Brief regering : Schriftelijke beantwoording openstaande vragen gesteld tijdens het commissiedebat Humanitaire Hulp op 1 april 2026
36 180 Doen waar Nederland goed in is – Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Nr. 199
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 april 2026
Tijdens de eerste termijn van het commissiedebat Humanitaire Hulp van 1 april jl.
zijn, gelet op de beschikbare spreektijd, niet alle vragen van de leden beantwoord.
In deze brief treft u de schriftelijke beantwoording aan van deze vragen. De beantwoording
volgt de thematische indeling die in het debat is gehanteerd.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
Resterende vragen over de situatie in Gaza en medische evacuaties
Vraag van het lid Maes (VVD)
Financiële middelen mogen niet bij Hamas terecht komen of voor verkeerde doeleinden
gebruikt worden. Kan de Minister toelichten op welke wijze hij organisaties gaat screenen
die in Gaza met Nederlands geld gefinancierd gaat worden?
Antwoord
Publieke middelen mogen onder geen enkel beding aangewend worden voor directe of indirecte
ondersteuning van terroristische groeperingen, zoals Hamas.
Direct na 7 oktober 2023 heeft er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingssamenwerking
voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden, waaruit bleek dat de due diligence-processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt aan terroristische
organisaties, op orde zijn.
Er is geen informatie voorhanden, noch verifieerbaar bewijs, dat Nederlands geld terechtkomt
bij Hamas. Het kabinet heeft vertrouwen in de neutraliteit en onafhankelijkheid van
het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele
organisaties met goede interne processen om misstanden te detecteren en op te volgen,
ook in moeilijke contexten als Gaza, waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn.
In geval van geconstateerde malversaties wordt uw Kamer via de afgesproken procedures
geïnformeerd.
Vragen van de leden Teunissen (PvdD), Van Ark (CDA), Van Baarle (DENK)
Hoeveel rode lijnen moeten nog worden overschreden voordat Nederland daadwerkelijk
actie onderneemt? Is de Minister bereid het associatieverdrag tussen de EU en Israël
te herzien of op te schorten, en welke stappen zet Nederland om dit mogelijk te maken?
Welke concrete vervolgstappen liggen op tafel indien Israël de toegang voor hulporganisaties
verder beperkt en ngo’s blijft weren uit Gaza?
Hoe zet de Minister extra druk op Israël om ervoor te zorgen dat Gaza volledig wordt
opengesteld voor humanitaire hulp?
Antwoord
Het kabinet maakt zich zorgen over de situatie in Gaza en op de bezette Westelijke
Jordaanoever. Het werk van internationale ngo’s wordt al geruime tijd belemmerd. Dat
geldt ook voor het essentiële werk van Nederlandse hulporganisaties. Ook de registratieplicht
bemoeilijkt hun inzet aanzienlijk. Nederland staat onvoorwaardelijk achter het werk
van deze organisaties, en het kabinet staat nauw met hen in contact om de ontwikkelingen
te volgen. Het kabinet roept Israël op de herregistratieplicht terug te draaien.
Het kabinet verzoekt Israël om de VN, Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en internationale
ngo’s veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke toegang te verschaffen. Zo heeft
de Minister-President in het gesprek met de Israëlische president op 1 april jl. benadrukt
dat de humanitaire situatie in Gaza moet verbeteren en dat alle grensovergangen open
moeten voor humanitaire hulp. Daarnaast heeft hij zijn zorgen geuit over de ontwikkelingen
op de Westelijke Jordaanoever en het oplopende en onacceptabele kolonistengeweld.
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft de herregistratie wetgeving onlangs aangekaart
bij de Israëlische Minister van Buitenlandse Zaken Sa’ar. Nederland benadrukte tijdens
de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari jl. dat de gevolgen van het Israëlische
handelen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, waaronder de herregistratieplicht
voor internationale ngo’s, aanleiding kunnen geven om de door de Commissie voorgestelde
EU-maatregelen in het kader van artikel 2 van het Associatieakkoord tussen de EU en
Israël opnieuw te agenderen.
Vraag van het lid Van Baarle (DENK)
Wanneer is de Minister bereid de Kamer te informeren over de bijdrage die dit kabinet
zal leveren aan de wederopbouw van Gaza?
Antwoord
Nederland wil een constructieve rol spelen bij de wederopbouw van Gaza. Nederland
draagt reeds met een bijdrage van 20 miljoen euro via UNICEF bij aan herstel van kritieke
waterinfrastructuur. Daarnaast zet Nederland via United Nations Capital Development Fund 10 miljoen euro in op garanties voor de private sector om herstel van de economie
in de Palestijnse Gebieden te ondersteunen. Het kabinet zal kijken hoe Nederland op
de meest effectieve manier verder kan bijdragen zodra de situatie dit toelaat. Op
dit moment moeten we concluderen dat de prioriteit in Gaza nog altijd ligt bij het
lenigen van de urgente humanitaire noden.
Vraag van het lid Maes (VVD)
Kan de Minister toelichten op welke wijze de Nederlandse noodhulp wordt ingezet om
de lokale opvang en zorg te versterken?
Antwoord
Nederland zorgt ervoor dat partnerorganisaties kunnen inspelen op veranderende noden.
Met flexibel inzetbare financiering ondersteunt Nederland verschillende hulporganisaties,
zoals de VN, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en internationale ngo’s, die actief
zijn wereldwijd, waaronder in Gaza en andere landen in de regio. Met deze bijdragen
zijn zij wendbaar waardoor zij direct kunnen inspelen op de snel veranderende noden.
Daarnaast zet Nederland zich onder andere met het PROSPECTS-partnerschap in Egypte,
Irak, Jordanië en Libanon in voor verbetering van de situatie van gedwongen ontheemden
(zoals vluchtelingen) en hun gastgemeenschappen. Nederland is op dit moment de enige
donor van dit programma, met een totale meerjarige bijdrage voor 2024–2027 voor het
programma in die vier landen van 357 miljoen euro.
Vragen van de leden Kröger (GL-PvdA), Dobbe (SP), Teunissen (PvdD), Van Ark (CDA)
en Van Baarle (DENK)
Wat bedoelt de Minister met «welwillend kijken» naar medische evacuaties van Palestijnse
kinderen en welke daadwerkelijke stappen gaat hij zetten om kinderen vanuit de regio
naar Nederland te halen voor medische behandeling?
Welke concrete belemmeringen zijn er voor medische evacuaties? En hoe verhoudt zich
dit tot berichten van de EU en UN OCHA dat de Rafah-overgang open is?
Kan de Minister toezeggen dat kinderen op de wachtlijst, waaronder kankerpatiënten,
snel behandeld worden, en is hij bereid in gesprek te gaan met maatschappelijke organisaties
over opvang en financiering van kinderen die specialistische zorg nodig hebben?
Antwoord
Het kabinet hoort, begrijpt en deelt de bezorgdheid van de Kamer over het leed van
de mensen in Gaza, specifiek over de 18.500 mensen met een specialistische zorgbehoefte
die op de wachtlijst van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) staan om geëvacueerd
te worden. Grensbelemmeringen vormen op dit moment een grote uitdaging voor medische
evacuaties, aldus de WHO. Het kabinet is het met de Kamer eens dat het van groot belang
is dat deze grensbelemmeringen worden opgeheven zodat er weer onbelemmerd medische
evacuaties mogelijk zijn.
Momenteel is de Rafah-grensovergang slechts beperkt open voor personenverkeer, waarbij
het sporadisch om medische evacuaties gaat. Voor medische evacuaties uit Gaza naar
Europese landen wordt er door de lidstaten, waaronder Nederland, gebruik gemaakt van
de diensten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het Uniemechanisme voor Civiele Bescherming (UCPM) van de EU. Sinds de start van het huidige gewapende conflict in het Midden-Oosten
zijn medische evacuaties vanuit Gaza naar Europese landen tot nader order opgeschort.
Daardoor kunnen er op dit moment noch naar Nederland, noch naar andere Europese landen
medische evacuaties vanuit Gaza plaatsvinden. Bovendien zijn medische evacuaties uit
Gaza naar de regio, via de Rafah-grensovergang, eveneens tot nader order opgeschort
wegens een veiligheidsincident, waarbij een medewerker van een door de WHO gecontracteerde
partij is overleden.
Het kabinet dringt er bij Israël op aan dat veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke
humanitaire toegang gefaciliteerd moet worden, zoals ook door het kabinet is benadrukt
tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart jl. Dat geldt ook voor de mogelijkheid
om medische evacuaties vanuit Gaza naar landen in de regio te laten plaatsvinden.
Het kabinet zet deze gesprekken voort en zal met gelijkgezinde landen onderzoeken
hoe er samen opgetrokken kan worden om deze oproep kracht bij te zetten.
De medische capaciteit in Gaza en de regio blijft onvoldoende om aan alle specialistische
zorgbehoeften van 18.500 mensen op de wachtlijst te voldoen. Het kabinet is doorlopend
in gesprek met hulporganisaties ter plaatse zoals de WHO en Artsen zonder Grenzen
om zich te laten informeren. Zoals ook in de Kamerbrief inzake medische evacuaties
uit Gaza naar Nederland d.d. 31 maart 2026 is uiteengezet, zal het kabinet de komende
tijd benutten om te bezien in hoeverre het stappen kan nemen om de medische capaciteit
in Gaza en de regio versterken, en onderzoekt welwillend, zoals ook in de breed aangenomen
motie Dobbe is verwoord, onder welke voorwaarden een evacuatie naar Nederland mogelijk
kan worden gemaakt. Hierbij neemt het kabinet verschillende mogelijkheden in overweging
en wordt er tevens gekeken naar wat de eventuele rol van maatschappelijke organisaties
kan zijn.
Het kabinet weegt de medische evacuaties in een breder perspectief. Het gaat hier
om kwetsbare patiënten en begeleiders die niet alleen specialistische zorg nodig hebben,
maar ook langdurige (mentale) begeleiding, opvang en scholing. Met deze ondersteuning
zijn structurele verplichtingen met financiële consequenties gemoeid. Bij besluitvorming
over evacuatie is realisme op zijn plaats: deze groep kan van het recht gebruik maken
asiel aan te vragen vanwege de onmogelijkheid om op dit moment terug te keren naar
Gaza. Een deel van de gezinnen heeft inmiddels een asielaanvraag ingediend. Er zal
langjarig voorzien moeten worden in medische zorg, opvang, huisvesting bij gemeenten,
voorzieningen en benodigde financiering. Hierdoor kan een incidentele humanitaire
maatregel feitelijk uitgroeien tot een langdurige verplichting. Het evacueren van
patiënten moet derhalve zorgvuldig worden uitgevoerd, waarbij ook zorgzaamheid richting
kwetsbare patiënten en hun begeleiders een belangrijk uitgangspunt is.
Vragen over de situatie in Soedan en Zuid-Soedan
Vraag van het lid Dobbe (SP)
Wat is de reactie van het kabinet op het recente rapport over systematisch seksueel
geweld in Darfur?
Antwoord
Het op 31 maart 2026 gepubliceerde rapport van Artsen zonder Grenzen (AzG) «There is something I want to tell you» geeft een zorgwekkende analyse van het systematische seksuele geweld in Soedan.
Seksueel en gender-gerelateerd geweld is een groot probleem in Soedan. Het kabinet
wil deze afschuwelijke vorm van geweld tegengaan. Via humanitaire programma’s helpt
Nederland om hulp te bieden aan mensen die door seksueel en gender-gerelateerd geweld
zijn getroffen, zoals met de partners van de Dutch Relief Alliance.
Het kabinet zal inzetten op het versterken van bewijsvergaring en accountability. Nederland steunt organisaties op het gebied van monitoring en documentatie van mensenrechtenschendingen
en van schendingen van het humanitair oorlogsrecht, waaronder seksueel geweld. Zo
heeft Nederland een financiële bijdrage geleverd aan het VN-mensenrechtenkantoor (OHCHR)
in Soedan. Daarnaast heeft Nederland in de afgelopen jaren een extra vrijwillige bijdrage
van 6 miljoen euro aan het Internationaal Strafhof (ICC) gedaan ter versterking van
de algemene onderzoekscapaciteit van het Hof. Er lopen sinds 2005 diverse onderzoeken
en strafzaken over de situatie in Darfur bij het Internationaal Strafhof.
Vraag van het lid Maes (VVD)
Hoe zet Nederland zich in voor betere toegang voor hulporganisaties in Soedan, bijvoorbeeld
in een gebied zoals El Fasher?
Antwoord
Het kabinet zet zich binnen multilaterale fora, waaronder de VN, in om druk te houden
op de strijdende partijen en de facto autoriteiten om humanitaire toegang mogelijk
te maken. Nederland steunt daarbij het kantoor van de VN-gezant voor Soedan en staat
in nauw contact met de Humanitaire Coördinator van de VN in Soedan. Ook binnen de
EU vraagt Nederland aandacht voor de humanitaire toegangssituatie in Soedan, en droeg
het bij aan de aanneming van EU-Raadsconclusies over Soedan in oktober 2025. In deze
Raadsconclusies wordt onder andere aandacht gevraagd voor humanitaire toegang en de
bescherming van burgers. De Minister van Buitenlandse Zaken en ikzelf spraken met
verschillende partners over mogelijkheden om humanitaire toegang te ondersteunen,
zoals met de EU Speciaal Vertegenwoordiger voor de Hoorn van Afrika en de Emergency Relief Coordinator van de VN.
Recent, op 26 maart, heeft Nederland in Brussel nog met vrijwel alle EU-lidstaten,
het VK, de VS en met vrijwel alle landen uit de regio, inclusief de Golfstaten, gesproken
over de situatie in Soedan. Nederland benadrukte het belang van het humanitair oorlogsrecht
en dat naleving hiervan cruciaal is, óók in een scenario waarin een staakt-het-vuren
uitblijft. In Brussel werden tevens de mogelijkheden besproken voor een versterkte,
gezamenlijke diplomatieke inzet. Dit is voor Nederland belangrijk, temeer in het kader
van de Soedanconferentie die op 15 april a.s. zal plaatsvinden in Berlijn. Diplomatieke
druk is cruciaal, en heeft er bijvoorbeeld mede toe geleid dat de grensovergang bij
Adre (Tsjaad) ook de komende maanden openblijft om humanitaire hulp naar Darfur te
krijgen.
Nederland zet zich tot slot onverminderd in voor uitbreiding van EU-sancties tegen
entiteiten en individuen met betrokkenheid bij het gewapend conflict en grove mensenrechtenschendingen.
Vraag van het lid Bamenga (D66)
Hoe prioriteert Nederland Soedan binnen het extra budget? Is er ruimte om meer te
doen?
Antwoord
Nederland draagt financieel bij aan de humanitaire respons in Soedan via bijdragen
aan de VN, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en de Dutch Relief Alliance. Bovendien steunt Nederland het VN-landenspecifieke fonds in 2026 met een voorziene
bijdrage van 16 miljoen euro. Dat is, naast de Nederlandse bijdrage aan het landenfonds
voor de Palestijnse Gebieden, de hoogste bijdrage van Nederland aan een humanitair
landenfonds van de VN. Ook in de buurlanden van Soedan, Zuid-Soedan, Ethiopië en Tsjaad,
steunt Nederland de specifieke landenfondsen.
Met de Nederlandse bijdragen, inclusief de bijdragen aan de VN, konden onder meer
de kleine gemeenschapsorganisaties zoals de Emergency Response Rooms worden ondersteund die cruciale hulp konden geven, bijvoorbeeld via gaarkeukens,
in moeilijk bereikbare gebieden zoals Darfur en Kordofan.
Nederland is in 2026 met 48 miljoen euro weer een belangrijke donor van het Central Emergency Response Fund (CERF) van de VN, wat veel bijdraagt aan Soedan. In 2025 was dat totaal 47 miljoen
dollar. Vanwege de ernst van de situatie heeft de Dutch Relief Alliance projecten in Soedan geïntensiveerd met 3 miljoen euro, naar een totaal van meer dan
8,5 miljoen euro in 2026.
Vraag van het lid Van Baarle (DENK)
Is de Minister bereid te pleiten voor het stopzetten van de onderhandelingen over
het EU-handelsakkoord met de Verenigde Arabische Emiraten vanwege de steun van de
VAE aan de RSF?
Antwoord
De EU en lidstaten blijven eensgezind over de ernst van de situatie in Soedan en blijven
samenwerken met het samenwerkingsverband van de VS, Verenigde Arabische Emiraten,
Saoedi-Arabië en Egypte (de Quad), de Afrikaanse Unie, en andere internationale partners
om het conflict en het humanitaire leed in het land te beëindigen.
Op 28 mei 2025 zijn de onderhandelingen over een mogelijk handelsverdrag (FTA) tussen
de EU en de VAE gestart. De onderhandelingen richten zich op het opheffen van beperkingen
op de handel in goederen, diensten en investeringen, evenals samenwerking in strategische
sectoren zoals hernieuwbare energie, groene waterstof en kritieke grondstoffen. Conform
het betreffende BNC-fiche heeft het kabinet een positieve grondhouding ten aanzien
van EU-handelsakkoorden, waarbij het uitgangspunt blijft dat ieder akkoord op de eigen
merites wordt beoordeeld. Juist nu het wereldwijde handelssysteem onder druk staat,
is het belangrijk dat we afspraken blijven maken met internationale partners over
moderne en duurzame handelsbetrekkingen, en ons inzetten voor een open en op regels
gebaseerd handelssysteem.
In het mandaat voor de onderhandelingen met de VAE wordt verwezen naar de beginselen
en doelstellingen van het externe optreden van de EU, waaronder de naleving van het
internationaal recht door derde landen. De Raad heeft met dit onderhandelingsmandaat
ingestemd. Het is nu aan de Commissie om op basis hiervan tot een onderhandelingsresultaat
te komen met de VAE. Het kabinet zal daarover een positie innemen op het moment dat
een eventueel onderhandelingsresultaat ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de
Raad.
Vraag van het lid Ceder (CU)
Hoe zorgt het kabinet voor maximale druk op de RSF en de landen die deze partij steunen
om het geweld in Soedan te stoppen?
Antwoord
Het kabinet veroordeelt het aanhoudende geweld en de ernstige mensenrechtenschendingen
door RSF en gelieerde milities. Nederland zet in multilateraal, Europees en VN-verband
druk op alle betrokken partijen bij het conflict, en speelt binnen de EU een aanjagende
rol als het gaat om de diplomatieke en humanitaire inzet van de Europese Unie in Soedan.
Zo steunen we de diplomatieke inspanningen van de EU Speciaal Vertegenwoordiger voor
de Hoorn van Afrika, en blijft Nederland zich in de komende periode inzetten voor
verdere uitbreiding van gerichte sancties en andere maatregelen. Wegens de vertrouwelijke
aard hiervan kan er echter niet worden ingegaan op de status van individuele sancties.
Daarnaast blijft Nederland pleiten voor versterking van accountabilitymechanismen
om verantwoordelijken voor het geweld en mensenrechtenschendingen ter verantwoording
te roepen.
Vraag van het lid Kröger (GL-PvdA)
Wie neemt deel aan de Ministeriële Conferentie over Soedan van 15 april? Welke financiële
bijdrage zal Nederland leveren aan deze conferentie?
Antwoord
De conferentie over Soedan in Berlijn op 15 april a.s., precies drie jaar na het uitbreken
van de oorlog in Soedan, bestaat uit drie onderdelen: een politiek, een humanitair
en een civiel segment. Tijdens de middagsessie ligt de nadruk op humanitaire financiering
en de naleving van het humanitair oorlogsrecht. Nederland zal hierbij op hoog ambtelijk
niveau worden vertegenwoordigd.
Nederland zal onder meer ingaan op het belang van de veiligheid en bescherming van
hulpverleners en de essentiële rol van lokale organisaties, waaronder gemeenschapsorganisaties,
zoals de Emergency Response Rooms, benadrukken.
Ook zal Nederland daar ten minste de geplande specifieke bijdrage van 16 miljoen euro
aan het VN humanitaire fonds voor Soedan, beheerd door OCHA voor 2026 aankondigen.
Vragen van de leden Stoffer (SGP) en het lid Dobbe (SP)
Kan de Minister inhoudelijk toelichten waarom hij niet terugkomt op het besluit om
de ambassade in Zuid-Soedan te sluiten, gezien de verantwoordelijkheid van Nederland
voor fragiele staten?
Welk signaal geeft Nederland af met het besluit om de ambassade in Zuid-Soedan te
sluiten?
Welke ruimte is er om de ambassade in Zuid-Soedan open te houden?
Wat is er nodig om de ambassade in Zuid-Soedan open te houden?
Antwoord
Op de besluitvorming over het postennet wil ik niet vooruitlopen. Op welke wijze de
voorgenomen investeringen in het coalitieakkoord van het kabinet Jetten zijn beslag
krijgt, zal het kabinet u informeren zodra daar keuzes over gemaakt zijn. De taakstelling
van ruim 70 miljoen euro van het vorig kabinet op het postennet noodzaakt overigens
nog steeds ingrijpende keuzes in het postennet.
Vragen over overige onderwerpen
Vraag van het lid Bamenga (D66)
Hoe is de Minister van plan om de financiële meevaller uit de voorjaarsnota concreet
in te zetten? Wordt deze meevaller ingezet voor acute crises of voor structurele versterking
van de humanitaire capaciteit?
Antwoord
Zoals reeds aangekondigd in de Voorjaarsnota 2026 is het kabinet voornemens om de
vrijgevallen middelen als gevolg van een lagere asieltoerekening in te zetten voor
veiligheid en stabiliteit (cumulatief 44 miljoen euro), economische ontwikkeling en
handel (cumulatief ca. 42 miljoen euro), humanitaire noodhulp (30 miljoen euro) en
de budgetten voor mondiale gezondheid en vrouwenrechten (21 miljoen euro).
Daarnaast zal deze ten goede komen aan humanitaire VN-organisaties en -fondsen, de
Rode Kruis beweging, inclusief het Nederlandse Rode Kruis, en de Dutch Relief Alliance (DRA). Die kunnen zij inzetten waar en wanneer de nood het hoogst is.
Vraag van het lid Ceder (CU)
Is de Minister bereid om de middelen voor humanitaire hulp, boven op de 30 miljoen
euro uit de voorjaarsnota, verder te verhogen?
Antwoord
Het kabinet hecht veel waarde aan de inzet op humanitaire hulp. Daarom heeft het ervoor
gekozen om in de Voorjaarsnota extra middelen in te zetten. Een verdere verhoging
van deze inzet gaat ten koste van andere thema’s op de BHOS-begroting. Daar kiest
dit kabinet niet voor. Over de invulling van de intensiveringen uit het Coalitieakkoord
wordt u op een later moment geïnformeerd.
Vraag van het lid Maes (VVD)
Welke concrete strategische plannen liggen klaar om de Oekraïense energievoorziening
voor de winter van 2026/27 gereed te maken, en op welke wijze wordt de expertise van
de Nederlandse private sector ingezet om de structurele weerbaarheid van het land
te vergroten?
Antwoord
De Nederlandse energiesteun is gericht op urgent herstel en reparaties van energiefaciliteiten,
financiering van gasaankopen en het weerbaar maken van het Oekraïense energiesysteem.
Dit gebeurt via verschillende kanalen, zoals de Wereldbank, de Europese Bank voor
Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD), het Europese noodfonds (UESF) en door middel van
in-kind bijdragen.
Tijdens de «Lviv-conferentie» op 30–31 maart jl. in Breda is afgesproken om samen
met Nederlandse en Oekraïense bedrijven de in-kind leveringen te versnellen. Het gaat hier om materiaal zoals niet meer in gebruik zijnde
gasinstallaties, generatoren en transformatoren. Verder neemt Nederland actief deel
aan G7+ Energy Coordination Group die gericht is het versterken van de weerbaarheid van het Oekraïense energiesysteem.
Vraag van het lid Van Baarle (DENK)
Kan er worden uitgegaan van een netto toename van het beschikbare budget voor noodhulp
in de komende jaren onder deze Minister, of blijft dit beperkt door onder andere de
toerekeningen aan asiel, Oekraïne en de bestaande bezuinigingen?
Antwoord
Het budget voor humanitaire hulp komt als gevolg van bijstellingen door het jaar heen
de laatste jaren tussen 450–500 miljoen euro uit. Als gevolg van eerdere bezuinigingen
van het kabinet Schoof is het budget in 2027 minder. Het huidige kabinet kiest ervoor
om het budget voor humanitaire hulp in 2026 te verhogen door het inzetten van vrijgekomen
middelen door een lager dan verwachte asieltoerekening. Het verhogen van het budget
voor humanitaire hulp om ook in 2027 een netto toename te bewerkstelligen zou ten
koste gaan van andere ontwikkelingssamenwerking thema’s.
In EUR mln., stand Voorjaarsnota
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Budget humanitaire hulp (art. 4.1)
506
444
454
494
486
485
Vraag van het lid Kröger (GL-PvdA)
Waarom negeert het kabinet de aangenomen motie van D66 en CDA om de steun voor Oekraïne
niet uit het budget voor humanitaire hulp te halen?
Antwoord
In het Coalitieakkoord is de militaire en niet-militaire steun voortgezet met jaarlijks
3,4 miljard euro in 2027 tot en met 2029 (militaire en niet-militaire steun bij elkaar
opgeteld). Conform het Coalitieakkoord wordt een deel van de aanvullende middelen
voor Oekraïne-steun ten laste gebracht van het reguliere budget van Defensie en Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). In 2027 betreft dit 419 miljoen euro voor
BHOS. Deze 419 miljoen euro wordt gedekt uit het verdeelartikel 5.4 op de BHOS-begroting.
Daar komt ook budget beschikbaar door een lagere asieltoerekening in 2026. De inzet
gaat dus niet ten koste van de middelen voor humanitaire hulp. Dit kabinet verhoogt
juist de inzet op humanitaire hulp met vrijgekomen middelen door de lagere asieltoerekening.
Vraag van het lid Dobbe (SP)
Hoe kijkt de Minister aan tegen de aanbeveling om in VN-verband te pleiten voor een
VN-special rapporteur of een speciaal vertegenwoordiger van de secretaris-generaal
voor humanitaire ruimte?
Antwoord
Het kabinet wil binnen het multilaterale systeem allereerst beter gebruik maken van
bestaande gezanten, functionarissen, rapporteurs en mechanismen en deze versterken,
voordat nieuwe mandaten worden gecreëerd. Dit is extra belangrijk gelet op de huidige
financiële druk op het VN-systeem.
Zo bestaan bijvoorbeeld verschillende onafhankelijke mandaathouders die onderzoek
kunnen doen naar aanvallen op humanitaire hulpverleners, waaronder de Speciale Rapporteurs
die zich richten op landensituaties en thema’s. Daarnaast maken binnen het VN-systeem
ook OCHA en Speciaal Gezanten van de Secretaris-Generaal zich in specifieke conflicten
sterk voor humanitaire toegang en ruimte.
In de kabinetsreactie op het AIV CAVV advies dat uw Kamer is toegestuurd op 31 maart jl.1 is een aantal maatregelen benoemd waarmee het kabinet dit geheel verder wil versterken.
Vraag van het lid Van Baarle (DENK)
Welke aandacht heeft de Minister voor de positie van de Rohingya in Myanmar en in
vluchtelingenkampen daarbuiten?
Antwoord
Het kabinet deelt de zorgen over de positie van de Rohingya in Myanmar en in vluchtelingkampen
daarbuiten. Nederland ondersteunt humanitaire partners die betrokken zijn bij de hulpverlening
aan de Rohingya, zoals UNICEF, UNHCR, WFP en ICRC, met flexibele financiering. Mede
dankzij deze financiering wordt er hulp in de vorm van schoon drinkwater en sanitaire
voorzieningen, onderdak en voedsel aan hulpbehoevende Rohingya geleverd.
Vragen van het lid Van Baarle (DENK)
Hoe kijkt de Minister naar de constatering dat er wereldwijd onvoldoende budget beschikbaar
is voor humanitaire hulp, met mogelijke gevolgen zoals een toename van sterfte onder
kinderen, en welke inspanningen levert de Minister om ervoor te zorgen dat er zowel
nationaal als internationaal meer budget beschikbaar komt?
Antwoord
Het kabinet blijft stevig inzetten op humanitaire hulp en prioriteert hulp daar waar
dit het meest nodig is door flexibele financiering te geven aan onze partners. De
Nederlandse inzet houdt daarmee dus rekening met effecten van de wereldwijde bezuinigingen
op humanitaire hulp.
Duidelijk is dat Nederland en de EU het gat tussen beschikbare humanitaire middelen
en de noden niet kunnen dichten. De humanitaire sector neemt zelf het voortouw om
met de wereldwijde veranderingen om te gaan. Het redden van levens blijft daarbij
de eerste prioriteit. Nederland ondersteunt dit proces.
Het kabinet heeft bij de Voorjaarsnota 30 miljoen euro aanvullend vrijgemaakt voor
humanitaire hulp, waardoor het budget voor 2026 op 506 miljoen euro komt. Dit is exclusief
de humanitaire steun aan Oekraïne. De landenspecifieke humanitaire bijdrage aan Oekraïne
is 19 miljoen euro uit algemene middelen. Nederland pleit er bij zowel de EU als de
lidstaten voor om voldoende humanitaire financiering beschikbaar te stellen.
Vraag van het lid Stoffer (SGP)
Wat doet het kabinet voor de mensen die getroffen zijn door de humanitaire crisis
in Oost-Congo?
Antwoord
Sinds het hernieuwd oplaaien van het conflict in het oosten van de Democratische Republiek
Congo (DRC) zijn de humanitaire noden drastisch toegenomen waardoor op dit moment
15 miljoen mensen een vorm van humanitaire hulp nodig hebben. Nederland ondersteunt
de bevolking via flexibele financiering aan humanitaire partners die betrokken zijn
bij de hulpverlening in DRC, zoals de Dutch Relief Alliance, het Nederlandse Rode Kruis, UNICEF, UNHCR, WFP en ICRC.
Daarnaast steunt Nederland het VN humanitaire fonds voor de DRC, beheerd door OCHA,
met 8 miljoen euro. Ook het noodhulpfonds van het Rode Kruis (IFRC) heeft in het afgelopen
half jaar twee bijdrages gedaan, van totaal omgerekend bijna 1,1 miljoen euro, voor
de bestrijding van cholera en overstromingen in de DRC. De Dutch Relief Alliance zet in 2026 8,6 miljoen euro in voor Congo, voor onder meer bescherming, mentale
gezondheid, voedsel, water en hygiëne.
Vragen van het lid Bamenga (D66)
Oost-Congo is een structurele crisis met enorme humanitaire gevolgen. Hoe borgt Nederland
langdurige betrokkenheid in plaats van ad-hoc hulp, en wordt er daarnaast ook ingezet
op conflictpreventie? Ook gaf Nederland aan te willen pleiten voor een grotere Europese
rol in het vredesproces; hoe staat het hiermee?
Antwoord
Het kabinet deelt de zorgen over de ernstige veiligheidssituatie in Oost-Congo en
de grote humanitaire gevolgen daarvan. Over de Nederlandse inzet op ontwikkelingssamenwerking
in het Grote Merengebied is uw Kamer geïnformeerd in de Kamerbrief van 29 september
2025 over de opvolging van de Afrika strategie.
Naast substantiële financiële en operationele steun (zie antwoord op de voorgaande
vraag) om de directe noden van ontheemden en kwetsbare groepen te verlichten, levert
Nederland een bijdrage aan conflictpreventie. Dit gebeurt in samenwerking met verschillende
partners die werken aan conflictbemiddeling en de bescherming van burgers.
Ook blijft Nederland via de EU en de Verenigde Naties aandringen op politieke oplossingen
en betere coördinatie van internationale interventies in de regio. In EU-verband wordt
hierbij ook een belangrijke rol toegekend aan de Afrikaanse Unie, die zo nodig door
de Europese Commissie kan worden ondersteund.
Vraag van het lid Stoffer (SGP)
Wat doet het kabinet om de humanitaire situatie in de Sahel te verlichten?
Antwoord
De humanitaire situatie in de Sahel is zorgelijk en vraagt om humanitaire steun aan
de bevolking in de landen. Nederland ondersteunt humanitaire partners die betrokken
zijn bij de hulpverlening in de Sahel regio, zoals VN-organisaties, het Nederlandse
Rode Kruis en ICRC, met flexibele financiering. Het Nederlandse Rode Kruis werkt bijvoorbeeld
met haar Malinese zusterorganisatie om mensen in noodhulp te bieden.
Ook steunt Nederland het humanitaire landenfonds in Tsjaad met 5 miljoen euro.
Daarnaast is Nederland een belangrijke donor van het VN-noodhulpfonds Central Emergency Response Fund (CERF), dat in 2025 58 miljoen euro beschikbaar stelde voor onder andere voedsel,
onderdak en gezondheidszorg in Burkina Faso, Mali, Niger, Nigeria en Tsjaad.
Vraag van het lid Stoffer (SGP)
Kan de Minister in de toekomstige bijdragen aan de Dutch Relief Alliance rekening houden met de inflatiestijging?
Antwoord
Het kabinet is zich bewust dat het strategisch partnerschap met de Dutch Relief Alliance (DRA) dit jaar afloopt en hecht groot belang aan de samenwerking met het Nederlands
maatschappelijk middenveld.
De budgetten voor de humanitaire partners waar Nederland mee samenwerkt worden in
de komende jaren op peil gehouden. Dit geldt ook voor de bijdragen aan de DRA.
Vraag van het lid Stoffer (SGP)
Staat het kabinet op het standpunt dat inzet van verkenningsdrones en vliegtuigen
uitsluitend mogelijk is in democratische landen, of kan Europa hierin onder voorwaarden
pragmatisch optreden, bijvoorbeeld zoals de Verenigde Staten boven Mali?
Antwoord
De inzet van militaire middelen vergt altijd een zorgvuldige weging, waarbij veel
factoren worden meegewogen. Het uitgangspunt daarbij is de soevereiniteit en territoriale
integriteit van staten. De inzet van militaire middelen, inclusief militaire verkenningsdrones,
in (het luchtruim van) een andere staat kan op uitnodiging van de betreffende staat.
De inzet van militaire middelen zonder uitnodiging behoeft een basis in het internationaal
recht. Dat betekent een VNVR Resolutie dat een dergelijk mandaat verschaft of dat
de inzet noodzakelijk is ter uitoefening van het recht op (collectieve) zelfverdediging
tegen een gewapende aanval. In alle gevallen geldt dat het niet terzake doet of een
land democratisch is of niet.
Indieners
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking