Brief regering : Geannoteerde agenda informele bijeenkomst van EU- transportministers d.d. 28-29 april 2026 in Nicosia, Cyprus
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1191
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 april 2026
Hierbij ontvangt u de geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van EU-transportministers
d.d. 28–29 april in Nicosia, Cyprus.
De Minister kan niet deelnemen aan deze bijeenkomst en wordt vervangen op hoogambtelijk
niveau. Mocht de agenda op belangrijke punten veranderen, dan wordt u hierover geïnformeerd
in de beantwoording van het schriftelijk overleg dat gepland staat op 16 april 2026.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Geannoteerde agenda
Het Cypriotische voorzitterschap organiseert op 28–29 april de informele bijeenkomst
van EU-transportministers in Nicosia (ook wel Lefkosia genoemd) in Cyprus. Tijdens
de informele bijeenkomst vindt er geen besluitvorming plaats. De bijeenkomst zal draaien
om de uitdagingen en strategische prioriteiten in de transportsector. Hierbij zal
het gaan over het versterken van de weerbaarheid van de transportinfrastructuur in
Europa, waaronder havens en spoorwegen. De EU havenstrategie zal hierbij ook worden
besproken. Het voorzitterschap heeft nog geen achtergrondstukken gedeeld.
Aansluitend op de informele bijeenkomst van transportministers vindt de informele
bijeenkomst van Ministers op maritieme zaken plaats. Dit zal (ook) gaan over de uitdagingen
en strategische prioriteiten in de maritieme sector. Twee uitdagingen die het voorzitterschap
benoemt zijn: (1) het bevorderen van onderwijs en vaardigheden van zeevarenden en
(2) het bevorderen van genderinclusiviteit in de scheepvaartsector. Naar verwachting
zal het Cypriotische voorzitterschap inzetten op een ondertekening van een verklaring
hierover door lidstaten.
Uitdagingen en strategische prioriteiten voor de toekomst van de maritieme sector
De Nederlandse inzet op dit onderwerp zal gericht zijn op de Europese Industriële
Maritieme Strategie en de Europese havenstrategie.
Europese Industriële Maritieme Strategie
Inhoud
Op 4 maart 2026 presenteerde de Europese Commissie (hierna: Commissie) haar Europese
Industriële Maritieme Strategie (EIMS). De analyses uit de Draghi1- en Niinistö2-rapporten vormen de aanleiding voor deze strategie. In deze rapporten wordt gewezen
op de sterke (en oneerlijke) mondiale concurrentie, de toenemende afhankelijkheid
van bepaalde scheepsproductie en -financiering uit derde landen, het strategisch inzetten
van de maritieme sector door derde landen voor geopolitieke doeleinden, de uitdagingen
rond decarbonisatie en een (vergrijzende) beroepsbevolking die bij- en omscholing
vereist. De strategie beoogt de concurrentiekracht van de sector te consolideren en
te versterken, met name in hoogwaardige marktsegmenten waar Europa momenteel een technologische
voorsprong heeft. Ook focust het op groeimarkten, zoals onderwater drones en robotisering.
Daarnaast richt de strategie zich op het behouden en versterken van een strategische
capaciteit in Europa, gezien het strategische belang van de sector voor de Europese
(economische) veiligheid, bescherming van kritieke energie- en digitale infrastructuur
op zee, autonomie, weerbaarheid, verdienvermogen en decarbonisatie.
Inzet Nederland
U wordt geïnformeerd over de Nederlandse inzet op EMIS middels het gebruikelijke BNC
fiche welke op dit moment in voorbereiding is. Het nationaal integraal maritiem industriebeleid
is vastgelegd in de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie: No guts, no Hollands glorie!3. In EU-verband heeft Nederland samen met Duitsland gepleit voor de totstandkoming
van een Europese maritieme industrie strategie waarin het strategisch belang van de
deze sector wordt onderbouwd, dat innovatie, digitalisering en verduurzaming van de
maritieme sector ondersteunt, en dat bijdraagt aan een gelijk speelveld voor Europese
bedrijven om daarmee onze strategische autonomie te vergroten. De borging van strategische
maritieme waardeketens, het behoud van het ecosysteem én van kritische technologieën
en knowhow zijn essentieel voor Europese strategische autonomie, economische veiligheid
en geopolitieke slagkracht.
Krachtenveld
Naar verwachting zal de meerderheid van de lidstaten overwegend positief zijn over
de strategie. Tegelijkertijd vragen meerdere lidstaten aandacht voor de verdere uitwerking
van een aantal zaken, waaronder dual-use ferry’s, herziening en oormerken van ETS-middelen,
het complexe financieringslandschap en het uitstellen van een regelgevend kader voor
autonome schepen. Over de algemene positie van het Europees Parlement (EP) is nog
niets bekend. De fractie van Renew Europe in het EP heeft op 3 maart 2026 een position
paper uitgebracht over de positie van havens en de maritieme industrie4.
Europese havenstrategie
Inhoud
Op 4 maart 2026 heeft de Commissie de mededeling voor de Europese Havenstrategie gepubliceerd.
De strategie geeft weer hoe de Commissie aankijkt tegen de positie van de Europese
zee- en binnenhavens. De Commissie benadrukt dat Europese havens cruciale pijlers
zijn onder onze economie, samenleving, veiligheid en strategische autonomie. Daarbij
worden ook de achterlandverbindingen (vaarwegen en spoor) en specifiek een versterkte
positionering van de binnenhavens meegenomen als focuspunten. Tegen deze achtergrond
beoogt de strategie samenhang te brengen in lopende en nieuwe initiatieven en deze
te versterken. De strategie stelt geen nieuwe Europese regelgeving voor, maar verwijst
naar lopende en voorgenomen initiatieven die de Commissie op korte of middellange
termijn zal ontplooien met raakvlakken voor havens in de EU-lidstaten.
Inzet Nederland
U wordt geïnformeerd over de Nederlandse inzet op de Europese havenstrategie middels
het gebruikelijke BNC fiche welke nu in voorbereiding is. Het kabinet heeft zich de
afgelopen jaren, in lijn met de Motie Koerhuis/Van der Molen5, actief ingezet voor de totstandkoming van een Europese Havenstrategie. Tevens heeft
het kabinet, in nauwe afstemming met betrokken departementen en de maritieme sector,
een non-paper ingediend waarin de kerninzet voor deze strategie uiteen is gezet.6 Het kabinet benadrukt hierin dat Europese havens adequaat moeten worden ondersteund
bij de omvangrijke uitdagingen en transities waarmee zij momenteel worden geconfronteerd.
Veel van de Nederlandse inzet is in de voorgestelde strategie terug te vinden.
Krachtenveld
Nederland heeft in aanloop naar de totstandkoming van de strategie met meerdere lidstatenoverleg
gevoerd over de strategie. Daaruit kan (op hoofdlijnen) worden geconcludeerd dat Europese
lidstaten behoefte hebben aan een strategie die een koppeling maakt tussen bestaande
en toekomstige initiatieven, zonder dat daar nieuwe wet- en regelgeving uit voortkomt.
Lidstaten, waaronder Nederland, stelden hierbij een brede thematische scope voor, waaronder concurrentiekracht, veiligheid, energietransitie, digitalisering
en samenwerking met havens in derde landen. Op het gebied van (economische) veiligheid
werd aangegeven dat de EU reeds over een uitgebreide toolbox beschikt en dat dit primair een nationale competentie betreft. Gezien deze posities
is de inschatting dat het merendeel van de EU-lidstaten tevreden is met de strategie.
Het EP had in 2023 al een oproep gedaan aan de Commissie om tot een Europese Havenstrategie
te komen.7 De fractie van Renew Europe in het EP heeft op 3 maart 2026 een position paper uitgebracht over de positie van havens en de maritieme industrie. De Fractie van
de Europese Volkspartij (EVP) heeft gereageerd en aangegeven de strategie een goed
begin te vinden, maar dat meer concrete actie nodig is om de Europese kritieke infrastructuur
te beschermen.
Uitdagingen en strategische prioriteiten voor de toekomst van de Europese spoorwegen
De Nederlandse inzet op dit onderwerp zal gericht zijn op (1) het Europese plan voor
hogesnelheidslijnen; en (2) een EU breed ticketing systeem.
Europa verbinden met hogesnelheidslijnen
Inhoud
De Commissie heeft in 2025 een plan voor het verbinden van Europa middels hogesnelheidslijnen
uitgebracht (zie BNC fiche8 van 19 december 2025). Als vervolg hierop brengt de Commissie financieringsopties
(ook private) voor de aanleg van hogesnelheidsinfrastructuur in kaart. Een dialoog
met de lidstaten wordt hierover midden 2026 verwacht. De externe financieringsopties
zullen mede afhangen van de (terug)verdiencapaciteit van de aanleg van nieuwe infrastructuur.
Naast externe financiering is de inzet van de Europese meerjarenbegroting van belang
en daarbij met name de vormgeving van de Connecting Europe Facility waar nog over
wordt onderhandeld.
Inzet Nederland
De Nederlandse inzet is om bij het vervolg van het Europese plan voor hogesnelheidslijnen
in Europees verband ook te werken aan versnelling van de ontwikkeling van het netwerk
van internationale treindiensten op de bestaande infrastructuur en daarbij de infrastructurele
en andere knelpunten op te lossen. Immers het netwerk van grensoverschrijdende verbindingen
van treindiensten in de EU is substantieel minder ontwikkeld dan binnenlandse netwerken
van treindiensten over vergelijkbare afstanden. Naast de maximale snelheid van infrastructuur
zijn daarbij frequenties en aansluitingen tussen treindiensten essentieel voor de
reiziger. Daarbij is gezamenlijke inspanning van lidstaten, infrastructuurbeheerders
en vervoerders van belang. Op deze wijze zal ook het verdienmodel van de aanleg van
nieuwe (hogesnelheid)infrastructuur in de EU bevorderd worden.
Krachtenveld
De verwachting is dat de meerderheid van de EU-lidstaten het plan van de Commissie
zal verwelkomen. Het plan biedt een kans om de bereikbaarheid binnen Europa te vergroten
en dan met name in Centraal- en Oost-Europa waar de ontwikkeling van hogesnelheid
vervoer per spoor nog beperkt is ontwikkeld. Een aantal lidstaten hebben reeds aangegeven
aanzienlijke ambities te hebben met de aanleg van hogesnelheidsinfrastructuur.
EU breed ticketing systeem
Inhoud
De Europese Commissie bereidt voorstellen voor ten behoeve van multi-modale mobiliteitsdiensten,
rail ticketing en reizigersrechten. Deze voorstellen beogen de beschikbaarheid en transparantie
van het aanbod van internationale rail tickets en rechten van de internationale treinreiziger te bevorderen en daarmee het internationaal
personenvervoer te bevorderen.
Inzet Nederland
In lijn met moties9 van de Tweede Kamer blijft Nederland aandacht vragen voor het onderwerp van een EU
breed raamwerk voor rail ticketing ter bevordering van internationale treindiensten actief in Europees verband, waaronder
in de informele bijeenkomst van EU-transportministers.
Krachtenveld
De te verwachten voorstellen van de Europese Commissie zullen door reizigersorganisaties
veelal worden verwelkomd met de verwachting dat het aanbod van internationale rail ticketing zal verbeteren. Mogelijk zal deel van de Europese spoorsector bezwaren hebben tegenover
de te verwachte verplichtingen op het gebied rail ticketing voor ook andere vervoerders.
Positie van meeste lidstaten is nog onbekend, ook omdat niet helder is hoe ingrijpend
de voorstellen zullen zijn.
Lefkosia (Nicosia) verklaring over het bevorderen van educatie van zeevarenden en
het bevorderen van inclusiviteit van vrouwen in de scheepvaartindustrie.
Het voorzitterschap zal naar verwachting inzetten op ondertekening van de Lefkosia (Nicosia) Declaration on Enhancing Seafarers» Education and Promoting Women’s
inclusivity in the Shipping Industry door de lidstaten. De Lefkosia verklaring heeft als doel om een veerkrachtige, duurzame
en inclusieve scheepvaartsector te bevorderen. In de verklaring zal nadruk liggen
op het versterken van strategische initiatieven voor investeringen in de opleiding
en training (bijscholing en omscholing) van zeevarenden, zodat zij zich succesvol
kunnen aanpassen aan de groene en digitale transitie, evenals op maatregelen ter bevordering
van een inclusief personeelsbestand, waardoor de participatie van vrouwen in de maritieme
sector verder wordt vergroot.
De Lefkosia verklaring is opgebouwd aan de hand van de volgende pijlers: (1) Het promoten van maritieme
beroepen en het vergroten van de bekendheid. (2) Het waarborgen van een veilig en
toekomstbestendig personeelsbestand. (3) Opleiding, digitalisering en cyberbeveiliging.
(4) Het moderniseren van maritieme opleidingen en certificering. (5) Het bevorderen
van gelijke participatie van vrouwen. (6) Het versterken van de sociale dialoog.
Het kabinet verwelkomt de Lefkosia verklaring en blijft zich hiermee inzetten om deze uitdagingen aan te pakken en zo een veerkrachtige,
duurzame en inclusieve scheepvaartsector tot stand te brengen.
Indieners
-
Indiener
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Medeindiener
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.