Brief regering : Reactie op verzoek commissie over 'Natuurmonumenten mede namens CWN m.b.t. kansen voor duurzame toekomst voor Waddenzee'
29 684 Waddenzeebeleid
Nr. 304
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 april 2026
Hierbij stuur ik u mijn reactie op het verzoek over «Natuurmonumenten, mede namens
CWN, m.b.t. kansen voor duurzame toekomst voor Waddenzee» van 12 maart 2026, met kenmerk
2026Z02646/2026D11410.
De Waddenzee is een uniek natuurgebied en in 2009 aangewezen als Unesco Werelderfgoed.
Sinds 1978 werken Denemarken, Duitsland en Nederland samen aan goede bescherming van
dit gebied. Niet voor niets is de Waddenzee in 2016 door het Nederlandse publiek aangewezen
als mooiste natuurgebied. Jaarlijks maken miljoenen vogels een tussenstop in de Waddenzee
om te rusten en te foerageren. De Waddenzee is een onmisbare schakel. Tegelijkertijd
wonen, werken en recreëren er mensen. Een robuuste natuur is cruciaal voor een goede
balans in dit gebied en zorgt ervoor dat economische activiteiten mogelijk blijven.
De natuur van de Waddenzee staat onder druk. Dat geldt niet alleen voor specifieke
soorten trek- en broedvogels en habitats die zijn aangewezen in het kader van de Vogel-
en Habitatrichtlijn (zie onder andere de VHR-rapportage 2019), maar ook voor andere
belangrijke natuur- en landschapswaarden die de Waddenzee tot een uniek ecologisch
systeem maken. Er zijn positieve ontwikkelingen te noemen zoals herstel van de populatie
van gewone en grijze zeehonden sinds de jaren zeventig. De populatie gewone zeehonden
lijkt zich de laatste jaren te stabiliseren; deze ontwikkelen worden goed gemonitord.
Ook worden er met enige regelmaat weer bruinvissen gespot in de Waddenzee.
In deze brief ga ik in op de geuite zorgen. Allereerst op het Ecologisch Streefbeeld
Waddenzee 2050, vervolgens op het Nationaal Natuurherstelplan in relatie tot Duitsland
en Denemarken, het Beleidskader Natuur Waddenzee, het Natura 2000 Beheerplan Waddenzee
en de financiering voor natuurherstel.
Ecologisch Streefbeeld Waddenzee 2050
Met de Programmatische Aanpak Grote Wateren wordt gewerkt aan toekomstbestendige grote
wateren gericht op systeemherstel om de ecologische waterkwaliteit en de natuur te
versterken in 2050. Het programma draagt daarmee bij aan het doelbereik. Er zijn langetermijnvisies
richting 2050 opgesteld, waaronder die voor de Waddenzee. Om gebruik en behoud van
de sociaaleconomische waarde van de grote wateren – waaronder voedselwinning en visserij
– in stand te houden zal er in de richting van deze ecologische vergezichten bewogen
moeten worden. Het streefbeeld geeft een optimaal toekomstbeeld voor de ecologische
waarden van de Waddenzee, binnen de randvoorwaarden van waterveiligheid, zoetwatervoorziening
en bereikbaarheid. Het streefbeeld biedt een bouwsteen voor integrale besluitvorming,
om tijdig in het ruimtelijke vraagstuk rekening mee te houden en te kijken hoe meerdere
belangen effectief samen kunnen komen.
In het ecologisch streefbeeld Waddenzee 2050 is het Waddengebied een hoogproductief
dynamisch brak- tot zoutwater getijdengebied. Er is een grote variatie aan natuurlijke
leefgebieden. De Waddenzee kenmerkt zich door een grote soortenrijkdom van planten
en dieren. Vogels, vissen en zeehonden hebben volop te eten dankzij de rijke onderwaternatuur.
De leefgebieden langs de randen van de Waddenzee zijn goed verbonden met leefgebieden
binnendijks. Vissen zwemmen van en naar hun paaigebieden dankzij geleidelijke zoet-zoutovergangen
naar het IJsselmeer, het Lauwersmeer en kleinere waterlopen. Hiervoor is een goede
waterkwaliteit van belang, ook voor de mens.
Nationaal Natuurherstelplan in relatie tot Duitsland en Denemarken
Grensoverschrijdende samenwerking is een belangrijke randvoorwaarde voor effectief
en langdurig herstel van de natuur. Ecologische processen en drukfactoren houden immers
geen rekening met nationale grenzen. Bij het opstellen van het Natuurplan streeft
Nederland daarom naar synergie met de plannen van buurlanden waarmee grensoverschrijdende
ecosystemen gedeeld worden, met als uiteindelijk doel het bevorderen van een samenhangende
uitvoering van herstelmaatregelen.
In de ontwerpfase van het plan heeft afstemming plaatsgevonden met andere EU-lidstaten
op zowel procesmatige als inhoudelijke aspecten. Overleg vond daarbij plaats via verschillende
kanalen, zowel door middel van deelname en bijdrages aan werkgroepen en conferenties
georganiseerd op Europees niveau in het kader van de verordening, als via deelname
aan bi- tri- en multilaterale bijeenkomsten met andere lidstaten, waaronder Denemarken
en Duitsland.
Bij het uitwerken en opstellen van het definitief natuurplan zal concreter worden
wat voor maatregelen genomen zullen worden. De focus van samenwerking met andere landen
zal dan meer verschuiven richting afstemming over deze maatregelen. Uitgangspunt is
om hiervoor zoveel mogelijk gebruik te maken van de bestaande institutionele structuren,
waaronder de trilaterale Waddenzee samenwerking. Naast het Rijk zullen decentrale
overheden, in het bijzonder provincies in grensregio’s, een belangrijke rol spelen
bij de verdere uitwerking van maatregelen in grensoverschrijdende ecosystemen en de
afstemming daarvan met aangrenzende lidstaten.
Beleidskader Natuur Waddenzee
Het kabinet streeft een nieuwe balans na van een robuuste natuur die economische activiteiten,
passend bij het multifunctionele gebruik van de Waddenzee, zoals de garnalenvisserij,
de bereikbaarheid van de eilanden en toerisme mogelijk maakt. Met het op te stellen
Beleidskader Natuur Waddenzee (beleidskader) wil het Ministerie van Landbouw, Visserij,
Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) ondernemers en gebruikers van de Waddenzee duidelijkheid
geven over welke activiteiten onder welke voorwaarden in de toekomst mogelijk zijn.
Daarmee ondersteunt het beleidskader een duurzame bescherming en versterking van de
natuurkwaliteit van de Waddenzee. Daartoe wordt gekeken naar de impact van gebruiksfuncties
op het ecosysteem en welke (cumulatie van) impact verminderd moet worden. Voor het
beleidskader is gewerkt met meerdere bouwstenen voor de totstandkoming. Het betreft
zowel ecologische als sociaaleconomische bouwstenen. Partijen binnen de Waddengovernance
zijn en worden actief betrokken bij de totstandkoming van het beleidskader. Het beleidskader
zal in het Bestuurlijk Overleg Waddengebied aan de partners worden voorgelegd.
Natura 2000-beheerplan Waddenzee
Rijkswaterstaat, voortouwnemer, werkt aan de totstandkoming van het nieuwe Natura
2000-beheerplan voor de Waddenzee, welke in 2028 in werking zal treden. Daarmee zal
richting worden gegeven aan het optimaliseren van en gerichte maatregelen te treffen
ten behoeve van natuurherstel. De ambitie van het beheerplan is om aan te sluiten
bij de kaders vanuit de Natuurherstelverordening en het Beleidskader Natuur Waddenzee.
Financiering voor natuurherstel
Er wordt nu al op verschillende wijzen – binnen de beschikbare middelen – gewerkt
aan natuurherstel in de Waddenzee. Dat gebeurt via de Programmatische Aanpak Grote
Wateren (systeemingrepen). Tot 2032 gaat het om een investering van ruim € 100 mln.
Tevens wordt er gewerkt aan «Toekomstbestendig Werelderfgoedwaardig beheer op basis van het Beheeraanbod». De benodigde verbetering van (natuur)beheer is, in navolging op het eerste Integraal
Beheerplan (2023), op zeven beheeraspecten in het Beheeraanbod – een volgende stap
naar integraal beheer – uitgewerkt. Dit wordt programmatisch tot uitvoering gebracht
door het Beheerderscollectief Waddenzee onder regie van de Beheerautoriteit Waddenzee.
En middels het Natura 2000-beheerplan Waddenzee gericht op gebruik en beheer in het
licht van de te behalen gunstige staat van instandhouding op grond van de Vogel- en
Habitatrichtlijn.
Tot slot
De brief vanuit de natuurorganisaties benadrukt het belang om zorgvuldig om te gaan
met de unieke natuur van het Waddengebied en de kansen die er liggen te benutten voor
een duurzame toekomst.
Vanuit de lopende trajecten in het Waddengebied blijf ik in gesprek en werk ik graag
samen met de natuurorganisaties en andere partners voor een duurzame toekomst van
het gebied en een robuuste natuur waar mens en natuur samen leven.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
Indieners
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur