Brief regering : Derde voortgangsrapportage Toekomstagenda ‘zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking’
24 170 Gehandicaptenbeleid
Nr. 398
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 april 2026
Sinds januari 2023 is de Toekomstagenda: «zorg en ondersteuning voor mensen met een
beperking» (hierna: Toekomstagenda) in uitvoering. Samen met (zorg)organisaties, cliëntorganisaties,
ervaringsdeskundigen, zorgkantoren en branchepartijen werk ik aan een toekomstbestendige
gehandicaptenzorg. Met deze brief bied ik u de derde voortgangsrapportage van de Toekomstagenda
aan.
Leeswijzer
Deze voortgangsrapportage van de Toekomstagenda bestaat uit zeven informatiebladen
en zes video’s. De informatiebladen laten per onderwerp de behaalde resultaten in
2025 zien en geven zo een doorkijkje naar de te bereiken mijlpalen in 2026. De video’s
belichten aanvullend telkens één voorbeeld uit de praktijk. Met deze toegankelijke
manier van rapporteren wil ik zoveel mogelijk aansluiten bij de sector en de doelgroep.
In deze aanbiedingsbrief reflecteer ik kort op de voortgang van de Toekomstagenda.
Daarnaast bied ik u een aantal rapporten aan die ik aan het eind van deze brief toelicht:
de evaluatie van gespecialiseerde cliëntondersteuning, het rapport «Langdurend en
levensbreed», een notitie van de Beroepsvereniging van professionals in sociaal werk
(BPSW) over toekomstige beroepen en functies in de gehandicaptenzorg en de eerste
monitor van de Toekomstagenda van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
(hierna: RIVM).
Ten slotte sta ik stil bij de uitvoering van de moties Westerveld c.s. die zien op
toezicht op misstanden en grensoverschrijdend gedrag in de gehandicaptenzorg.
Informatiebladen Toekomstagenda
De Toekomstagenda is ingedeeld in zes thema’s: (1) Complexe zorg, (2) Licht Verstandelijke
Beperking, (3) Cliëntondersteuning, (4) Zorgtechnologie en Innovatie, (5) Vakmanschap
en Arbeidsmarkt en (6) Levenslang, levensbreed Wmo.
Er zijn in totaal zeven informatiebladen: één per thema en een overkoepelend informatieblad
dat onderlinge verbanden toelicht. De informatiebladen treft u als bijlage aan bij
deze brief. Hieronder treft u ook de link naar de informatiebladen aan:
Informatiebladen Toekomstagenda
Video’s per thema van de Toekomstagenda
Per thema uit de Toekomstagenda is een goed voorbeeld in beeld gebracht. Een voorbeeld
dat laat zien hoe anders werken en organiseren er in de praktijk uitziet. Hieronder
vindt u een link naar alle zes de video’s en de titels van de video’s1. Daarnaast zijn deze video’s ook te vinden op de website van de Rijksoverheid onderwerp
«Leven met een beperking»: videoserie over zorg voor mensen met een beperking.
Video’s
Complexe zorg – Zorg voor houvast
Licht Verstandelijke Beperking – Licht verstandelijke beperking in de huisartsenzorg
Cliëntondersteuning – Eén vaste cliëntondersteuner
Technologie en Innovatie – Meer eigen regie door technologie
Vakmanschap en Arbeidsmarkt – De kracht van samen
Levenslang, levensbrede Wmo – Passende ondersteuning bij een levenslange beperking
Voortgang van de Toekomstagenda
De Toekomstagenda wil de sinds 2018 ingezette beweging naar vernieuwende, persoonsgerichte
zorg verstevigen, opschalen en borgen. Centraal staat het leren van innovaties in
de praktijk. Bij zorgorganisaties, gemeenten of op scholen bijvoorbeeld. We doen kennis
op over wat er bij deze innovaties wel en niet werkt, ook bij het implementeren en
opschalen. Daarbij bouwen we voort op succesvolle resultaten uit voorgaande programma’s.
In diverse onderdelen van de Toekomstagenda dragen we bij aan de vervolgstap: inzichtelijk
maken wat er werkt en meer organisaties hier ervaring mee te laten opdoen. Zoals het
Ontwikkelprogramma Complexe Zorg, de Innovatie-impuls gehandicaptenzorg 2 en InnovatieRoute
en Begeleiding a la carte. Meer dan 100 zorgaanbieders doen mee aan deze programma’s,
leren van elkaar en vergroten de beweging naar toekomstbestendige zorg. Net als in
2025 worden in 2026 de inzichten hierover gedeeld met de sector. Maar er is meer nodig.
Organisaties zijn soms geneigd vast te houden aan hun eigen bekende werkwijzen. Het
is dus noodzakelijk verder op te schalen en de inzichten en methodieken die werken
een plek te geven in het zorgsysteem. Bijvoorbeeld in de zorginkoop, de werkwijze
van gemeenten of door effectieve interventies te beschrijven.
De ervaring van de Toekomstagenda leert dat het soms taaie processen zijn, waarvoor
een lange adem nodig is. De stap van borgen zal niet aan het einde van de looptijd
van de Toekomstagenda volledig zijn afgerond. Vooruitlopend op de evaluatie over de
Toekomstagenda beschrijf ik hierna per hoofdstuk van de Toekomstagenda waar we staan
en wat nog nodig is.
Bij complexe zorg hebben we fors geïnvesteerd in kennis over oorzaken van bepaalde
ontwikkelingen en over wat werkt. Ook hebben we aanbieders ondersteund om duurzame
veranderingen toe te passen in hun werkwijze. Tegelijkertijd kan juist op dit thema
nog meer worden ingezet op methodisch en systematisch werken, en het beschrijven van
methodieken zodat ze onderzocht en erkend kunnen worden als effectief. Een mooie beweging
die daaraan zal bijdragen is de nieuwe kennisinfrastructuur EVB+ en LVB+, die in oprichting
is door het veld. Ook zijn de eerste stappen gezet in bewustwording en agendering
van samenwerking tussen de gehandicaptenzorg en de ggz. In 2026 wordt een plan van
aanpak ontwikkeld.
Bij het onderwerp licht verstandelijke beperking zien we dat de bewustwording toeneemt,
maar dat dat nog onvoldoende in alle leefdomeinen plaatsvindt om deze groep altijd
goed te herkennen en tijdig passende zorg en ondersteuning te bieden. De branche-opleidingen
zijn voor de middellange termijn geborgd tot 2029, maar dit vraagt nog aandacht voor
de langere termijn. Er is steeds meer bekend over hoe je ervaringsdeskundigheid in
kunt zetten bij beleidsvorming, maar aandacht om dit ook structureel te borgen binnen
organisaties is nodig.
De vindbaarheid van cliëntondersteuning is licht gestegen2 en meer dan de helft van de gemeenten heeft een project uitgevoerd om cliëntondersteuning
te verbeteren. De pilots gespecialiseerde cliëntondersteuning zijn geborgd. Ondanks
dat in gemeenten die aan de slag zijn gegaan met cliëntondersteuning verbetering te
zien is op het vlak waar zij in geïnvesteerd hebben, vraagt het onderwerp blijvende
aandacht om deze verbetering te behouden en verder te brengen. Daarnaast verloopt
de overgang van Wmo-cliëntondersteuning naar Wlz-cliëntondersteuning nog niet altijd
soepel. De komende periode blijven we daarom met het veld werken aan het verbeteren
van de organisatie van cliëntondersteuning. Medio 2026 informeer ik uw Kamer hierover.
Op het terrein van zorgtechnologie en innovatie zijn de inzichten uit wetenschappelijk
onderzoek en ondersteuning in de praktijk van meer dan 50 zorgaanbieders uit de Innovatie-impuls
vertaald naar de InnovatieRoute. Het gebruik van de route neemt toe. Eind 2026 wordt
de InnovatieRoute duurzaam geborgd in het veld. Daarnaast neemt de kennis over data-ondersteund
werken in de gehandicaptenzorg toe. Toch zien we dat het gebruik van data-ondersteund
werken om de zorg en ondersteuning te verbeteren nog te weinig wordt toegepast.3 Tot slot nemen steeds meer mbo- en hbo-scholen het lesprogramma «techno ... logisch,
toch?!» op in het curriculum van hun zorgopleiding. Zo leren toekomstige zorgprofessionals
over de meerwaarde van technologie in het leven van mensen met een beperking.
De energie die door beroepsorganisaties is gezet op vakbekwaamheid en professionalisering
van het beroep – onder het thema vakmanschap en arbeidsmarkt – is zichtbaar. Tegelijkertijd
nemen de tekorten op de arbeidsmarkt toe en moeten we nóg meer gaan investeren in
anders werken, anders organiseren en goed werkgeverschap. Dit onderwerp neem ik nadrukkelijk
mee in mijn gesprekken over bestuurlijke afspraken over de opgaven voor de gehandicaptenzorg
voor de komende jaren.
Er is in de Toekomstagenda geïnvesteerd om de behoeften van mensen met een levenslange
en levensbrede beperking meer onder de aandacht te brengen bij gemeenten en professionals.
In 2026 wordt inzichtelijk gemaakt of en hoe gemeenten al werken met een langere beschikkingsduur
in de Wmo2015 en de Jeugdwet. Zodat er daarna gerichte vervolgstappen gezet kunnen
worden onder de werkagenda van de Nationale Strategie VN-verdrag Handicap om gemeenten
te stimuleren tot langdurige indicaties.
Ik illustreer de in 2025 gezette stappen van de Toekomstagenda hieronder met enkele
voorbeelden rondom technologie, complexe zorg en de inzet van ervaringsdeskundigheid.
Ook sta ik stil bij de inzet van de klankbordgroep van de Toekomstagenda.
Zorgtechnologie
De Toekomstagenda heeft de ambitie om de inzet van zorgtechnologie en het gebruik
van data vanzelfsprekend te maken. Met het programma Innovatie-impuls Gehandicaptenzorg 2
is de jarenlange ervaring vanuit de maatwerkondersteuning aan zorgaanbieders omgezet
in de InnovatieRoute: een stappenplan voor zorgorganisaties dat helpt de juiste technologie
te kiezen en succesvol te implementeren. De InnovatieRoute zit vol praktische kennisproducten.
De InnovatieRoute4 is in 2025 verder doorontwikkeld met praktijkinzichten, waardoor deze nog beter te
gebruiken is op de werkvloer. Er is een gids voor bestuurders en het management over
opschaling en borging van technologie in de organisatie ontwikkeld.
Een recent onderzoek onder informatiemanagers laat zien dat bijna alle ondervraagde
gehandicaptenzorgorganisaties data op systematische wijze gebruiken voor managementstuurinformatie,
maar dat slechts enkele dat doen om de zorg en ondersteuning voor cliënten te verbeteren.
Het programma Leren Werken met Data in de gehandicaptenzorg draagt juist daaraan bij.
Het programma heeft door middel van de praktijkinzichten van zes pilots het «Model
voor data-ondersteund werken» doorontwikkeld en praktische checklists gemaakt.5 Deze en andere kennisproducten, webinars en artikelen zijn te vinden op www.lerenwerkenmetdata.nl.
Complexe zorg
De toegang en kwaliteit van zorg voor mensen met een verstandelijke beperking en een
complexe zorgvraag staan steeds meer onder druk. Daarom hebben we in de Toekomstagenda
ingezet op betere samenwerking tussen zorgorganisaties en op vernieuwende oplossingen.
Ook de samenwerking tussen de gehandicaptenzorg en de ggz krijgt veel aandacht. Een
belangrijke stap richting toekomst-bestendigheid was de aanpassing van de bekostiging:
de NZa heeft per 1 januari 2026 de zorgprestatie VG7-plus geïntroduceerd.
Het Ontwikkelprogramma Complexe Zorg6 (OPCZ) is één van de voorbeelden waarin steeds meer inzichtelijk wordt wat wel en
niet werkt in de organisatie van de complexe zorg. Als bijlage bij deze brief treft
u de jaarrapportage aan. In totaal worden 47 zorgorganisaties begeleid. Het programma
biedt deze organisaties individuele ondersteuning in hun praktijk om duurzame veranderingen
te realiseren om de zorg voor mensen met een complexe zorgvraag en onbegrepen gedrag
te verbeteren.
Het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) en andere inhoudsdeskundigen uit de
praktijk werken mee aan dit programma. Aankomend jaar staat in het teken van de geleerde
lessen in kennisproducten vatten en het laten landen in het werk van CCE en de kennisinfrastructuur.
Eén van de deelnemers aan het Ontwikkelprogramma Complexe Zorg is SlowCare in Oss.
SlowCare laat zien dat juist voor mensen met een (zeer) ernstige meervoudige beperking
rust, nabijheid en oprechte aandacht geen luxe zijn, maar een voorwaarde voor goede
zorg. Zij creëren kleinschalige woon- en dagbestedingsplekken waar mensen zich gekend
en gedragen weten, en waar professionals de ruimte krijgen om te werken vanuit verbinding
in plaats van beheersing. SlowCare is zichtbaar en betrokken in de wijk en zoekt actief
de ontmoeting met buren en de samenleving. Binnen het OPCZ wordt samen met SlowCare
onderzocht hoe deze mensgerichte en relationele manier van werken duurzaam kan worden
geborgd, ook wanneer de zorgzwaarte toeneemt en externe druk groeit. Teams en professionals
reflecteren gezamenlijk op hoe de cultuur van SlowCare van aandacht, vertrouwen en
samendragen levend kan blijven – nu en in de toekomst.
De inzet van ervaringsdeskundigheid en mensen met Licht Verstandelijk Beperking (LVB)
De branche-erkende opleiding Ervaringsdeskundige Verstandelijke Beperking is in 2025
doorontwikkeld en de herziene opleiding is aan alle STERKplaatsen in Nederland aangeboden
en uitgevoerd. Ervaringsdeskundigen van de Landelijke Federatie Belangenverenigingen
Onderling Sterk (LFB) lieten tijdens gastlessen op mbo en hbo-scholen en bij zorgaanbieders
zien hoe technologie bijdraagt aan hun zelfredzaamheid. Dit zijn concrete acties om
ervoor te zorgen dat er meer kansen en mogelijkheden komen voor mensen met een beperking
om zichzelf te ontplooien. In 2025 is gewerkt aan meer bewustwording en kennis over
mensen met een LVB bij professionals, met name bij huisartsen door middel van het
ontwikkelen van een kennisproduct. Om de inzet van ervaringsdeskundigen bij (zorg)organisaties
te stimuleren, zijn onder meer praktijkvoorbeelden gedeeld door LFB. In het informatieblad
over mensen met een LVB zijn diverse producten opgenomen.
De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) heeft samen met de LFB een verkenning
gedaan onder hun leden over ervaringsdeskundigheid. Deze verkenning is uitgevoerd
om te onderzoeken in welke mate ervaringsdeskundigen met een LVB al worden ingezet,
op welke activiteiten binnen en buiten de eigen organisatie, en tegen welke mogelijke
knelpunten zorgorganisaties wel/niet aanlopen bij het inzetten van ervaringsdeskundigen.
De uitkomsten van de verkenning laten zien dat er een stijgende mate aan erkenning
wordt ervaren voor de inzet van ervaringsdeskundigen. Ook andere type organisaties
benutten ervaringsdeskundigheid, zoals gemeenten Nijmegen en Losser die via het project
«LVB in de gemeente» ervaringsdeskundigheid benutten in het verbeteren van hun toegankelijkheid
en beleidsvorming. Tegelijkertijd is de praktijk nog versnipperd en afhankelijk van,
gelukkig steeds meer, lokale initiatieven. Ik blijf de inzet van ervaringsdeskundigheid
daarom stimuleren.
Klankbordgroep Toekomstagenda
In 2024 startte de Klankbordgroep van de Toekomstagenda, bestaande uit 18 ervaringsdeskundigen,
professionals en naasten. Het doel van deze Klankbordgroep is meedenken, dwarskijken
en reflecteren op de uitvoering en voortgang van de Toekomstagenda. Inmiddels hebben
zij op alle zes thema’s van de Toekomstagenda meegedacht. Een deel van de klankbordgroep
en medewerkers van het Ministerie van VWS bereidden iedere bijeenkomst van de klankbordgroep
voor. Ik wil de klankbordgroepleden bedanken voor hun waardevolle inzet. Eind mei
van dit jaar vindt de afsluitende bijeenkomst van de klankbordgroep plaats, waarin
wordt stilgestaan bij de ervaringen van deelnemers en een evaluatie van de werkwijze.
Deze zomer wordt een rapport met de lessen rondom de werkwijze van de klankbordgroep
verwacht. Op basis van die uitkomsten en de andere ervaringen met inzet van ervaringsdeskundigheid
in de Toekomstagenda bekijk ik op welke manier ik inzet van ervaringsdeskundigheid
bij vormen van beleid rondom mensen met een beperking structureel een plek geef.
Overig
Bij deze brief treft u een aantal bijlagen aan. Een aantal daarvan licht ik hieronder
kort toe.
(Gespecialiseerde) cliëntondersteuning
Gespecialiseerde cliëntondersteuning (GCO) wordt uitgevoerd door de alliantie Metgezel.
GCO wordt ingezet als er sprake is van zeer complexe situaties. In de bijlage is een
rapportage over de uitvoering van GCO opgenomen. Aan de Tweede Kamer is toegezegd7 dat de uitvoerder zou rapporteren over de kosten van GCO en de ontwikkeling daarvan
gedurende de ondersteuningsperiode. Deze informatie is opgenomen in de rapportage
van Metgezel.
Significant heeft evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de (maatschappelijke) meerwaarde
van GCO voor cliënten en naasten en de verwachte toekomstige (financiële) omvang van
GCO. Uit de rapportage blijkt dat GCO van grote meerwaarde is voor cliënten en naasten
met langdurige, meervoudige en complexe problematiek. GCO zorgt voor meer stabiliteit
en veerkracht in gezinnen, wat zich vertaalt in betere participatie, minder uitval
op werk en school en meer regie. Naasten geven aan dat ze door de inzet van GCO weer
ruimte ervaren om te werken, vrijwilligerswerk te doen of sociale contacten te onderhouden.
Dit draagt bij aan een betere werk-zorgbalans en vermindert de kans op overbelasting
of psychische klachten.
Momenteel worden twee onderzoeken uitgevoerd op het terrein van cliëntondersteuning:
een verkenning naar de toekomstige organisatie van cliëntondersteuning – waaronder
GCO – en een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) naar onafhankelijke cliëntondersteuning.
Deze rapportages worden medio 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden met een beleidsreactie.
Toegang en uitvoering ondersteuning voor mensen met een levenslange levensbrede ondersteuningsvraag
Het rapport «Langdurend en levensbreed», bijgevoegd als bijlage, geeft inzicht in
de knelpunten en succesfactoren bij de toegang en uitvoering van ondersteuning bij
jeugdigen en volwassenen met een levenslange en levensbrede ondersteunings-behoefte.
Het laat zien welke werkzame elementen rond toegang en passende ondersteuning van
belang zijn voor mensen met een levenslange en levensbrede ondersteuningsbehoefte
en hoe dit in de praktijk uitwerkt bij enkele gemeenten. Bijvoorbeeld op het gebied
van een integraal plan, langdurig ondersteuning waar nodig, vaste contactpersoon,
basishouding en snelle inzet van specifieke kennis en deskundigheid.
Ik herken de geschetste knelpunten uit het rapport en de onderdelen die van belang
zijn voor deze diverse groep mensen. Het is mooi om te zien waar het al goed werkt
in de praktijk en waar andere gemeenten van kunnen leren. Vanuit de Hervormingsagenda
Jeugd en de werkagenda van de Nationale strategie VN-verdrag Handicap ben ik aan de
slag om de aanbevelingen op te volgen. Er worden sessies georganiseerd voor gemeenten
om de bewustwording en handelingsperspectief te vergroten. Ook ben ik in gesprek met
de werkorganisatie Kwaliteit en Blijvend Leren om te kijken op welke manier professionals
ondersteund kunnen worden om de zorg en ondersteuning voor jeugdigen en volwassenen
met een levenslange en levensbrede beperking te verbeteren.
Toekomstige beroepen en functies in de gehandicaptenzorg
Op 4 november 2024 heeft de BPSW, in samenwerking met VGN en het Ministerie van VWS,
een Invitational Conference georganiseerd voor toekomstige beroepen en functies in
de gehandicaptenzorg. Naar aanleiding hiervan heeft de BPSW een notitie geschreven,
opgenomen als bijlage, over toekomstige beroepen en functies in de gehandicaptenzorg,
met focus op vakbekwaamheid. Het is goed dat de BPSW de handschoen heeft opgepakt
voor het schrijven van deze notitie en oproept tot gezamenlijke actie in de gehandicaptenzorg.
Zij bevelen aan om de vakbekwaamheid te bevorderen in tijden van personeelstekorten,
bijvoorbeeld door te onderzoeken hoe opleidingen en het werkveld de vakbekwaamheid
van medewerkers vanuit verschillende instroomrichtingen kunnen versterken. De notitie
wordt de komende periode besproken op de sectortafel Arbeidsmarkt en vakmanschap,
waar zorgaanbieders en beroepsgroepen vertegenwoordigd zijn.
Monitor Toekomstbestendige zorg en ondersteuning
Het RIVM maakte in 2025 een plan van aanpak voor de monitoring en evaluatie van de
Toekomstagenda: zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking8. De eerste monitor van maart 2025 is bijgevoegd als bijlage. In het voorjaar van
2027 wordt de tweede monitor afgerond. In 2026 brengt het RIVM, door middel van kwalitatief
onderzoek, de beweging naar toekomstbestendige zorg en ondersteuning in beeld.
Deze eerste monitor geeft volgens het RIVM nog geen volledig beeld van toekomstbestendige
zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking, bijvoorbeeld omdat voor diverse
indicatoren er sprake is van een eerste meting. Mensen met een beperking zijn als
doelgroep, bijvoorbeeld ten opzichte van bijvoorbeeld ouderen, ondervertegenwoordigd
in dataverzameling. Ik vind het een positieve ontwikkeling om deze data beschikbaar
te hebben en daar de komende jaren op voort te bouwen.
Moties Westerveld c.s.
In de voortgangsrapportage van de Toekomstagenda in 20249 is toegezegd uw Kamer jaarlijks te informeren over de voortgang van de moties van
het lid Westerveld c.s.10, die zien op toezicht op misstanden en grensoverschrijdend gedrag in de gehandicaptenzorg.
Eerder11 hebben mijn ambtsvoorgangers duiding gegeven aan de opvolging van de moties. De focus
lag daarbij op:
• De ontwikkeling van een transparantieregister dat inzicht geeft in pgb-gefinancierde
wooninitiatieven (pgb = persoonsgebonden budget).
• Pgb-eisen voor het inschakelen van een behandelaar bij zorg met intensieve begeleiding
en onbegrepen gedrag.
• Het vergroten van de bewustwording over dit onderwerp in de sector.
Daarnaast rapporteer ik over mijn inzet om het toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg
en Jeugd (IGJ) op kleinschalige zorg te versterken.
Transparantieregister
Samen met de IGJ, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en het CIBG werk ik aan de ontwikkeling
van een transparantieregister voor pgb-gefinancierde wooninitiatieven. Het is de bedoeling
dat het register automatisch wordt samengesteld door gebruik te maken van de vragenlijsten
van Meldplicht, Vergunningplicht en Openbare Jaarverantwoording. Hiervoor moeten deze
vragenlijsten worden aangepast, zodat hieruit eenduidig kan worden afgeleid wanneer
er bij een zorgaanbieder sprake is van een wooninitiatief. Deze informatie wordt verder
aangevuld met gegevens van zorgkantoren.
Om dit alles te realiseren zijn zowel technische als juridische aanpassingen nodig.
Met name het aanpassen van regelingen en het creëren van een vereiste grondslag voor
gegevensuitwisseling kost tijd. Ik streef ernaar het register zo spoedig als mogelijk
operationeel te hebben. Daarbij wordt verkend of het een optie is het register in
fasen te vullen en beschikbaar te stellen, waarbij een steeds completer beeld ontstaat.
Als blijkt dat dit mogelijk is, kan een eerste versie wellicht eind dit jaar beschikbaar
zijn.
Inschakelen van een behandelaar bij pgb
In de voortgangsrapportage van de Toekomstagenda in 2025 heeft mijn ambtsvoorganger
gerapporteerd dat het niet mogelijk is om bij een pgb eisen te stellen aan het inschakelen
van een behandelaar, indien sprake is van zorg met intensieve begeleiding vanwege
onbegrepen gedrag.
Destijds werd wel onderzocht hoe gewaarborgd kan worden dat er voor pgb-initiatieven
specialisten ouderengeneeskunde en artsen verstandelijk gehandicapten beschikbaar
zijn. Ik merk op dat het waarborgen van de beschikbaarheid van specialisten ouderengeneeskunde
en artsen voor verstandelijk gehandicapten voor pgb-initiatieven onverminderd mijn
aandacht heeft. In de Kamerbrief over de voortgang van het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg
«Samen voor kwaliteit van bestaan»12 van januari jl. is hier eveneens aandacht aan besteed. In de bijbehorende voortgangsrapportage
van Vilans wordt toegelicht dat er intensief wordt gewerkt aan het versterken van
de medisch generalistische zorg, ook voor kleinschalige instellingen. Vilans voert
het project medisch generalistische zorg in de regio uit in opdracht van het Ministerie
van VWS.
Het vergroten van bewustwording
Bewustwording over grensoverschrijdend gedrag is essentieel om signalen te leren herkennen,
zodat daarop effectief kan worden geacteerd, door bijvoorbeeld te melden of te handelen.
Ter bevordering van bewustwording en deskundigheid zijn er binnen de sector verscheidene
(kennis)producten en informatiebronnen beschikbaar. Concrete voorbeelden hiervan zijn
onder andere een informatiepagina op Regelhulp13 en de Zelfscan voor zorgprofessionals van de IGJ14. De regeringscommissaris Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld heeft
een handreiking15 ontwikkeld om organisaties te ondersteunen na een melding van seksueel grensoverschrijdend
gedrag.
Naast deze voorbeelden zijn er nog veel andere (kennis)producten beschikbaar. Ik concludeer
dan ook dat het niet noodzakelijk is om een nieuw product te ontwikkelen. In plaats
daarvan richt ik mij op het verbeteren van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van
de bestaande kennis. Ik ga hierover in gesprek met de sector om deze producten zo
breed mogelijk te verspreiden.
IGJ
Met middelen uit de Toekomstagenda is de capaciteit van de IGJ de afgelopen jaren
uitgebreid met zes fte. De Toekomstagenda loopt eind 2026 af. Ik ben met de IGJ in
gesprek om na te gaan hoe we na afloop van de Toekomstagenda ervoor kunnen zorgen
dat de IGJ voldoende aandacht kan blijven geven aan het toezicht in de gehandicaptenzorg.
Daarbij is het onderwerp grensoverschrijdend gedrag een van de onderwerpen waarvoor
blijvend aandacht nodig is.
Het is essentieel dat alle partijen er alles aan doen om te voorkomen dat mensen met
een (verstandelijke) beperking te maken krijgen met ongewenst en grensoverschrijdend
gedrag. In het licht van de moties zet ik in op de bovengenoemde acties. Ik vertrouw
erop dat de partijen in het veld voldoende kennis en kunde tot hun beschikking hebben
om dit onderwerp blijvend aandacht te geven. Ik beschouw de moties hiermee als afgedaan.
Slotwoord
Door gebruik te maken van alle kennis die er al is en die te verrijken, lukt het om
op meer plekken in de gehandicaptenzorg anders te gaan werken en anders te organiseren.
Ik heb bewondering voor zorgaanbieders en zorgprofessionals, die ondanks de uitdagingen
op de arbeidsmarkt, en de veranderende context stappen blijven zetten richting toekomstbestendigheid.
Het is geen gemakkelijke opgave en het kost veel tijd en energie om deze stappen te
blijven zetten.
De uitdagingen op de arbeidsmarkt onderstrepen des te meer het belang om in gezamenlijkheid,
met mensen met een beperking, hun naasten, zorgprofessionals, zorgaanbieders en systeempartijen
te blijven werken aan houdbare en persoonsgerichte zorg voor mensen met een beperking.
De uitvoering van de Toekomstagenda gaat het laatste jaar in. In het voorjaar van
2027 ontvangt u de eindrapportage van de Toekomstagenda zorg en ondersteuning.
Voor de periode daarna blijft het kabinet zich onverminderd inzetten voor uitvoering
van het VN-verdrag Handicap, zoals ook aangekondigd in het coalitieakkoord «Aan de
slag». Ik ben daarnaast het gesprek gestart met cliëntorganisaties, beroepsorganisaties,
ZN en VGN om te komen tot bestuurlijke afspraken over de opgaven voor de gehandicaptenzorg
voor de komende jaren. Daarbij wil ik nadrukkelijk niet alleen kijken naar onderwerpen
die in het hier en nu knelpunten veroorzaken, zoals de complexe zorg en de arbeidsmarkt,
maar ook naar de opgaven op langere termijn. De resultaten en lessen van de Toekomstagenda
zijn daarbij behulpzaam.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Indieners
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.