Brief regering : Reactie op het verzoek van het lid Keijzer, gedaan bij de Regeling van Werkzaamheden van 17 maart 2026, over het voornemen van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) om een programmaleider Nationale Aanpak Moslimdiscriminatie aan te stellen
30 950 Racisme en Discriminatie
Nr. 514
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 april 2026
Tijdens de regeling van werkzaamheden van 17 maart heeft het lid Keijzer verzocht
om informatie te ontvangen over het voornemen van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie
en Racisme (NCDR) om een programmaleider Nationale Aanpak Moslimdiscriminatie aan
te stellen en over het functioneren van de NCDR. Ook verzoekt zij om herziening van
het programma. Met deze brief geef ik opvolging aan dit verzoek.
Op 15 maart 2026 heeft de NCDR bekend gemaakt dat deze voornemens is een Programmaleider
Nationale Aanpak Moslimdiscriminatie aan te stellen. De programmaleider zal in dialoog
met de moslimgemeenschappen zelf, met maatschappelijke organisaties, met onderzoekers,
beleidsmakers en lokale bestuurders werken aan het ontwikkelen van een dergelijke
aanpak.
Als regeringscommissaris heeft de NCDR tot doel om racisme en discriminatie te bestrijden
en diversiteit en inclusie te bevorderen. Dit gebeurt onder meer op basis van signalen
in de contacten met maatschappelijke organisaties en burgers. Zo is de NCDR in staat
om te adviseren over de voortgang, uitvoering en de doorontwikkeling van de doelen
en richtingen voor het overheidsbrede beleid ten aanzien van de bestrijding en het
voorkomen van discriminatie en racisme. De NCDR is er voor alle discriminatiegronden,
dus ook voor de bestrijding van moslimdiscriminatie. Hierin vertrouw ik op de expertise
en het inzicht van de NCDR. De opgave waar we gezamenlijk voor staan is om discriminatie
tegen te gaan in al haar verschijningsvormen. Het kabinet treedt hierover regelmatig
in overleg met (het bureau van) de NCDR.
Het besluit om een Programmaleider Nationale Aanpak Moslimdiscriminatie te benoemen,
past binnen de hierboven beschreven taak van de NCDR en de adviserende rol richting
het kabinet. De rol van programmaleider Nationale Aanpak Moslimdiscriminatie is voorzien
als een nieuwe ambtelijke functie binnen het bureau van de NCDR. De NCDR gaat over
de inrichting van het eigen bureau en is hierin vrij om het kabinet te adviseren over
de aanpak van discriminatie van specifieke groepen of over domeinen.
Als regeringscommissaris maakt de NCDR deel uit van het ambtelijk apparaat en valt
onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van BZK. Het functioneren is daarmee
een interne aangelegenheid. Het programma van de NCDR wordt herzien in zoverre dat
het kabinet voornemens is om de NCDR wettelijk te verankeren, zoals opgenomen in het
regeerakkoord.
Tot slot is het goed om te vermelden dat uw Kamer tijdens het debat over de regeringsverklaring
op 26 februari een motie heeft aangenomen, ingediend door het lid Van Baarle (DENK).1 Hierin wordt het kabinet verzocht om te komen tot een nieuwe rijksbrede en overkoepelende
aanpak tegen discriminatie met centrale regievoering vanuit het kabinet waarbij, onder
andere, de NCDR betrokken wordt bij de totstandkoming van deze aanpak.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
Indieners
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties