden, die bijdragen aan diversificatie van handelsstromen en het verlagen
van kwetsbaarheid op de internationale markten. Ook gaf Nederland aan de land- en
tuinbouwsector actief te assisteren met investeringen en handel buiten Europa om onze
agrarische toeleveringsketen te versterken, waarbij de bundeling van krachten door
EU-lidstaten voordelig kan zijn.
Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, verwelkomde de aanstaande voorlopige toepassing
van het EU-Mercosur-Verdrag en de onderhandelaarsakkoorden met India en Australië.
Over deze akkoorden zal voorafgaand aan de besluitvorming in de Raad een kabinetsappreciatie
met de Kamer gedeeld worden. Sommige lidstaten spraken zorgen uit over het akkoord
met Australië en de tariefquota daarin voor de import van rund-, schapen- en geitenvlees
en suiker. Een aantal lidstaten vroeg de Commissie om de studie naar de cumulatieve
economische effecten van handelsakkoorden op de landbouw uit 2024 (Joint Research
Centre, studie Cumulative economic impact of upcoming trade agreements on EU agriculture)
te actualiseren. Nederland sprak zorgen uit over de door China ingestelde antidumpingheffingen
op Europese zuivel- en varkensproducten. De Staatssecretaris benadrukte het belang
van monitoring van de effecten en vroeg of de Commissie volgende stappen voorziet
in WTO-procedures.
De negatieve gevolgen van de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten op de prijzen
voor inputs (kunstmest, energie) en de hogere voedselprijzen en inflatie die daar
op termijn mogelijk uit voortvloeien, leidden tot brede zorgen onder lidstaten. Lidstaten
kijken uit naar het door de Commissie aangekondigde Actieplan Meststoffen. Een aantal
lidstaten pleitte naast monitoring voor mitigerende maatregelen om boeren te steunen,
zoals opschorting van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) voor meststoffen
of steunmaatregelen.
Diversenpunt Hongarije – Meerjarig Financieel Kader en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
na 2027
De Visegrad-groep (een alliantie van Hongarije, Tsjechië, Polen en Slowakije) agendeerde,
met steun van Bulgarije en Roemenië, het MFK en het GLB na 2027. Deze groep lidstaten
pleitte voor het behoud van de financiering voor het GLB, zoals deze momenteel is,
en onderstreepte het belang van de afzonderlijke goedkeuring van de GLB-plannen en
de loskoppeling van GLB-wet- en -regelgeving van andere beleidsdomeinen. Meerdere
lidstaten spraken steun uit voor een verhoging van het GLB-budget in de nieuwe MFK-periode.
Nederland heeft niet geïntervenieerd bij dit punt.
Diversenpunt Italië – Promotie van het gebruik van digestaat
Tegen de achtergrond van hoge prijzen voor kunstmest ten gevolge van de huidige geopolitieke
spanningen, riep Italië op om de Nitraatrichtlijn te herzien om het gebruik van digestaat,
als duurzaam (en onafhankelijk) alternatief voor kunstmest, toe te staan. Het gebruik
van digestaat als alternatief voor synthetische meststoffen werd breed gesteund, waarbij
sommige lidstaten aangaven dat het alleen mag worden ingezet als het ook bijdraagt
aan een gezonde bodem. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten het
belang van een veilige toepassing van digestaat. Nederland sprak daarnaast steun uit
voor het verminderen van afhankelijkheid van kunstmest door het gebruik van digestaat,
en om hierbij wetenschappelijke inzichten te raadplegen, waarbij het Joint Research
Centre-rapport over RENURE een goed vertrekpunt is. De Commissie erkende digestaat
als een belangrijke bron van inkomsten voor boeren en benadrukte dat het gebruik ervan
als vervanger voor kunstmest verder onderzoek vergt.
Diversenpunt Italië – Verandering in automatische vrijwaringsmaatregelen
Italië riep op om de herziene verordening over het Algemeen Preferentieel Stelsel
(APS) te wijzigen voordat deze dit voorjaar definitief wordt aangenomen in de Raad.
De verordening vormt een voorwaardelijk handelsstelsel waarmee de EU tariefpreferenties
voor import aanbiedt aan ontwikkelingslanden. Italië is ontevreden met de uitkomst
van de onderhandelingen over de herziening van de verordening en betoogde tijdens
de Raad dat enkele Europese sectoren, zoals rijst, onvoldoende zullen worden beschermd
in het geval van ernstige marktverstoringen door de import uit ontwikkelingslanden.
Een enkele lidstaat sprak steun uit voor dit punt. Nederland heeft niet geïntervenieerd.
Diversenpunt Frankrijk – Effecten Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM)
Frankrijk riep de Commissie op om maatregelen te nemen om de gevolgen van het Europese
koolstofcorrectiemechanisme CBAM tijdelijk te beperken. Frankrijk benoemde dat de
ingevoerde CBAM voor meststoffen negatieve gevolgen kan hebben voor de akkerbouwsector,
in het bijzonder gezien de huidige geopolitieke situatie en gestegen kunstmestprijzen.
Specifiek pleitte Frankrijk voor retroactieve, tijdelijke opschorting van de CBAM-heffingen
voor meststoffen en ammonia. Indien dit niet wordt gedaan, pleitte Frankrijk voor
het introduceren van een compensatiemechanisme als alternatief. Meerdere lidstaten
benoemden de impact die hogere prijzen voor meststoffen als gevolg van CBAM hebben
op voedselzekerheid, waarbij deze lidstaten benadrukten dat de meststoffenmarkt nauwlettend
gevolgd moet worden om de betaalbaarheid te waarborgen. De Commissie gaf aan dat er
momenteel wordt gewerkt aan een Actieplan Meststoffen, dat hopelijk binnenkort wordt
gepubliceerd. De Minister heeft steun uitgesproken voor het CBAM-mechanisme en aangegeven
te hechten aan rechtszekerheid voor de hele agrifoodketen. Daarbij staat de Minister
een duurzamere oplossing voor, onder meer door te investeren in innovatieve technologieën
die duurzame alternatieven voor chemische meststoffen bieden, alsook het versterken
van duurzame, crisisbestendige voedselsystemen.
Diversenpunten België en Slowakije – Situatie in de zuivelsector
België en Slowakije agendeerden de situatie in de zuivelsector. Zij benoemden de daling
van het inkomen van producenten en de noodzaak voor steunmaatregelen. Zo riepen deze
lidstaten op om middelen uit de landbouwreserve vrij te maken en aanvullende fondsen
voor schoolmelkprogramma's beschikbaar te stellen. Dit punt kon rekenen op steun van
sommige lidstaten, die benadrukten dat er dringend EU-maatregelen nodig zijn en zij
vroegen de Commissie om snel actie te ondernemen. Nederland heeft niet geïntervenieerd
bij dit punt.
De Commissie toonde begrip voor de situatie en erkende de toenemende druk op de marges
van de producenten. Tegelijkertijd gaf de Commissie aan tekenen van herstel in de
markt te zien en te twijfelen of de recente stijgingen in de productie door zullen
zetten.
Diversenpunt Polen – GLB directe betalingen in 2027 en financiële plafonnering
Polen riep de Commissie op om wetgevende maatregelen te treffen die het mogelijk maken
om middelen uit het toekomstige GLB-budget voor 2028 over te hevelen naar de eerste
pijler voor inkomenssteun in 2027 onder de huidige GLB-programmaperiode. Hoewel het
huidige GLB de mogelijkheid biedt om middelen over te hevelen van de tweede pijler
(plattelandsontwikkeling) naar de eerste pijler (inkomenssteun), voorziet noch het
huidige noch het toekomstige GLB in de mogelijkheid het GLB-budget over te hevelen
van 2028 naar 2027. Dit kan leiden tot onduidelijkheden en betalingsproblemen. Een
aantal lidstaten steunde de oproep van Polen. Hoewel de Commissie het probleem onderkent,
gaf ze aan dat de prioriteit nu ligt bij het voortzetten van de onderhandelingen over
het toekomstige GLB, evenals bij een tijdige implementatie en toepassing van het toekomstige
GLB.
Diversenpunt Spanje en Portugal – Transitiemaatregelen sectorale interventies
Spanje en Portugal vroegen aandacht voor de gevolgen van de voorgestelde regelgeving
omtrent de Nationale en Regionale Partnerschapplannen (NRPP’s) en het nieuwe GLB na
2027 voor de financiering van de sectorale interventies groenten en fruit, en wijn.
De twee lidstaten uitten zorgen over de continuïteit van de lopende, meest meerjarige
interventies, als deze vanaf 2028 niet meer uit een eigen EU-budget maar uit de nationaal
toebedeelde financiële enveloppes gefinancierd dienen te worden. Spanje en Portugal
riepen de Commissie op tot het instellen van overgangsmaatregelen. Meerdere lidstaten
benoemden eveneens hun zorgen en steunden de oproep. Nederland heeft niet geïntervenieerd
bij dit punt.
II. Terugkoppeling gesprek Staatssecretaris en de Eurocommissaris voor Gezondheid
en Dierenwelzijn Várhelyi
Tijdens het Commissiedebat Landbouw- en Visserijraad van 25 maart jl. heeft de Staatssecretaris
een toezegging gedaan aan het lid Kostić (TZ202603-212) om in dit verslag de Kamer
te informeren over het gesprek met de Eurocommissaris voor Gezondheid en Dierenwelzijn
Várhelyi over de onderwerpen bont en dieren in kooien. En marge van de Raad heeft
de Staatssecretaris tijdens een gesprek met Eurocommissaris Várhelyi aangegeven dat
Nederland voorstander is van een EU-breed verbod op de pelsdierhouderij en op het
op de markt brengen van bont en bontproducten. Veel lidstaten hebben al een verbod
op pelsdierhouderij.
Ook heeft de Staatssecretaris aangegeven dat Nederland voorstander is van het EU-breed
uitfaseren van kooihuisvestingen. De Commissie zal binnenkort reageren op het burgerinitiatief
End the Cage Age.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Indieners
-
Indiener
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Medeindiener
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur