Brief regering : 24e voortgangsrapportage ERTMS
33 652 Spoorbeveiligingssysteem European Rail Traffic Management System (ERTMS)
Nr. 111
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 april 2026
Bijgaand bied ik u de 24e voortgangsrapportage van het programma ERTMS aan, die gaat over de tweede helft van
2025. Ook is het accountantsrapport van de Auditdienst Rijk (ADR) toegevoegd. Het
programma heeft een goedkeurende controleverklaring ontvangen over 2025.
Voor een programma met grootprojectstatus is het gebruikelijk dat de Tweede Kamer
een rapporteur benoemt. Ik ben blij te constateren dat het lid Heutink voor ERTMS
deze rol op zich neemt.
Het programma ERTMS werkt aan de vervanging van de treinbeveiliging op het Nederlands
spoor. Treinbeveiliging is de basis van het spoorsysteem. Het huidige beveiligingssysteem
uit de jaren ’50 is einde levensduur. Om vervanging met oude technologie te voorkomen,
doen we dat met een toekomstbestendig, digitaal en Europees systeem: ERTMS (European Rail Traffic Management System). Hiermee geven IenW, programmadirectie ERTMS en de spoorsector uitvoering aan de
programmabeslissing uit 20191.
De overgang naar ERTMS betekent een overgang van analoog naar digitaal op één van
de drukst bereden spoornetwerken ter wereld. Voor een beheerste overgang is de introductie
van een tranchegewijze aanpak noodzakelijk gebleken. De programmascope is hiermee
opgedeeld in tranches, met een meer stapsgewijze en op leren gerichte aanpak. Het
programma start de komende jaren met de realisatie van tranche 1 op de Noordelijke
Lijnen in Groningen en Fryslân, de Zeeuwse Lijn en het traject Kijfhoek-Belgische
grens. Landelijk staat de aanleg van ERTMS onder druk, omdat het oude beveiligingssysteem
eerder dan voorzien vervangen moet zijn. Inmiddels is gestart met het testen van aangepaste
treinen, het aanleggen van infrastructuur en integreren van opgeleverde systemen.
Ondertussen volgen technologische veranderingen elkaar snel op. Om deze ontwikkelingen
het hoofd te bieden is afgelopen verslagperiode ook gestudeerd op mogelijkheden om
de aanleg van ERTMS te versnellen na 2030.
Deze brief is opgebouwd in drie onderdelen. De brief begint met een blik op de realisatie
van tranche 1. Daarna volgt een eerste blik op de opgedane inzichten over de aanleg
van ERTMS in de periode na 2030. Tot slot is er aandacht voor de beheersing van het
programma.
Ontwikkelingen tranche 1
De realisatie van tranche 1 is over de volledige linie op stoom. De focus ligt hierin
op het realiseren van een werkend vervoerssysteem onder ERTMS op een druk bereden
traject. Hiervoor begint de uitrol aan de randen van het netwerk. De werking van het
ERTMS-systeem wordt voor het eerst getest en beproefd op proefbaanvak Leeuwarden –
Harlingen Haven. Hiervoor moeten spoor, trein, systemen en personeel tegelijk klaar
zijn. ProRail is begin 2026 gestart met het inbouwen van ERTMS in het spoor tussen
Leeuwarden en Harlingen.De ombouw van Arriva-treinen is begonnen. Buiten Fryslân is
het testprogramma voor het grootste onderdeel van de vloot van NS (type VIRM–dubbeldekker)
in volle gang en voorbereidingen voor het testen van de volgende twee types lopen.
Personeel volgt en masse een opleiding, nu de bulkopleiding van machinisten bij NS
en Arriva is gestart. Tenslotte is het CSS (Central Safety System) van Hitachi opgeleverd voor testen tussen baan en trein in het Railcenter.
Uitdagingen in de planning van de Noordelijke Lijnen zorgen voor nieuwe risico’s bij
de ombouw van treinen en het werkend houden van het huidig systeem. Hierover zijn
de sectorpartijen, provincies, het programma en IenW in overleg. Na de start van tranche
1 op de Noordelijke Lijnen volgt de uitrol van ERTMS op de Zeeuwse Lijn. Op de Zeeuwse
Lijn staat ook een proefbaanvak op de planning (Goes-Vlissingen). Er blijft onverminderd
aandacht voor de hinder die beide proefbaanvakken opleveren voor reizigers van en
naar het Noorden en Zeeland. De voorbereidingen voor treinvervangend vervoer en andere
maatregelen worden de komende jaren stapsgewijs verder uitgewerkt met de regio’s.
Verkennende analyse aanleg ERTMS na 2030
Het operationeel houden van het Nederlandse spoorwegnet komt de komende decennia onder
druk te staan. Onderdelen van het huidige beveiligingssysteem (ATB) zijn rond 2035–2040
einde levensduur. De techniek is verouderd en kennis en onderdelen zijn steeds schaarser.
Deze ontwikkelingen vergroten de urgentie in de aanleg van ERTMS. Uit tranche 1 leren
we hoe het systeem in dienst gesteld kan worden, maar blijkt ook dat de huidige werkwijze
te duur en te traag is. Daarbij lopen de kosten van tussentijdse vervangingen van
het huidige beveiligingssysteem op, wat ten koste gaat van middelen (zowel personeel
als financieel) voor de uitrol van ERTMS.
In het «Rapport Verkennende analyse landelijke uitrol ERTMS» (bijlage 3 bij deze Kamerbrief)
zijn daarom de urgentie en de mogelijkheden voor versnelling van de uitrol onderzocht
door de sector. Duidelijk is dat de landelijke uitrol efficiënter aangepakt moet worden
om ERTMS versneld aan te kunnen leggen. Op het huidige tempo dreigt de landelijke
uitrol pas ruim na 2050 te kunnen worden afgerond. Er zijn echter nog onzekerheden
en daarmee risico’s voor de versnellingsaanpak. Deze zitten vooral op het gebied van
de maakbaarheid bij ProRail en de markt en op de beschikbare middelen. Deze risico’s
vragen om een behoedzame en stapsgewijze aanpak.
De huidige inzichten geven aan dat er afhankelijk van de uitrolsnelheid € 2 tot 3 miljard
budgetspanning is tot 2050. Hierover is de Kamer eerder geïnformeerd2. Een mogelijk versnelde uitrol vraagt tevens om verschuiving van middelen in de periode
ná 2040 naar de periode vóór 2040. In de huidige inschatting zou dit circa 5 miljard
euro extra kasruimte in de periode tot 2040 vereisen, bovenop de reeds gereserveerde
middelen in het Mobiliteitsfonds voor deze periode (de periode tot 2040).
Het rapport is eind maart aangeboden aan IenW door de stuurgroep ERTMS. Ik verdiep
me de komende periode in de uitkomsten en zal bij de eerstvolgende voortgangsrapportage
ERTMS (najaar 2026) met een reactie komen. Parallel hieraan wordt met de sector bezien
hoe op onderdelen de mogelijke versnellingsaanpak verder kan worden uitgewerkt zonder
daarbij onomkeerbare stappen te zetten. De focus ligt hierbij op programmasturing
en -beheersing. De tranchegerichte aanpak wordt benut, om stap voor stap te realiseren
met go/no-go-momenten, leren en bijstellen. Deze informatie is noodzakelijk om bij
de reguliere (budgettaire) besluitvormingsmomenten te kunnen beslissen over een versnelde
aanpak.
Op de HSL-Zuid ligt een versie van ERTMS die verouderd- en niet meer te koppelen is
aan de huidig uit te rollen versie. Elke uitrolstrategie vraagt om aansluiting op
de HSL bij Breda of bij Hoofddorp, waarvoor vervanging van ERTMS op de HSL nodig is.
Daarom is de aanpak hiervan no regret, en deze vormt tranche 2 van de uitrol. Er is
uitgebreid onderzoek gedaan door de sector naar de beste aanpak. Op basis hiervan
zijn eind 2025 stappen gezet om de vernieuwing van ERTMS in het huidige contract met
Infraspeed (vóór 2031) als voorkeursoptie uit te werken. De opwaardering valt samen
met de overgang van beheer van de HSL-Zuid van Infraspeed naar ProRail in 2031.
Daarnaast is het communicatiesysteem op het spoor, GSM-R, nog gebaseerd op verouderde
2g-technologie. Het beheercontract hiervan loopt af in 2032. ProRail voert gesprekken
om dit te verlengen (tot 2035, mogelijk tot 2040). De specificaties van opvolger FRMCS
(Future Railway Mobile Communication System) zijn nog niet beschikbaar. Introductie van FRMCS zal opnieuw vragen om aanpassingen
aan ERTMS-installaties in infrastructuur en treinen. In 2026 gaan sectorpartijen,
in nauw contact met Europa, verder met een strategie voor FRMCS.
Met de vaststelling van tranche 1 is een deel van de scope van de programmabeslissing3 getemporiseerd. Dit geldt onder andere voor de SAAL-corridor (Schiphol–Amsterdam–Almere–Lelystad).
Tussen Rijk en regio zijn bestuurlijke afspraken gemaakt om meer treinen op de SAAL-corridor
te rijden, waar ERTMS voor nodig is. Tegelijkertijd is de transitie van het bestaande
treinbeveiligingssysteem naar ERTMS een uitdaging, in het bijzonder op druk bereden
corridors met een technisch complexe infrastructuur, zoals de SAAL-corridor. Regionale
partijen hebben hun zorgen kenbaar gemaakt en hebben behoefte aan concreet handelingsperspectief,
mede omdat goede bereikbaarheid van groot belang is voor de woningbouwopgave. Om die
reden onderzoeken Rijk, regio en sectorpartijen momenteel gezamenlijk welke tussentijdse
stappen mogelijk zijn tot de uitrol van ERTMS.
Beheersing programma
De ADR heeft een controle op de financiële overzichten in de VGR uitgevoerd en een
onderzoek gedaan naar onder meer de programmabeheersing. Ze doet enkele aanbevelingen
voor de verwerking van wijzigingen in de overlegstructuur, ramingsmethodiek, planningsmethodiek
en risicomethodiek. Daarnaast geeft de ADR aan dat voor het vervolg van aanleg van
ERTMS aandacht moet zijn voor ontwikkelingen in FRMCS en Europese technische specificaties.
Ik neem de vervolgstappen en signaleringen van de Auditdienst Rijk graag ter harte
en geef in de volgende rapportage aan hoe ik hiermee omga. Het rapport is bijgevoegd
als bijlage 2.
De CIO en ECF constateren dat in de realisatie van tranche 1 vooruitgang wordt geboekt
op gebied van programma-brede samenwerking en informatiemanagement. Om hierin de volgende
stappen te zetten leggen ze de nadruk op het oplossen van knelpunten en het borgen
van verantwoordelijkheden. Voor het vervolg in de aanleg van ERTMS wijzen de CIO en
ECF op het belang van het in kaart brengen van randvoorwaarden op gebied van techniek,
financiën en planning. Ik dank de CIO en ECF voor hun aanbevelingen, die meegenomen
worden in het verder vormgeven van de aanpak en governance van de uitrol.
In de verslagperiode is het potentieel tekort op het programma opgelopen met ca. € 56 mln.
en bedraagt nu ca. € 219 mln. Dit is nagenoeg volledig te wijten aan de niet volledig
uitgekeerde prijsbijstelling waartoe is besloten bij Voorjaarsnota 2025. Ook de uitkering
van de prijsbijstelling bij de Voorjaarsnota 2026 is deels gekort, zoals al gemeld
in de begroting 2026. De impact van het inhouden van de prijsbijstelling 2026 zal
duidelijk worden in de volgende verslagperiode. Het niet uitkeren van de prijsbijstelling
is een risico voor het beheerst ten uitvoer brengen van langjarige programma’s, waaronder
ERTMS.
De kostenprognose van het programma is, behalve prijsontwikkeling, ongeveer gelijk
gebleven. Het geïntroduceerde risicobeeld loopt deze VGR verder op naar ca. € 100
mln., voornamelijk door de opschuivende planning van tranche 1. Met het risicobeeld
wordt getracht een realistisch financieel perspectief te schetsen, door nog niet volledig
gevalideerde inzichten te rapporteren. Komende maanden kijkt het programma of deze
kostenstijgingen te voorkomen zijn. Indien dit niet mogelijk is, moet een andere financiële
dekking binnen het programma gezocht worden. Dit zal terugkomen in de volgende voortgangsrapportage.
Tot het eerste proefbaanvak op de Noordelijke Lijnen zijn de belangrijkste planningsrisico’s
in de ontwikkeling van het CSS en in de ombouw van het materieel. Het CSS is het hart
van de treinbeveiliging, waar informatie van de treinen en baan bij elkaar komen.
In de afgelopen verslagperiode heeft op het CSS-project een onttrekking plaatsgevonden.
Inmiddels is bekend dat het ontwikkelen van het CSS om een additionele onttrekking
vraagt. Onderdeel van de ombouw van de treinen is STM ATB NG, de vertaalmodule die
moet zorgen dat treinen met ERTMS straks ook nog met de bestaande beveiliging (ATB
NG) kunnen rijden. Recent zijn er meevallers in de ontwikkeling van deze module gemeld,
maar de ombouw van treinen blijft op een kritiek pad in de planning.
In de vorige voortgangsrapportage zijn nieuwe mijlpalen in de planning gerapporteerd.
De studie naar bandbreedtes hierop is nog niet afgerond. In de volgende voortgangsrapportages
zullen deze bandbreedtes worden gerapporteerd.
Vooruitblik
In de aanloop naar het proefbaanvak tussen Harlingen en Leeuwarden hoop ik uw Kamer,
geheel volgens de beheerste uitvoer van tranche 1, stap voor stap behaalde mijlpalen
te melden. Daarnaast kijk ik vooruit en zal ik uw Kamer tijdig informeren over keuzes
in de uitrol van ERTMS na 2030. Ik rapporteer hierover aan u middels de halfjaarlijkse
voortgangsrapportages.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Indieners
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.